Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Tijdskrediet met motief - Reglementering in werking vóór 01.04.2017

Infoblad

E62

Laatste update
01-04-2017

Wat is tijdskrediet met motief? 

Boven op het tijdskrediet zonder motief beschikt de werknemer over een bijkomend recht op tijdskrediet met motief. Net zoals het tijdskrediet zonder motief biedt het tijdskrediet met motief de werknemer de mogelijkheid om zijn prestaties tijdelijk te schorsen of te verminderen.

Om dit bijkomend recht te bekomen, moet de werknemer zijn aanvraag verplicht rechtvaardigen met één van de motieven bepaald door de reglementering en het bewijs leveren van het bestaan van dit motief. Bovendien is dit bijkomend recht onderworpen aan specifieke toegangsvoorwaarden.

In functie van het motief kan de maximumduur van het bijkomend recht variëren (zie hierna).

Tijdens het tijdskrediet met motief kan de werknemer bij wijze van vervangingsinkomen uitkeringen krijgen van de RVA (zie het infoblad E67).

Op wie zijn de bepalingen vervat in dit infoblad van toepassing?

Op de werkgevers die vóór 01.04.2017 een schriftelijke kennisgeving hebben ontvangen, waarin de werknemer een tijdskrediet met motief aanvraagt. Worden hier bedoeld de schriftelijke kennisgevingen betreffende de eerste aanvragen of verlengingen van het tijdskrediet met motief.

Wat zijn de verschillende vormen van tijdskrediet met motief?

Er bestaan 3 vormen van tijdskrediet met motief:

  • Voltijds tijdskrediet

Dit biedt de werknemers de mogelijkheid om hun arbeidsprestaties volledig te schorsen ongeacht hun arbeidsregeling (voltijds of deeltijds).

  • Halftijds tijdskrediet

Dit biedt de werknemers die minstens 3/4-tijds werken de mogelijkheid om hun arbeidsprestaties te verminderen en aan 50% van een voltijds arbeidsregime te blijven werken.

  • 1/5-tijds tijdskrediet

Dit biedt de werknemers die voltijds werken in een wekelijkse arbeidsregeling gespreid over minstens 5 dagen de mogelijkheid om hun arbeidsprestaties te verminderen met één dag of twee halve dagen per week.

Het is eventueel mogelijk om op basis van een andere vermindering van de voltijdse arbeidsregeling 4/5-tijds te werken. In die mogelijkheid moet verplicht worden voorzien door:

  • een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sector- of ondernemingsniveau;
  • of, indien er geen vakbondsafvaardiging is, door het arbeidsreglement en op voorwaarde dat u en de werknemer een onderling akkoord sluiten.

Welke motieven voorziet de reglementering?

1. Zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar

Onder zorgen voor zijn kind wordt verstaan dat de werknemer dit motief inroept om zich bezig te houden met zijn kind. Dit motief kan eveneens ingeroepen worden voor zijn geadopteerd kind.

NB : dit motief voor tijdskrediet mag niet verward worden met het ouderschapsverlof (zie het infoblad T19).

Om het tijdskrediet met dit motief te rechtvaardigen moet de aanvangsdatum ervan gelegen zijn vóór de 8ste verjaardag van het kind. Indien het om een geadopteerd kind gaat, mag het tijdskrediet beginnen vanaf de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer woont.

Indien het recht op tijdskrediet wordt uitgesteld omwille van dwingende interne of externe redenen (zie het infoblad E64) over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet), mag de datum van de 8ste verjaardag overschreden worden.

2. Palliatieve zorgen verlenen

Om het tijdskrediet met dit motief te kunnen rechtvaardigen, wordt verstaan onder palliatieve zorgen elke vorm van bijstand (medische, sociale, administratieve en psychologische) en verzorging die de werknemer wil verstrekken aan personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die terminaal zijn.

NB : dit motief voor tijdskrediet mag niet verward worden met het palliatief verlof (zie het infoblad T20).

3. Zorg of bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad

Om het tijdskrediet met dit motief te kunnen rechtvaardigen, wordt beschouwd als "zware ziekte", elke ziekte of medische ingreep die de behandelende geneesheer van de patiënt als dusdanig beoordeelt en waarvoor hij elke vorm van sociale, familiale of psychologische/morele bijstand noodzakelijk acht voor het herstel.

De bloed- en aanverwanten van de werknemer tot de 2de graad worden beschouwd als familieleden.

De leden van het gezin zijn de personen die met de werknemer samenwonen, ongeacht of ze familieleden zijn of niet.

NB : dit motief voor tijdskrediet mag niet verward worden met het verlof voor medische bijstand (zie het infoblad T18).

4. Een erkende opleiding volgen

Om het tijdskrediet met dit motief te kunnen rechtvaardigen, moet de werknemer:

  • een opleiding volgen die erkend is door de Gemeenschappen (Vlaamse, Franse of Duitstalige) of door de sector, van minstens 360 uren of 27 studiepunten per jaar of 120 uren of 9 studiepunten per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden;
  • onderwijs volgen dat verstrekt wordt in een Centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het behalen van een diploma of getuigschrift van het secundair onderwijs, waarbij de grens wordt vastgesteld op 300 uren per jaar of 100 uren per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden.

5. Zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar

Om het tijdskrediet met dit motief te kunnen rechtvaardigen:

  • moet het kind van de werknemer een fysieke of mentale ongeschiktheid vertonen van ten minste 66% of een aandoening die voor gevolg heeft dat er minstens 4 punten worden toegekend in pijler I van de medisch-sociale schaal, in de zin van de reglementering op de kinderbijslag;
  • moet de aanvangsdatum waarop het tijdskrediet begint of verlengd wordt, gesitueerd zijn voor het moment waarop het gehandicapte kind de leeftijd van 21 jaar bereikt.

Indien het recht op tijdskrediet wordt uitgesteld omwille van dwingende interne of externe redenen (zie het infoblad E64 over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet), mag de datum van de 21ste verjaardag overschreden worden.

NB : dit motief voor tijdskrediet mag niet verward worden met het verlof voor medische bijstand (zie het infoblad T18) of het ouderschapsverlof (zie het infoblad T19), noch met het motief voor tijdskrediet "bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad".

6. Bijstand of zorg verlenen aan zijn zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin

Om het tijdskrediet met dit motief te kunnen rechtvaardigen:

  • moet de ernst van het gezondheidsprobleem als dusdanig erkend zijn door de geneesheer van het betrokken kind;
  • moet de aanvangsdatum waarop het tijdskrediet begint of verlengd wordt ,gesitueerd zijn vóór het kind meerderjarig wordt, dit wil zeggen 18 jaar;

Indien het recht op tijdskrediet wordt uitgesteld omwille van dwingende interne of externe redenen (zie het infoblad E64) over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet), mag de datum van de 18ste verjaardag overschreden worden.

  • indien het zwaar zieke kind niet het kind van de werknemer is, moet het, om beschouwd te worden als lid van zijn gezin, als medebewoner ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van de gemeente waar hij zijn woonplaats heeft.

NB : dit motief voor tijdskrediet mag niet verward worden met het verlof voor medische bijstand (zie het infoblad T18) of het ouderschapsverlof (zie het infoblad T19), noch met het motief voor tijdskrediet "bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad".

Wat zijn de toegangsvoorwaarden?

Om het tijdskrediet met motief te bekomen, moet de werknemer verplicht en cumulatief de hierna beschreven voorwaarden vervullen.

Deze voorwaarden moeten vervuld zijn op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving (zie het Infoblad E65 over de aanvraagprocedure).

Anciënniteitsvoorwaarde

De werknemer moet sinds minstens 2 jaar door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn met de onderneming .

De anciënniteit is van toepassing onverminderd de bepalingen betreffende de conventionele overdrachten, in toepassing van de Europese richtlijn 2001/23/EG. Indien de werknemer naar uw onderneming werd overgedragen overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn en nog geen 2 jaar anciënniteit heeft op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving, moet u de aangifte van overdracht invullen, die u kunt vinden op onze website, en aan de werknemer overhandigen. Voor meer informatie hierover, zie het infoblad E58 over de gevolgen van een verandering van werkgever voor het tijdskrediet [...].

Deze voorwaarde geldt voor de drie vormen van tijdskrediet met motief (voltijds, halftijds en 1/5-tijds).

NB : in tegenstelling tot het tijdskrediet zonder motief, is het voor het tijdskrediet met motief niet verplicht om minstens 5 jaar beroepsverleden als loontrekkende te hebben.

Uitzondering

Indien de werknemer nog geen 2 jaar anciënniteit heeft, kan hij het tijdskrediet met motief toch bekomen als hij het neemt nadat hij zijn recht op ouderschapsverlof heeft uitgeput voor alle rechthebbende kinderen. Voor de toepassing van deze uitzondering is het absoluut noodzakelijk dat:

  • de werknemer het ouderschapsverlof heeft genomen voor al zijn kinderen in de leeftijdsvoorwaarde (dit wil zeggen jonger dan 12 jaar volgens de algemene regel of jonger dan 21 jaar in geval van lichamelijke of mentale ongeschiktheid van minstens 66%);
  • de werknemer de maximumduur van het ouderschapsverlof met betaling van uitkeringen heeft uitgeput, dit wil zeggen:
    • indien het kind geboren of geadopteerd is vanaf 08.03.2012:
      • ofwel 4 maanden volledige onderbreking;
      • ofwel 8 maanden vermindering van prestaties tot een 1/2-tijdse betrekking;
      • ofwel 20 maanden vermindering van prestaties met 1/5;
      • ofwel een combinatie van de 3 vormen van ouderschapsverlof tot 4 maanden voltijds equivalent;
    • indien het kind geboren of geadopteerd is vóór 08.03.2012:
      • ofwel 3 maanden volledige onderbreking;
      • ofwel 6 maanden vermindering van prestaties tot een 1/2-tijdse betrekking;
      • ofwel 15 maanden vermindering van prestaties met 1/5;
      • ofwel een combinatie van de 3 vormen van ouderschapsverlof tot 3 maanden voltijds equivalent;
  • het tijdskrediet met motief van datum tot datum volgt op het ouderschapsverlof.

Voor meer informatie over het ouderschapsverlof verwijzen we u naar het infoblad T19.

Tewerkstellingsvoorwaarde

In geval van vermindering van prestaties moet de werknemer naast de voorwaarden van 2 jaar anciënniteit, ook een tewerkstellingsvoorwaarde vervullen tijdens de 12 maanden die de schriftelijke kennisgeving voorafgaan.

  • in geval van halftijds tijdskrediet moet hij minstens 3/4-tijds gewerkt hebben.
  • in geval van 1/5-tijds tijdskrediet moet hij voltijds gewerkt hebben.

Indien de werknemer niet heeft gewerkt in het toegewezen arbeidsregime gedurende de vereiste 12 maanden, kunnen bepaalde periodes van schorsing van de overeenkomst of deeltijdse tewerkstelling gelijkgesteld worden met prestaties of geneutraliseerd worden. Voor meer informatie hierover, zie het infoblad E64.

Specifieke voorwaarden

Noodzaak van een CAO

Er moet een sectorale of ondernemings-CAO gesloten zijn die het mogelijk maakt een voltijds of halftijds tijdskrediet te bekomen voor de motieven 1 tot 4, dit wil zeggen:

  • zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar;
  • palliatieve zorgen verlenen;
  • zorg of medische bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad;
  • een erkende opleiding volgen.

Indien vóór 01.09.2012 in toepassing van de CAO nr. 77bis een sectorale of ondernemings-CAO was gesloten om het recht op het voltijdse of halftijdse tijdskrediet uit te breiden tot meer dan een jaar, maakt deze CAO het mogelijk om het bijkomende recht op het voltijdse of het halftijdse tijdskrediet te bekomen omwille van de voormelde motieven, zonder de maximumtermijn van 36 maanden te overschrijden.

Dat betekent dat het bijkomend recht op voltijds of halftijds tijdskrediet omwille van deze motieven niet bij alle werkgevers kan bekomen worden.

Indien hieromtrent geen sectorale of ondernemings-CAO is gesloten, kunnen de werknemers van uw onderneming het voltijds of halftijds tijdskrediet omwille van deze motieven niet bekomen, zelfs indien ze aan de andere toegangsvoorwaarden voldoen. In deze hypothese moet u de aanvraag van de werknemer weigeren.

Opmerkingen

Om toegang te krijgen tot het 1/5-tijdse tijdskrediet omwille van de motieven 1 tot 4 is er geen sectorale of ondernemings-CAO nodig. Het kan dus bekomen worden bij alle werkgevers.

Om toegang te krijgen tot de drie vormen van tijdskrediet (voltijds, halftijds of 1/5-tijds) voor de motieven 5 en 6 ("zorgen voor zijn gehandicapt kind jonger dan 21 jaar" en "zorg of bijstand verstrekken aan zijn zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin"), is er geen sectorale of ondernemings-CAO nodig. Zij kunnen dus bekomen worden bij alle werkgevers.

Geen toelating om te cumuleren met een activiteit als loontrekkende of als zelfstandige

De werknemer heeft geen recht op het voltijds, halftijds of 1/5-tijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4 (zie hiervoor), indien hij een nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende aanvat of uitbreidt, die niet met de onderbrekingsuitkeringen gecumuleerd mag worden.

Welke cumulaties met onderbrekingsuitkeringen zijn verboden?

De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met:

  • een nevenactiviteit als loontrekkende, behalve indien die minstens gedurende 12 maanden voor de aanvangsdatum van het tijdskrediet tegelijkertijd met de activiteit die het voorwerp vormt van de aanvraag om tijdskrediet werd uitgeoefend.

In geval van toegelaten cumulatie mag het aantal uren van de nevenactiviteit als loontrekkende niet uitgebreid worden. Met andere woorden, indien het aantal uren van de nevenactiviteit als loontrekkende tijdens het tijdskrediet wordt verhoogd, is de cumulatie niet meer toegelaten.

  • een nevenactiviteit als zelfstandige, behalve in geval van voltijds tijdskrediet en op voorwaarde dat deze activiteit gedurende minstens 12 maanden vóór de aanvangsdatum ervan tegelijkertijd werd uitgeoefend met de activiteit die het voorwerp vormt van de aanvraag om tijdskrediet.

Voor de toepassing van deze bepaling is een nevenactiviteit als zelfstandige elke activiteit die de betrokken werknemer verplicht om ingeschreven te zijn onder het zelfstandigenstatuut, overeenkomstig de reglementering van de RSVZ.

Wat moet u concreet doen?

Vooraleer u het tijdskrediet toekent voor de motieven 1 tot 4, moet u nagaan of de werknemer geen nevenactiviteit als zelfstandige of loontrekkende verricht waarmee cumulatie verboden is. Indien dat het geval is, moet u de aanvraag van de werknemer weigeren, zelfs indien hij voldoet aan de andere toegangsvoorwaarden.

Wat gebeurt er indien de werknemer een nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende uitoefent waarmee cumulatie verboden is?

Indien u het tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4 toekent en de RVA een verboden cumulatie vaststelt, zal het recht op het tijdskrediet en de bijbehorende uitkeringen door onze diensten geweigerd worden.

Verder verliest de werknemer het recht op het tijdskrediet met motief en op de bijbehorende uitkeringen, indien hij een nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende aanvat of een activiteit als loontrekkende die al minstens 12 maanden bestond, uitbreidt.

In deze twee hypothesen bezorgt de RVA u een kopie van zijn beslissing tot weigering of tot herziening, zodat de administratieve toestand van de werknemer binnen uw bedrijf geregulariseerd kan worden.

Voorbeeld: een voltijdse werknemer vraag een halftijds tijdskrediet met motief "zorgen voor zijn kind jonger dan 8 jaar" (motief 1). Op het ogenblik dat hij zijn aanvraag indient, heeft hij geen nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende.

Tijdens dit tijdskrediet vat hij een activiteit als zelfstandige aan. Via de kruising met de gegevens van de RSVZ ontdekt de RVA deze cumulatie. Vermits deze cumulatie verboden is, zal de RVA de werknemer het recht op het tijdskrediet met motief en op de bijbehorende uitkeringen afnemen en u een kopie van zijn beslissing overmaken. In dat geval moet de werknemer:

  • ofwel, opnieuw voltijds gaan werken;
  • ofwel, een tijdskrediet zonder motief aanvragen, in plaats van het tijdskrediet met motief;
  • ofwel vragen om halftijds te werken in het kader van een vrijwillig deeltijdse arbeidsovereenkomst.

Welke bewijzen moet de werknemer u bezorgen om het ingeroepen motief te rechtvaardigen?

1. Zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar

De werknemer moet u de identiteit geven van het kind jonger dan 8 jaar waarvoor hij het tijdskrediet met dit motief aanvraagt.

Indien u dit document nog niet bezit, moet de werknemer u eveneens een kopie bezorgen van de geboorteakte van het betrokken kind.

Indien het om een geadopteerd kind gaat, moet de werknemer u een attest bezorgen dat de adoptie bewijst, alsook een gezinssamenstelling waaruit blijkt dat het kind onder zijn dak woont.

2. Palliatieve zorgen verlenen

Ten laatste op het moment waarop het tijdskrediet aanvangt, moet de werknemer u een attest bezorgen, afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die de palliatieve zorgen nodig heeft, waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard om hem deze palliatieve zorgen te verstrekken.

De identiteit van de patiënt die de palliatieve zorgen nodig heeft, moet niet op het attest vermeld staan.

3. Zorg of bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad

De werknemer moet u laten weten dat hij medische bijstand gaat verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad. Hij moet daarbij preciseren welke band hij heeft met de zwaar zieke patiënt, te weten:

  • indien het een familielid tot de 2de graad is, om welk familielid het gaat (bv.: vader, moeder, broer, zus, kind, enz.).
  • indien het een lid van zijn gezin is, zijn identiteit.

Ten laatste op het ogenblik waarop het tijdskrediet aanvangt, moet de werknemer u een attest van de behandelende geneesheer van de patiënt bezorgen, waaruit blijkt:

  • dat hij de ziekte als ernstig beschouwt;
  • en dat hij van mening is dat medische, sociale, familiale of mentale bijstand door de werknemer noodzakelijk is voor het herstel.

Indien de zwaar zieke patiënt geen familielid is tot de 2de graad, moet de werknemer u eveneens een gezinssamenstelling bezorgen waaruit blijkt dat betrokkene onder zijn dak woont.

4. Een erkende opleiding volgen

De werknemer moet u een attest van de opleidingsinstelling bezorgen dat, naargelang het geval, vermeldt dat hij geldig is ingeschreven voor:

  • een opleiding erkend door de Gemeenschap (Vlaamse, Franse of Duitstalige) van minstens 360 uren of 27 studiepunten per jaar of 120 uren of 9 studiepunten per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden;
  • onderwijs gegeven in een centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het bekomen van een diploma of attest van het secundair onderwijs, waarvan de limiet is vastgesteld op 300 lesuren per jaar of 100 lesuren per kwartaal of per ononderbroken periode van 3 maanden.

Bovendien zal hij u (en de RVA) op het einde van elk trimester binnen de 20 kalenderdagen een attest moeten bezorgen van regelmatige aanwezigheid op de opleiding. Voor de toepassing van deze bepaling:

  • mag de werknemer in de loop van het trimester niet meer dan 1/10 van de opleidingsduur ongewettigd afwezig zijn;
  • worden de dagen schoolvakantie tijdens de opleidingsperiode of na deze periode, gelijkgesteld met dagen van regelmatige aanwezigheid.

Indien de werknemer een opleiding volgt in een instelling waar de aanwezigheid tijdens de lessen niet wordt gecontroleerd (Vb.: universiteit, hogeschool, enz.), is het mogelijk dat de instelling weigert het attest van regelmatige aanwezigheid af te leveren. Om dit probleem op te lossen, zal de werknemer een attest moeten afleveren waarin vermeld staat dat de instelling de regelmatige aanwezigheid tijdens de opleiding niet controleert en dat hij tijdens het afgelopen trimester nog steeds geldig was ingeschreven bij de instelling.

Indien dit attest u niet wordt afgeleverd of indien het buiten de termijn van 20 kalenderdagen na het einde van het afgelopen trimester aankomt, verliest de werknemer het recht op tijdskrediet met motief "een erkende opleiding volgen".

5. Zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar

Ten laatste op het moment dat het tijdskrediet aanvangt, moet de werknemer u een attest bezorgen dat de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 % van zijn kind bewijst of een attest met de vermelding dat de aandoening waaraan zijn kind lijdt voor gevolg heeft dat het minstens 4 punten toegekend krijgt in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de reglementering op de kinderbijslag.

Indien u dit document nog niet bezit, moet de werknemer u eveneens een kopie bezorgen van de geboorteakte van het betrokken kind.

Indien het om een geadopteerd kind gaat, moet de werknemer u eveneens een attest bezorgen dat de adoptie bewijst, alsook een gezinssamenstelling waaruit blijkt dat het kind onder zijn dak woont.

6. Bijstand of zorg verlenen aan zijn zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin

Ten laatste op het ogenblik waarop het tijdskrediet aanvangt, moet de werknemer u een attest van de behandelende geneesheer van het minderjarige kind bezorgen, waaruit blijkt:

  • dat hij de ziekte waaraan het kind lijdt, als ernstig beschouwt;
  • en dat hij van mening is dat medische, sociale, familiale of mentale bijstand door de werknemer noodzakelijk is voor het herstel.

Indien het gaat om:

  • zijn kind, moet de werknemer u eveneens een kopie bezorgen van de geboorteakte (indien u die nog niet heeft);
  • een geadopteerd kind, moet de werknemer u eveneens een attest bezorgen dat de adoptie bewijst, alsook een gezinssamenstelling waaruit blijkt dat het kind onder zijn dak woont.

Indien het niet om zijn kind gaat, maar om een kind dat deel uitmaakt van zijn gezin, moet de werknemer u zijn identiteit vermelden en u een gezinssamenstelling bezorgen waaruit duidelijk blijkt dat dit kind onder zijn dak woont.

Voor welke duur kan het tijdskrediet met motief gevraagd worden?

De duur per aanvraag varieert in functie van het ingeroepen motief. Verder kan ook de maximumduur variëren in functie van het motief.

Duur per aanvraag

1. Zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar

  • In geval van voltijds of 1/2-tijds tijdskrediet is de minimumduur per aanvraag 3 maanden;
  • In geval van tijdskrediet 1/5 is de minimumduur per aanvraag 6 maanden.

De minimumduur van 3 maanden of van 6 maanden moet gerespecteerd worden bij elke aanvraag om tijdskrediet met dit motief, ook in geval van verlenging.

Voor de maximumduur, zie verder.

2. Palliatieve zorgen verlenen

Per patiënt die palliatieve zorgen nodig heeft, kan de werknemer slechts een periode van 1 maand bekomen, één keer verlengbaar met 1 bijkomende maand.

Indien later andere personen terminaal zijn en palliatieve zorg nodig hebben, kan de werknemer opnieuw tijdskrediet met dit motief bekomen voor een duur van 1 maand per patiënt, verlengbaar met 1 maand, tot de maximumduur is bereikt (zie verder).

3. Zorg of medische bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad

De werknemer kan het tijdskrediet omwille van dit motief bekomen per periode van minimum 1 tot maximum 3 maanden per aanvraag.

Ongeacht of het om dezelfde of om een andere patiënt gaat, kan het tijdskrediet omwille van dit motief vernieuwd worden, al dan niet op ononderbroken wijze, tot de maximumduur bereikt wordt (zie verder).

4. Een erkende opleiding volgen

  • In geval van voltijds of halftijds tijdskrediet is de minimumduur 3 maanden;
  • In geval van tijdskrediet 1/5 is de minimumduur per aanvraag 6 maanden.

De minimumduur van 3 maanden of van 6 maanden moet gerespecteerd worden bij elke aanvraag om tijdskrediet met dit motief, ook in geval van verlenging.

Bovendien moet de duur van de aanvraag beperkt zijn tot de duur van de opleiding.

Voorbeeld: indien de opleiding 9 maanden duurt, mag de werknemer het tijdskrediet met dit motief niet aanvragen voor meer dan 9 maanden.

Voor de maximumduur, zie verder.

5. Zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar

  • In geval van voltijds of halftijds tijdskrediet is de minimumduur 3 maanden;
  • In geval van tijdskrediet 1/5 is de minimumduur per aanvraag 6 maanden.

De minimumduur van 3 maanden of van 6 maanden moet gerespecteerd worden bij elke aanvraag om tijdskrediet met dit motief, ook in geval van verlenging.

Voor de maximumduur, zie verder.

6. Bijstand of zorg verlenen aan zijn zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin

De werknemer kan het tijdskrediet omwille van dit motief bekomen per periode van minimum 1 tot maximum 3 maanden per aanvraag.

Het tijdskrediet omwille van dit motief kan al dan niet op ononderbroken wijze verlengd worden, tot de maximumduur bereikt wordt (zie verder).

Maximumduur

Afhankelijk van het motief waarvoor het tijdskrediet wordt gevraagd, kan de maximumduur van het bijkomende recht variëren.

Het gaat om de volgende maximumduur: 

MOTIEVEN 1 tot 4

MOTIEVEN 5 en 6

Zorgen voor zijn kind dat jonger is dan - 8 jaar

Palliatieve zorgen verlenen

Zorg of medische bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad

Een erkende opleiding volgen

Zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar

Bijstand of zorg verlenen aan zijn zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin

MAXIMUMDUUR = 36 maanden

MAXIMUMDUUR = 48 maanden

De maximumduur voorzien voor de motieven 1 tot 4 (linkerkolom van de tabel) is niet per se altijd gelijk aan 36 maanden. Deze maximumduur hangt immers af van de sectorale of ondernemings-CAO die hieromtrent gesloten is.

Voorbeeld: De sociale partners hebben een sectorale CAO gesloten die het mogelijk maakt het tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4 gedurende maximum 24 maanden te bekomen. Bijgevolg kan het bijkomend recht voor deze motieven slechts gedurende deze 24 maanden en niet gedurende de 36 maanden bekomen worden.

De maximumduur van 36 maanden voorzien voor de motieven 1 tot 4 (linkerkolom van de tabel) en deze van 48 maanden voorzien voor de motieven 5 en 6 (rechterkolom van de tabel) worden niet bij elkaar opgeteld.

De maximumduur van de motieven 1 tot 4 gedurende 36 maanden en die van de motieven 5 en 6 gedurende 48 maanden worden niet uitgedrukt in voltijds equivalent. Dat betekent dat de duur van het bijkomende recht identiek blijft, ongeacht de gevraagde vorm van het tijdskrediet omwille van één van deze motieven (voltijds, halftijds of 1/5-tijds).

Voorbeeld: Een werknemer vraagt halftijds tijdskrediet met motief 1 "zorgen voor zijn kind jonger dan 8 jaar", de maximumduur bedraagt slechts 36 maanden en geen 72 maanden.

Ongeacht het motief waarvoor het tijdskrediet wordt aangevraagd, kan het niet vernieuwd worden wanneer de maximumduur van 36 of 48 maanden is uitgeput.

Indien de werknemer het tijdskrediet aanvraagt omwille van verschillende motieven en indien het resterende saldo van de maximumduur van 36 of 48 maanden lager is dan de minimumduur voorzien per aanvraag kan dit saldo toch nog bekomen worden.

Welke periodes moeten afgetrokken worden van de maximumduur van het tijdskrediet met motief?

Volgens de algemene regel moeten alle periodes van tijdskrediet en loopbaanonderbreking bekomen vóór 01.09.2012 eerst afgetrokken worden van de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief en moet het eventuele overschot vervolgens afgetrokken worden van de maximumduur van het tijdskrediet met motief.

Indien de werknemer echter het onweerlegbare bewijs levert dat de periode(s) bekomen vóór 01.09.2012 gerechtvaardigd waren met een reglementair motief, worden deze periodes eerst afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet met motief en het eventuele overschot van de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief.

De periodes van thematische verloven (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof) moeten echter nooit afgetrokken worden van de maximumduur van het tijdskrediet met motief.

Voor meer informatie over de berekening van de maximumduur van het tijdskrediet met en zonder motief evenals over de verrekeningsregels van de in het verleden verkregen periodes, kunt u het infoblad T157 raadplegen.

Mag u de aanvraag weigeren?

  • Indien u maximum 10 werknemers tewerkstelt.

U mag de aanvraag weigeren want in dit geval is het tijdskrediet geen recht.

  • Indien u meer dan 10 werknemers tewerkstelt.

Indien de toegangsvoorwaarden vervuld zijn mag u de aanvraag niet weigeren want in dit geval is het tijdskrediet een recht. Om de continuïteit van het werk te garanderen, is het recht op het tijdskrediet evenwel beperkt tot een quotum van gelijktijdige afwezigheden.

Los van het aantal werknemers in de onderneming, kunnen bepaalde functies overigens uitgesloten worden van het recht op het tijdskrediet, door middel van een sectorale of ondernemings-CAO.

Voor meer informatie hierover, zie het Infoblad E64 over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet.

Moet de werknemer eerst de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief uitputten voor hij het tijdskrediet met motief aanvraagt?

Neen. De werknemer mag vrij bepalen in welke volgorde hij gebruik wil maken van het tijdskrediet met of zonder motief.

Voorbeeld: de werknemer heeft een kind van 7 jaar en wenst een tijdskrediet om zich met dit kind bezig te houden. Hij kan dus eerst tijdskrediet aanvragen met motief 1 "zorgen voor zijn kind jonger dan 8 jaar". Daarna kan hij tijdskrediet zonder motief aanvragen.

Wat zijn de verschillen tussen de thematische verloven en het tijdskrediet met motief?

De thematische verloven (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof) zijn specifieke vormen van loopbaanonderbreking.

De toegangsvoorwaarden voor de thematische verloven zijn anders dan die voor het tijdskrediet met motief.

  • Om het ouderschapsverlof te bekomen, moet de werknemer slechts 1 jaar anciënniteit hebben in de onderneming (in plaats van 2 voor het tijdskrediet met motief). Bovendien kan het ouderschapsverlof bekomen worden voor een kind jonger dan 12 jaar (in plaats van een kind jonger dan 8 jaar wanneer tijdskrediet wordt gevraagd om ervoor te zorgen). Om alle verschillen te kennen tussen het ouderschapsverlof en het tijdskrediet met motief "zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar", kunt u de informatie raadplegen die in onze FAQ staat;  
  • Om het verlof voor medische bijstand en/of het palliatief verlof te bekomen is geen enkele anciënniteit vereist (in tegenstelling tot het tijdskrediet met motief, waarvoor 2 jaar anciënniteit in de onderneming nodig is). Om alle verschillen te kennen tussen het verlof voor medische bijstand en het tijdskrediet voor dat motief, kunt u de informatie raadplegen die in onze FAQ staat.

Daarnaast:

  • vormen de thematische verloven individuele rechten (in tegenstelling tot het tijdskrediet, waarvan het recht in ondernemingen van meer dan 10 werknemers beperkt is tot een quotum van gelijktijdige afwezigheden, zie het infoblad E64 over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet);
  • zijn de aanvraagtermijnen van de thematische verloven korter dan die van het tijdskrediet (zie het infoblad E65 over de aanvraagprocedure);
  • zijn de uitkeringsbedragen van de thematische verloven hoger dan die voorzien in het kader van het tijdskrediet (zie het infoblad E67 over de uitkeringen tijdskrediet).

Moet de werknemer eerst zijn recht op thematisch verlof hebben gebruikt voor hij een tijdskrediet met motief aanvraagt?

Neen. De werknemer mag vrij bepalen in welke volgorde hij gebruik wil maken van het thematisch verlof en/of tijdskrediet met (of zonder) motief.

Voorbeeld: een voltijdse werkneemster heeft een kind van 7 jaar. Zij heeft vroeger nog nooit loopbaanonderbreking en/of tijdskrediet genomen en wenst haar prestaties te verminderen tot een halftijdse betrekking om voor haar kind te zorgen.

Bijgevolg en op voorwaarde dat alle toegangsvoorwaarden vervuld zijn, kan zij:

  • eerst gedurende maximum 36 maanden halftijds tijdskrediet aanvragen met motief 1 "zorgen voor zijn kind jonger dan 8 jaar";
  • daarna halftijds ouderschapsverlof aanvragen (voorzien voor de kinderen jonger dan 12 jaar) gedurende de maximumduur van 8 maanden.

Meer informatie over de thematische verloven?

  • Voor het ouderschapsverlof, zie het infoblad T19.
  • Voor het verlof voor medische bijstand, zie het infoblad T18.
  • Voor het palliatief verlof, zie het infoblad T20.