Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Wat zijn uw rechten in het kader van outplacement?

Infoblad

T101

Laatste update
01-11-2017

De zesde staatshervorming

Belangrijke melding over de zesde staatshervorming

De informatie in dit infoblad heeft betrekking op bevoegdheden die door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen werden. (zie www.vdab.be, www.actiris.be, www.brussel-economie-werk.be, www.leforem.be, http://emploi.wallonie.be, www.ifapme.be, www.adg.be).

Er werd evenwel een overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen. De RVA blijft dus op grond van het continuïteitsbeginsel, belast met de uitvoering van deze materie tot op het tijdstip waarop het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen.

De bestaande regelgeving en procedures inzake de outplacementcheque blijven van kracht tot deze gewijzigd worden door een Gewest of door de Duitstalige Gemeenschap.

Op wie is dit infoblad van toepassing?

Dit infoblad is enkel van toepassing op werknemers die vallen onder de bijzondere regeling outplacement.

De bijzondere regeling outplacement is van toepassing op ontslagen werknemers die:

  • recht hebben op een opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding van minder dan 30 weken;
  • en op het moment van hun ontslag minstens 45 jaar zijn én bovendien minstens 1 jaar ononderbroken dienstanciënniteit hebben.

Het gaat niet om de algemene regeling outplacement. Die geldt voor elke ontslagen werknemer die recht heeft op een opzegtermijn of opzegvergoeding van minstens 30 weken, ongeacht leeftijd of anciënniteit.

Het gaat ook niet om outplacement in het kader van een tewerkstellingscel die wordt opgericht in het kader van een herstructurering.

Voor beide voorgaande regelingen kan u contact opnemen met de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.  

Wat wordt in dit infoblad behandeld?

In dit infoblad wordt in de eerste plaats uitgelegd hoe u van uw werkgever het outplacement krijgt of kan krijgen waarop u recht heeft.

In de tweede plaats leest u hier hoe u, als uw werkgever geen aanbod doet, via de RVA toch een outplacement kan volgen op kosten van uw werkgever.

Wat wordt niet in dit infoblad behandeld?

Dit infoblad gaat niet langer over de gevolgen wanneer u uw verplichtingen inzake outplacement niet nakomt (mogelijk verlies van uw werkloosheidsuitkeringen). Dat is voortaan de bevoegdheid van het gewest of gemeenschap waar u woont.

Voor vragen over de gevolgen van het niet nakomen van uw plichten kan u zich richten tot ACTIRIS (Brussels Hoofdstedelijk Gewest), ADG (Duitstalige gemeenschap), Forem (Waals Gewest) of VDAB (Vlaams Gewest).

Wat is outplacement?

"Outplacement" of "outplacementbegeleiding" staat voor een geheel van begeleidende diensten en adviezen die in opdracht van een werkgever door een derde, de dienstverlener genaamd, individueel of in groep worden verleend om een werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsactiviteit als zelfstandige te ontplooien.

Het gaat bijvoorbeeld om:

  • psychologische begeleiding
  • logistieke en administratieve steun
  • opmaken van een persoonlijke balans
  • hulp bij het uitbouwen van een zoekcampagne naar dienstbetrekkingen
  • begeleiding met het oog op de onderhandeling van een nieuwe arbeidsovereenkomst
  • begeleiding tijdens de integratie in het nieuwe werkmilieu

De dienstverlener kan een openbare dienst zijn (ACTIRIS, ADG, FOREM), een privébureau, een reconversiecel,….

Hebt u recht op outplacement ‘bijzondere regeling’?

U hebt recht op outplacement als u:  

  • werkte voor een werkgever uit de privésector;
  • werd ontslagen maar niet wegens dringende reden;
  • en op het ogenblik van het ontslag (= kennisgeving van de opzeggingstermijn of onmiddellijke verbreking van de overeenkomst):
    • minstens 45 jaar bent;
    • en minstens 1 jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij die werkgever hebt.

U verliest het recht op outplacement van zodra u rustpensioen kan  aanvragen.

Hoe wordt outplacement aangeboden?

Spontaan ...

Uw werkgever moet u in principe spontaan een geldig en concreet outplacementaanbod doen, conform de kwaliteitscriteria vermeld in artikel 5 van CAO nr.82. U moet er dus niet eerst om vragen.

Uw werkgever moet u per aangetekende brief een geldig en concreet outplacement aanbieden binnen een termijn van 15 dagen nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen (= einde van de al dan niet verlengde opzegtermijn of het moment van onmiddellijke verbreking met betaling van een verbrekingsvergoeding).

U beschikt over een termijn van 1 maand, vanaf het tijdstip van het aanbod, om  schriftelijk in te stemmen met het aanbod door middel van een aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend.

Als de werkgever u niet tijdig spontaan een geldig en concreet outplacement heeft aangeboden, moet u hem schriftelijk in gebreke stellen via een aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend. U hebt hiervoor een termijn van:

  • 1 maand na het verstrijken van de termijn van 15 dagen;
  • 9 maanden na het verstrijken van de termijn van 15 dagen, indien uw arbeidsovereenkomst werd verbroken met betaling van een verbrekingsvergoeding. 

... of op verzoek

Uw werkgever moet u pas outplacement aanbieden nadat u erom hebt gevraagd, wanneer u behoort tot één van de volgende bijzondere categorieën van werknemers:

  • werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst met een normaal gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van minder dan de helft van de arbeidsduur van een voltijdse werknemer in een vergelijkbare situatie;
  • werknemers die werkloze met bedrijfstoeslag worden buiten het kader van een erkenning van het bedrijf als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden;
  • werknemers die werkloze met bedrijfstoeslag worden binnen het kader van een erkenning van het bedrijf als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden en op het einde van de theoretische  opzeggingstermijn of op het einde van de termijn gedekt door de verbrekingsvergoeding hetzij 58 jaar zijn, hetzij 38 jaar beroepsverleden kunnen aantonen;
  • werknemers die gewone werkloze worden en op het einde van de theoretische opzeggingstermijn of op het einde van de termijn gedekt door de verbrekingsvergoeding hetzij 58 jaar zijn, hetzij 38 jaar beroepsverleden kunnen aantonen;
  • werknemers die worden ontslagen door een werkgever die valt onder het paritair comité voor het stads- en streekvervoer of onder één van de paritaire subcomités van dit paritair comité (= De Lijn, MIVB of TEC);
  • gehandicapte werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door een werkgever die valt onder het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen of onder één van de paritaire subcomités van dit paritair comité, met uitzondering van het omkaderingspersoneel, en de doelgroepwerknemers tewerkgesteld door een sociale werkplaats erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd;
  • werknemers tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma.

Zolang u uw werkgever niet om het outplacement vraagt waarop u recht hebt, is de werkgever niet verplicht u een aanbod te doen. Hij kan natuurlijk wel beslissen om u een aanbod te doen zonder uw vraag af te wachten.

U kan een outplacementaanbod vragen binnen de 2 maanden na de kennisgeving van het ontslag. U doet dit via een  aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend.

Uw werkgever moet binnen de 15 dagen vanaf uw vraag een aanbod doen. Doet hij dat niet, dan moet u hem schriftelijk in gebreke stellen via een aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend. U hebt hiervoor een termijn van

  • 1 maand na het verstrijken van de termijn van 15 dagen;
  • 9 maanden na het verstrijken van de termijn van 15 dagen, indien uw arbeidsovereenkomst werd verbroken met betaling van een verbrekingsvergoeding.

Uw werkgever biedt geen outplacement aan?  

Wat volgt is enkel van toepassing wanneer uw werkgever gevestigd is in het Vlaamse Gewest of in een gemeente van de Duitstalige Gemeenschap.

Uw werkgever moest outplacement aanbieden maar heeft dat niet gedaan?  Dan kan u onder bepaalde voorwaarden bij de RVA terecht voor outplacement.

De RVA zal geen concreet aanbod doen maar u wel een outplacementcheque geven waarmee u zelf op zoek kan gaan naar een outplacementkantoor.

Indien uw werkgever gevestigd is in het Waalse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, kan u zich wenden tot Forem (Waals gewest) of tot ACTIRIS (Brussels Hoofdstedelijk Gewest). De RVA is geen betrokken partij.

Hoe vraagt u outplacement aan bij de RVA?

U moet een schriftelijke aanvraag indienen bij het kantoor van de RVA, bij voorkeur met het formulier C 230, binnen een termijn van 6 maanden vanaf het tijdstip waarop u uw werkgever in gebreke stelt. Tewerkstellingen van minder dan 3 maanden verlengen deze termijn.

Als uw werkgever spontaan een outplacement moest aanbieden, moeten de volgende bewijsstukken worden toegevoegd:

  • een kopie van de ontslagbrief;
  • een kopie van het formulier C4;
  • een kopie van het schrijven waarmee u uw werkgever tijdig in gebreke stelde omdat hij niet binnen de 15 dagen nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen, spontaan een outplacement aanbood of omdat het aanbod volgens u niet geldig is;
  • een verklaring van u waaruit blijkt dat de werkgever niet binnen de maand positief gereageerd heeft op uw ingebrekestelling.

Als uw werkgever niet spontaan een outplacement moest aanbieden, moeten de volgende bewijsstukken worden toegevoegd:

  • een kopie van de ontslagbrief;
  • een kopie van het formulier C4;
  • een kopie van het schrijven waarmee u uiterlijk 2 maanden na de kennisgeving van het ontslag uw aanvraag om outplacement bij uw werkgever of bij het fonds hebt ingediend;
  • een kopie van het schrijven waarmee u uw werkgever tijdig in gebreke stelde omdat hij niet binnen de 15 dagen na uw verzoek een outplacement aanbood of omdat het aanbod volgens u niet geldig is;
  • een verklaring van u waaruit blijkt dat de werkgever niet binnen de maand positief gereageerd heeft op uw ingebrekestelling.

Indien er een afwijkende procedure in de sector bestaat, moet het bewijs geleverd worden dat deze afwijkende procedure werd gevolgd.

Wat doet de RVA?

De RVA gaat na of u voldoet aan alle voorwaarden om te genieten van een outplacement via de RVA. Hiertoe zal de RVA contact opnemen met uw werkgever. 

Binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf uw aanvraag, zal de RVA aan uw werkgever vragen om een rechtvaardiging te geven voor het niet aanbieden van het  outplacement waarop u recht hebt.

Hij beschikt vanaf de kennisgeving van deze vraag (= 3 werkdagen na verzending) over een termijn van 15 kalenderdagen om een antwoord te geven.    

De RVA zal de rechtvaardiging onderzoeken en er uitspraak over doen.

Outplacementcheque

Als blijkt dat uw werkgever u ten onrechte geen geldig en concreet aanbod heeft gedaan, zal u van de RVA een outplacementcheque krijgen.

U kan met uw outplacementcheque terecht bij elk outplacementbureau. 

De begeleiding moet aangevat worden binnen de 12 maanden te rekenen vanaf de datum van aflevering van de outplacementcheque en moet voldoen aan alle voorwaarden vermeld in de toepasselijke CAO nr. 82.

De RVA zal de kosten van deze outplacementbegeleiding betalen, met een maximum van 1.500 euro. Het outplacementkantoor kan hiervoor contact opnemen met het lokale kantoor van de RVA dat de outplacementcheque aan u heeft bezorgd.

De RVA zal deze kosten recupereren via de werkgever, aangezien die een verplichte bijdrage van 1.800 € krijgt opgelegd. De kosten blijven dus voor de werkgever.