Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Hebt u recht op de opvanguitkering voor onthaalouders?

Infoblad

T21

Laatste update
01-06-2017

Wat is een opvanguitkering?

De opvanguitkering is een uitkering die de RVA toekent aan een onthaalouder, indien haar inkomsten dalen omdat bij haar ingeschreven kinderen afwezig zijn, omwille van redenen onafhankelijk van haar wil.

Deze reglementering geldt enkel voor de onthaalouder die:

  • opvang in gezinsverband verzekert, van kinderen die door hun ouders worden gebracht;
  • aangesloten is bij een dienst die door de Vlaamse of de Franse of de Duitstalige Gemeenschap is erkend;
  • niet met deze dienst verbonden is door een arbeidsovereenkomst.

Het recht op de opvanguitkering kan worden toegekend van zodra de onthaalouder actief is.

Deze regeling geldt niet voor de onthaalouder die deze activiteit verricht als zelfstandige (en dus onderworpen is aan de sociale zekerheid der zelfstandigen) of als loontrekkende.

Hoe dient u de aanvraag om opvanguitkeringen in?

U dient een aanvraag om opvanguitkeringen in met een formulier C220A:

  • wanneer u voor het eerst de opvanguitkering wenst te bekomen;
  • wanneer u de uitkering opnieuw wenst te bekomen nadat u gedurende een periode van minstens 12 maanden geen uitkeringen hebt genoten;
  • wanneer u van uitbetalingsinstelling verandert;
  • wanneer u van hoofdverblijfplaats verandert.

U moet deze aanvraag indienen bij de uitbetalingsinstelling van uw keuze. Het gaat ofwel om de overheidsinstelling, de HVW (Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen), ofwel om een uitbetalingsinstelling verbonden met een vakbond, het ACV, het ABVV of de ACLVB.

De uitbetalingsinstelling zal uw dossier indienen bij het werkloosheidsbureau, dat uw recht op opvanguitkeringen zal vaststellen.

De aanvraag om opvanguitkeringen moet ingediend worden vóór het einde van de 4de maand die volgt op de maand waarvoor de opvanguitkering wordt gevraagd.

Wie betaalt de opvanguitkering?

De opvanguitkering wordt betaald door de uitbetalingsinstelling, op basis van het formulier C220B. Dit formulier wordt ingevuld door de erkende dienst waarbij u aangesloten bent en wordt u op het einde van de maand door deze dienst overhandigd, wanneer in de loop van deze maand kinderen afwezig zijn geweest buiten uw wil. U vult dit formulier zonodig aan, ondertekent het en dient het in bij uw uitbetalingsinstelling. Dit formulier moet ingediend worden binnen de drie jaar die volgen op de maand waarop de betaling betrekking heeft.

Hoe worden de opvanguitkeringen berekend?

Het dagbedrag van de opvanguitkering bedraagt 32,44 bruto euro (geïndexeerd bedrag).

Het aantal opvanguitkeringen wordt berekend op maandbasis door toepassing van de volgende methode:

  • berekening van het maximum aantal kindopvangdagen

    Een kindopvangdag is de opvang van een kind gedurende een volledige dag. De kindopvangdag wordt geproportioneerd indien de opvang gerekend wordt als een prestatie van een onvolledige dag.

    Het maximum aantal kindopvangdagen is het aantal kindopvangdagen dat bereikt zou zijn indien alle kinderen die bij u zijn ingeschreven, aanwezig zouden zijn gedurende de inschrijvingsperiode tijdens de betrokken maand.

  • berekening van het ontbrekend aantal vergoedbare kindopvangdagen

    Het ontbrekend aantal vergoedbare kindopvangdagen is gelijk aan:

    het maximum aantal kindopvangdagen min

    • het aantal effectieve opvangdagen;
    • het aantal kindopvangdagen die niet verzekerd werden ingevolge omstandigheden afhankelijk van uw wil (bijv. u neemt verlof, u wenst geen opvang te verzekeren op een feestdag of een andere dag);
    • het aantal kindopvangdagen die niet verzekerd werden omdat u arbeidsongeschikt was omwille van ziekte, arbeidsongeval, beroepsziekte of moederschapsrust (voor deze periode kan een uitkering worden aangevraagd bij het ziekenfonds, de arbeidsongevallenverzekeraar of het Fonds voor Beroepsziekten).
  • berekening van het aantal opvanguitkeringen

    Het maandelijks aantal opvanguitkeringen is gelijk aan

    (ontbrekend aantal kindopvangdagen x 1,9) / 6,33

    (de decimalen van het resultaat worden als volgt afgerond:

    (tot 0,24 = 0 - van 0,25 < 0,74 = 0,5 - vanaf 0,75 = 1)

    Dit aantal kan lager liggen indien u een activiteit of een inkomen hebt dat niet cumuleerbaar is met de opvanguitkering (zie volgende punten).

    Voorbeeld:

    U vangt 3 kinderen op van maandag tot vrijdag, gedurende een volledige dag. In de maand zoals opgegeven in onderstaand rooster is één kind de hele maand afwezig wegens ziekte en een ander kind van de 21ste tot de 30ste (de ouders vangen het kind zelf op). U neemt vakantie op 28, 29 en 30 april.

Tabel

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

zaterdag

zondag

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

       

Berekening:

maximum aantal kindopvangdagen: 22 x 3 = 66

aantal effectieve kindopvangdagen: 19 + 14 = 33

aantal verloren kindopvangdagen ingevolge uw verlof: 3 x 3 = 9

ontbrekend aantal kindopvangdagen: 66 – 33 – 9 = 24

aantal opvanguitkeringen voor de beschouwde maand:
24 x 1,9 / 6,33 = 7 (na afronding)

brutobedrag van de uitkering:  32,44x 7 =  227,08euro

 

nettobedrag 227,08euro – 10,09 % = 204,17 euro

Uit de berekening met de formule volgt bijvoorbeeld dat de afwezigheid van één kind (dat normaal gezien de volledige dag wordt opgevangen) gedurende

    • één dag geeft recht op een halve opvanguitkering;
    • een volledige week geeft recht op 1,5 opvanguitkering.

De opvanguitkering is belastbaar als een vervangingsinkomen en is onderworpen aan een bedrijfsvoorheffing van 10,09 %, ingehouden door de uitbetalingsinstelling. De vergoeding van de onthaalouder blijft daarentegen niet belastbaar.

Mag u eveneens andere arbeid verrichten?

(Voor meer informatie kunt u uw uitbetalingsinstelling raadplegen)

U mag een andere activiteit uitoefenen, zonder verlies van opvanguitkeringen, indien de volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:

  • het gaat om een bijkomstige activiteit;
  • u heeft deze activiteit reeds uitgeoefend gedurende de 3 maanden vóór het begin van uw activiteit als onthaalouder (indien u al onthaalouder was op 1 april 2003, vervult u deze voorwaarde als u deze activiteit heeft uitgeoefend van 1 januari 2003 tot 31 maart 2003);
  • u oefent deze activiteit enkel 's avonds uit (tussen 18u en 7u) tijdens de week (van maandag tot vrijdag);
  • de activiteit behoort niet tot een niet toegelaten domein (bijv. horeca, amusementssector, leurder, reiziger, verzekeringsagent of –makelaar), tenzij de activiteit van gering belang is;
  • u hebt deze activiteit op het formulier C220A aangegeven op het ogenblik dat u opvanguitkeringen aanvroeg.

Arbeid en inkomsten afkomstig van een artistieke activiteit zijn cumuleerbaar indien zij, in het gewone stelsel van werkloosheidsverzekering, niet zouden leiden tot een vermindering van het aantal uitkeringen.

Activiteiten en inkomsten uit politieke mandaten hebben geen invloed.

U mag eveneens vrijwilligerswerk doen (bijv. het secretariaat van een VZW verzekeren) zonder dit bij de RVA aan te geven. Het vrijwilligerswerk heeft geen invloed op het recht op opvanguitkeringen.

Indien de activiteit niet voldoet aan voornoemde voorwaarden, hebt u geen recht op de opvanguitkering (bijv. indien u zaakvoerder bent van een commerciële vennootschap), ofwel wordt het aantal dagen dat u deze activiteit uitoefent in mindering gebracht van het aantal opvanguitkeringen waarop u recht hebt (bijv. indien u occasioneel tijdens het weekend werkt).

Indien u in de loop van de maand een activiteit uitoefent die leidt tot een vermindering van het recht op uitkeringen, dient u dat te vermelden op het formulier C220B vooraleer het bij uw uitbetalingsinstelling in te dienen.

Mag u een ander inkomen genieten buiten de vergoeding als onthaalouder?

U hebt geen recht op opvanguitkeringen:

  • tijdens de periode gedekt door loon (bijv. een verbrekingsvergoeding uit een vroegere tewerkstelling);
  • indien u een vervangingsinkomen ontvangt dat voortvloeit uit een regeling inzake sociale zekerheid.

Indien u dergelijk inkomen ontvangt, moet u dat aangeven wanneer u de uitkering aanvraagt (formulier C220A) of later op het ogenblik dat dit inkomen u wordt toegekend (een nieuw formulier C220A of het formulier C220B in het geval bijvoorbeeld van een ziekte- of invaliditeitsuitkering).

Mag u een overlevingspensioen cumuleren met opvanguitkeringen?

Sinds 1 januari 2007, mag u een Belgisch overlevingspensioen cumuleren met werkloosheidsuitkeringen (opvanguitkeringen inbegrepen) of ziekte-uitkeringen gedurende een eenmalige periode van 12 maanden. Het bedrag van het pensioen zal evenwel beperkt zijn tot het bedrag van de "inkomensgarantie voor ouderen". Na deze periode van 12 maanden moet u kiezen tussen het overlevingspensioen en de opvanguitkeringen.

De 12 maanden mogen al dan niet opeenvolgend zijn. Van zodra u één enkele opvang- of ziekte-uitkering hebt genoten tijdens een maand, wordt deze maand in rekening gebracht voor de periode van 12 maanden.

Het bedrag van de sociale uitkeringen toegekend voor onvolledige maanden, wordt bovendien door de sector pensioenen meegerekend als beroepsinkomen.

Het feit een beroepsinkomen te ontvangen, kan evenwel leiden tot een terugvordering van het pensioen toegekend voor het lopende kalenderjaar, indien de grens van toegelaten inkomsten overschreden is.

Mag u, als uitkeringsgerechtigde volledig werkloze, een activiteit als onthaalouder uitoefenen?

De activiteit als onthaalouder kan niet gecumuleerd worden met werkloosheidsuitkeringen van het gewone stelsel. Indien u een activiteit als onthaalouder aanvat in de loop van een maand, moet u de letter “A” vermelden in de overeenkomstige vakjes van uw controlekaart.

Indien u later uw activiteit als onthaalouder stopzet, kunt u opnieuw werkloosheidsuitkeringen van het gewone stelsel aanvragen. Dit recht zal u in principe worden toegekend indien uw aanvraag gelegen is binnen de 15 jaar die volgen op uw laatste vergoede werkloosheidsdag als volledig werkloze (3 jaar onderbreking van de werkloosheid tijdens dewelke u uw toelaatbaarheid behoudt, ongeacht uw activiteit, verlengd met maximum 12 jaar activiteit als onthaalouder). Indien uw activiteit als onthaalouder echter vóór 01.08.2007 de in de vroegere reglementering voorziene maximumduur al heeft bereikt (3 jaar + maximum 6 jaar activiteit als onthaalouder), zult u de termijn van 15 jaar om terug toegelaten te worden tot het recht op werkloosheidsuitkeringen niet kunnen inroepen.

Voorbeelden:
1) U heeft een einde gesteld aan uw werkloosheid om een activiteit als onthaalouder te starten vanaf 1 februari 2004. Als u deze activiteit op 31 januari 2018 stopzet, zal u onmiddellijk opnieuw toegelaten worden tot het recht op werkloosheidsuitkeringen (aangezien er minder dan 15 jaar liggen tussen uw laatste dag vergoede werkloosheid en de nieuwe uitkeringsaanvraag).

2) U hebt een einde gesteld aan uw werkloosheid om een activiteit als onthaalouder te starten vanaf 1 februari 1997. Indien u deze activiteit stopzet op 31 augustus 2009, bent u uw toelaatbaarheid kwijt aangezien u vóór 1 augustus 2007 de maximumtermijn van 9 jaar reeds overschreden had.

Hebt u recht op werkloosheidsuitkeringen indien u uw activiteit als onthaalouder stopzet?

Was u uitkeringsgerechtigd volledig werkloze bij de aanvang van de activiteit, lees dan de uitleg in de vorige rubriek.

Het recht op werkloosheidsuitkeringen hangt af van de vervulling van een wachttijd tijdens dewelke een bepaald aantal arbeidsdagen als loontrekkende zijn verricht.

De activiteitsdagen als onthaalouder zijn geen arbeidsdagen als loontrekkende en tellen dus niet mee voor de toelating tot het recht op gewone werkloosheidsuitkeringen. Een recht op werkloosheidsuitkeringen kan toch bestaan indien u, vóór de activiteit als onthaalouder, arbeidsdagen als loontrekkende hebt gepresteerd.

Hoeveel arbeidsdagen als loontrekkende moet u bewijzen om recht te hebben op gewone werkloosheidsuitkeringen?

Het aantal te bewijzen arbeidsdagen hangt af van uw leeftijd op het ogenblik van uw uitkeringsaanvraag:

  • 312 arbeidsdagen in de loop van de 21 maanden vóór de aanvraag indien u nog geen 36 jaar bent;
  • 468 arbeidsdagen in de loop van de 33 maanden vóór de aanvraag indien u tussen 36 en 49 jaar bent;
  • 624 arbeidsdagen in de loop van de 42 maanden vóór de aanvraag indien u 50 jaar of ouder bent;

De dagen activiteit als onthaalouder worden niet meegerekend als arbeidsdagen, maar de referteperioden van 21, 33 of 42 maanden worden verlengd met de periode van activiteit als onthaalouder (die minstens 6 maanden en maximum 15 jaar duurde. Voor periodes gelegen vóór 01.08.2007, kan de verlenging evenwel beperkt worden tot de periode van 9 jaar voorzien in de vroegere reglementering). De eventueel daarvoor gelegen arbeidsperioden kunnen dan in rekening worden gebracht.

Voorbeeld:
Na 2 jaar voltijdse arbeid beëindigt u uw arbeidsovereenkomst om als onthaalouder te beginnen werken. U verricht deze activiteit gedurende 5 jaar en u vraagt vervolgens werkloosheidsuitkeringen aan. Indien uw vroegere werkgever niet bereid is u opnieuw tewerk te stellen, kunt u toegelaten worden tot het recht op uitkeringen, aangezien de referteperiode verlengd wordt met de 5 activiteitsjaren als onthaalouder en u het vereiste aantal arbeidsdagen bewijst in de periode die uw activiteit als onthaalouder voorafgaat.

Heeft uw activiteit als onthaalouder een invloed op de werkloosheidsuitkering van een gezinslid?

Indien u samenwoont met een vergoede werkloze, wordt de vergoeding die u ontvangt voor uw activiteit als onthaalouder niet beschouwd als een beroepsinkomen. De werkloze met wie u samenwoont mag dus verder beschouwd worden als werknemer met gezinslast en moet uw activiteit als onthaalouder niet aangeven.

Indien u een vervangingsinkomen ontvangt ingevolge uw sociaal statuut als onthaalouder (opvanguitkeringen, ziekte-uitkering, moederschapsuitkering, arbeidsongevallenuitkering,…), dan wordt dit inkomen niet beschouwd als een vervangingsinkomen in zoverre het maandelijks bedrag ervan niet hoger ligt dan 564,14 euro voor de betrokken maand (geïndexeerd bedrag).

U kunt evenwel op het formulier C220B vragen dat de uitbetalingsinstelling de opvanguitkering voor de betrokken maand beperkt tot het cumuleerbare bedrag, zodat de uitkeringsgerechtigde werkloze met wie u samenwoont verder werkloosheidsuitkeringen kan genieten als werknemer met gezinslast. Deze mogelijkheid bestaat niet voor de andere vervangingsinkomens, maar u kan wel aan deze inkomsten verzaken.

Is uw vervangingsinkomen in de beschouwde maand hoger dan 564,14 euro per maand, dan moet de uitkeringsgerechtigde werkloze met wie u samenwoont deze inkomsten aangeven bij zijn uitbetalingsinstelling. Hij zal in voorkomend geval tijdelijk de hoedanigheid van werknemer met gezinslast verliezen.

Mag u actief zijn als onthaalouder en onderbrekingsuitkeringen genieten in het kader van tijdskrediet of loopbaanonderbreking?

De vergoeding die u ontvangt als onthaalouder wordt niet beschouwd als een beroepsinkomen en is dus cumuleerbaar met onderbrekingsuitkeringen.

De opvanguitkering die u eventueel ontvangt is eveneens cumuleerbaar met de onderbrekingsuitkeringen.

De moederschapsuitkering, de ziekte- of invaliditeitsvergoeding en de vergoeding wegens arbeidsongeschiktheid ingevolge een arbeidsongeval of een beroepsziekte, die u kunt ontvangen ingevolge uw activiteit als onthaalouder, zijn daarentegen niet cumuleerbaar met de onderbrekingsuitkeringen.

Ontvangt u dergelijke vergoeding, deel dit dan schriftelijk mee aan het werkloosheidsbureau van de RVA.