Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Wat zijn uw rechten en plichten in het kader van outplacement?

Infoblad

T101

Laatste update
01-01-2016

De zesde staatshervorming

Belangrijke melding over de zesde staatshervorming

De informatie in dit infoblad heeft betrekking op bevoegdheden die door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen werden. (zie www.vdab.be, www.actiris.be, www.brussel-economie-werk.be, www.forem.be, http://emploi.wallonie.be, www.ifapme.be, www.adg.be).

Er werd evenwel een overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen. De RVA blijft dus op grond van het continuïteitsbeginsel, belast met de uitvoering van deze materie tot op het tijdstip waarop het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen.

De bestaande regelgeving en procedures inzake de outplacementcheque blijven van kracht tot deze gewijzigd worden door een Gewest of door de Duitstalige Gemeenschap.

Is dit infoblad op u van toepassing?

Dit infoblad is van toepassing als u recht hebt op een opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding (verbrekingsvergoeding) van minder dan 30 weken.

Als u recht hebt op een opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken, valt u onder een andere outplacementregeling. De RVA is niet bevoegd voor die outplacementregeling. Voor meer uitleg kan u terecht bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (www.werk.belgie.be).

Dit infoblad is niet van toepassing als u ontslagen bent in het kader van een herstructurering en u zich inschrijft in de tewerkstellingscel die uw werkgever heeft opgericht. Voor meer informatie kan u het infoblad T25 “Wat zijn uw rechten en plichten in het kader van de herstructurering van uw onderneming?” raadplegen op onze website. 

Wat is outplacement?

"Outplacement" of "outplacementbegeleiding" staat voor een geheel van begeleidende diensten en adviezen die in opdracht van een werkgever door een derde, de dienstverlener genaamd, individueel of in groep worden verleend om een werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsactiviteit als zelfstandige te ontplooien.

Het gaat bijvoorbeeld om:

  • psychologische begeleiding
  • logistieke en administratieve steun
  • opmaken van een persoonlijke balans
  • hulp bij het uitbouwen van een zoekcampagne naar dienstbetrekkingen
  • begeleiding met het oog op de onderhandeling van een nieuwe arbeidsovereenkomst
  • begeleiding tijdens de integratie in het nieuwe werkmilieu

De dienstverlener kan een openbare dienst zijn (ACTIRIS, ADG, FOREM), een privébureau, een reconversiecel,….

Hebt u recht op outplacement?

U hebt recht op outplacement als u:  

  • werkte voor een werkgever uit de privésector;
  • werd ontslagen maar niet wegens dringende reden;
  • en op het ogenblik van het ontslag (= kennisgeving van de opzeggingstermijn of onmiddellijke verbreking van de overeenkomst):
    • minstens 45 jaar bent;
    • en minstens 1 jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij die werkgever hebt.

U verliest het recht op outplacement van zodra u rustpensioen kan  aanvragen.

Hoe wordt outplacement aangeboden?

Principe

Uw werkgever moet u in principe spontaan outplacement aanbieden.

Uitzondering: bijzondere categorieën

Uw werkgever moet u pas outplacement aanbieden nadat u erom hebt gevraagd, wanneer u behoort tot één van de volgende bijzondere categorieën van werknemers:

  • werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst met een normaal gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van minder dan de helft van de arbeidsduur van een voltijdse werknemer in een vergelijkbare situatie;
  • werknemers die werkloze met bedrijfstoeslag worden buiten het kader van een erkenning van het bedrijf als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden;
  • werknemers die werkloze met bedrijfstoeslag worden binnen het kader van een erkenning van het bedrijf als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden en op het einde van de theoretische  opzeggingstermijn of op het einde van de termijn gedekt door de verbrekingsvergoeding hetzij 58 jaar zijn, hetzij 38 jaar beroepsverleden kunnen aantonen;
  • werknemers die gewone werkloze worden en op het einde van de theoretische opzeggingstermijn of op het einde van de termijn gedekt door de verbrekingsvergoeding hetzij 58 jaar zijn, hetzij 38 jaar beroepsverleden kunnen aantonen;
  • werknemers die worden ontslagen door een werkgever die valt onder het paritair comité voor het stads- en streekvervoer of onder één van de paritaire subcomités van dit paritair comité (= De Lijn, MIVB of TEC);
  • gehandicapte werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door een werkgever die valt onder het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen of onder één van de paritaire subcomités van dit paritair comité, met uitzondering van het omkaderingspersoneel, en de doelgroepwerknemers tewerkgesteld door een sociale werkplaats erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd;
  • werknemers tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma.

Uw werkgever moet u spontaan een aanbod doen?

Uw werkgever moet u per aangetekende brief een geldig en concreet outplacement aanbieden binnen een termijn van 15 dagen nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen (= einde van de al dan niet verlengde opzegtermijn of het moment van onmiddellijke verbreking met betaling van een verbrekingsvergoeding).

U beschikt over een termijn van 1 maand, vanaf het tijdstip van het aanbod, om  schriftelijk in te stemmen met het aanbod door middel van een aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend.

Als de werkgever u niet tijdig spontaan een geldig en concreet outplacement heeft aangeboden, moet u hem schriftelijk in gebreke stellen via een aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend. U hebt hiervoor een termijn van:

  • 1 maand na het verstrijken van de termijn van 15 dagen;
  • 9 maanden na het verstrijken van de termijn van 15 dagen, indien uw arbeidsovereenkomst werd verbroken met betaling van een verbrekingsvergoeding.

Uw werkgever moet u een aanbod doen op uw verzoek?

U kan een outplacementaanbod vragen binnen de 2 maanden na de kennisgeving van het ontslag. U doet dit via een  aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend.

Uw werkgever moet binnen de 15 dagen vanaf uw vraag een aanbod doen. Doet hij dat niet, dan moet u hem schriftelijk in gebreke stellen via een aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend. U hebt hiervoor een termijn van

  • 1 maand na het verstrijken van de termijn van 15 dagen;
  • 9 maanden na het verstrijken van de termijn van 15 dagen, indien uw arbeidsovereenkomst werd verbroken met betaling van een verbrekingsvergoeding.

Hoe verloopt outplacement?

Algemeen

U hebt recht op een outplacement gedurende een maximale periode van 12 maanden.

Het outplacement is verdeeld over 3 fasen van telkens 20 uren.

Gedurende een termijn van maximum 2 maanden, te rekenen vanaf de aanvangsdatum van het outplacementprogramma, krijgt u in totaal 20 uren begeleiding.

Na afloop van de eerste termijn wordt de begeleiding voortgezet gedurende een daaropvolgende termijn van maximum 4 maanden ten belope van in totaal 20 uren.

De begeleiding wordt nogmaals voortgezet gedurende een daaropvolgende termijn van maximum 6 maanden ten belope van in totaal 20 uren.

De overgang van de ene fase naar de andere fase verloopt automatisch, zonder dat u hier uitdrukkelijk om moet verzoeken.

U wil het outplacement nog niet starten of stopzetten?

Het is mogelijk dat u de begeleiding niet wenst aan te vatten of niet wenst voort te zetten, omdat u een dienstbetrekking bij een nieuwe werkgever hebt. U moet de werkgever hiervan schriftelijk verwittigen.

In de eerste situatie is het outplacement nog niet begonnen, in de tweede situatie wordt het outplacement door de verwittiging onderbroken.

Als u binnen 3 maanden na de indiensttreding de nieuwe dienstbetrekking verliest, kan u uw werkgever schriftelijk verzoeken het outplacement aan te vatten of te hervatten. U  moet dit verzoek indienen binnen een termijn van 1 maand na het verlies van de nieuwe dienstbetrekking.

Had u nog geen outplacementaanbod ontvangen, dan moet uw werkgever u alsnog een aanbod doen binnen een termijn van 15 dagen vanaf het tijdstip van uw verzoek.

Zowel het verwittigen betreffende een nieuwe betrekking of een zelfstandige activiteit als het verzoek een begeleiding aan te vatten of te hervatten, moet schriftelijk gebeuren door middel van een aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend.

Uw werkgever moet alle schriftelijke handelingen stellen door een aangetekende brief te versturen.

In geval van hervatting, vangt die aan in de fase waarin het outplacementprogramma werd onderbroken en voor de nog overblijvende uren. Wel neemt de begeleiding in elk geval een einde bij het verstrijken van de periode van 12 maanden nadat zij werd aangevat.

U was ontslagen maar hebt een tegenopzeg gedaan?

Als u tijdens uw opzeggingstermijn een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst met een verkorte opzeggingstermijn omdat u een andere dienstbetrekking heeft gevonden, verliest u niet onmiddellijk uw recht op outplacement.

U behoudt het recht op outplacement tot 3 maanden nadat uw  arbeidsovereenkomst met uw werkgever een einde heeft genomen.

Om het outplacement aan te vatten of te hervatten, moet u uw schriftelijk verzoek indienen binnen een termijn van 3 maanden nadat uw arbeidsovereenkomst met uw werkgever een einde heeft genomen. U moet dit doen door middel van een aangetekende brief of door overhandiging van een brief waarvan het duplicaat door uw werkgever voor ontvangst wordt ondertekend.

Als u tot op dat moment nog geen aanbod heeft gekregen, moet uw werkgever u  schriftelijk een geldig outplacement aanbieden binnen een termijn van 15 dagen, gerekend vanaf het tijdstip van uw verzoek.

Uw werkgever moet alle schriftelijke handelingen stellen door een aangetekende brief te versturen.

Als de begeleiding reeds was aangevat, vangt die aan in de fase waarin het outplacementprogramma werd onderbroken en voor de nog overblijvende uren. Wel neemt de begeleiding in elk geval een einde bij het verstrijken van de periode van 12 maanden nadat zij werd aangevat.

Wat zijn uw plichten als werknemer?

Dit hoofdstuk is enkel van toepassing:

  • als uw werkgever spontaan een aanbod moest doen;
  • of als u behoort tot één van de categorieën aan wie de werkgever niet spontaan een aanbod moet doen maar u toch om outplacement hebt gevraagd.

U moet:

  • ingaan op een geldig en concreet aanbod tot outplacement en eraan meewerken;
  • uw werkgever in gebreke stellen wanneer hij u geen geldig en concreet aanbod doet.

U weigert outplacement of werkt niet mee? 

U kan uitgesloten worden van het recht op uitkeringen gedurende een periode van 4 tot 52 weken.

Hierop bestaat een uitzondering.

Bent u meer dan 66 % arbeidsongeschikt en roept u dit ten laatste op het moment van de weigering in als reden om te weigeren, dan zal er een medisch onderzoek volgen. Als uw ongeschiktheid wordt bevestigd, kan u niet uitgesloten worden.

U stelt uw werkgever niet in gebreke?

U kan uitgesloten worden van het recht op uitkeringen gedurende een periode van 4 tot 52 weken.

Hierop bestaat een uitzondering.

Hebt u onmiddellijk na het einde van de arbeidsovereenkomst het werk hervat als loontrekkende bij een nieuwe werkgever of als zelfstandige voor rekening van een opdrachtgever en dit gedurende een ononderbroken periode van minstens 2 maanden, dan zal u niet uitgesloten worden.

Wie is bevoegd om te beslissen over een uitsluiting?

Dat hangt sinds de Zesde Staatshervorming af van uw woonplaats:

  • als u woont in de Duitstalige Gemeenschap, is ADG bevoegd;
  • als u woont in het Waals Gewest, is Forem bevoegd;
  • als u woont in het Vlaams Gewest, is VDAB bevoegd;
  • als u woont in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is RVA nog steeds bevoegd.

U krijgt het outplacement niet waarop u recht hebt?    

Als uw werkgever outplacement moest aanbieden maar dit niet heeft gedaan, kan u onder bepaalde voorwaarden aanspraken maken op outplacement ten laste van de RVA. U bent daar niet toe verplicht.

Dit is enkel mogelijk als de vestigingseenheid van uw werkgever gelegen is in het Vlaams Gewest of in een gemeente van de Duitstalige Gemeenschap. Uw woonplaats is dus niet relevant.

Is de vestigingseenheid gelegen in het Waals gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dan kan u niet bij de RVA terecht. Wat hierna volgt is dan niet van toepassing. U kan zich richten tot de Forem of tot ACTIRIS.

Hoe vraagt u outplacement ten laste van de RVA aan?

U moet een schriftelijke aanvraag indienen bij het werkloosheidsbureau van de RVA, bij voorkeur met het formulier C 230, binnen een termijn van 6 maanden vanaf het tijdstip waarop u uw werkgever in gebreke stelt. Tewerkstellingen van minder dan 3 maanden verlengen deze termijn.

Als uw werkgever spontaan een outplacement moest aanbieden, moeten de volgende bewijsstukken worden toegevoegd:

  • een kopie van de ontslagbrief;
  • een kopie van het formulier C4;
  • een kopie van het schrijven waarmee u uw werkgever tijdig in gebreke stelde omdat hij niet binnen de 15 dagen nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen, spontaan een outplacement aanbood of omdat het aanbod volgens u niet geldig is;
  • een verklaring van u waaruit blijkt dat de werkgever niet binnen de maand positief gereageerd heeft op uw ingebrekestelling.

Als uw werkgever niet spontaan een outplacement moest aanbieden, moeten de volgende bewijsstukken worden toegevoegd:

  • een kopie van de ontslagbrief;
  • een kopie van het formulier C4;
  • een kopie van het schrijven waarmee u uiterlijk 2 maanden na de kennisgeving van het ontslag uw aanvraag om outplacement bij uw werkgever of bij het fonds hebt ingediend;
  • een kopie van het schrijven waarmee u uw werkgever tijdig in gebreke stelde omdat hij niet binnen de 15 dagen na uw verzoek een outplacement aanbood of omdat het aanbod volgens u niet geldig is;
  • een verklaring van u waaruit blijkt dat de werkgever niet binnen de maand positief gereageerd heeft op uw ingebrekestelling.

Indien er een afwijkende procedure in de sector bestaat, moet het bewijs geleverd worden dat deze afwijkende procedure werd gevolgd.

Hoe wordt uw aanvraag behandeld?

De RVA moet nagaan of u voldoet aan alle voorwaarden om te genieten van een outplacement ten laste van de RVA. Hiertoe zal de RVA contact opnemen met uw werkgever. 

Binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf uw aanvraag, zal de RVA aan uw werkgever vragen om een rechtvaardiging te geven voor het niet aanbieden van het  outplacement waarop u recht hebt.

Hij beschikt vanaf de kennisgeving van deze vraag (= 3 werkdagen na verzending) over een termijn van 15 kalenderdagen om een antwoord te geven.    

De RVA zal de rechtvaardiging onderzoeken en er uitspraak over doen.

Outplacementcheque

Als blijkt dat uw werkgever u ten onrechte geen geldig en concreet aanbod heeft gedaan, zal u van de RVA een outplacementcheque krijgen.

U kan met uw outplacementcheque terecht bij elk erkend outplacementbureau. Voor een overzicht van de erkende outplacementbureaus kan u terecht op de websites van de gewesten.

De begeleiding moet aangevat worden binnen de 12 maanden te rekenen vanaf de datum van aflevering van de outplacementcheque en moet voldoen aan alle voorwaarden vermeld in de toepasselijke CAO nr. 82.

De RVA zal de kosten van deze outplacementbegeleiding betalen, met een maximum van 1.500 euro. Het outplacementkantoor kan hiervoor contact opnemen met het lokale kantoor van de RVA dat de outplacementcheque aan u heeft bezorgd.

De RVA zal deze kosten recupereren via de werkgever, aangezien die een verplichte bijdrage van 1.800 € krijgt opgelegd.

Overzicht

Wie bevoegd is voor welke materie, hangt af van uw woonplaats of van de locatie van de vestigingseenheid van uw werkgever .

 

 

Outplacementcheque

(in functie van vestigingseenheid)

Uitsluiting

(in functie van woonplaats)

Vlaanderen

RVA

VDAB

Wallonië

FOREM

FOREM

Brussel

ACTIRIS

RVA

Duitstalige gemeenschap

RVA

ADG

U kan de gewestelijke diensten contacteren op het volgende adres: