Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

U wenst mantelzorg te verlenen?

Infoblad

T154

Laatste update
01-09-2015

Waarover gaat dit infoblad?

In dit infoblad wordt uitgelegd onder welke voorwaarden u een vrijstelling kunt krijgen om mantelzorg te verlenen.

U kunt deze vrijstelling verkrijgen als u volledig werkloos bent.

Ze komt vanaf 01.01.2015 in de plaats van de vrijstelling wegens sociale en familiale redenen. De vrijstelling voor mantelzorg heeft een beperkter toepassingsgebied en kan voor een minder lange periode genomen worden dan de vrijstelling wegens sociale of familiale redenen

Vanaf 01.01.2015 kunt u de vrijstelling wegens sociale of familiale redenen niet meer aanvragen.

Wat is mantelzorg?

Met “mantelzorg” worden 3 mogelijke vormen van zorg bedoeld.

  • palliatieve zorg;
  • zorg aan een zwaar ziek gezinslid of een zwaar zieke bloed- of aanverwant tot en met de 2de graad;
  • zorg aan een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar.

De mantelzorg moet doorlopend en regelmatig zijn.

Opgelet! Eenzelfde situatie kan er niet toe leiden dat de vrijstelling aan meerdere werklozen tegelijkertijd wordt toegekend.

Palliatieve zorg

Palliatieve zorg betreft elke vorm van bijstand (medisch, sociaal, administratief en psychologisch) en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden. 

De palliatieve zorg kan verleend worden aan om het even welke persoon.    

De nood aan palliatieve zorg moet blijken uit een attest van de behandelend geneesheer van de zorgbehoevende.

Zorg aan een zwaar ziek gezinslid of een zwaar zieke bloed- of aanverwant tot en met de 2de graad

Een zware ziekte is elke ziekte of medische ingreep die de behandelend geneesheer als zodanig beoordeelt en waarvoor hij meent dat elke vorm van sociale, familiale of mentale bijstand noodzakelijk is voor het herstel.

Dat moet blijken uit een attest van deze behandelend geneesheer.

Een gezinslid is een persoon met wie u onder hetzelfde dak samenwoont en met wie u gemeenschappelijk uw belangrijkste huishoudelijke aangelegenheden regelt. Het is niet nodig dat u alles gemeenschappelijk regelt.

 Wonen ook samen:

  • zij die tijdelijk om beroepsredenen een andere verblijfplaats hebben;
  • zij die gevangengezet, geïnterneerd of in een instelling voor geesteszieken geplaatst zijn, maar enkel gedurende de eerste 12 maanden.

Of er al dan niet sprake is van samenwonen, is een feitenkwestie. De directeur van de RVA zal hierin een beslissing nemen, waarbij hij voornamelijk zal nagaan of er door het delen van kosten geld wordt bespaard en er dus sprake is van een zeker economisch voordeel.

De directeur kan op basis van de feitelijke situatie beslissen dat er sprake is van samenwonen, zélfs indien men volgens het bevolkingsregister apart zou wonen.

Een bloed- of aanverwant tot en met de 2de graad is één van volgende personen:

  • uw echtgeno(o)t(e) of de partner waarmee u wettelijk samenwoont
  • uw kind en diens echtgeno(o)t(e);
  • het kind van uw echtgeno(o)t(e) en diens echtgeno(o)t(e);
  • uw kleinkind en diens echtgeno(o)t(e);
  • het kleinkind van uw echtgeno(o)t(e) en diens echtgeno(o)t(e);
  • uw vader en uw moeder en hun echtgeno(o)t(e);
  • de vader en moeder van uw echtgeno(o)t(e) en hun echtgeno(o)t(e);
  • uw grootvader en grootmoeder en hun echtgeno(o)t(e);
  • de grootvader en grootmoeder van uw echtgeno(o)t(e) en hun echtgeno(o)t(e);
  • uw broer en zus en hun echtgeno(o)t(e);
  • de broer en zus van uw echtgeno(o)t(e) en hun echtgeno(o)t(e).

Zorg aan een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar

Een gehandicapt kind is een kind dat een aandoening heeft die voor gevolg heeft dat er minstens 4 punten worden toegekend in pijler I van de medisch-sociale schaal vastgelegd door de reglementering op de kinderbijslag.

Dat moet blijken uit een attest van de FOD Sociale Zekerheid, Directie-generaal Personen met een Handicap.

Het kind mag nog geen 21 jaar zijn op het ogenblik dat de vrijstelling, of de verlenging van de vrijstelling, ingaat.

Hoe lang kunt u de vrijstelling krijgen?

Palliatieve zorg

U kunt deze vrijstelling krijgen voor een periode van ten minste 1 en ten hoogste 2 maanden per persoon die palliatieve zorg behoeft. Indien de vrijstelling voor slechts 1 maand was aangevraagd, kan zij verlengd worden met 1 maand.

U kunt de vrijstelling vroegtijdig beëindigen, zelfs vóór de vervaldatum van de minimumtermijnen, wanneer de feitelijke situatie op basis waarvan ze werd toegekend, opgehouden heeft te bestaan door van een onvoorziene gebeurtenis.

Het feit dat de situatie niet meer bestaat, belet niet dat u de vrijstelling tot het einde van de gevraagde periode behoudt.

Voorbeeld:

U hebt een vrijstelling voor de periode van 01.06.2015 tot 30.06.2015. Op 15.06.2015 overlijdt de persoon aan wie u de mantelzorg verleende. U kunt de stopzetting van uw vrijstelling op 15.06.2015 vragen, maar u kunt de vrijstelling ook tot 30.06.2015 behouden.

Zorg aan een zwaar ziek gezinslid of een zwaar zieke bloed- of aanverwant tot en met de 2de graad en zorg aan een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar

U kunt deze vrijstelling krijgen voor een periode van ten minste 3 en ten hoogste 12 maanden. De vrijstelling kan daarna verlengd worden voor een duur van ten minste 3 en ten hoogste 12 maanden. Deze verlenging kan meermaals gebeuren.

De samengevoegde totale duur van de vrijstelling omwille van zorg aan een zwaar ziek gezinslid of een zwaar zieke bloed- of aanverwant tot en met de 2de graad en zorg aan een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar is evenwel beperkt tot 48 maanden.

Voorbeeld:

U heeft een vrijstelling voor de zorg voor een gehandicapt kind bekomen van 01.06.2015 tot en met 28.02.2019. U vraagt daarna een vrijstelling voor de zorg van een zwaar ziek gezinslid van 01.01.2020 tot en met 31.12.2020. Daar u al 45 maanden vrijstelling hebt opgenomen, kunt u nog slechts 3 maanden bijkomende vrijstelling vragen.

Periodes waarvoor u in het verleden een vrijstelling wegens sociale of familiale redenen kreeg, worden niet meegeteld om de maximumduur te berekenen.

U kunt de vrijstelling vroegtijdig beëindigen, zelfs vóór de vervaldatum van de minimumtermijnen, wanneer de feitelijke situatie op basis waarvan ze werd toegekend opgehouden heeft te bestaan door een onvoorziene gebeurtenis.

Het feit dat de situatie niet meer bestaat, belet niet dat u de vrijstelling tot het einde van de gevraagde periode behoudt.

Voorbeeld:

U hebt een vrijstelling voor de zorg voor een zwaar ziek gezinslid van 01.06.2015 tot 30.11.2015. Het herstel van deze persoon verloopt echter onverwacht voorspoedig, en vanaf 01.09.2015 behoeft deze persoon feitelijk geen zorg meer. U kunt de stopzetting van uw vrijstelling op 01.09.2015 vragen, maar u kunt de vrijstelling ook tot 30.11.2015 behouden.

Welk bedrag ontvangt u gedurende de vrijstelling?

Palliatieve zorg

U ontvangt 10,44 euro per dag. Dit bedrag geldt vanaf 01.09.2015 en wordt geïndexeerd.

U zal wel het normale dagbedrag van uw uitkering blijven ontvangen indien dat lager zou zijn dan 10,44 euro.

De dagen waarvoor u een uitkering ontvangt, worden beschouwd als dagen vergoede werkloosheid voor de andere sectoren van de sociale zekerheid (kinderbijslag, ziekteverzekering, pensioenen).

Zorg aan een zwaar ziek gezinslid of een zwaar zieke bloed- of aanverwant tot en met de 2de graad en zorg aan een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar

U ontvangt 10,44 euro gedurende de 24 eerste maanden van de vrijstelling. Vanaf de 25ste maand zult u 8,47 euro per dag ontvangen. Deze bedragen gelden vanaf 01.09.2015 en worden geïndexeerd.

U zal wel het normale dagbedrag van uw uitkering blijven ontvangen indien dat lager zou zijn dan het bedrag dat normaal wordt toegekend tijdens de vrijstellingsperiode. 

De dagen waarvoor u een uitkering ontvangt, worden beschouwd als dagen vergoede werkloosheid voor de andere sectoren van de sociale zekerheid (kinderbijslag, ziekteverzekering, pensioenen).

Van welke verplichtingen bent u vrijgesteld gedurende uw vrijstelling?

Indien u de vrijstelling geniet:

  • mag u een voorgestelde dienstbetrekking weigeren;
  • moet u niet meer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
  • moet u niet meer ingeschreven zijn als werkzoekende.

De opvolgingsprocedures inzake het actief zoekgedrag naar werk worden tijdens de vrijstelling opgeschort.

De vrijstelling belet niet de toepassing van de sancties voor de niet-naleving van deze verplichtingen indien de feiten vóór de aanvang van de vrijstelling gebeurden.

Wat moet u doen om deze vrijstelling te krijgen?

U moet zich aanmelden bij uw uitbetalingsinstelling vóór het begin van de vrijstelling en een formulier C90 invullen.

Indien het gaat om palliatieve zorg of zorg voor een zwaar zieke moet de behandelend geneesheer op het formulier C90 bevestigen dat deze persoon mantelzorg behoeft. Deze verklaring kan onderzocht worden door een geneesheer aangesteld door de RVA, die daartoe contact kan nemen met de behandelend geneesheer.

Indien het gaat om zorg voor een gehandicapt kind dat minder dan 21 jaar is, moet u bij uw aanvraag een attest van de FOD Sociale Zekerheid, Directie-generaal Personen met een Handicap toevoegen.  

De uitbetalingsinstelling zal uw aanvraag naar de RVA doorsturen.

In geval van laattijdige aanvraag, wordt de vrijstelling in principe pas toegekend vanaf de ontvangstdatum door het werkloosheidsbureau.

Indien de vrijstelling geweigerd wordt en u niet akkoord gaat met deze beslissing, kunt u binnen 3 maanden een beroep instellen voor de Arbeidsrechtbank.

Welke verplichtingen moet u naleven gedurende de vrijstelling?

U moet zonder arbeid en zonder loon zijn

U kunt geen uitkeringen krijgen tijdens een periode waarin u nog recht hebt op loon (bijvoorbeeld een verbrekingsvergoeding, vakantiegeld,...).

U kunt evenmin uitkeringen genieten:

voor de dagen waarop u voor eigen rekening een activiteit uitoefent die gewoonlijk tegen betaling wordt verricht;

  • voor de dagen waarop u een activiteit verricht voor een derde waarvoor u enig loon of materieel voordeel ontvangt.

U kunt de uitkeringen wel genieten indien u een activiteit uitoefent die u hebt aangegeven bij de RVA en waarvoor u toelating hebt gekregen.

U moet een papieren controlekaart (C3C) of een elektronische controlekaart bijhouden 

De papieren controlekaart C3C is beschikbaar bij uw uitbetalingsinstelling. De elektronische controlekaart is beschikbaar via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be/burger). Deze portaalsite is eveneens toegankelijk is via de websites van de uitbetalingsinstellingen.

Het is belangrijk de instructies op de controlekaart aandachtig te lezen. U moet onder meer het vakje van uw controlekaart zwart maken alvorens het werk aan te vatten (zelfs op een zaterdag, een zondag of een feestdag). Indien u deze verplichtingen niet naleeft, riskeert u een sanctie.

U moet arbeidsgeschikt zijn

De werknemer die arbeidsongeschikt is (meer dan 66% ongeschiktheid) kan geen werkloosheidsuitkeringen genieten.

In geval van ziekte zult u vergoed worden door uw ziekenfonds. In dat geval dient u binnen de 48 uur een medisch getuigschrift naar uw ziekenfonds te sturen.

U moet in België verblijven

Om uitkeringen te genieten moet u een gewone verblijfplaats hebben in België en er effectief verblijven.

Wat moet u doen op het einde van de vrijstelling?

Op het einde van de vrijstelling moet u:

  • zich aanmelden bij uw uitbetalingsinstelling;

Uw uitbetalingsinstelling zal samen met u een dossier voor de RVA opmaken en zal u, indien u een papieren controlekaart gebruikt, een andere controlekaart geven.

  • zich binnen de 8 dagen als werkzoekende laten inschrijven bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling.