Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden –- preliminaire voorwaarden

Infoblad

E54

Laatste update
01-07-2016

1 Opmerking voor ondernemingen die reeds gebruik gemaakt hebben van de regeling crisis-schorsing-bedienden

Sinds  01.01.2012 is de regeling van schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden in werking getreden.  Deze regeling treedt in de plaats van de regeling van de crisisschorsing bedienden die afliep op 31.12.2011, en herneemt in grote lijnen de regeling van de crisis-schorsing-bedienden.

2 Inleiding

De schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden ingevolge werkgebrek is voorzien in de artikelen 77/1 tot 77/7 van de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

De schorsing bedienden ingevolge werkgebrek mag slechts toegepast worden indien de onderneming voldoet aan preliminaire voorwaarden.

Dit moet blijken uit een formulier C106A (zie www.rva.be > formulieren) dat wordt overgemaakt aan de RVA minstens 14 dagen voor de eerste elektronische mededeling “schorsing bedienden ingevolge werkgebrek".

Dit formulier wordt per aangetekend schrijven verstuurd naar de dienst tijdelijke werkloosheid van het werkloosheidsbureau van de RVA bevoegd voor de maatschappelijke zetel van de onderneming of voor de technische bedrijfseenheid (zie www.rva.be > de RVA > RVA-kantoren).

De onderneming die een formulier C106A heeft overgemaakt aan de RVA ontvangt in principe binnen de twee weken na de verzending:

  • een positief antwoord indien de voorwaarden zijn vervuld,
  • een negatief antwoord indien dit niet het geval is.

Ten vroegste 14 dagen na de verzending van het formulier C106A waaruit blijkt dat de onderneming aan de voorwaarden voldoet, kan de werkgever gebruik maken van de regeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek. Voor meer inlichtingen lees het infoblad nr. E55 “schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden – uitleg over de schorsingsregeling”. Dit infoblad kunt u krijgen bij het werkloosheidsbureau van de RVA of downloaden via www.rva.be > documentatie > infobladen werkgevers > tijdelijke werkloosheid.

3 Welke ondernemingen kunnen gebruik maken van de schorsing bedienden ingevolge werkgebrek?

De onderneming moet cumulatief aan de volgende preliminaire voorwaarden voldoen:

  • de onderneming valt onder het toepassingsgebied van de wet van 05.12.1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. Het betreft dus voornamelijk ondernemingen uit de privé-sector;
  • het gebruik van deze maatregel is voorzien in een sectorale CAO, een ondernemings-CAO of een goedgekeurd ondernemingsplan (zie verder). Het toepasselijke kader wordt vermeld in rubriek II van het formulier C106A;
  • de onderneming is in moeilijkheden ingevolge een daling van minimum 10% van de omzet (volgens de btw-aangifte), de productie of de bestellingen of ingevolge een graad van tijdelijke werkloosheid van minstens 10% of de onderneming is door de minister van Werk erkend als onderneming in moeilijkheden, op basis van onvoorziene omstandigheden die, op korte termijn een substantiële daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen tot gevolg hebben (zie verder).

4 Meer uitleg omtrent de sectorale CAO, de bedrijfs-CAO of het ondernemingsplan

Algemene uitleg

Het gebruik van de schorsing bedienden ingevolge werkgebrek moet voorzien zijn in een sectorale CAO, een ondernemings-CAO of een goedgekeurd ondernemingsplan.

De onderneming moet dus gebonden zijn door :

  • een CAO gesloten in het bevoegde paritaire comité
  • voor ondernemingen met een syndicale delegatie die niet vallen onder een sectorale CAO:
    • een bedrijfs-CAO of
    • een ondernemingsplan. Indien binnen de twee weken na het opstarten van de onderhandelingen voor het sluiten van een bedrijfs-CAO geen resultaten worden bereikt, kan de werkgever de schorsing bedienden ingevolge werkgebrek toch nog toepassen voor zover hij een ondernemingsplan opstelt dat het gebruik van deze maatregel voorziet en dat goedgekeurd werd (zie verder);
  • voor ondernemingen zonder syndicale delegatie die niet vallen onder een sectorale CAO:
    • een CAO of
    • een ondernemingsplan opgesteld door de werkgever, dat het gebruik van de schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voorziet en dat goedgekeurd werd (zie verder).

De CAO's en ondernemingsplannen moeten neergelegd worden ter griffie van de Directie collectieve arbeidsbetrekkingen van de Federale overheidsdienst Werk, Arbeid en sociaal overleg, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel.

Voor meer uitleg omtrent de opstelling en neerlegging van deze CAO's en ondernemingsplannen: zie www.werk.belgie.be.

Procedure voor het goedkeuren van een ondernemingsplan

Het ondernemingsplan moet door de onderneming samen met een gemotiveerde aanvraag bij aangetekend schrijven worden overgemaakt aan de directeur-generaal van de algemene directie Collectieve arbeidsbetrekkingen van de Federale overheidsdienst Werk, Arbeid en sociaal overleg, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel, die het ondernemingsplan ter beslissing voorlegt aan de Commissie.

De Commissie neemt binnen de 2 weken een beslissing op basis van volgende criteria:

  • is de onderneming in moeilijkheden?
  • voldoet het ondernemingsplan aan alle wettelijke bepalingen?
  • leidt de toepassing van het ondernemingsplan tot het vermijden van ontslagen?

De gemotiveerde beslissing wordt overgemaakt aan de onderneming.

Voor meer uitleg omtrent de goedkeuring van de ondernemingsplannen: zie www.werk.belgie.be.

Inhoud van de CAO en het ondernemingsplan?

De CAO of het ondernemingplan moet volgende vermeldingen bevatten:

  • de vermelding dat ze gesloten is in uitvoering van Hoofdstuk II/1 (Regeling van schorsing van uitvoering van de overeenkomst en regeling van gedeeltelijke arbeid) van de wet van 03 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten);
  • maatregelen tot het maximaal behoud van de tewerkstelling;
  • het bedrag van het supplement dat de werkgever betaalt boven op de werkloosheidsuitkering (zie verder);
  • de maximale duurtijd van de volledige schorsing of van de regeling van gedeeltelijke arbeid per kalenderjaar (ten hoogste 16 weken volledige schorsing of 26 weken gedeeltelijke arbeid).

Deze CAO's of ondernemingsplannen kunnen geen supplementaire voorwaarden of modaliteiten opleggen die door de RVA moeten worden gecontroleerd of die een invloed kunnen hebben op de vergoedbaarheid.

Bedrag van het supplement ten laste van de onderneming?

De werkgever moet voor elke werkloosheidsdag ingevolge schorsing bedienden ingevolge werkgebrek een supplement betalen ter aanvulling van de werkloosheidsuitkering.

Het bedrag van dit supplement wordt vastgesteld door een CAO of door het goedgekeurd ondernemingsplan. Het moet minstens gelijkwaardig zijn aan

  • het supplement toegekend aan arbeiders die bij dezelfde werkgever tijdelijk werkloos zijn ingevolge werkgebrek;
  • het supplement voorzien bij CAO gesloten in het paritair orgaan waaronder de werkgever zou ressorteren indien hij arbeiders zou tewerkstellen, indien de werkgever geen arbeiders tijdelijk werkloos stelt.

Bij afwezigheid van een CAO moet het bedrag van dit supplement minstens 5 euro per werkloosheidsdag bedragen. De commissie "ondernemingsplannen" kan een afwijking toestaan op het minimumbedrag van het supplement voorzien in het ondernemingsplan. Het bedrag van het supplement mag dan niet minder bedragen dan 2 euro per dag.

De betaling van het supplement kan, door een algemeen verbindend verklaarde CAO, ten laste gelegd worden van een Fonds voor bestaanszekerheid.

5 Is de onderneming in moeilijkheden ingevolge daling van de omzet?

Is er een vermindering in de omzet van minstens 10%?

Voor de toepassing van dit criterium wordt rekening gehouden met de omzet volgens de ingediende BTW-aangiften. De omzet wordt bekomen door de bedragen overeenstemmend met de navermelde codes van de BTW-aangifte te totaliseren:

(00 + 01 + 02 + 03 + 44 + 45 + 46 + 47) – (48 + 49)

De omzet van het refertekwartaal moet minstens 10% lager zijn dan de omzet van het corresponderend kwartaal gesitueerd :

  • ofwel in 2008;
  • ofwel in een van de twee kalenderjaren voorafgaand aan de refertedatum (= voorziene datum van de eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek).

(omzet refertekwartaal)    (0,9 * "omzet corresponderende kwartaal in 2008")

of

(omzet refertekwartaal)  (0,9 * "omzet corresponderende kwartaal in een van de twee kalenderjaren voorafgaand aan de refertedatum ")

Het refertekwartaal stemt overeen met één van de vier kwartalen voorafgaand aan de refertedatum.

Het refertekwartaal = het recentst ingediende kwartaal

In dit geval moet de omzet van de recentst ingediende kwartaalaangifte minstens 10% lager zijn dan de omzet van het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar. De onderneming die het recentst ingediende kwartaal als refertekwartaal kiest, vult rubriek III, A1 van het formulier C106A in. Aangezien de indiening van de BTW-aangifte gebeurt uiterlijk de 20e volgend op het kwartaal, mag de onderneming bij verzending van het formulier C106A in de loop van de eerste 20 dagen van het nieuwe kwartaal, het kwartaal voorafgaand aan het beëindigde kwartaal beschouwen als de recentst ingediende kwartaalaangifte.

Een kopie van de BTW-aangiften betreffende het refertekwartaal en het corresponderende kwartaal in et gekozen jaar moet toegevoegd worden bij het formulier C106A.

Voorbeelden:

1) Voorziene datum van eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek: 02.01.2016.

Omzet in refertekwartaal (3/2015): 998.876 EUR

Omzet in corresponderende kwartaal in 2008 (3/2008): 1.300.678 EUR

998.876 EUR £ [0,9 * (1.300.678 EUR)]

998.876 EUR £ 1.170.610 EUR

bijlagen: BTW aangiften van 3/2015 en 3/2008 (+ evt. bijlage rubriek II)

2) Voorziene datum van eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek: 02.01.2016.

Omzet in refertekwartaal (3/2015): 998 876 EUR

Omzet in corresponderende kwartaal in 2014  (3/2014): 1 400 356 EUR

998 876 EUR   [0,9 * (1 400 356 EUR)]

998 876 EUR   1 260 320 EUR

bijlagen: BTW aangiften van 3/2015 en 3/2014 (+ evt. bijlage rubriek II)

Het refertekwartaal = het 2e, 3e of 4e kwartaal voorafgaand aan de refertedatum

In dit geval mag de onderneming het tweede, derde of vierde kwartaal voorafgaand aan de voorziene datum van de eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek, kiezen als refertekwartaal.  De omzet van dat refertekwartaal moet minstens 10% lager zijn dan de omzet van het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar. Bovendien moet ook de omzet in de daaropvolgende kwarta(a)l(en) lager zijn (zonder dat de 10% moet bereikt worden) dan de omzet van dezelfde kwartalen, volgend op het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar. Bij verzending van het formulier C106A in de loop van de eerste 20 dagen van het nieuwe kwartaal moet met het beëindigde nog niet ingediende kwartaal geen rekening gehouden worden. De onderneming die een kwartaal voorafgaand aan het recentst ingediende kwartaal als refertekwartaal kiest, vult rubriek III, A2 van het formulier C106A in.

Een kopie van de ingediende BTW-aangiften betreffende het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar en alle recentere kwartalen moet toegevoegd worden bij het formulier C106A.

Voorbeeld:

Voorziene datum van eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek: 02.07.2016.

Gekozen refertekwartaal: 3/2015

Gekozen kalenderjaar: 2014

1e rij tabel:  3/2015   3/2014
998 876 EUR   [(0,9 * 1 400 356 EUR) = 1 260 320 EUR]

2e rij tabel:  4/2015 4/2014
990 345 EUR     1 200 776 EUR

3e rij tabel:  1/2016  1/2015
980 111 EUR     1 000 897 EUR

4e rij tabel:  blanco aangezien BTW-aangifte 2/2016 nog niet ingediend is.

bijlagen: BTW aangiften van 3/2015, 3/2014, 4/2015, 4/2014, 1/2016 en 1/2015 (+ evt. bijlage rubriek II)

Met welke entiteit kan er rekening gehouden worden?

Wordt gebruik gemaakt van het criterium "daling van de BTW-omzet", dan wordt rekening gehouden met de onderneming als "juridische entiteit" of als "technische bedrijfseenheid" samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

De aanvraag betreft de juridische entiteit (al of niet met meerdere technische bedrijfseenheden)

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de juridische entiteit. Dit wordt aangeduid bovenaan in rubriek I van het formulier C106A, samen met het adres van de maatschappelijke zetel.

De juridische entiteit is in moeilijkheden. De gegevens van de BTW-aangifte voor het betreffende ondernemingsnummer worden vermeld in rubriek III A.

De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid, samengesteld uit meerdere juridische entiteiten

= +

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

Voor elke juridische entiteit wordt een formulier C106A ingevuld, vermeldend

  • dezelfde refertemaand;
  • het adres en het ondernemingsnummer van de betreffende juridische entiteit;
  • dat de bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
  • de omzet volgens de BTW-aangifte voor het betreffende ondernemingsnummer, in rubriek III A (de omzet van deze entiteit moet niet voldoen aan de vereiste daling met 10%).

Bovendien wordt een extra formulier opgesteld voor de technische bedrijfseenheid, vermeldend

  • het adres van de technische bedrijfseenheid;
  • dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
  • de getotaliseerde bedragen inzake omzet volgens de BTW-aangiften voor de ondernemingsnummers van de juridische entiteiten, in rubriek III A. (de getotaliseerde omzet moet voldoen aan de vereiste daling met 10%).

6 Is de onderneming in moeilijkheden ingevolge de graad van tijdelijke werkloosheid van de arbeiders?

Is de graad van tijdelijke werkloosheid minstens 10%?

Voor de toepassing van dit criterium wordt rekening gehouden met de graad van tijdelijke werkloosheid van arbeiders volgens de DMFA-aangifte. De onderneming is in moeilijkheden indien het aantal dagen van tijdelijke werkloosheid ingevolge werkgebrek van de arbeiders, minstens 10% bedraagt van het totaal aantal aan de RSZ aan te geven dagen voor arbeiders en bedienden.

De graad van tijdelijke werkloosheid wordt bekomen door de verhouding te berekenen tussen

  • de dagen "tijdelijke werkloosheid ingevolge werkgebrek in hoofde van arbeiders" (DMFA-aangifte aan de RSZ, code 71);
  • alle andere dagen opgenomen in de DMFA-aangifte (DMFA-code 1, 2, 3, 4, 5, 10, 11, 12, 13, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 30, 50, 51, 52, 60, 61, 70, 71, 72, 73, 74 en 75).

(uitleg omtrent de DMFA-codes is opgenomen op www.socialezekerheid.be ---> werkgevers ---> [3] DMFA ---> Administratieve instructies RSZ: Go! ---> Het invullen van de DMFA: Richtlijnen om de aangifte in te vullen ---> Aangifte van prestaties ---> Codering arbeidstijdgegevens).

Er wordt, ook voor deeltijdse werknemers, rekening gehouden met het aantal dagen (en dus niet met het aantal uren).

De graad bedraagt minstens 10% indien: (0,1 * "aantal dagen andere codes") £ (aantal dagen code 71).

Er wordt rekening gehouden met het aantal dagen tijdens het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal van de verzending van het formulier C106A (zelfs indien de DMFA-aangifte nog niet werd ingediend).

Voorbeeld:
Verzending formulier C106A" op 16.01.2012. Refertedatum 30.01.2012.

RSZ-kwartaal: 4/2011 (RSZ-kwartaal voorafgaand aan de verzending van het formulier C106A)

tabel: 4/2011: [0,1 * (3120 dagen) = 312] £ 765 dagen

evt. bijlage RUBRIEK II

Met welke entiteit kan er rekening gehouden worden?

Wordt gebruik gemaakt van het criterium "graad van tijdelijke werkloosheid", dan wordt rekening gehouden met de onderneming als "juridische entiteit" of als "technische bedrijfseenheid" samengesteld uit meerdere juridische eenheden of als "technische bedrijfseenheid" (vestigingsplaats) die een onderdeel is van een juridische entiteit.

De aanvraag betreft de juridische entiteit (al of niet met meerdere technische bedrijfseenheden)

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de juridische entiteit. Dit wordt aangeduid bovenaan in rubriek I van het formulier C106A, samen met het adres van de maatschappelijke zetel.

De juridische entiteit is in moeilijkheden. De DMFA-gegevens voor het betreffende ondernemingsnummer worden vermeld in rubriek III B.

De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid, samengesteld uit meerdere juridische entiteiten

= +

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

Voor elke juridische entiteit wordt een formulier C106A ingevuld, vermeldend

  • dezelfde refertemaand;
  • het adres en het ondernemingsnummer van de betreffende juridische entiteit;
  • dat de bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
  • de DMFA-gegevens voor het betreffende ondernemingsnummer, in rubriek III B (de graad van tijdelijke werkloosheid van deze entiteit moet geen 10% bedragen).

Bovendien wordt een extra formulier opgesteld voor de technische bedrijfseenheid, vermeldend

  • het adres van de technische bedrijfseenheid;
  • dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
  • de getotaliseerde DMFA-gegevens voor de ondernemingsnummers van de juridische entiteiten (de getotaliseerde gegevens moeten aantonen dat de graad van tijdelijke werkloosheid minstens 10% bedraagt).

De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid (vestigingsplaats) die een onderdeel is van een juridische entiteit

= +

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, die een onderdeel is van een juridische entiteit.

Voor de technische bedrijfseenheid wordt een formulier C106A ingevuld, vermeldend

  • het adres en het ondernemingsnummer van de betreffende juridische entiteit;
  • dat de bedrijfseenheid een onderdeel is van een juridische entiteit;
  • een extractie uit de DMFA-gegevens voor het betreffende ondernemingsnummer, overeenstemmend met de werknemers werkzaam in de technische bedrijfseenheid, in rubriek III B (de graad van tijdelijke werkloosheid van deze extractie moet minstens 10% bedragen).

De werkgever houdt gedurende 5 jaar een dossier ter beschikking van de RVA, dat toelaat de extractie te contoleren.

7 Is de onderneming in moeilijkheden ingevolge substantiële daling van de productie?

Is er een substantiële daling in de productie van minstens 10%?

De substantiële daling van 10% in de productie moet

  • betrekking hebben op de volledige productie van de onderneming,
  • bekomen worden door een weging in functie van de belangrijkheid van de diverse producten in het productieproces en aanleiding geven tot een daaraan gerelateerde daling aan productieve arbeidsuren van de werknemers en
  • bewezen worden door de indiening van een dossier dat, naast de BTW-aangiften van alle betreffende kwartalen, ook documenten bevat die de vereiste daling inzake productie aantonen en de gevolgde berekeningswijze toelichten, zoals boekhoudkundige stukken en verslagen overgemaakt aan de ondernemingsraad.

De gewogen productie in het refertekwartaal moet minstens 10% lager zijn dan de gewogen productie van het corresponderende kwartaal gesitueerd :

  • ofwel in 2008;
  • ofwel in een van de twee kalenderjaren voorafgaand aan de refertedatum (= voorziene datum van de eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek).

Het refertekwartaal stemt overeen met één van de vier kwartalen voorafgaand aan de voorziene datum van de eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek. 

Het refertekwartaal = het laatste kwartaal

In dit geval moet de gewogen productie van het laatste kwartaal minstens 10% lager zijn dan de gewogen productie van het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar.  De onderneming die het laatste kwartaal als refertekwartaal kiest, vult rubriek III, C van het formulier C106A in en voegt een dossier toe (zie hiervoor). Bovendien wordt een kopie van de BTW-aangiften betreffende het refertekwartaal en het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar toegevoegd.

Het refertekwartaal = het 2e, 3e of 4e kwartaal voorafgaand aan de refertedatum

In dit geval mag de onderneming het tweede, derde of vierde kwartaal voorafgaand aan de voorziene datum van de eerste kennisgeving schorsing bedienden ingevolge werkgebrek, kiezen als refertekwartaal. De gewogen productie van dat refertekwartaal moet minstens 10% lager zijn dan de gewogen productie van het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar. Bovendien moet ook de gewogen productie in de daaropvolgende kwarta(a)l(en) lager zijn (zonder dat de 10% moet bereikt worden) dan de gewogen productie van dezelfde kwartalen, volgend op het corresponderend kwartaal in het gekozen jaar. De onderneming vult rubriek III, C van het formulier C106A in en voegt een dossier toe (zie hiervoor). Bovendien wordt een kopie van de BTW-aangiften betreffende het refertekwartaal en het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar en van de recentere relevante kwartalen toegevoegd.

Met welke entiteit kan er rekening gehouden worden?

Wordt gebruik gemaakt van het criterium "daling van de productie", dan wordt rekening gehouden met de onderneming als "juridische entiteit" of als "technische bedrijfseenheid" samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

De aanvraag betreft de juridische entiteit (al of niet met meerdere technische bedrijfseenheden)

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de juridische entiteit. Dit wordt aangeduid bovenaan in rubriek I van het formulier C106A, samen met het adres van de maatschappelijke zetel.

De juridische entiteit is in moeilijkheden. De gegevens betreffende de gewogen productie en de BTW-aangiften voor het betreffende ondernemingsnummer worden opgenomen in de bijlage.

De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid, samengesteld uit meerdere juridische entiteiten

= +

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

Voor elke juridische entiteit wordt een formulier C106A ingevuld, vermeldend

  • dezelfde refertemaand;
  • het adres en het ondernemingsnummer van de betreffende juridische entiteit;
  • dat de bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

De voormelde gegevens betreffende de gewogen productie en de BTW-aangifte voor het betreffende ondernemingsnummer, worden opgenomen in de bijlage (de gewogen productie van deze entiteit moet niet voldoen aan de vereiste daling met 10%).

Bovendien wordt een extra formulier opgesteld voor de technische bedrijfseenheid, vermeldend

  • het adres van de technische bedrijfseenheid;
  • dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;

De voormelde getotaliseerde gegevens betreffende de gewogen productie worden opgenomen in de bijlage (de getotaliseerde gewogen productie moet voldoen aan de vereiste daling met 10%).

8 Is de onderneming in moeilijkheden ingevolge substantiële daling van de bestellingen?

Is er een substantiële daling in de bestellingen van minstens 10%?

De substantiële daling van 10% in de bestellingen moet

  • betrekking hebben op alle bestellingen van de onderneming,
  • bekomen worden door een weging in functie van de belangrijkheid van de diverse bestellingen en aanleiding geven tot een daaraan gerelateerde daling aan productieve arbeidsuren van de werknemers en
  • bewezen worden door de indiening van een dossier dat, naast de BTW-aangiften van alle betreffende kwartalen, ook documenten bevat die de vereiste daling inzake bestellingen aantonen en de gevolgde berekeningswijze toelichten, zoals boekhoudkundige stukken en verslagen overgemaakt aan de ondernemingsraad.

De gewogen bestellingen in het refertekwartaal moeten minstens 10% lager zijn dan de gewogen bestellingen van het corresponderende kwartaal gesitueerd:

  • ofwel in 2008;
  • ofwel in een van de twee kalenderjaren voorafgaand aan de refertedatum (= voorziene datum van de eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek).

Het refertekwartaal stemt overeen met één van de vier kwartalen voorafgaand aan de voorziene datum van de eerste mededeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek.

Het refertekwartaal = het laatste kwartaal

In dit geval moeten de gewogen bestellingen van het laatste kwartaal minstens 10% lager zijn dan de gewogen bestellingen van het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar.  De onderneming die het laatste kwartaal als refertekwartaal kiest, vult rubriek III, D van het formulier C106A in en voegt een dossier toe (zie hiervoor). Bovendien wordt een kopie van de BTW-aangiften betreffende het refertekwartaal en het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar toegevoegd.

Het refertekwartaal = het 2e, 3e of 4e kwartaal voorafgaand aan de refertedatum

In dit geval mag de onderneming het tweede, derde of vierde kwartaal voorafgaand aan de voorziene datum van de eerste kennisgeving schorsing bedienden ingevolge werkgebrek, kiezen als refertekwartaal.  De gewogen bestellingen van dat refertekwartaal moeten minstens 10% lager zijn dan de gewogen bestellingen van het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar. Bovendien moeten ook de gewogen bestellingen in de daaropvolgende kwarta(a)l(en) lager zijn (zonder dat de 10 % moet bereikt worden) dan de gewogen bestellingen van dezelfde kwartalen, volgend op het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar De onderneming vult rubriek III, D van het formulier C106A in en voegt een dossier toe (zie hiervoor). Bovendien wordt een kopie van de BTW-aangiften betreffende het refertekwartaal en het corresponderende kwartaal in het gekozen jaar en van de recentere relevante kwartalen toegevoegd.

Met welke entiteit kan er rekening gehouden worden?

Wordt gebruik gemaakt van het criterium "daling van de bestellingen", dan wordt rekening gehouden met de onderneming als "juridische entiteit" of als "technische bedrijfseenheid" samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

De aanvraag betreft de juridische entiteit (al of niet met meerdere technische bedrijfseenheden)

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de juridische entiteit. Dit wordt aangeduid bovenaan in rubriek I van het formulier C106A, samen met het adres van de maatschappelijke zetel.

De juridische entiteit is in moeilijkheden. De gegevens betreffende de gewogen bestellingen en de BTW-aangiften voor het betreffende ondernemingsnummer worden opgenomen in de bijlage.

De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid, samengesteld uit meerdere juridische entiteiten

= +

De maatregelen voorzien in de CAO of in het ondernemingsplan, gelden voor werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

Voor elke juridische entiteit wordt een formulier C106A ingevuld, vermeldend

  • dezelfde refertemaand;
  • het adres en het ondernemingsnummer van de betreffende juridische entiteit;
  • dat de bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.

De voormelde gegevens betreffende de gewogen bestellingen en de BTW-aangifte voor het betreffende ondernemingsnummer, worden opgenomen in de bijlage (de gewogen bestellingen van deze entiteit moeten niet voldoen aan de vereiste daling met 10%).

Bovendien wordt een extra formulier opgesteld voor de technische bedrijfseenheid, vermeldend

  • het adres van de technische bedrijfseenheid;
  • dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;

De voormelde getotaliseerde gegevens betreffende de gewogen bestellingen worden opgenomen in de bijlage (de getotaliseerde gewogen bestellingen moeten voldoen aan de vereiste daling met 10%).

9 Is de onderneming door de minister van Werk erkend als onderneming in moeilijkheden op basis van onvoorziene omstandigheden?

Algemene uitleg

Een onderneming kan door de minister van Werk worden erkend als onderneming in moeilijkheden op basis van onvoorziene omstandigheden die op korte termijn een substantiële daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen tot gevolg hebben.

Die erkenning als onderneming in moeilijkheden wordt toegekend voor een bepaalde duur, in voorkomend geval hernieuwbaar, in functie van de door de onderneming ingeroepen elementen.

Met welke entiteit kan er rekening worden gehouden?

Voor de aanvraag om ministeriële erkenning als onderneming in moeilijkheiden, kan  rekening  worden gehouden met de onderneming als 'juridische entiteit'  of als 'technische bedrijfseenheid'  samengesteld uit meerdere juridische eenheden of als 'technische bedrijfseenheid' (vestigingsplaats)  die een onderdeel is van een juridische entiteit.

Procedure voor het aanvragen van de erkenning

De onderneming moet via een gemotiveerde en aangetekende brief een aanvraag overmaken aan de directeur-generaal van de Algemene Directie Collective arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel. De brief wordt vergezeld van het ondernemingsplan of de collectieve arbeidsovereenkomst. De directeur-generaal legt de aanvraag voor aan de Commissie 'Ondernemingsplannen'.

Binnen de twee weken na ontvangst van de aanvraag, deelt de Commissie haar advies over de gevraagde erkenning mee aan de minister van Werk en doet ze in geval van een ondernemingplan, een uitspraak over dat plan.

De beslissing van de minster wordt aan de onderneming meegedeeld.

Inhoud van de erkenningsaanvraag

Het bewijs van de substantiële daling moet worden geleverd door middel van btw-aangiftes of door andere bewijskrachtige documenten.

De onderneming moet het bewijs leveren van het oorzakelijk verband tussen de onvoorziene omstandigheden en de aanzienlijke daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen.

Voor meer uitleg over de erkenningsaanvraag: zie www.werk.belgie.be.

Procedure naar de RVA toe

Dezelfde procedure zoals uitgelegd in punt 2, 3 en 4 wordt gevolgd.

Het formulier C106A kan evenwel vóór de erkenning als onderneming in moeilijkheden bij de RVA worden ingediend (om de termijn van 14 dagen zoals bedoeld in punt 2 reeds te laten lopen) op voorwaarde dat een kopie van de erkenningsbrief wordt overgemaakt aan de RVA zodra de onderneming die heeft ontvangen. De werkgever moet eerst een kopie van de ministeriële erkenning aan de RVA overmaken vooraleer hij de voorafgaandelijke mededeling tijdelijke werkloosheid aan de RVA kan versturen.