Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Tijdelijke werkloosheid - werkgebrek op grond van economische oorzaken voor arbeiders

Infoblad

E22

Laatste update
14-10-2016

Waarom dit infoblad?

Om u te informeren over de voorwaarden waaraan moet voldaan zijn en de formaliteiten die moeten worden vervuld wanneer u een systeem van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek op grond van economische oorzaken wilt invoeren voor uw arbeiders.

De procedure die wordt uitgelegd, is de procedure voorzien in artikel 51 van de wet van 3.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Bepaalde sectoren hebben via Koninklijk Besluit een regeling uitgewerkt die afwijkt van de wettelijke regeling. Indien een dergelijke regeling bestaat, is het die regeling die u moet toepassen. In het andere geval is de wettelijke regeling, zoals beschreven in dit infoblad, van toepassing.

Om te weten of voor het paritair comité of paritair subcomité waartoe uw onderneming behoort, een afwijkende regeling geldt, kunt u contact opnemen met de dienst tijdelijke werkloosheid van het werkloosheidsbureau van de RVA.

De volgende informatie zult u niet terugvinden in dit infoblad:

  • informatie over de bouwsector, waarvoor een specifieke regeling geldt (zie het infoblad ‘Tijdelijke werkloosheid – werkgebrek op grond van economische oorzaken  -  bouwsector' nr. E21).
  • informatie over de specifieke regeling van de schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens werkgebrek voor bedienden (zie de infobladen nr. E54 ‘Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden – preliminaire voorwaarden’ en nr. E55 ‘Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden – uitleg over de schorsingsregeling’).

Welke werknemers kunt u tijdelijk werkloos stellen?

De volgende werknemers kunnen tijdelijk werkloos gesteld worden wegens werkgebrek op grond van economische oorzaken:

  • arbeiders;
  • leerlingen arbeiders die een alternerende opleiding volgen beoogd in artikel 1bis van het KB van 28.11.1969 tot uitvoering van de wet van 27.06.1969 tot herziening van de besluitwet van 28.12.1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (met name de leerlingen met een industrieel leercontract, met een leercontract van de middenstand,...);
  • uitzendkrachten als:
    • ofwel het tijdelijk werkloos stellen wegens werkgebrek verenigbaar is met het motief van aanwerving en er een regeling van tijdelijke werkloosheid lopende is voor de vaste werknemers van de afdeling waarin de uitzendkracht is tewerkgesteld;
      Voorbeeld: een uitzendkracht die een werkneemster in bevallingsverlof vervangt of die ter beschikking wordt gesteld van een gebruiker om een vacante betrekking in te vullen met het oog op een vaste aanwerving door de gebruiker na afloop van de periode van ter beschikking stelling (het zogenaamde ‘instroommotief’), kan samen met de ploeg waarvan hij deel uitmaakt, tijdelijk werkloos worden gesteld;
    • ofwel de uitzendkracht sinds ten minste 3 maanden is tewerkgesteld bij de gebruiker en er een regeling van tijdelijke werkloosheid lopende is voor de vaste werknemers van de afdeling waarin de uitzendkracht is tewerkgesteld.
      Voorbeeld: een uitzendkracht die al 4 maanden tewerkgesteld is bij dezelfde gebruiker, kan samen met de vaste werknemers van de ploeg tijdelijk werkloos worden gesteld.

In welk geval kunt u een beroep doen op tijdelijke werkloosheid?

U kunt een regeling van tijdelijke werkloosheid ingevolge werkgebrek invoeren indien u het bestaande arbeidsritme in uw onderneming tijdelijk niet kunt handhaven wegens economische oorzaken.

De werknemers blijven verder in dienst, maar de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst wordt tijdelijk volledig of gedeeltelijk geschorst, waardoor eventuele ontslagen kunnen worden vermeden. Zo kan tijdelijke werkloosheid worden aangevraagd om een verminderde activiteit in het laagseizoen op te vangen.

Het werkgebrek moet:

  • te wijten zijn aan economische oorzaken: als het werkgebrek te wijten is aan andere factoren (bv. verbouwingswerken of het herstel of onderhoud van machines), kan geen tijdelijke werkloosheid op grond van werkgebrek wegens economische oorzaken worden aangevraagd. Het werkgebrek mag ook niet te wijten zijn aan een gebrekkige organisatie of aan wanbeheer.
  • een tijdelijk karakter hebben: als werknemers voortdurend tijdelijk werkloos worden gesteld, kan de RVA beslissen dat de werkloosheid een structureel karakter heeft en dat vanaf een bepaalde datum de tijdelijke werkloosheid niet meer zal worden aanvaard.

U moet de economische oorzaken meedelen aan het werkloosheidsbureau van de RVA. In geval van twijfel kan de directeur van het werkloosheidsbureau de ingeroepen economische oorzaken onderzoeken.

Welke regeling kunt u invoeren?

Afhankelijk van het werkgebrek, kunt u een regeling van volledige schorsing of van gedeeltelijke arbeid invoeren.

 

Aard

Modaliteiten

Maximumduur
(+ verplichte werkweek)

Volledige schorsing

0 arbeidsdagen

4 weken (28 kalenderdagen) + verplichte werkweek

Gedeeltelijke arbeid
Grote schorsing

< 3 arbeidsdagen / week
of
< 1 arbeidsweek / 2 weken
(minstens 2 arbeidsdagen)

3 maanden + verplichte werkweek

Gedeeltelijke arbeid
Kleine schorsing

3 arbeidsdagen / week
of
≥ 1 arbeidsweek / 2 weken

12 maanden (RVA)

Wat is een regeling van volledige schorsing?

Een regeling van volledige schorsing is een regeling waarin geen enkele arbeidsdag meer wordt gepresteerd.

Een dergelijke regeling is mogelijk voor maximum 4 weken (28 kalenderdagen) en kan op eender welke dag van de week aanvatten.

Wanneer de maximumduur van 4 weken is bereikt, moet u eerst opnieuw een volledige werkweek invoeren vooraleer u een nieuwe regeling kunt invoeren (volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid) (zie verder ‘In welke gevallen moet u opnieuw een verplichte werkweek invoeren?’).

Wat is een regeling van gedeeltelijke arbeid?

Een regeling van gedeeltelijke arbeid is een regeling waarin arbeidsdagen worden afgewisseld met werkloosheidsdagen.

Het voorziene aantal arbeidsdagen bepaalt voor hoelang een regeling kan worden ingevoerd. Men spreekt van een grote schorsing of een kleine schorsing.

Opmerking: om het voorziene aantal arbeidsdagen te bepalen, wordt een aantal dagen gelijkgesteld met arbeidsdagen. Het gaat om dezelfde dagen als diegene die worden gelijkgesteld met arbeidsdagen voor de toepassing van de verplichte werkweek (zie verder ‘Welke dagen worden gelijkgesteld met een werkhervatting voor de verplichte werkweek?’).

Wat is een grote schorsing?

Een grote schorsing is een schorsing waarin ofwel:

  • minder dan 3 arbeidsdagen per week zijn voorzien;
  • minder dan 1 arbeidsweek op twee weken is voorzien.

Er mogen dus maximum 4 werkloosheidsdagen per week of 8 werkloosheidsdagen per 2 weken vallen (indien gewerkt wordt in een vijfdagenstelsel).

Het minimum aantal arbeidsdagen moet gerespecteerd zijn vanaf de begindatum vermeld in de voorafgaandelijke mededeling (zie verder).

Voorbeeld: er wordt een grote schorsing aangevraagd van woensdag 1/4 t.e.m. dinsdag 30/6 (voor 3 maanden).  Het minimum aantal arbeidsdagen moet gerespecteerd worden vanaf woensdag 1/4. I ndien er telkens gewerkt wordt op maandag (maandag 6/4, maandag 13/4…) dan is voldaan aan de grote schorsing aangezien er minstens 1 arbeidsdag per week valt (vb. in de week van woensdag 1/4 t.e.m. dinsdag 7/4 wordt gewekt op maandag 6/4).

Een dergelijke regeling kan voor maximum 3 maanden worden aangevraagd.

De termijn van 3 maanden kan 3 kalendermaanden zijn, of 3 maanden van datum tot datum of 13 kalenderweken.

Opgepast: een regeling waarbij slechts 1 arbeidsdag op 2 weken voorzien wordt, wordt gelijkgesteld met een volledige schorsing en kan dus maar voor maximum 4 weken worden aangevraagd.

Wanneer de maximumduur van 3 maanden is bereikt, moet u eerst opnieuw een volledige werkweek invoeren vooraleer u een nieuwe regeling kunt aanvragen (volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid) (zie verder ‘In welke gevallen moet u een verplichte werkweek invoeren?’).

Wat is een kleine schorsing?

Een kleine schorsing is een schorsing waarin ofwel:

  • minstens 3 arbeidsdagen per week zijn voorzien;
  • minstens1 arbeidsweek op twee weken.

Er mogen dus maximum 2 werkloosheidsdagen per week of 5 werkloosheidsdagen per 2 weken vallen (indien gewerkt wordt in de vijfdagenweek).

Het minimum aantal arbeidsdagen moet ook hier gerespecteerd zijn vanaf de begindatum vermeld in de voorafgaandelijke mededeling (zie verder).

Voorbeeld: er wordt een kleine schorsing aangevraagd van woensdag 1/4 t.e.m. maandag 31/8 (voor 5 maanden).  Er wordt telkens gewerkt op vrijdag, maandag en dinsdag. Per week, te rekenen vanaf woensdag 1/4 zijn er minstens 3 arbeidsdagen per week (vb. in de week van 1/4 t.e.m.7/4 wordt er gewerkt op vrijdag 3/4, maandag 6/4 en dinsdag 7/4), er is dus voldaan aan de kleine schorsing.
Dit is ook het geval indien er gewerkt zou worden van woensdag 8/4 t.e.m. dinsdag 14/4 aangezien er een volledige arbeidsweek gelegen is in de periode van 1/4 tot 14/4.

Een dergelijke regeling kan voor langer dan 3 maanden worden aangevraagd. Dit betekent echter niet dat de regeling voor onbepaalde duur kan worden ingevoerd. Er moet steeds een einddatum worden vermeld met een maximum van 12 maanden.

Wat indien u de toegelaten maximumduur overschreden heeft?

Indien u de werkloosheid laat voortduren tot na de toegelaten maximumduur, moet u loon betalen voor de periode die die datum overschrijdt.

Voorbeeld: u voert een volledige schorsing in van 4 weken. Indien u de werkloosheid laat voortduren, moet u loon betalen vanaf de 5de week.

Dat is ook het geval indien u de werkloosheid laat voortduren tot na de einddatum die u heeft meegedeeld, zelfs indien de toegelaten maximumduur nog niet bereikt is.

Verlengen bepaalde gebeurtenissen de duur van een regeling?  

Andere vormen van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (bv. ziekte) verlengen de duur van de ingevoerde regeling niet.

U kunt echter wel expliciet een periode van collectieve sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie of inhaalrust uitsluiten in uw mededeling. In dat geval mag de totale duur van de volledige schorsing of van de regeling van gedeeltelijke arbeid (gelegen vóór en na de sluitingsperiode) de toegelaten maximumduur niet overschrijden (zie verder ‘Kunt u een periode van collectieve sluiting van de onderneming uitsluiten in de mededeling?’).

Gelden deze regelingen ook voor de arbeiders die deeltijds werken ?

De hiervoor vermelde regelingen gelden ook voor de deeltijdse werknemers. Om de maximumduur van de schorsing te bepalen, houdt men rekening met het arbeidsregime van de voltijdse werknemer in de onderneming of de afdeling (en dus niet met het individuele werkrooster van de deeltijds werknemer).

Dat betekent o.a. dat:

  • als u een kleine schorsing (minstens 3 arbeidsdagen per week) voorziet, dat deze regeling ook geldt voor de deeltijdse werknemers, zelfs al leidt dit ertoe dat zij minder dan 3 dagen per week tewerkgesteld zullen zijn;
  • als u een grote schorsing (minder dan 3 arbeidsdagen per week) voorziet, dat deze regeling ook geldt voor de deeltijdse werknemers, zelfs al leidt dit ertoe dat zij in de betrokken week niet meer tewerkgesteld zullen zijn.

Voorbeeld: een deeltijdse werknemer werkt op maandag, dinsdag en woensdag. U stelt de afdeling waarin de betrokken werknemer tewerkgesteld is tijdelijk werkloos op maandag, dinsdag en woensdag voor 3 maanden (grote schorsing). Deze regeling leidt ertoe dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor de deeltijdse werknemer 3 maanden volledig geschorst wordt.

In welke gevallen moet u een verplichte werkweek invoeren?

Wanneer de regeling van volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid de wettelijke maximumduur van 4 weken of 3 maanden bereikt, moet u gedurende een volledige week opnieuw de regeling van volledige arbeid invoeren, vooraleer u een nieuwe regeling (volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid) kunt invoeren.

Onder volledige werkweek wordt een ononderbroken periode van 7 kalenderdagen verstaan (bv. van woensdag tot en met dinsdag van de volgende week).

De deeltijdse werknemer die één kalenderweek werkt volgens zijn normale deeltijdse arbeidsregeling, voldoet aan de vereiste van de verplichte werkweek.

Als u de verplichte werkweek niet naleeft, moet u een loon betalen voor het ontbrekend aantal dagen.

Welke dagen worden gelijkgesteld met een werkhervatting voor de verplichte werkweek?

Een aantal dagen wordt gelijkgesteld met een effectieve werkhervatting (KB van 03.05.1999 tot vaststelling van sommige afwezigheden die gelijkgesteld worden met de herinvoering van een regeling van volledige arbeid nadat de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken de maximumduur heeft bereikt). Het gaat o.a. om feestdagen, individueel genomen vakantiedagen, dagen inhaalrust ingevolge overuren of in het kader van de arbeidsduurvermindering, ziektedagen.

Tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer en een periode van collectieve sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie, worden niet gelijkgesteld. Indien een van deze gebeurtenissen zich voordoen in de verplichte werkweek, moet die worden verlengd met het aantal niet-gewerkte dagen ten gevolge van deze gebeurtenis.

Voorbeeld: van maandag tot vrijdag is een verplichte werkweek. Indien op woensdag niet gewerkt kan worden wegens slecht weer, kunnen de werknemers pas vanaf dinsdag van de daaropvolgende week tijdelijk werkloos worden gesteld, ook indien u tijdig de formaliteiten heeft verricht om tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek in te voeren vanaf maandag van de daaropvolgende week.

Wie verricht de formaliteiten in geval van tijdelijke werkloosheid?

U of uw sociaal secretariaat, als uw mandataris.

Indien u gebruik maakt van uitzendkrachten, kunnen bepaalde formaliteiten, naar keuze, verricht worden door u (of uw sociaal secretariaat) of door het uitzendkantoor, terwijl andere formalteiten verplicht dienen verricht te worden door het uitzendkantoor (zie verder, bij de bedoelde formaliteiten).

Welke formaliteiten moet u vervullen VOOR de aanvang van de tijdelijke werkloosheid?

  • De arbeiders in kennis stellen van de voorziene werkloosheid;
  • Een voorafgaandelijke mededeling versturen aan de RVA;
  • Een mededeling doen aan de ondernemingsraad (of aan de vakbondsafgevaardigde).

Deze formaliteiten worden hierna verder uitgelegd.

De kennisgeving van de voorziene werkloosheid aan de arbeiders

Wanneer moet de kennisgeving gebeuren?

Ten minste zeven kalenderdagen vóór de 1ste voorziene werkloosheidsdag, de dag van de kennisgeving (aanplakking of individuele kennisgeving - zie verder) en de eerst voorziene werkloosheidsdag niet inbegrepen.

Voorbeeld: als de aanplakking gebeurt op maandag, kan de periode van werkloosheid ten vroegste ingaan vanaf dinsdag van de daaropvolgende week.

Hoe moet de kennisgeving gebeuren?

Door aanplakking op een goed zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming of door een individuele kennisgeving geadresseerd aan de werkloos gestelde arbeiders. De individuele kennisgeving is vooral bedoeld voor werknemers die op het ogenblik van de aanplakking in de onderneming afwezig zijn (bv. ten gevolge van ziekte of verlof), zodat ook zij tijdig op de hoogte gebracht worden van de geplande regeling van tijdelijke werkloosheid.

Welke vermeldingen moet de kennisgeving bevatten?

De kennisgeving moet de volgende vermeldingen bevatten:

  • de identiteit van de werknemers die u werkloos stelt (naam, voornaam, INSZ-nummer) of de afdeling waar tijdelijke werkloosheid wordt ingevoerd;
  • het aantal werkloosheidsdagen en de data waarop elke werknemer werkloos zal zijn;
  • het begin en het einde van de regeling.

De voorafgaandelijke mededeling aan de RVA

Wanneer moet u de voorafgaandelijke mededeling doen?

Op dezelfde dag van de aanplakking of van de individuele kennisgeving aan de werknemers (dus ook ten minste 7 kalenderdagen vóór de 1ste voorziene werkloosheidsdag).

Wie verstuurt de voorafgaandelijke mededeling voor de arbeiders uitzendkrachten?

U of het uitzendkantoor.  Indien u de mededeling verstuurt, vermeldt u in de mededeling de hoedanigheid van de uitzendkracht en het KBO-nummer van het uitzendkantoor.

Naar waar moet de vooragaandelijke mededeling verstuurd worden?

De mededeling moet verstuurd worden naar het werkloosheidsbureau van de plaats waar uw onderneming gevestigd is. Hiermee wordt de exploitatiezetel van de onderneming bedoeld en niet de maatschappelijke zetel.

Hoe moet u de voorafgaandelijke mededeling doen?

De mededeling moet verplicht elektronisch verstuurd worden (via het web) of via een gestructureerde elektronische boodschap (via batch).

Hoe kunt u een mededeling versturen via batch?

U vindt u alle nodige informatie voor het versturen van een gestructureerde boodschap op de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be > rubriek Onderneming > Sociale risico’s > Tijdelijke werkloosheid > Help > Helpcentrum).

Hoe kunt u een mededeling versturen via het web?

Via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be > rubriek Onderneming > Sociale risico’s > Tijdelijke werkloosheid).

Om een elektronische aangifte te kunnen verrichten, moet de onderneming toegang hebben tot de beveiligde onlinediensten van de Sociale Zekerheid.

  • Indien u al over een toegang voor uw onderneming beschikt, kunt u zich aanmelden met uw elektronische identiteitskaart of uw gebruikersnaam en een wachtwoord (www.socialsecurity.be > rubriek Onderneming > aanmelden);
  • Indien u nog niet over een toegang voor uw onderneming beschikt, moet een verantwoordelijke van uw onderneming een elektronische aanvraag tot registratie indienen (www.socialsecurity.be > rubriek Onderneming > registreren) en:
    • ofwel deze ondertekenen met zijn elektronische identiteitskaart en online versturen;
    • ofwel deze afdrukken, ondertekenen en per post opsturen.

Als u problemen heeft in verband met de toegang, kunt u het contactcenter eranova contacteren (tel. 02 511 51 51, of via het contactformulier op de portaalsite).

Zijn er uitzonderingen op het elektronisch verzenden van de mededeling?

U kunt de elektronische mededeling vervangen door:

  • ofwel een mededeling die aangetekend per post wordt verstuurd;
  • ofwel door een fax naar het werkloosheidsbureau van de RVA van de plaats waar de exploitatiezetel van de onderneming is gevestigd.

Dat is enkel mogelijk in de volgende 3 gevallen:

Eerste mededeling:

U verricht voor het eerst een mededeling tijdelijke werkloosheid of u verricht opnieuw een mededeling tijdelijke werkloosheid na een periode van onderbreking van 24 maanden (berekend van datum tot datum).

Bij ontvangst van uw mededeling per aangetekend schrijven of per fax, zal het werkloosheidsbureau u een brief sturen met informatie over de verplichting om de mededeling elektronisch te verrichten en over de uitzonderingen op dit principe, zodat u zich bij een volgende mededeling kunt aanpassen.

Ontbreken van de nodige informaticamiddelen:

U beschikt niet over de nodige informaticamiddelen om een elektronische mededeling te verrichten en u heeft een vrijstelling van elektronische mededeling gekregen van de directeur van het werkloosheidsbureau van de RVA.

U kunt die vrijstelling aanvragen met een gewone brief gericht aan de dienst Tijdelijke Werkloosheid van het werkloosheidsbureau van de RVA van de plaats waar de onderneming is gevestigd.

De aanvraag om vrijstelling bevat de volgende verklaring op eer: ‘Ik bevestig op eer dat ik niet over de nodige informaticamiddelen beschik voor het verzenden van een elektronische mededeling aangezien … (u vermeldt de redenen, bv. ‘…ik niet over een internetverbinding beschik’). Ik vraag dan ook een vrijstelling van het elektronisch verrichten van mijn mededelingen tijdelijke werkloosheid vanaf DD/MM/JJ, en dit voor een periode van 24 maanden, berekend van datum tot datum.’

De vrijstelling wordt toegekend voor een periode van 24 maanden en kan opnieuw worden toegekend mits de indiening van een nieuwe aanvraag.

Technische problemen:

U kunt de mededeling niet elektronisch verrichten omwille van technische problemen (tijdelijk probleem met de internetverbinding, computerpanne ...).

In dat geval vermeldt u in de aangetekende zending of in de fax die de mededeling bevat met welk technisch probleem u geconfronteerd wordt.

Welke vermeldingen moet de voorafgaandelijke mededeling aan de RVA bevatten?

De mededeling aan de RVA moet dezelfde vermeldingen bevatten als de kennisgeving aan de werknemers, met uitzondering van de data waarop de arbeiders werkloos zullen zijn (enkel het voorziene schorsingsregime moet vermeld worden).  De mededeling moet eveneens de economische oorzaken vermelden die de volledige schorsing of het stelsel van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.

Indien de kennisgeving via een aangetekende brief gebeurt, moet deze bovendien de naam van de werkgever, zijn adres en ondernemingsnummer vermelden.

Kunt u een periode van collectieve sluiting van de onderneming uitsluiten in de mededeling?

U kunt een periode van collectieve sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie of wegens inhaalrust uitdrukkelijk uitsluiten in uw mededeling op voorwaarde dat de totale duur van de volledige schorsing of de regeling van gedeeltelijke arbeid (gelegen vóór en na de periode van de sluiting) de toegelaten maximumduur niet overschrijdt.

Voorbeeld: u kunt een mededeling volledige schorsing voor 5 weken doen waarin een week collectieve sluiting valt. In de rubriek ‘opmerkingen’ van de elektronische mededeling vermeldt u de begin- en de einddatum van de periode van collectieve sluiting.

Wat gebeurt er na verzending van de voorafgaandelijke mededeling?

Van elke elektronische mededeling ontvangt u een ontvangstbericht met een uniek nummer en de inhoud van de mededeling. U heeft de mogelijkheid om de elektronische mededelingen te consulteren (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch, afhankelijk van de manier van communicatie die u heeft gebruikt). Indien nodig, kunt u een elektronische mededeling annuleren of wijzigen.

Het bevoegde werkloosheidsbureau kijkt na of de mededeling conform is met de reglementering (bv. of de toegelaten maximumduur of de termijn voor de mededeling is gerespecteerd).

  • Indien de mededeling reglementair in orde is, wordt de inhoud ervan ingebracht in een databank die ter beschikking staat van de uitbetalingsinstellingen (HVW, ACLVB, ACV, ABVV). Zij raadplegen die gegevens met het oog op het correct uitbetalen van uitkeringen aan de tijdelijk werklozen.
  • Indien de mededeling reglementair niet in orde is, wordt u hiervan op de hoogte gebracht door het werkloosheidsbureau. U kunt uw situatie dan zo snel mogelijk regulariseren door een nieuwe mededeling te versturen of door de ontbrekende gegevens over te maken. Als de mededeling niet in orde is, voorziet de wet een loonsanctie (zie verder ‘Wat indien u de mededelingen niet of laattijdig verstuurd heeft aan de RVA?’).

Wat indien u de voorafgaandelijke mededeling niet of niet tijdig verstuurt?

Zie verder ‘Wat indien u de mededelingen niet of laattijdig verstuurd heeft aan de RVA?’

De mededeling aan de ondernemingsraad (of aan de vakbondsafgevaardigde)

De dag zelf van de kennisgeving van de voorziene werkloosheid aan de arbeiders, moet u de economische redenen die de invoering van tijdelijke werkloosheid rechtvaardigen, meedelen aan de ondernemingsraad, of als er in de onderneming geen ondernemingsraad is, aan de vakbondsafgevaardigde.

Welke formaliteiten moet u vervullen bij de AANVANG van de tijdelijke werkloosheid?

  • U moet maandelijks een controleformulier C3.2A afleveren aan elke arbeider die u tijdelijk werkloos stelt;
  • U moet maandelijks aan de RVA mededeling doen van de 1ste effectieve werkloosheidsdag voor elke arbeider;
  • een formulier C3.2-WERKGEVER overhandigen of een elektronische aangifte doen (ASR scenario 2), indien de arbeider een uitkeringsaanvraag moet indienen.

Deze formaliteiten worden hieronder toegelicht.

Maandelijks afleveren van een controleformulier C3.2A aan de arbeiders

Wanneer moet u het formulier C3.2A afleveren?

U moet, op eigen initiatief, ten laatste op de eerste effectieve werkloosheidsdag van de maand, vóór het normale aanvangsuur van het werk, aan elke arbeider die u tijdelijk werkloos stelt een controleformulier tijdelijke werkloosheid C3.2A afleveren.

Indien de tijdelijke werkloosheid de volgende maand doorloopt, moet u een nieuw formulier C3.2A overhandigen vóór de eerste effectieve werkloosheidsdag van die maand.

Wie levert het formulier C3.2A af voor de arbeiders uitzendkrachten?

U of het uitzendkantoor.

Hoe moet u het formulier C3.2A afleveren?

Vooraleer het formulier af te leveren, moet u de identiteitsgegevens en de betrokken maand invullen en moet u het nummer van het formulier vermelden in het validatieboek.

U heeft de keuze tussen het bijhouden van een papieren validatieboek of het gebruik van een elektronisch validatieboek via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be, rubriek Onderneming > Sociale risico’s > Validatieboek). Voor meer informatie, zie het infoblad nr. E20 met als titel ‘Het validatieboek’.

Indien u zelf het formulier C3.2A overhandigt aan de arbeiders uitzendkrachten, dan moet u een papieren validatieboek gebruiken voor deze werknemers.

Hoeveel formulieren C3.2A?

U mag per maand en per arbeider slechts één controleformulier C3.2A afleveren, zelfs indien er in de loop van de maand meerdere vormen van tijdelijke werkloosheid zijn.

Wat moet de arbeider doen met het formulier C3.2A?

De arbeider moet het formulier steeds in zijn bezit hebben vanaf de eerste effectieve werkloosheidsdag tot het einde van de maand en kunnen voorleggen aan de sociaal inspecteur wanneer die daarom vraagt.

Vanaf de eerste werkloosheidsdag tot het einde van de maand, moet de arbeider het formulier invullen volgens de instructies die erop vermeld staan. Zo moet hij o.a. (vóór de aanvang van het werk) alle arbeidsprestaties vermelden die hij verricht voor zichzelf of voor een derde, alsook de ziektedagen, de vakantiedagen en de niet-gepresteerde dagen gedekt door loon.

Op het einde van de maand moet de arbeider zijn controleformulier C3.2A indienen bij zijn uitbetalingsinstelling (HVW, ACLVB, ACV, ABVV).

Wat als de arbeider zijn C3.2A verliest?

Als de arbeider het controleformulier C3.2A verliest, mag u hem geen nieuw formulier afleveren.

In geval van verlies moet de arbeider zo vlug mogelijk aan het bevoegde werkloosheidsbureau een blanco controleformulier C3.2A vragen, waarop het werkloosheidsbureau zijn stempel zet en de vermelding ‘duplicaat’. De arbeider kan dat doen door persoonlijk langs te gaan of via zijn uitbetalingsinstelling. Dat duplicaat is vergoedbaar voor de periode die aanvangt op de dag waarop het bureau werd gecontacteerd. Voor de voorliggende periode daarvoor zal de directeur van het werkloosheidsbureau oordelen of het duplicaat al dan vergoedbaar is. In principe kan één keer per jaar een duplicaat worden gevraagd.

Wat als de arbeider zich vergist bij het invullen van zijn C3.2A?

Als de arbeider doorhalingen heeft aangebracht op zijn controleformulier C3.2A, mag u hem geen nieuw formulier afleveren.

Als hij zich vergist heeft bij het invullen van zijn controleformulier, moet hij contact opnemen met het bevoegde werkloosheidsbureau (door zich persoonlijk aan te melden of via zijn uitbetalingsinstelling).  In principe zijn doorgehaalde, geschrapte, met typex verbeterde, foutief of op dubbelzinnige wijze ingevulde dagen op de controlekaart niet vergoedbaar.  De directeur van het werkloosheidsbureau kan evenwel de dagen vergoedbaar verklaren als de arbeider te goeder trouw is en het enkel gaat om een materiële vergissing.  Het is echter aan de arbeider om het bestaan van een materiële vergissing te bewijzen. 

Hij kan dat doen door bij zijn controlekaart een verklaring op eer toe te voegen. De directeur van het werkloosheidsbureau zal o.a. rekening houden met het al dan niet repetitief karakter van de aanvraag. Een aanvraag wordt beschouwd als repetitief als er in de loop van het jaar voorafgaand aan de nieuwe aanvraag voor afwijking reeds een afwijking werd toegestaan.

Waar kunt u blanco formulieren C3.2A bekomen?

De controleformulieren C3.2A zijn genummerd en kunnen niet worden afgedrukt. U kunt gratis blanco exemplaren van het formulier C3.2A bekomen bij de dienst Economaat van het werkloosheidsbureau van de RVA.

Onder bepaalde voorwaarden kan het sociaal secretariaat zelf het controleformulier C3.2A afdrukken op gewatermerkt papier (watermerk met het logo van de RVA). In dat geval draagt het controleformulier de benaming ‘C3.2A-S’. Het sociaal secretariaat moet op het controleformulier C3.2A-S een volgnummer vermelden alsook een toelatingsnummer dat het vooraf gekregen heeft van de directie Reglementering van de RVA.

Bij deze procedure kan het gebeuren dat de werkgever de controlekaarten C3.2A-S van zijn sociaal secretariaat niet krijgt omdat er bijvoorbeeld technische problemen zijn, of dat hij ze niet op tijd krijgt, zodat hij ze niet tijdig kan afleveren aan de betrokken werknemer(s).

In dat geval moet hij contact opnemen met het werkloosheidsbureau om het probleem te signaleren en een duplicaat te vragen voor de betrokken werknemer(s).

Maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag aan de RVA

Wanneer moet de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag gebeuren?

U moet elke maand, voor elke arbeider die u tijdelijk werkloos stelt op grond van werkgebrek wegens economische oorzaken, aan de RVA de eerste effectieve werkloosheidsdag van de maand meedelen.

U bent hiervan vrijgesteld indien u gedurende de betrokken kalendermaand reeds een mededeling heeft gedaan van een eerste effectieve werkloosheidsdag wegens slecht weer of technische stoornis voor de betrokken arbeider(s).

De mededeling moet worden verstuurd:

  • ofwel de eerste dag van de effectieve schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst;
  • ofwel de volgende werkdag (*);
  • ofwel, indien u met zekerheid weet dat de arbeider werkloos zal zijn, ten vroegste de vijfde werkdag (*) die voorafgaat aan de eerste effectieve werkloosheidsdag.  De elektronische mededeling aanvaardt de mededeling indien ze ten vroegste de zevende kalenderdag die voorafgaat aan de eerste effectieve werkloosheidsdag is verstuurd.

(*) Onder ‘werkdag’ worden alle dagen van de week verstaan met uitzondering van het weekend, de feestdagen, de vervangende feestdagen en de brugdagen.

Hieruit volgt o.a. dat:

  • voor een deeltijdse arbeider die gewoonlijk werkzaam is van maandag tot woensdag, de mededeling van de eerste werkloosheidsdag:
    • gelegen op maandag, ook mag worden verstuurd op de voorgaande maandag of op de volgende dinsdag;
    • gelegen op woensdag, ook mag worden verstuurd op de voorgaande woensdag of op de volgende donderdag.
  • voor een arbeider tewerkgesteld in weekendoverbruggingsploegen waarvan de eerste werkloosheidsdag valt op een zaterdag, de mededeling ook mag worden verstuurd op de voorgaande maandag of de volgende maandag.
  • In geval van nachtarbeid wordt de eerste werkloosheidsdag geacht gelegen te zijn op de dag waarop de arbeid gewoonlijk wordt aangevat. Hieruit volgt dat voor de arbeider die normaal maandagavond om 22 uur begint te werken in de nachtploeg, de mededeling van de eerste werkloosheidsdag ook mag worden verstuurd op de voorgaande maandag of de volgende dinsdag.

Opgepast: Het is belangrijk dat de voorafgaandelijke mededeling verstuurd wordt vóór de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag (bv. indien er een afwijking geldt op de wettelijke indieningstermijn).

Voorbeeld: in de sector van het drukkerijbedrijf (PC 130), mag de voorafgaandelijke mededeling ten laatste worden verstuurd op de vrijdag voor een regeling die aanvangt op de volgende maandag. Als de voorafgaandelijke mededeling op vrijdag wordt verstuurd, mag de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag ook maar ten vroegste op vrijdag worden verstuurd aangezien er geen geldige mededeling bestaat voor de voorliggende periode.

Wat met een feestdag, vervangende feestdag, brugdag?

Indien een feestdag in het weekend valt, dan wordt de volgende maandag in principe als de vervangende feestdag beschouwd.

Voorbeeld: 11.11 valt op een zondag. Indien de eerste effectieve werkloosheidsdag van de maand valt op vrijdag 09.11, dan moet de mededeling ten laatste worden verstuurd op dinsdag 13.11 (maandag 12.11 wordt beschouwd als de vervangende feestdag).

De elektronische toepassing houdt in eerste instantie geen rekening met vervangingsdagen. Daarom krijgt u, indien u de mededeling elektronisch verstuurt op dinsdag 13.11 een waarschuwing. U mag die boodschap negeren door op ‘volgende’ te klikken. Als de aangifte een dag later gebeurt omwille van:

  • een vervangende feestdag gelegen op de maandag, indien de feestdag gelegen was in het weekend, moet u geen bijkomende informatie vermelden;
  • een vervangende feestdag in een andere hypothese, moet u in de zone opmerkingen het volgende vermelden: ‘##.##.#### = vervangende feestdag voor "##.##.####’. 

Hetzelfde geldt voor collectief vastgelegde brugdagen.

Voorbeeld: de feestdag van 01.11 valt op een donderdag. Vrijdag 02.11 is binnen het bedrijf een collectief vastgelegde brugdag. De eerste effectieve werkloosheidsdag valt op woensdag 31.10. U mag de mededeling ten laatste versturen op maandag 05.11. U vermeldt in de zone opmerkingen ’02.11.#### = collectieve brugdag’.

Wat indien u de mededeling voortijdig verstuurt?

Een mededeling wordt als voortijdig beschouwd indien ze meer dan 5 werkdagen vóór de eerste effectieve werkloosheidsdag gelegen is.

Een voortijdige mededeling wordt gelijkgesteld met geen mededeling en heeft tot gevolg dat er geen recht is op uitkeringen voor de beschouwde maand.

Voorbeeld: op maandag 06.10 stuurt u een mededeling waarin woensdag 15.10 wordt vermeld als eerste effectieve werkloosheidsdag. Dit is een voortijdige mededeling waarmee geen rekening wordt gehouden, zodat er geen uitkeringen mogen worden betaald.

Wat indien u de mededeling niet of laattijdig verstuurt?

Zie verderWat indien u de mededelingen niet of laattijdig verstuurd heeft aan de RVA?’

Wat indien u zich vergist heeft?

Indien de werkgever zich vergist heeft en ten onrechte een mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag heeft verstuurd, dan moet hij de mededeling aan de RVA (in principe via elektronische weg) zo snel mogelijk annuleren. De wet voorziet dat dit moet gebeuren ten laatste de werkdag volgend op de dag die als eerste effectieve werkloosheidsdag is meegedeeld aan de RVA.

Voorbeeld: de werkgever verstuurt op maandag 7.04 een mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag werkgebrek vanaf maandag 14.04.  Door een plotse bestelling kan er verder gewerkt worden. De werkgever heeft tot uiterlijk dinsdag 15.04 de tijd om de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag te annuleren.

De elektronische toepassing laat toe dat de mededeling na deze datum kan geannuleerd worden. Met deze annulatie wordt evenwel geen rekening gehouden indien blijkt dat de werkgever ter kwader trouw is of de annulaties een repetitief karakter vertonen.

Stelt u de arbeiders later in de maand effectief tijdelijk werkloos, dan moet u een nieuwe mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag versturen aan de RVA.

Indien u de eerste - foutieve - mededeling bent vergeten te annuleren vooraleer u een nieuwe mededeling verstuurt, dan zal de RVA u contacteren met de vraag welke mededeling moet worden geannuleerd. Indien u niet reageert, zal de RVA ervan uitgaan dat de tweede mededeling overbodig was. Omdat de eerst medegedeelde datum niet overeenstemt met de eerste werkloosheidsdag vermeld in de ASR scenario 5 (zie verder  Maandelijkse elektronische aangifte - ASR scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden’), mag de uitbetalingsinstelling voor die maand geen uitkering betalen. U bent dan loon verschuldigd voor alle dagen van tijdelijke werkloosheid tot aan het einde van de maand (zie verder  ‘Wat gebeurt er als de mededelingen niet of laattijdig verstuurd worden aan de RVA?’)  

Wat indien de arbeidsovereenkomst op de eerste effectieve werkloosheidsdag omwille van een andere reden geschorst is?

Indien op de eerste effectieve werkloosheidsdag de arbeidsovereenkomst gelijktijdig ook geschorst is omwille van een andere reden (bv. als gevolg van ziekte, individuele vakantie of inhaalrust), dan wordt de mededeling ten aanzien van die arbeider als geldig beschouwd. De arbeider moet die gebeurtenis (ziekte, vakantie …) aanduiden op zijn controleformulier C3.2A en hij zal voor die dagen geen werkloosheidsuitkeringen ontvangen. In dat geval stemt de door u meegedeelde eerste effectieve werkloosheidsdag dus niet overeen met de eerste dag waarvoor werkloosheidsuitkeringen worden toegekend.

Wie verstuurt de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag voor de arbeiders uitzendkrachten?

U of het uitzendkantoor. Indien u de mededeling verstuurt, vermeldt u in de mededeling de hoedanigheid van de uitzendkracht en het KBO-nummer van het uitzendkantoor.  Het is aangewezen dat beide mededelingen, de voorafgaandelijke mededeling en de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag, ofwel door het uitzendkantoor ofwel door de gebruiker worden verstuurd.

Naar waar moet de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag verstuurd worden?

De mededeling moet verstuurd worden naar het werkloosheidsbureau van de plaats waar uw onderneming gevestigd is. Hiermee wordt de exploitatiezetel van uw onderneming bedoeld en niet de maatschappelijke zetel.

Het is belangrijk dat de voorafgaandelijke mededeling en de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag door dezelfde entiteit verstuurd wordt (zelfde KBO-nummer en postcode).  Er kunnen slechts uitkeringen worden betaald indien voor elke arbeider beide mededelingen in orde zijn en aan elkaar kunnen worden gekoppeld.

Voorbeeld: tijdens een lopende regeling van tijdelijke werkloosheid verhuist een exploitatiezetel van een onderneming (andere postcode).  In de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag wordt het nieuw adres van de exploitatiezetel vermeld.  Opdat deze mededeling gekoppeld kan worden aan de voorafgaandelijke mededeling, moeten ook de identificatiegegevens van de voorafgaandelijke mededeling aangepast worden. U kunt dit doen door de lopende voorafgaandelijke mededeling stop te zetten en voor het resterend gedeelte een nieuwe voorafgaandelijke mededeling te doen op het nieuw adres.

Hoe moet u de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag versturen?

Via het web of via batch (zie de voorafgaandelijke mededeling).

Welke vermeldingen moet de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag bevatten?

De maandelijkse mededeling aan de RVA moet de volgende vermeldingen bevatten:

  • uw naam, adres en ondernemingsnummer of die van de onderneming;
  • de naam, de voornaam, het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werkloos gestelde arbeider (er kunnen meerdere arbeiders in één mededeling worden vermeld);
  • de eerste dag waarop de arbeidsovereenkomst van de betreffende arbeider(s) in de beschouwde maand geschorst wordt wegens werkgebrek.
  • het volledig adres van de plaats waar de arbeider die dag normaal zou hebben gewerkt. Die verplichting maakt het de controlediensten mogelijk de echtheid van de werkloosheid te controleren.
    Er wordt u gevraagd of de plaats van tewerkstelling de exploitatiezetel is.
    • de plaats van tewerkstelling gelijk is aan de exploitatiezetel, dan duidt u dat aan en dan wordt automatisch het adres van de exploitatiezetel ingevuld;
    • Indien de plaats van tewerkstelling verschillend is van de exploitatiezetel, dan vraagt de elektronische toepassing u om het werfadres in te vullen.

Voorbeeld: het uitzendkantoor verricht alle formaliteiten betreffende de mededeling. Als werfadres wordt het adres van de gebruiker vermeld waar de uitzendkracht tijdelijk werkloos wordt gesteld.

Wat moet u vermelden bij verschillende tewerkstellingsplaatsen?
  • Indien er verschillende vaste tewerkstellingsplaatsen zijn, dan wordt de plaats van tewerkstelling vermeld waar de betrokken arbeider in de beschouwde maand voor het eerst tijdelijk werkloos wordt gesteld.
    Dat is bijvoorbeeld het geval voor dienstencheque-ondernemingen, schoonmaakfirma’s en cateringbedrijven.
    Voorbeeld: voor een arbeider tewerkgesteld door een dienstencheque-onderneming valt een opdracht van een klant weg omdat die met verlof is. Als plaats van tewerkstelling wordt het adres vermeld waar de arbeider normaal die dag tewerkgesteld zou zijn geweest.
    Uitzonderlijk kan het adres van de exploitatiezetel worden meegedeeld indien er tijdelijk niet genoeg klanten/opdrachten meer zijn.
    Voorbeeld: een dienstencheque-onderneming heeft tijdelijk niet genoeg klanten om een arbeider tewerk te stellen voor de totaliteit van de contractueel overeengekomen uren. In een dergelijk geval mag het adres van de exploitatiezetel worden opgegeven.
    Opgepast: het moet hier gaan om een uitzonderlijke situatie die te wijten is aan een tijdelijk werkgebrek. Indien het werkgebrek aanhoudt, kan dat leiden tot een onderzoek naar structurele werkloosheid en kan de tijdelijke werkloosheid worden geweigerd
  • Als de arbeiders geen vaste tewerkstellingsplaats(en) hebben, wordt de exploitatiezetel vermeld als tewerkstellingsplaats.
    Dat is bijvoorbeeld het geval voor de arbeiders van de transportsector of voor de arbeiders tewerkgesteld in vlinderploegen (werknemers die inspringen om afwezige werknemers te vervangen) of vliegende ploegen.
  • Indien de arbeiders op verschillende sites van één bedrijf tewerkgesteld worden, dan mag in plaats van het adres van de laatste tewerkstellingsplaats, het adres van de belangrijkste tewerkstellingsplaats worden vermeld. Dat kan bijvoorbeeld de plaats zijn waar de personeelsadministratie wordt bijgehouden.

Wat gebeurt er na verzending van de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag?

Van elke elektronische mededeling ontvangt u een ontvangstbericht met vermelding van een uniek nummer en de inhoud van de mededeling. U heeft de mogelijkheid om de elektronische mededelingen te consulteren (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch, afhankelijk van de manier van communicatie die u heeft gebruikt). Indien nodig kunt u de mededeling annuleren binnen een termijn lopend van de 5de werkdag voorafgaand aan de vermelde 1ste effectieve dag en de werkdag die erop volgt (zie hierboven ‘Wat indien u zich vergist heeft?’).

Het bevoegde werkloosheidsbureau verifieert of de mededeling conform is aan de reglementering (vb. of een voorafgaandelijke mededeling is verstuurd en of de termijn voor de mededeling van de 1ste effectieve dag werd nageleefd …).

  • Indien de mededeling reglementair in orde is, wordt de inhoud ervan ingebracht in een databank die ter beschikking staat van de uitbetalingsinstellingen (HVW, ACLVB, ACV, ABVV).  Zij raadplegen die gegevens met het oog op het correct uitbetalen van uitkeringen aan de tijdelijk werklozen.
  • Indien de mededeling reglementair niet in orde is, wordt u daarvan op de hoogte gebracht door het werkloosheidsbureau. U kunt uw situatie dan zo snel mogelijk regulariseren door een nieuwe mededeling te versturen of door de ontbrekende gegevens over te maken. Als de mededeling niet in orde is, voorziet de wet een loonsanctie (zie verder ‘Wat indien u de mededelingen niet of laattijdig verstuurd heeft aan de RVA?’).

De aflevering van een formulier C3.2-WERKGEVER voor de indiening van een uitkeringsaanvraag of elektronische aangifte (ASR scenario 2)

Wanneer moet u een formulier C3.2-werkgever ‘uitkeringsaanvraag’ afleveren of een ASR scenario 2 doen?

Wanneer de arbeider een uitkeringsaanvraag moet indienen, d.w.z.:

  • bij de eerste tijdelijke werkloosheid van de arbeider in uw onderneming;
  • op vraag van de werknemer, in geval van tijdelijke werkloosheid werkgebrek wegens economische oorzaken, indien zijn toelaatbaarheid tot het recht op uitkeringen bij een vorige uitkeringsaanvraag tijdelijke werkloosheid nog niet is vastgesteld (zie verder ‘hebben de arbeiders recht op werkloosheidsuitkeringen?’)
  • indien hij opnieuw tijdelijk werkloos wordt gesteld na een onderbreking van de uitkeringen tijdelijke werkloosheid van minstens 36 maanden;
  • indien hij opnieuw tijdelijk werkloos wordt gesteld na een wijziging van zijn contractuele arbeidsregeling (de factor Q of S) (bv. indien hij deeltijds gaat werken of in loopbaanonderbreking of tijdskrediet gaat).

U moet van bij de aanvang van de werkloosheid én op uw eigen initiatief, aan de arbeider een formulier C3.2-werkgever dienstig als uitkeringsaanvraag overhandigen of een ASR scenario 2 doen (die het formulier C 3.2-WERKGEVER vervangt) via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be > Onderneming > Sociale risico’s > ASR > Werkloosheid > Scenario 2 ‘Aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden’) of via batch. Op grond hiervan kan de RVA het bedrag van de uitkering berekenen waarop de arbeider recht heeft.
Indien u de aangifte elektronisch doet, overhandigt u, ter informatie, een print van de elektronische aangifte aan de arbeider.

De elektronische aangifte - ASR scenario 5

Indien het gaat om arbeiders uitzendkrachten, moet de ASR altijd verricht worden, of het formulier afgeleverd worden, door het uitzendkantoor.

Wat moet de arbeider doen met het formulier C3.2-werkgever / de print van de ASR scenario 2?

De arbeider dient het formulier C3.2-werkgever zo vlug mogelijk in bij zijn uitbetalingsinstelling.  De uitkeringsaanvraag moet op het werkloosheidsbureau toekomen uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin de arbeider tijdelijk werkloos wordt gesteld. 

Voorbeelden:

  • De arbeider wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 16 juni. De uitkeringsaanvraag moet op het werkloosheidsbureau toekomen ten laatste op 31 augustus.
  • De arbeider wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 1 juli. De uitkeringsaanvraag moet ten laatste op 30 september toekomen op het werkloosheidsbureau.
  • De arbeider wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 31 juli. De uitkeringsaanvraag moet ook ten laatste op 30 september toekomen op het werkloosheidsbureau.

De uitbetalingsinstelling laat de arbeider een formulier C3.2-werknemer invullen.
Indien u een elektronische aangifte heeft verricht, neemt de arbeider contact op met zijn uitbetalingsinstelling om een formulier C 3.2-werknemer in te vullen.
De uitbetalingsinstelling zorgt verder voor het verkrijgen van de ASR scenario 2. De arbeider houdt, ter informatie, de print van de ASR bij die u hem heeft overhandigd.

Waar kunt u blanco formulieren C3.2-werkgever krijgen?

U kunt blanco formulieren C 3.2-werkgever krijgen bij de dienst Economaat van het werkloosheidsbureau van de RVA. U kunt dit model ook zelf afdrukken (www.rva.be > rubriek ‘Documentatie’ > ‘Formulieren – Attesten’).

Welke formaliteiten moet u vervullen TIJDENS de periode van tijdelijke werkloosheid?

  • Overhandig een nieuw formulier C3.2A overhandigen aan de arbeiders vóór de 1ste werkloosheidsdag van elke maand en deel de RVA de eerste effectieve werkloosheidsdag voor elke arbeider mee aan (zie hierboven ‘Maandelijks afleveren van een controleformulier C3.2A aan de arbeiders’ en ‘Maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag van de maand aan de RVA’);
  • Verricht maandelijks, na afloop van de maand, een elektronische aangifte (ASR scenario 5) voor de werkloos gestelde arbeiders;
  • Indien de contractuele arbeidsduur wijzigt (de factor Q of S) levert u hem een nieuw formulier C3.2-WERKGEVER ‘uitkeringsaanvraag’ af of doet u een ASR scenario 2 (zie hierboven ‘Wanneer moet u een formulier C3.2-werkgever ‘uitkeringsaanvraag’ afleveren?’);
  • Indien u een arbeider aanwerft wanneer er al een regeling van tijdelijke werkloosheid lopende is, moet u de arbeider hierover tijdig informeren en, zo nodig, tijdig een nieuwe mededeling sturen naar de RVA;
  • Indien u het aantal werkloosheidsdagen verhoogt of overgaat van een regeling van gedeeltelijke arbeid naar volledige schorsing, doet u een nieuwe kennisgeving / mededeling aan alle partijen (behalve aan de ondernemingsraad);
  • Indien u een lopende regeling wil stopzetten, informeert u de arbeiders en het werkloosheidsbureau van de RVA daarover en voert u vóór het verstrijken van de maximumduur van 4 weken of 3 maanden gedurende minstens 7 dagen opnieuw de volledige arbeidsregeling in.

De formaliteiten die nog niet zijn uitgelegd, worden hierna verder toegelicht.

Maandelijkse elektronische aangifte - ASR scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden’

Wanneer een ASR scenario 5 verrichten?

Na het einde van de maand en op uw eigen initiatief, doet u een ASR scenario 5

Wie verricht de ASR scenario 5 voor arbeiders uitzendkrachten?

Voor arbeiders uitzendkrachten, moet de ASR altijd verricht worden door het uitzendkantoor, met vermelding van uw KBO-nummer.

Hoe en waarom een ASR scenario 5 verrichten?

U verricht de elektronische aangifte via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be > Onderneming > Sociale risico’s > ASR > Werkloosheid > Scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden’) of via batch en u overhandigt een print van de elektronische aangifte aan de arbeider.

U vermeldt het aantal uren dat de werknemer tijdelijk werkloos geweest is voorafgegaan door een code toegekend volgens de aard van de tijdelijke werkloosheid.

Indien u in de voorafgaandelijke mededeling aan de RVA enkel melding heeft gemaakt van de afdeling waar tijdelijke werkloosheid wordt ingevoerd (en niet de identiteit van de werkloos gestelde werknemers), moet u melding maken van de naam van de afdeling en het uniek ontvangstnummer van uw mededeling.

Aan de hand van de controlekaart C 3.2A en de ASR scenario 5, kunnen de uitbetalingsinstelling en de RVA het aantal uitkeringen berekenen waarop de arbeider recht heeft.

Welke dagen mag u niet opgeven als dagen tijdelijke werkloosheid?

U mag de arbeider niet tijdelijk werkloos stellen op de volgende dagen:

  • wettelijke feestdagen (of de vervangingsdagen ervan) die gelegen zijn in een periode van tijdelijke werkloosheid. U bent loon verschuldigd voor die dagen. Voor een aantal feestdagen (afhankelijk van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid tijdens het betrokken kalenderjaar), geniet u een vermindering van sociale bijdragen;
  • dagen waarvoor u loon moet betalen (bv. 7 dagen loon in geval van laattijdige mededeling  zonder regularisatie) of gewaarborgd dagloon (in toepassing van artikel 27 van de wet op de arbeidsovereenkomsten);
  • de dagen waarop de arbeider normaal niet werkt (bv. de zaterdag als dat de normale inactiviteitsdag is);
  • volledig verworven inhaalrustdagen waarop de werknemer recht heeft als gevolg van arbeid op een zondag, een feestdag of het presteren van overuren. De werknemer moet eerst die dagen inhaalrust uitputten vooraleer hij tijdelijk werkloos kan worden gesteld wegens economische oorzaken (artikel 51 bis van de wet op de arbeidsovereenkomsten). Dat geldt ook voor volledige inhaalrustdagen verworven als gevolg van overschrijdingen van de arbeidsduur in het kader van de invoering van flexibele arbeidsregelingen.

    De volgende inhaalrustdagen moeten niet eerst worden uitgeput:
    • inhaalrust die niet minstens een volledige dag bedraagt;
    • inhaalrust – al dan niet collectief vastgelegd – toegekend in het kader van arbeidsduurvermindering.

Opgepast: U kunt de werknemer slechts tijdelijk werkloos stellen voor een volledige arbeidsdag, d.w.z. voor het totaal aantal uren waarop hij normaal die dag zou hebben gewerkt. Zo is het bv. niet mogelijk een arbeider, die normaal 8 uur per dag werkt, voor 4 uur tijdelijk werkloos te stellen.

Hoeveel ASR’s scenario 5 moet u verrichten?

U verricht slechts één ASR per maand en per arbeider, ook indien er in de loop van de maand meerdere vormen van tijdelijke werkloosheid zijn.

Wat moet de arbeider doen met de print van de ASR scenario 5?

De arbeider houdt, ter informatie, de print bij van de ASR die u hem heeft overhandigd.

De arbeider moet enkel zijn controlekaart C3.2A indienen bij zijn uitbetalingsinstelling, na afloop van de maand. De ASR scenario 5 wordt automatisch verstuurd naar de uitbetalingsinstelling van de arbeider.

Wat moet u doen als er arbeiders worden aangeworven tijdens een lopende regeling van tijdelijke werkloosheid?

Indien de voorafgaandelijke mededeling aan de RVA nominatief was, moet u de arbeider tijdig in kennis stellen en voor die arbeider tijdig een nieuwe mededeling versturen aan de RVA (in principe 7 dagen op voorhand).

Indien de voorafgaandelijke mededeling aan de RVA niet nominatief was, dan geldt die mededeling ook voor de nieuwe arbeiders in de afdeling waarvoor een regeling van tijdelijke werkloosheid lopende is en moet u geen nieuwe mededeling aan de RVA versturen. De arbeider moet wel 7 dagen op voorhand worden verwittigd (zie hierboven ‘De kennisgeving van de voorziene werkloosheid aan de arbeiders’).

Wat moet u doen als u het aantal dagen werkloosheid wil verhogen?

Indien u binnen een aangekondigde regeling het aantal werkloosheidsdagen wenst te verhogen of wenst over te gaan van een regeling van gedeeltelijke arbeid naar volledige schorsing, dan moet u daarvan aan alle partijen (behalve aan de ondernemingsraad) een nieuwe kennisgeving/mededeling doen.

Opgepast: Bij een verhoging van het aantal werkloosheidsdagen, moet u steeds de einddatum respecteren zoals opgegeven in de oorspronkelijke mededeling.

Voorbeeld: u heeft een regeling van grote schorsing aangekondigd voor 13 weken. Vanaf de 12de week wenst u over te gaan naar een regeling van volledige schorsing. U moet daarvoor tijdig een nieuwe mededeling versturen aan het werkloosheidsbureau van de RVA. U kunt die regeling maar aanvragen voor 2 weken aangezien de 14de week een verplichte werkweek is.

Enkel indien u een einde maakt aan de mededeling, vervalt de einddatum en kunt u een volledig nieuwe regeling laten ingaan (zie volgend punt).

Hoe kunt u een einde maken aan een regeling?

U kunt uw arbeiders altijd terugroepen. De wetgeving bepaalt niet hoe de terugroeping gebeurt. De modaliteiten op het gebied van terugroeping worden dus op ondernemingsvlak geregeld. De terugroeping moet niet aan de RVA worden meegedeeld, maar zal wel blijken uit het formulier C 3.2A (waarop de arbeider de gewerkte dagen schrapt) en uit het formulier C 3.2-WERKGEVER / de ASR scenario 5.

Voor de berekening van de duur van de schorsing, blijft u echter gebonden aan de einddatum zoals opgegeven in de voorafgaandelijke mededeling. Hieruit volgt dat, wanneer de maximumduur bereikt is, u verplicht eerst een volledige werkweek moet invoeren vooraleer u een nieuwe regeling kunt laten ingaan.

Voorbeeld: u voorziet een volledige schorsing van 4 weken. In de loop van de tweede week krijgt u een plotse bestelling en roept u uw arbeiders terug. De vijfde week blijft een verplichte werkweek, ook al hebben de arbeiders het werk vanaf de tweede week hervat. Een eventuele nieuwe regeling kan pas ingaan na die verplichte werkweek.

U kunt dit vermijden door een einde te maken aan een lopende regeling. Dat is slechts mogelijk indien u:

  • daarvan kennisgeving doet aan de arbeiders en aan het werkloosheidsbureau van de RVA (door uw initiële mededeling te wijzigen door de einddatum te vervroegen). Daarvoor is geen termijn voorzien, maar zij moet wel de werkhervatting voorafgaan

én

  • ten minste 7 dagen vóór het verstrijken van de maximumduur van 4 weken of 3 maanden de regeling van volledige arbeid opnieuw invoert.

Voorbeeld: u voorziet een volledige schorsing van 4 weken. In de loop van de tweede week krijgt u een plotse bestelling. U doet mededeling aan de arbeiders en aan het werkloosheidsbureau van de RVA dat u een einde maakt aan de lopende regeling en dat de arbeiders het werk vanaf week 2 hervatten. Er wordt geen rekening meer gehouden met die mededeling en u kunt later, indien er werkgebrek is, een nieuwe regeling aanvragen.

Kan de arbeidsovereenkomst beëindigd worden tijdens de schorsing?

De arbeider heeft het recht zijn arbeidsovereenkomst zonder opzegging te beëindigen tijdens een lopende periode van schorsing van zijn arbeidsovereenkomst wegens werkgebrek (volledige schorsing of regeling van gedeeltelijke arbeid). Voorwaarde is dat de schorsing reeds effectief is ingegaan.

Indien de arbeider zijn opzeg gegeven heeft vóór de aanvang van de schorsing, loopt de opzeggingstermijn verder tijdens de schorsing.

Bij opzeg gegeven door de werkgever vóór of tijdens de schorsing, loopt de opzeggingstermijn niet tijdens de schorsing.

Normale inactiviteitsperiodes (bv. het weekend, of gewone inactiviteitsdagen bij deeltijdse tewerkstelling) werken slechts verlengend indien ze voorafgegaan en gevolgd worden door tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek.

Voorbeeld:

U voert een regeling van volledige schorsing in voor één week. De opzeggingstermijn van de arbeider wordt verlengd met 5 dagen (en niet met 7 dagen);

Een deeltijdse arbeider werkt op maandag, dinsdag en donderdag. U vraagt een volledige schorsing voor 4 weken aan voor al uw arbeiders vanaf maandag. De opzeggingstermijn van de deeltijdse arbeider wordt verlengd met 26 dagen (en niet met 12 dagen, de dagen waarop hij normaal werkt).

Welke formaliteiten moet u vervullen OP HET EINDE van de periode van tijdelijke werkloosheid?

  • Als het werk normaal kan worden hervat, hoeft u niets te doen.
  • Als er nog steeds een gebrek is aan werk, kunt u een nieuwe regeling aanvragen, rekening houdend met het volgende:

De maximumduur van 4 weken of 3 maanden werd bereikt: 

U moet eerst gedurende een volledige werkweek de volledige arbeidsregeling terug invoeren vooraleer u een nieuwe regeling (dezelfde of een andere) kunt invoeren.

De maximumduur van 4 weken of 3 maanden werd niet bereikt:

Een verlenging is mogelijk tot de toegelaten maximumduur.

Aangezien het gaat om werkloosheid die nog niet aangekondigd was, moet u een nieuwe tijdige mededeling versturen.

Voorbeeld: u deelt een volledige schorsing mee van 2 weken. U kunt nog een volledige schorsing voor twee weken aanvragen, de vijfde week is een verplichte arbeidsweek.

Het betreft een regeling waarvoor geen maximumduur geldt:

Indien u een nieuwe tijdige mededeling verstuurt, kunt u een nieuwe regeling (ongeacht welke) invoeren.

Voorbeeld: u heeft een kleine schorsing aangevraagd voor 12 maanden. Na afloop daarvan kunt u aansluitend een nieuwe regeling van kleine schorsing aanvragen voor 12 maanden.

Wat indien u de mededelingen niet of laattijdig verstuurd heeft aan de RVA?

Zowel de voorafgaandelijke mededeling als de maandelijkse mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag moeten tijdig aan de RVA worden verstuurd. De wet voorziet loonsancties indien een van die mededelingen of beide niet of laattijdig verstuurd worden.

Laattijdige voorafgaandelijke mededeling (en 1ste effectieve werkloosheidsdag tijdig meegedeeld) of geen voorafgaandelijke mededeling?

Laattijdige voorafgaandelijke mededeling?

Indien u de mededeling van de voorziene werkloosheid laattijdig verstuurt (minder dan 7 dagen op voorhand), dan wordt u daarvan door de RVA in kennis gesteld. U moet dan het normale loon betalen gedurende 7 dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, behalve indien de mededeling wordt geregulariseerd.

De laattijdige mededeling kan op 2 manieren geregulariseerd worden:

  • De werkelijke ingangsdatum van de schorsing kan uitgesteld worden zodanig dat de mededelingstermijn gerespecteerd wordt. De RVA past dan zelf de ingangsdatum van de regeling aan en stelt u hiervan schriftelijk in kennis. In dergelijk geval blijft de einddatum van de oorspronkelijke mededeling behouden.
    Voorbeeld: u verstuurt op maandag 1 oktober een mededeling aan de RVA waarin u een volledige schorsing voor 4 weken voorziet vanaf maandag 8 oktober. De verzending is één dag te laat. indien u de aanvang van de schorsing uitstelt tot dinsdag 9 oktober, dan kunnen uitkeringen worden toegekend vanaf dinsdag 9 oktober (de mededelingstermijn van 7 dagen is gerespecteerd).
  • U kunt de laattijdige mededeling elektronisch annuleren en onmiddellijk een nieuwe tijdige mededeling versturen. In dergelijk geval kunnen uitkeringen worden toegekend vanaf de datum van uitwerking van de nieuwe mededeling (in principe vanaf de achtste dag). Ook de einddatum van de oorspronkelijke mededeling kan dan worden verschoven.
    Voorbeeld: zie vorig voorbeeld. De RVA brengt u op de hoogte dat de mededeling laattijdig is.  Indien u de mededeling via de elektronische toepassing annuleert en op dinsdag 2 oktober een nieuwe mededing verstuurt voor een volledige schorsing van 4 weken ingaand op woensdag 10 oktober, kunnen uitkeringen worden toegekend vanaf 10 oktober.

Geen voorafgaandelijke mededeling?

Indien u geen voorafgaandelijke mededeling aan de RVA verstuurt, kunnen geen uitkeringen worden toegekend, ook niet voor de periode die volgt op de periode van 7 dagen gedekt door loon. Er kunnen slechts uitkeringen worden betaald vanaf de 8ste dag van de werkelijke schorsing, indien u alsnog ter goeder trouw een laattijdige mededeling verstuurt.

Laattijdige mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag (en tijdige mededing van de voorafgaandelijke mededeling) of geen mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag?

Laattijdige mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag?

Indien u de maandelijkse mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag laattijdig verstuurt, aanvaardt de RVA de tijdelijke werkloosheid vanaf de werkdag die voorafgaat aan de dag van verzending van de laattijdige mededeling.
In dergelijk geval moet u loon betalen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tot en met de dag die voorafgaat aan het begin van de tijdelijke werkloosheid aanvaard door de RVA.
Voor de eerste 7 dagen is dat het normale loon, voor de volgende werkloosheidsdagen is dat een begrensd loon (*).

(*) Het begrensd loon bedraagt ten hoogste 2.547,39 euro per maand. Dat bedrag is gelijk aan het plafond dat geldt voor het berekenen van de werkloosheidsuitkeringen.

Voorbeeld: u verstuurt op vrijdag 28 februari een mededeling voor een eerste effectieve werkloosheidsdag op maandag 24 februari. Die mededeling is laattijdig. De RVA aanvaardt de tijdelijke werkloosheid vanaf donderdag 27 februari, u moet loon betalen van maandag 24 februari tot en met woensdag 26 februari.

Geen mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag?

Indien u de maandelijkse mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag niet verstuurt, moet u loon betalen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tot aan het einde van de lopende maand. Voor de eerste 7 dagen is dat het normale loon, voor de volgende werkloosheidsdagen (beperkt tot de lopende maand) is dat een begrensd loon (*).

(*) Het begrensd loon bedraagt ten hoogste 2.547,39 euro per maand. Dat bedrag is gelijk aan het plafond dat geldt voor het berekenen van de werkloosheidsuitkeringen.

Deze loonsanctie geldt voor elke maand waarin u die verplichting niet naleeft.

Een voortijdige mededeling wordt gelijkgesteld met geen mededeling. Indien u per vergissing een voortijdige mededeling heeft verstuurd, moet u deze annuleren. Een mededeling wordt beschouwd als voortijdig indien ze meer dan 5 werkdagen vóór de eerste effectieve werkloosheidsdag plaatsvindt (zie hierboven ‘Wanneer moet de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag gebeuren?’).

Geen voorafgaandelijke mededeling én geen mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag?

Indien u de voorziene werkloosheid niet meedeelt en u de eerste effectieve werkloosheidsdag niet of voortijdig meedeelt, moet u:

  • voor de eerste 7 dagen (niet beperkt tot de lopende maand): het normale loon betalen;
  • voor de volgende 7 dagen (beperkt tot de lopende maand): het normale loon betalen;
  • voor de rest van de maand: het begrensd loon (*) betalen.

(*) Het begrensd loon bedraagt ten hoogste 2.547,39 euro per maand. Dat bedrag is gelijk aan het plafond dat geldt voor het berekenen van de werkloosheidsuitkeringen.

Voorbeeld: u stelt een arbeider tijdelijk werkloos vanaf maandag 01.10. Er is geen mededeling gedaan aan de RVA van de voorziene werkloosheid én geen mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag. Van maandag 01.10 tot en met zondag 14.10 moet u het normale loon betalen (7 dagen loon voor het ontbreken van de mededeling van de voorziene werkloosheid én 7 dagen loon voor het ontbreken van de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag). Vanaf 15.10 tot het einde van de maand moet u het begrensd loon betalen

Hebben de arbeiders recht op werkloosheidsuitkeringen?

Vanaf 01.10.2016 moeten de arbeiders, om uitkeringen tijdelijke werkloosheid werkgebrek wegens economische oorzaken te kunnen genieten, aan dezelfde toelaatbaarheidsvoorwaarden voldoen als die van toepassng zijn op de volledig werklozen.

Ze moeten dus:

  • ofwel, afhankelijk van hun leeftijd, een bepaald aantal arbeidsdagen in loondienst bewijzen (wachttijd) gedurende een bepaalde periode (referteperiode) die onmiddellijk aan de uitkeringsaanvraag voorafgaat;
  • ofwel aan de voorwaarden voldoen om theoretisch recht te hebben op inschakelingsuitkeringen;
  • ofwel in de loop van de 3 jaar die de uitkeringsaanvraag voorafgaat, reeds een uitkering volledige werkloosheid hebben ontvangen, of een inschakelingsuitkering, of een uitkering tijdelijke werkloosheid waarvoor het werkloosheidsbureau heeft vastgesteld dat ze aan voormelde  wachttijdvoorwaarden hebben voldaan.

Een overgangsregeling voorziet dat arbeiders die reeds uitkeringen tijdelijke werkloosheid bij u hebben ontvangen in de laatste 3 jaar voorafgaand aan hun uitkeringsaanvraag, vrijgesteld zijn van wachttijd, op voorwaarde dat zij op 30.09.2016 bij u in dienst waren en ze op deze datum uitkeringen tijdelijke werkloosheid hadden kunnen genieten.

Leerlingen beoogd in artikel 1bis van het voormelde KB van 28.11.1969 die een alternerende opleiding volgen, zijn vrijgesteld van wachttijd en hebben onmiddellijk recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid.

Voor meer info, zie het infoblad werknemers T32 “Heeft u recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid?”

De gewone vergoedbaarheidsvoorwaarden zijn op hen van toepassing (o.a. arbeidsgeschikt zijn, de voorwaarden voor het uitoefenen van een bijberoep,…).

Hoeveel bedraagt de uitkering tijdelijke werkloosheid?

In geval van tijdelijke werkloosheid ontvangen de arbeiders een bedrag gelijk aan 65% van hun gemiddeld loon (begrensd tot 2.547,39 euro per maand).

De arbeiders hebben bovendien recht op een supplement bovenop hun werkloosheidsuitkering voor elke dag waarop zij tijdelijk werkloos worden gesteld wegens werkgebrek op grond van economische oorzaken. Het minimumbedrag van het supplement bedraagt 2 euro per dag waarop ze tijdelijk werkloos worden gesteld. U moet dat bedrag betalen, tenzij de betaling ervan ten laste wordt gelegd van een Fonds voor bestaanszekerheid.

Op de uitkeringen tijdelijke werkloosheid wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden. 

De leerlingen beoogd in artikel 1bis van het voormelde KB van 28.11.1969, ontvangen een  forfaitair bedrag.

Responsabiliseringsbijdrage bij overmatig gebruik van tijdelijke werkloosheid werkgebrek op grond van economische oorzaken

Sinds 2012 geldt er een bijzondere RSZ-bijdrage voor werkgevers die overmatig gebruik maken van tijdelijke werkloosheid werkgebrek wegens economische oorzaken. Zo wil de regering de werkgevers responsabiliseren en het gebruik van tijdelijke werkloosheid beperken.

Werkgevers op wie de RSZ-wetgeving van toepassing is, moeten een bijzondere bijdrage betalen aan de RSZ wanneer het aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek per werknemer (arbeider en leerling-arbeider) in een referteperiode meer bedraagt dan 110.

Vanaf het eerste kwartaal van 2017 geldt een nieuwe berekeningswijze voor het innen van deze bijdrage:

  • de bijdrage is niet langer jaarlijks verschuldigd, maar wordt geïnd per kwartaal.  Als referteperiode voor het berekenen van de bijdrage wordt dus niet langer het voorgaande kalenderjaar in aanmerking genomen maar het kwartaal zelf en de 3 voorafgaande kwartalen;
  • bij overschrijding van de grens is de bijdrage niet langer enkel verschuldigd voor het aantal dagen tijdelijke werkloosheid dat de grens van 110 dagen overschrijdt, maar voor het totaal aantal dagen tijdelijke werkloosheid tijdens het kwartaal van overschrijding.

    Het verschuldigd dagbedrag van de bijdrage bedraagt:

    • 20 euro voor alle dagen tijdelijke werkloosheid indien het totaal aantal dagen tijdelijke werloosheid >110 dagen tot en met 130;
    • 40 euro voor alle dagen tijdelijke werkloosheid indien het totaal aantal dagen tijdelijke werloosheid >130 dagen tot en met 150;
    • 60 euro voor alle dagen tijdelijke werkloosheid indien het totaal aantal dagen tijdelijke werloosheid >150 dagen tot en met 170;
    • 80 euro voor alle dagen tijdelijke werkloosheid indien het totaal aantal dagen tijdelijke werloosheid >170 dagen tot en met 200;
    • 100 euro voor alle dagen tijdelijke werkloosheid indien het totaal aantal dagen tijdelijke werloosheid >200 dagen .

U dient voor elk kwartaal, voor elke werknemer die in dat kwartaal tijdelijk werkloos was wegens werkgebrek, zelf de berekening te maken en hiervan aangifte te doen via de DMFA.

Door een betere spreiding van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid over de werknemers en over de kwartalen, kunt u de hoogte van de bijdrage verminderen.

Meer informatie hierover is beschikbaar op de website van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Schematisch overzicht van de formaliteiten per type tijdelijke werkloosheid

 

 

Oorspronkelijke / voorafgaandelijke mededeling

Mededeling 1ste effectieve werkloosheidsdag van de maand (*)

Aflevering C3.2A

Aflevering C3.2-Werkgever (werkloos-heidsuren) of ASR 5

Aflevering C3.2-Werkgever (uitkerings-aanvraag) of ASR 2

TW werkgebrek arbeiders (zie infoblad E22)

Ja, 7 kalenderdagen vooraf (uitgezonderd afwijkende regelingen)

Ja, tussen de 5de werkdag die eraan voorafgaat en de werkdag die daarop volgt (**)

Ja, ten laatste de 1ste effectieve werkloosheids-dag van de maand

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij de 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW  werkgebrek bedienden (zie infoblad E55)

Ja, 7 kalenderdagen vooraf + voorafgaandelijke voorwaarden ten minste 14 dagen vooraf

Ja, tussen de 5de werkdag die eraan voorafgaat en de werkdag die daarop volgt (**)

Ja, ten laatste de 1ste effectieve werkloosheids-dag van de maand

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW  werkgebrek – bouwsector (zie infoblad E21)

Ja, bijzondere termijn (zie infoblad E21)

Ja, tussen de 5de werkdag die eraan voorafgaat en de werkdag die daarop volgt (**)

Speciale controlekaart af te leveren vóór de aanvang van de maand (zie infoblad E21)

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW technische stoornis (zie infoblad E27)

Ja, de 1ste werkdag die volgt op de technische stoornis

Ja, tussen de werkdag die eraan voorafgaat en de werkdag die daarop volgt (**)

Ja, ten laatste de 1ste effectieve werkloosheids-dag van de maand

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij de 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW slecht weer (zie infoblad E26)

Nee

Ja, tussen de werkdag die eraan voorafgaat en de werkdag die daarop volgt (**)

Ja, ten laatste de 1ste effectieve werkloosheids-dag van de maand

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij de 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW slecht weer – bouwsector
(zie infoblad E29)
 

 Nee

Ja, tussen de werkdag die eraan voorafgaat en de werkdag die daarop volgt (**)

Speciale controlekaart af te leveren vóór de aanvang van de maand

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij de 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW overmacht (zie infoblad E24)

Ja (administratieve praktijk)

Nee

Ja, ten laatste de 1ste effectieve werkloosheids-dag van de maand

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij de 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW overmacht medische redenen (zie infoblad E24)

Nee

Nee

Ja, ten laatste de 1ste effectieve werkloosheids-dag van de maand

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij de 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW sluiting jaarlijkse vakantie (zie infoblad E23)

Nee

Nee

Ja, ten laatste de 1ste effectieve werkloosheids-dag van de maand

Ja, na afloop van de maand

Ja, bij de 1ste TW binnen de onderneming (***)

TW staking of lock-out (zie infoblad E25)

Nee

Nee

Ja, op vraag van de werknemer

Ja, op vraag van de werknemer

Ja, op vraag van de werknemer bij elke staking

(*) Slechts één mededeling per maand en per werknemer

(**) Onder ‘voorafgaandelijke of volgende werkdag’ worden alle dagen van de week verstaan met uitzondering van het weekend, de feestdagen, de vervangende feestdagen en de brugdagen.

(***) of wijziging van de factor Q/S of onderbreking van de uitkeringen TW ≥ 36 maanden