Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Tijdelijke werkloosheid – sluiting ingevolge jaarlijkse vakantie

Infoblad

E23

Laatste update
18-10-2016

Inleiding

De schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens sluiting van de onderneming ingevolge jaarlijkse vakantie is voorzien in de wet op de arbeidsovereenkomsten (artikel 28 van de wet van 03.07.1978). Wanneer de onderneming gesloten is ingevolge jaarlijkse vakantie, kunnen de werknemers die onvoldoende vakantiedagen hebben om de volledige periode van sluiting te overbruggen, een uitkering ontvangen van de RVA indien zij aan de toekenningsvoorwaarden voldoen.

De schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens sluiting van de onderneming ingevolge inhaalrust, is niet voorzien in de wet op de arbeidsovereenkomsten. In dergelijk geval kunnen de werknemers slechts uitkeringen ontvangen van de RVA zo de oorzaak van het niet-verwerven van volledige inhaalrust te wijten is aan een indiensttreding in de loop van het jaar.

Voor wie kan deze regeling worden ingevoerd?

Deze regeling kan worden ingevoerd zowel voor arbeiders als voor bedienden.

Leerlingen beoogd in artikel 1bis van het KB van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (met name de leerlingen met een industrieel leercontract, met een leercontract van de middenstand,...) kunnen ook tijdelijk werkloos gesteld worden ingevolge sluiting wegens jaarlijkse vakantie. 

Sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie

Wat wordt verstaan onder “sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie”?

Onder “sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie” wordt de periode bedoeld gedurende dewelke de onderneming (of een technische bedrijfseenheid van de onderneming) gesloten is in toepassing van:

  • de wetgeving op de jaarlijkse vakantie van werknemers (4 weken);
  • eventueel verhoogd met een aantal bijkomende vakantiedagen voorzien bij Koninklijk Besluit, algemeen verbindend verklaard krachtens artikel 6 van de Gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie (en dus niet enkel algemeen verbindend verklaard krachtens de wet op de Collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités).

De sluiting is bedoeld om de werknemers in staat te stellen hun vakantie te kunnen nemen. Periodes waarin de werkgever geen werk kan verschaffen omdat hijzelf met vakantie gaat, vallen niet onder het begrip sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie.

Sluiting betekent dat het onmogelijk is de normale werkzaamheden te verrichten. Het is echter wel mogelijk dat gedurende de periode van de sluiting bepaalde onderhouds- of herstellingswerken worden uitgevoerd.

Voor welke werknemers kunnen werkloosheidsuitkeringen worden aangevraagd?

Werknemers die geen recht of geen recht meer hebben op een voldoende aantal vakantiedagen om de volledige periode van sluiting te overbruggen, kunnen tijdelijk werkloos worden gesteld voor de dagen die niet gedekt zijn door vakantiegeld.

Voorbeelden:
een onderneming sluit 18 dagen wegens jaarlijkse vakantie. Een werknemer heeft slechts recht op 12 dagen op basis van zijn arbeidsprestaties van het vorige jaar. Hij kan in principe voor de laatste 6 dagen uitkeringen ontvangen.

een werknemer verandert van werkgever en heeft reeds al zijn vakantiedagen uitgeput bij zijn eerste werkgever wanneer de onderneming die hem thans tewerkstelt sluit wegens jaarlijkse vakantie. Gedurende deze periode kan de werknemer in principe uitkeringen ontvangen.

Het feit werkloos te zijn mag echter niet het gevolg zijn van de eigen keuze van de werknemer.  De werknemer moet zijn betaalde vakantiedagen,  jeugdvakantie of seniorvakantie  prioritair uitputten tijdens de periode van sluiting (niet zijn eventueel recht op aanvullende vakantie). Doet hij dit niet, dan wordt hij voor een aantal sluitingsdagen gelijk aan het aantal vrij gekozen vakantiedagen geacht vrijwillig werkloos te zijn zonder loon en heeft hij voor deze dagen geen recht op uitkeringen.  Deze redenering geldt uiteraard niet voor vakantiedagen genomen bij een voorgaande werkgever.

Voorbeeld:
een werknemer heeft recht op 20 vakantiedagen en heeft reeds 10 dagen vrij opgenomen vooraleer de onderneming 15 dagen sluit wegens jaarlijkse vakantie. De werknemer kan geen uitkeringen ontvangen gedurende de laatste 5 dagen van de sluiting aangezien hij voor deze dagen vrijwillig werkloos is (hij had zijn vakantie prioritair moeten opnemen gedurende de periode van sluiting).

Wanneer er geen sluiting is, kunnen de werknemers die geen of onvoldoende vakantiedagen verworven hebben, uiteraard niet tijdelijk werkloos worden gesteld wegens sluiting. Zij kunnen dan, eventueel in overleg met hun werkgever, een tijd afwezig zijn van het werk door verlof zonder wedde te nemen.

Sluiting van de onderneming wegens inhaalrust

Wat wordt verstaan onder “sluiting van de onderneming wegens inhaalrust”?

Via een CAO (sectoraal of op ondernemingsvlak) of het arbeidsreglement kunnen ondernemingen een regeling van arbeidsduurvermindering invoeren door de toekenning van inhaalrustdagen.  Wanneer deze gegroepeerd worden, kan dit aanleiding geven tot een sluiting van de onderneming wegens inhaalrust.

Voor welke werknemers kunnen werkloosheidsuitkeringen worden aangevraagd?

Deze schorsingsgrond is niet voorzien in de wet op de arbeidsovereenkomsten. De werkgever is in principe verplicht de werknemers die geen of onvoldoende inhaalrust verworven hebben (bijv. ten gevolge van ziekte, een periode van loopbaanonderbreking of een andere onderbreking in de tewerkstelling), verder te laten werken en loon te betalen.

Hierop bestaat één uitzondering: wanneer het niet of onvoldoende verwerven van inhaalrustdagen te wijten is aan een recente indiensttreding van de werknemer, kan de werknemer voor de ontbrekende inhaalrustdagen tijdelijk werkloos gesteld worden ingevolge sluiting van de onderneming wegens inhaalrust.

Gemeenschappelijke bepalingen

Welke formaliteiten moet de werkgever vervullen?

De werkgever moet:

  • Maandelijks een controlekaart C 3.2A overhandigen aan elke tijdelijk werkloos gestelde werknemer;
  • Een formulier C 3.2-WERKGEVER overhandigen of een elektronische aangifte (ASR scenario 2) doen indien de werknemer een uitkeringsaanvraag moet indienen;
  • Maandelijks, na afloop van de maand, een elektronische aangifte (ASR scenario 5) verrichten voor de tijdelijk werkloos gestelde werknemers.

De werkgever moet de RVA niet voorafgaandelijk in kennis stellen van het feit dat er een sluiting is van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie of inhaalrust.

Voor meer inlichtingen lees het infoblad “Tijdelijke werkloosheid – procedure” nr. E28. Dit infoblad kunt u krijgen bij het werkloosheidsbureau van de RVA of downloaden van de website www.rva.be.

Het controleformulier C3.2A

De werkgever overhandigt aan de werknemers die onvoldoende vakantiedagen of, ten gevolge van een recente indiensttreding, onvoldoende inhaalrustdagen verworven hebben, een controleformulier C3.2A. Dit moet gebeuren vóór de aanvang van de sluitingsperiode.

De werkgever moet een controleformulier C3.2A overhandigen uit eigen beweging, dus zonder dat de werknemer hierom verzoekt.

Indien de sluiting de volgende maand doorloopt, levert hij ook voor deze maand een controleformulier C3.2A af.

Vooraleer het formulier te overhandigen, moet de werkgever de identiteitsgegevens invullen.

De werknemer moet het formulier steeds in zijn bezit hebben en kunnen voorleggen aan een sociaal controleur van de RVA wanneer deze hierom vraagt. De werknemer moet alle arbeidsprestaties die hij gedurende de periode van de sluiting verricht voor zichzelf of voor een derde aanduiden op het formulier.

Op het einde van de maand moet de werknemer zijn controleformulier indienen bij zijn uitbetalingsinstelling.

Het formulier C3.2-werkgever voor de indiening van een uitkeringsaanvraag of een elektronische aangifte – ASR scenario 2

Dit formulier of deze ASR verricht via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be > Onderneming > Sociale risico’s > ASR > Werkloosheid > Scenario 2  “Aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden” ) of via batch, doet dienst als uitkeringsaanvraag voor het berekenen van het bedrag van de uitkeringen waarop de werknemer recht heeft.

De maandelijkse elektronische aangifte – ASR scenario 5

Deze aangifte verricht  via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be > Onderneming > Sociale risico’s > ASR > Werkloosheid > Scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden’) of via batch herneemt het aantal uren waarop de werknemer tijdelijk werkloos is gesteld.

De werkgever overhandigt, ter informatie, een print van de elektronische aangifte aan de arbeider.

Aan de hand van de controlekaart C 3.2A en de ASR scenario 5, kunnen de uitbetalingsinstelling en de RVA het aantal uitkeringen berekenen waarop de arbeider recht heeft.

Waar kan de werkgever deze formulieren bekomen?

De werkgever kan gratis blanco exemplaren van het controleformulier C3.2A en van het formulier C3.2-werkgever bekomen bij de dienst economaat van het werkloosheidsbureau van de RVA.

Het formulier C3.2-werkgever is ook beschikbaar op de internet-site van de RVA (www.rva.be) (het controleformulier C3.2A niet aangezien het hier gaat om genummerde exemplaren).

Hebben de werknemers recht op werkloosheidsuitkeringen?

Voor werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld geldt een vrijstelling van wachttijd. Dit betekent dat zij onmiddellijk uitkeringen kunnen genieten zonder dat zij eerst hun toelaatbaarheid moeten aantonen (vervullen van een wachttijd).

In geval van tijdelijke werkloosheid ontvangen de werknemers een bedrag gelijk aan 65% van hun begrensd gemiddeld loon (begrensd tot 2.547,39euro per maand).

Gedurende de periode van tijdelijke werkloosheid ingevolge sluiting van de onderneming moet de werknemer niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Op de uitkeringen tijdelijke werkloosheid wordt 26,75 % bedrijfsvoorheffing ingehouden.

De leerlingen beoogd in artikel 1bis van het voormelde KB van 28 november 1969, ontvangen een  forfaitair bedrag.