Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Inkomensgarantie-uitkering – technische fiche met betrekking tot de berekening

Infoblad

T71

Laatste update
01-06-2017

Waarover gaat dit infoblad?

Dit infoblad geeft een technische uitleg over de berekening van de inkomensgarantie-uitkering (hierna IGU) vanaf januari 2015.

U vindt de gebruikte formules telkens in een kader, voorafgegaan door een toelichting. Uitleg over de factoren die we in de berekeningen gebruiken, vindt u verder in het infoblad. Onderstreepte factoren verwijzen naar gegevens die de werkgever vermeldt op de aangifte die hij maandelijks invult.

De toekenningsvoorwaarden voor de IGU zijn opgenomen in het infoblad "Hebt u recht op de inkomensgarantie-uitkering?" nr.T70. Dit infoblad kunt u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA of downloaden van de website http://www.rva.be.

Op diezelfde site http://www.rva.be vindt u eveneens een programma waarmee u het bedrag van de IGU bij benadering kunt berekenen.

Sommige uitzonderlijke situaties zijn niet opgenomen in dit infoblad. Neem zo nodig contact op met uw uitbetalingsinstelling voor nadere info.

Voorafgaande controle van het maandloon en het uurrooster?

Een IGU kan maar worden toegekend:

  • indien het brutoloon van de beschouwde maand (Y BRUT) kleiner is dan het REFERTELOON

    en

  • het contractuele uurrooster (Q/S) hoogstens gelijk is aan 4/5 van een voltijds uurrooster.

Y BRUT < REFERTELOON

Q/S =< 0,8

Welke berekening is toepasselijk?

Voor de deeltijdse werknemer met behoud van rechten (hierna DBR) zijn er twee regelingen:

  • Is de nieuwe regeling toepasselijk, dan is de IGU gelijk aan het resultaat van de BEREKENING 1.
  • Is de overgangsregeling toepasselijk, dan is de IGU gelijk aan het hoogste resultaat van de BEREKENINGEN 1 en 2.

Voor de vrijwillig deeltijdse werknemer is er slechts één regeling:

  • De IGU is gelijk aan het resultaat van de BEREKENING 1.
 

Welke werknemer?

Welke regeling?

Welke berekening?

DBR

Nieuwe regeling ("prefix 57")

Berekening 1

DBR

Overgangsregeling ("prefix 05")

Berekening 1 en 2

Vrijwillig deeltijdse werknemer

Nieuwe regeling ("prefix 58")

Berekening 1

Voor uitleg over de nieuwe en de overgangsregeling: zie het infoblad "Hebt u recht op de inkomensgarantie-uitkering?" nr. T70.

Voor uitleg over de DBR en de vrijwillig deeltijdse werknemer: zie het infoblad "Welke categorieën deeltijdse werknemers kunnen er onderscheiden worden voor de sector werkloosheid?" nr. T28.

Hoe maken we Berekening 1?

BEREKENING 1 (nieuwe berekeningswijze) is uitgesplitst in twee delen, A en B.

Hoe berekenen we Deel A?

In DEEL A berekenen we het brutobedrag van de IGU:

  • We nemen het theoretische nettodagbedrag van de werkloosheidsuitkering als volledig werkloze (F2).
  • We vermenigvuldigen dit met het aantal vergoedbare dagen (in een zesdagenstelsel) in de beschouwde maand (F1).
  • We verhogen het resultaat met een uurtoeslag (F4), die afhankelijk is van de gezinssituatie, voor de uren (F8) boven één derde van een voltijds uurrooster.

    Eén derde van een voltijds uurrooster is gelijkgesteld met 55 uren per maand. Het getal 55 wordt verminderd indien niet alle dagen van de maand vergoedbaar zijn (-> 55 x F1/26).

    Voorbeeld: heeft de werknemer loon ontvangen voor 68 uren in de beschouwde maand, dan verhogen we met 68 – 55 = 13 keer de uurtoeslag.

  • We verminderen met een fictief (deeltijds) nettoloon (Y NET). Dit bekomen we door het (deeltijdse) brutoloon:
    • te verminderen met de theoretische persoonlijke RSZ-bijdrage (13,07%),
    • te verhogen met de RSZ-werkbonus,
    • en te verminderen met de voorheffing.

(Zie verder).

Aangezien het resultaat een nettobedrag is, moet we dit nog omzetten in een brutobedrag door te vermenigvuldigen met 100/89,91. Op de IGU is immers een bedrijfsvoorheffing van 10,09% verschuldigd. Dat betekent dat het brutobedrag wordt omgezet in een nettobedrag door te vermenigvuldigen met (100 – 10,09)/100 = 89,91/100. Omgekeerd betekent dit dus dat het nettobedrag wordt omgezet in een brutobedrag door te vermenigvuldigen met 100/89,91.

DEEL A =

│[F1 x F2] + {F4 x [F8 – (55 x F1/26)]} – Y NET│ x 100/89,91

Bijkomende uitleg

  • Indien [F8 – (55 x F1/26)] negatief is, voert u het getal 0 in.
  • Het resultaat van DEEL A wordt herleid tot 0 euro, indien dit lager is dan 10,28 euro.

Hoe berekenen we Deel B?

In DEEL B berekenen we een maximumbedrag dat de IGU niet mag overschrijden. Door deze begrenzing wil de regelgever voorkomen dat het totale inkomen (nettoloon + uitkering) hoger zou zijn dan het nettoloon dat de werkgever zou betalen bij een voltijdse tewerkstelling.

Dit maximumbedrag bekomen we door het fictieve deeltijdse nettoloon (Y NET) af te trekken van het theoretische voltijdse nettoloon (VTL), berekend op basis van het gemiddeld uurloon van de beschouwde maand. Het VTL zullen we verminderen indien niet alle dagen van de maand vergoedbaar zijn (-> VTL x F1/26).

Bij/van het VTL zullen we dan:

  • de theoretische RSZ-bijdrage aftrekken (min 13,07%, ofwel maal 0,8693),
  • de (eventueel geproportioneerde) RSZ-werkbonus (PROP-BONUSFT) optellen,
  • de voorheffing aftrekken,
  • het fictieve (deeltijdse) nettoloon (Y NET) aftrekken.

(Zie verder)

Aangezien het resultaat een nettobedrag is, moet we dit nog omzetten in een brutobedrag door te vermenigvuldigen met 100/89,91. Op de IGU is immers een bedrijfsvoorheffing van 10,09% verschuldigd. Dat betekent dat het brutobedrag wordt omgezet in een nettobedrag door te vermenigvuldigen met (100 – 10,09)/100 = 89,91/100. Omgekeerd betekent dit dus dat het nettobedrag wordt omgezet in een brutobedrag door te vermenigvuldigen met 100/89,91.

DEEL B =

│[VTL x F1/26 x 0,8693] + PROP-BONUSFT – voorheffing – Y NET│ x 100/89,91

Bijkomende uitleg

  • Het resultaat van DEEL B wordt herleid tot 0 euro, indien dit lager is dan 10,28 euro.

Hoe maken we Berekening 2?

BEREKENING 2 (oude berekeningswijze) is uitgesplitst in twee delen, A en B.

Hoe berekenen we Deel A?

In DEEL A berekenen we het brutobedrag van de IGU:

  • We nemen het theoretische nettodagbedrag van de werkloosheidsuitkering als volledig werkloze (F2).
  • We vermenigvuldigen dit met het aantal vergoedbare dagen (in een zesdagenstelsel) in de beschouwde maand (F1).
  • We verhogen dit met een forfaitaire maandtoeslag die afhankelijk is van de gezinssituatie. De maandtoeslag zetten we in de formule om in een dagtoeslag (F3).
  • We verminderen met een fictief (deeltijds) nettoloon (Y NET). Dit bekomen we door het (deeltijdse) brutoloon:
    • te verminderen met de theoretische persoonlijke RSZ-bijdrage (13,07%),
    • te verhogen met de RSZ-werkbonus,
    • en te verminderen met de voorheffing.

(Zie verder).

Aangezien het resultaat een nettobedrag is, moet we dit nog omzetten in een brutobedrag door te vermenigvuldigen met 100/89,91. Op de IGU is immers een bedrijfsvoorheffing van 10,09% verschuldigd. Dat betekent dat het brutobedrag wordt omgezet in een nettobedrag door te vermenigvuldigen met (100 – 10,09)/100 = 89,91/100. Omgekeerd betekent dit dus dat het nettobedrag wordt omgezet in een brutobedrag door te vermenigvuldigen met 100/89,91.

DEEL A =

{[F1 x (F2 + F3)] – Y NET} x 100/89,91

Bijkomende uitleg

  • Het resultaat van deel A wordt herleid tot 0 euro, indien dit lager is dan 10,28 euro.

Hoe berekenen we Deel B?

In DEEL B berekenen we het grensbedrag dat het bedrag van de IGU niet mag overschrijden. Dit bedrag is gelijk aan 90% van de maanduitkering die men als volledig werkloze zou ontvangen. Dat is gelijk aan de daguitkering (F2) x 26 (aantal dagen in een maand in een zesdagenstelsel) x 90% = F2 x 23,4.

Dat bedrag verhogen we met de voorheffing.

DEEL B =

(F2 x 23,4) x 100/89,91

Bijkomende uitleg

  • het resultaat van DEEL B wordt herleid tot 0 euro, indien dit lager is dan 10,28 euro.

Welke gegevens halen we uit de aangifte die de werkgever maandelijks invult?

Het betreft de Aangifte Sociaal Risico (ASR) 6.

In deze aangifte vindt u de volgende gegevens die we in de formules gebruiken.

Q

= de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de werknemer met inbegrip van betaalde inhaalrust in het kader van arbeidsduurvermindering.

S

= de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse werknemer met inbegrip van betaalde inhaalrust in het kader van arbeidsduurvermindering.

Z

= alle kalenderdagen van arbeidsongeschiktheid en moederschapsverlof na de periode gedekt door gewaarborgd loon, ongeacht of het gaat om normale activiteitsdagen of inactiviteitsdagen.

P

= het normale aantal arbeidsuren voor tijdelijke werkloosheid, staking, vaderschaps- en adoptieverlof en borstvoedingspauze.

V

= het normale aantal arbeidsuren voor dagen van jaarlijkse vakantie (inclusief aanvullende vakantie), jeugdvakantie, seniorvakantie, of voor verlof zonder wedde beperkt tot de eerste 4 weken (= een aantal uren gelijk aan Q x 4).

A

= het normale aantal arbeidsuren voor dagen verlof zonder wedde na meer dan 4 weken (= na Q x 4), voor gewettigde of ongewettigde afwezigheid zonder loon, voor loopbaanonderbreking of tijdskrediet, en voor dagen pleegzorg.

Y BRUT

= brutoloon voor de deeltijdse tewerkstelling in de beschouwde maand

  • inclusief : meeruren, overloon, commissieloon, premies, voordelen in natura met RSZ-bijdragen, haard- en standplaatsvergoeding, betaalde rust, achterstallig loon, gewaarborgd dag- of weekloon, gewaarborgd loon bij ziekte of ongeval, gewaarborgd loon voor vakantie in geval van tewerkstelling bij de overheid, het normale loon voor V-uren als bediende, betaalde feestdagen;
  • exclusief: eindejaarspremie, vakantiegeld arbeiders tewerkgesteld in de privésector, dubbel vakantiegeld, bijkomend vakantiegeld openbare sector en vakantiegeld bij uitdiensttreding, mobiliteitsvergoeding, voordelen in natura waarop geen RSZ-bijdragen verschuldigd zijn, loon bij ziekte als statutair ambtenaar.

Theoretisch gemiddeld brutoloon

= het voorziene brutoloon voor de deeltijdse betrekking gedurende een volledige maand

  • inclusief: vooraf gekende premies, voordelen in natura met RSZ-bijdragen, betaalde rust, haard- en standplaatsvergoeding;
  • exclusief: eindejaarspremie, dubbel vakantiegeld, overloon, voordelen in natura waarop geen RSZ-bijdragen verschuldigd zijn.

Wat is de betekenis van de factoren in de formules?

F1?

... is het aantal vergoedbare dagen in de maand

F1 is het aantal dagen, uitgedrukt in een zesdagenstelsel, dat vergoedbaar is in de maand.

F1 bepaalt het maandbedrag dat de werkloze zou genieten als volledig werkloze, door die factor te vermenigvuldigen met het dagbedrag van de uitkering als volledig werkloze (F2).

In een normaal geval is F1 = 26.

F1 verminderen we met:

  • de dagen van arbeidsongeschiktheid die niet gedekt zijn door gewaarborgd loon (Z),
  • de dagen gelegen vóór of na de deeltijdse tewerkstelling,
  • de dagen van uitsluiting van het recht op uitkeringen,
  • de dagen van occasionele tewerkstelling voor eigen rekening of bij een andere werkgever,
  • een aantal dagen dat overeenstemt met de uren van verlof zonder wedde of gewettigde of ongewettigde afwezigheid, loopbaanonderbreking/tijdskrediet en pleegzorg (A). De uren worden omgezet in dagen door middel van een formule,
  • een aantal dagen dat overeenstemt met de uren van tijdelijke werkloosheid, staking, vaderschaps- en adoptieverlof en borstvoedingspauze (P). De uren worden omgezet in dagen door middel van een formule.

Formule

F1 =

26 – (Z en andere niet-vergoedbare dagen in 6-daagse stelsel) – (A x 6/Q) – (P x 6/S)

F2?

... is het normale bedrag van de daguitkering als volledig werkloze

Is de werkloze een DBR,

=> dan is F2 gelijk aan:

  • het bedrag van zijn volle uitkering als volledig werkloze dat hij zou ontvangen bij het begin van de deeltijdse tewerkstelling.

Is de werkloze een vrijwillig deeltijdse werknemer,

=> dan is F2 gelijk aan:

  • het bedrag van zijn halve uitkering als volledig werkloze dat hij zou ontvangen bij het begin van de deeltijdse tewerkstelling,
  • vermenigvuldigd met het aantal halve uitkeringen waarop hij per week aanspraak maakt,
  • en gedeeld door zes.

... maar is soms een hoger bedrag

In sommige gevallen houden we rekening met een theoretische daguitkering die hoger is dan de normale daguitkering:

  • Is de werkloze werknemer met gezinslast of alleenwonende

    én is de normale daguitkering

  • een uitkering van de fases 21, 22, 23 of 24

    of

    een forfaituitkering,

=> dan is F2 gelijk aan het bedrag van fase 2A.

  • Is de werkloze samenwonende

    én is de normale daguitkering

    • een uitkering van de fases 21, 22, 23 of 24,

=> dan is F2 gelijk aan het bedrag van fase 2A.

Meer uitleg over de fases vindt u in het infoblad "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?" nr. T67.

... is een nettobedrag

F2 is het nettodagbedrag van de uitkering als volledig werkloze.

De IGU berekenen we eerst als een nettobedrag. Dus houden we rekening met het nettobedrag van de uitkering als volledig werkloze.

Dat betekent dat we rekening houden met de fiscale inhouding (bedrijfsvoorheffing) op de uitkering als volledig werkloze. In de meeste gevallen is het nettobedrag gelijk aan het brutobedrag. Enkel tijdens de eerste vergoedingsperiode (= eerste 12 maanden) van een samenwonende werknemer die werkloosheidsuitkeringen geniet (code B1) houden we een bedrijfsvoorheffing van 10,09 % in. Dat bedrag (B1) vermenigvuldigen we dus met 0,8991.

Meer uitleg over de vergoedingsperiodes vindt u in het infoblad "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?" nr. T67.

Formule

 

Code

F2 =

B1

= daguitkering x 0,8991

Andere codes

= daguitkering

F3?

In het kader van de BEREKENING 2 verhogen we de uitkering als volledig werkloze met een maandtoeslag.

Het bedrag van de maandtoeslag is afhankelijk van de gezinssituatie. De maandtoeslag zetten we om in een dagtoeslag (F3), aangezien de toeslag soms slechts voor een gedeelte van de maand mag toegekend worden.

 

Categorie

F3 =

A

7,23 euro / dag

N

5,78 euro /dag

B

4,34 euro / dag

Toelichting:

  • Categorie A: de samenwonende werknemers met enig inkomen en gezinslast.
  • Categorie N: de alleenwonende werknemers.
  • Categorie B: de andere samenwonende werknemers.

Meer uitleg over de gezinssituatie vindt u in het infoblad "Wat is uw gezinstoestand?" nr. T147.

F4?

In het kader van BEREKENING 1 verhogen we de uitkering als volledig werkloze met een uurtoeslag (F4) toegekend per bezoldigd uur gelegen boven de 1/3-grens.

Het bedrag van de uurtoeslag is afhankelijk van de gezinssituatie.

 

Categorie

F4 =

A

3,17 euro / dag

N

2,22 euro /dag

B

1,26 euro / dag

Toelichting:

  • Categorie A: de samenwonende werknemers met enig inkomen en gezinslast.
  • Categorie N: de alleenwonende werknemers.
  • Categorie B: de andere samenwonende werknemers.

Meer uitleg over de gezinssituatie vindt u in het infoblad "Wat is uw gezinstoestand?" nr. T147.

F5?

In het kader van BEREKENING 1 verhogen we de uitkering als volledig werkloze met een uurtoeslag (F4) toegekend voor de bezoldigde uren boven de 1/3-grens.

De uren van bezoldiging (F5) moeten dus gekend zijn.

F5 is:

  • inclusief uren gewaarborgd loon bij ziekte;
  • exclusief uren van tijdelijke werkloosheid (P);
  • exclusief uren niet-betaalde afwezigheid (A);
  • exclusief uren vakantie (V).

Opmerking: de uren V en de uren P ingevolge sluiting van de onderneming nemen we niet in F5 op, maar verrekenen we wel via de factor F8.

F5 = totaal UREN (het aantal door de werkgever in het rooster vermelde betaalde uren)

F6?

De factor F6 (theoretisch uurloon) hebben we nodig in twee gevallen:

  • We moeten het theoretische voltijdse loon (VTL) berekenen (bijvoorbeeld om de werkbonus te berekenen of om het maximumbedrag van de IGU te bepalen).
  • We moeten het theoretische loon berekenen gedurende de vakantie-uren van een arbeider (niet betaald door de werkgever).

Het theoretische loon berekenen we op basis van het theoretische uurloon.

Vermeldt de werkgever een theoretisch gemiddeld brutomaandloon, dan berekenen we een uurloon door het maandloon te delen door de factor Q en door 4,3333.

F6 = theoretisch gemiddeld uurloon (door de werkgever vermeld)

F7?

Voor arbeiders met de vakantieregeling van de privésector?

De werkgever geeft voor vakantie-uren als arbeider in de privésector geen loon op (aangezien hij het vakantiegeld niet betaalt).

Via de formules voegen we dan ook een bedrag toe dat overeenstemt met het theoretisch enkel vakantiegeld. Dit gebeurt door het aantal vakantie-uren als arbeider (uren V) te vermenigvuldigen met het gemiddelde uurloon (F6).

Zo ontvangt de arbeider tijdens vakantieperiodes ongeveer dezelfde IGU als tijdens de tewerkstelling.

F7 (bij arbeider, behalve indien vakantieregeling openbare dienst) = F6 x uren V

Voor arbeiders met de vakantieregeling van de openbare diensten en voor bedienden?

De werkgever moet voor:

  • de bediende
  • en de arbeider met de vakantieregeling van de openbare diensten

een loon opgeven (Y BRUT) dat rekening houdt met het normale loon voor vakantie-uren (zelfs indien hij dat normale loon niet betaald zou hebben omdat de werknemer onvoldoende vakantiedagen heeft of vakantiegeld ontving van een vorige werkgever).

Om die reden zullen we Y BRUT in die gevallen niet verhogen met loon voor vakantie-uren.

F7 (bij bedienden en bij arbeiders met een vakantieregeling openbare dienst) = 0

F8?

In BEREKENING 1 kennen we een uurtoeslag toe per uur van tewerkstelling gelegen boven de 1/3- grens.

Het aantal uren waarmee we rekening houden is:

  • het aantal uren waarvoor de werkgever loon betaalt (F5),
  • verhoogd met het aantal uren vakantie (V) en het aantal uren (P) sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie.

Voor wie deeltijds werkt in een sector waar de 38 uren/week geldt, is de 1/3- grens op maandbasis gelijk aan 55 uren. Enkel voor de daarboven gelegen uren kan dus een uurtoeslag toegekend worden.

Is de voltijdse wekelijkse arbeidsduur niet gelijk aan 38 uren, dan houden we rekening met een omgezet aantal uren. Dit gebeurt door te vermenigvuldigen met 38/S.

Voorbeeld: 52 uren als leerkracht (in een regeling waar voltijds 28 uren worden gepresteerd), tellen we dus als 52 x 38/28 = 70,5714 uren.

F8 = (F5 + uren V + uren P sluiting jaarlijkse vakantie) x 38/S

Y NET?

Het deeltijdse nettoloon bekomen we door het brutoloon voor de beschouwde maand (Y BRUT):

  • te verminderen met een RSZ-inhouding van 13,07% (of: maal 0,8693),
  • te verhogen met de RSZ-werkbonus (BONUSPT),
  • en te verminderen met de voorheffing.

(Zie: "Omrekening van bruto naar nettobelastbaar")

Y NET = Y BRUT x 0,8693 + BONUSPT – VOORHEFFING

Voor arbeiders moeten we Y BRUT verhogen.

Dit gebeurt door ook voor de vakantiemaand een fictief loon (F7) (waarop we fictieve RSZ-bijdragen berekenen) in rekening te brengen. Zo ontvangt de arbeider tijdens vakantieperiodes ongeveer dezelfde IGU als tijdens de tewerkstelling.

YNET = [(Y BRUT + F7) x 0,8693] + BONUSPT – VOORHEFFING

VTL?

In bepaalde gevallen moeten we het theoretische voltijdse loon berekenen.

Het theoretische voltijdse loon bekomen we door het theoretische uurloon (F6) te vermenigvuldigen met het theoretische aantal arbeidsuren (S x 4,3333) van een voltijdse werknemer gedurende een volledige maand.

VTL = (F6 x S x 4,3333)

Hoe omrekenen van bruto naar nettobelastbaar?

Om een brutoloon om te zetten in een nettobelastbaar loon, volgen we deze stappen:

  • Op het brutoloon houden we de persoonlijke RSZ-bijdrage in (x 0,8693),
  • We tellen eventueel de werkbonus (BONUSPT) bij.

Op het nettobelastbaar bedrag brengen we nog de bedrijfsvoorheffing (VOORHEFFING) in mindering. Zie het volgende punt "VOORHEFFING".

Hoe de persoonlijke RSZ-bijdrage berekenen?

Het deeltijdse brutoloon verminderen we met 13,07%.

Anders gezegd: we vermenigvuldigen het met (100 – 13,07)/100 = 0,8693.

Voor arbeiders berekenen we de bijdrage op het loon aan 100% en niet aan 108%. Dit gebeurt omdat ook voor de vakantiemaand een fictief loon (waarop we fictieve RSZ-bijdragen berekenen) in rekening wordt gebracht. Zo ontvangt de arbeider tijdens vakantieperiodes ongeveer dezelfde IGU als tijdens de tewerkstelling.

Hoe de werkbonus berekenen?

Bij het berekenen van een nettoloon, moet we rekening houden met de werkbonus, dit is een vermindering van de normale persoonlijke RSZ-bijdrage van 13,07%.

Stap 1: BONUSFT

De werkbonus (BONUSFT) berekenen we met een formule op basis van een voltijds loon.

Zelfs in het geval van een deeltijds loon, zullen we dus steeds een theoretisch voltijds loon (VTL) moeten berekenen.

BONUSFT hangt af van het statuut van de werknemer:

  • Voor de werknemer van de privésector en de contractuele werknemer van de publieke sector is de formule als volgt:

     

    VTL

    bedrag BONUSFT

    < = 1.609,47

    197,67

    > 1.609,47 en <= 2.510,47

    197,67 – [0,2194 x (VTL – 1.609,47)]

    > 2.510,47

    0,00

    Het bedrag van de bonus berekenen we ook voor arbeiders volgens de regeling geldend voor bedienden. Dit is omdat ook voor arbeiders de RSZ-bijdrage in deze formules berekend wordt op het loon aan 100% i.p.v. aan 108%.

  • Voor de statutaire werknemer van de publieke sector is de werkbonus =0
VTL
ongeacht het bedrag
bedrag BONUSFT = 0
Stap 2: PROP-BONUSFT

De BONUSFT moet we eventueel verminderen in functie van de vergoedbare periode (F1).

Voorbeeld: betrokkene is ziek, tijdelijk werkloos of de deeltijdse arbeidsovereenkomst dekt niet de volledige maand.

PROP-BONUSFT (arbeider of bediende) = BONUSFT x F1/26
Stap 3: BONUSPT

In stap 2 hebben we enkel rekening gehouden met de niet-vergoedbare periode, maar niet met het feit dat de werknemer deeltijds werkt, terwijl de werkbonus op een (fictief) voltijds loon is berekend.

Dus moeten we resultaat nog eens verminderen in functie van:

  • het effectieve brutomaandloon (deeltijds) (Y BRUT);
  • het fictieve voltijdse maandloon (VTL).
BONUSPT (arbeider of bediende) = PROP BONUSFT x Y BRUT / VTL

VOORHEFFING?

De bedrijfsvoorheffing (fiscale inhouding) beïnvloedt de berekening van de IGU op verschillende vlakken:

  • We berekenen de IGU door de netto-uitkering als volledig werkloze te vergelijken met het deeltijdse nettoloon.
    • Op de (bruto-)uitkering als volledig werkloze houden we in bepaalde gevallen bedrijfsvoorheffing in.
    • Op het deeltijdse (bruto)loon houden we bedrijfsvoorheffing in.
  • Op het brutobedrag van de IGU houden we bedrijfsvoorheffing in.

Bedrijfsvoorheffing op de uitkering als volledig werkloze?

Enkel tijdens de eerste vergoedingsperiode (= eerste 12 maanden) van een samenwonende werknemer die werkloosheidsuitkeringen geniet (code B1) houden we een bedrijfsvoorheffing van 10,09% in.

In alle andere gevallen houden we geen bedrijfsvoorheffing in.

Bedrijfsvoorheffing op het deeltijdse loon?

De bedragen van de voorheffing zijn bepaald in bijlage III van het koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van inkomstenbelasting 1992 (zie www.fisconet.be > Inkomstenbelastingen > Wetgeving > Koninklijke Besluiten > KB/WIB 92: Bijlagen > Bijlage III: onderaan: schaal I en II).

Het bedrag van de voorheffing is afhankelijk van de gezinscategorie:

  • Schaal II is toepasselijk op de werknemer wiens echtgenoot geen persoonlijke beroepsinkomsten heeft. Dit stemt overeen met de samenwonende werknemer met enig inkomen en gezinslast (categorie A).
  • Schaal I is toepasselijk op de andere werknemers. Dit stemt overeen met de alleenwonende werknemers (categorie N ) en met de andere samenwonende werknemers (categorie B).

Bijkomende verminderingen (bv. wegens gezinslast) worden niet in aanmerking genomen.

 

Categorie

VOORHEFFING op het loon volgens

A

Schaal II

N

Schaal I

B

Schaal I

Bedrijfsvoorheffing op de IGU?

De bedrijfsvoorheffing op de IGU bedraagt steeds 10,09%, ongeacht de gezinstoestand van de werknemer.

Wanneer we een netto-IGU omzetten in een bruto-IGU, betekent dit dat we het bedrag vermenigvuldigen met 100 / (100 – 10,09), of met 100/89,91.

VOORHEFFING op de inkomensgarantie-uitkering = 10,09%

REFERTELOON?

Van zodra het brutomaandloon (Y BRUT) het referteloon bereikt, heeft de werknemer geen recht meer op de IGU.

REFERTELOON = het gemiddelde minimum maandinkomen gewaarborgd aan de werknemers die 21 jaar oud zijn, bepaald bij CAO afgesloten in de NAR

1.562,59 euro

Welke werkwijze passen we toe indien de werknemer gelijktijdig is tewerkgesteld bij meerdere werkgevers?

Indien de werknemer gelijktijdig is tewerkgesteld bij meerdere werkgevers, passen we de hierboven uiteengezette formules toe, rekening houdend met de getotaliseerde gegevens van de verschillende tewerkstellingen. De bijzonderheden vermelden we hierna.

Hoe berekenen we het aantal uren waarvoor de uurtoeslag geldt?

Voor de berekening van het aantal bezoldigde uren dat groter is dan de 1/3- grens en waarvoor we de uurtoeslag toekennen (BEREKENING 1A), houden we rekening met het samengevoegde aantal bezoldigde uren (F8) bij de verschillende werkgevers. Indien nodig rekenen we dit aantal uren om naar 38 uren/week.

Hoe berekenen we het fictieve nettoloon?

Het in mindering te brengen fictieve nettoloon (Y NET) bekomen we door:

  • elk deeltijds brutoloon (Y BRUT) apart te verminderen met de RSZ-bijdrage (x 0,8693), en eventueel te verhogen met de RSZ-werkbonus (BONUSPT),
  • de belastbare bedragen samen te voegen,
  • de voorheffing in te houden, berekend op het globale bedrag.

Hoe berekenen we het theoretische voltijdse nettoloon?

Het theoretische voltijdse nettoloon (BEREKENING 1B) bekomen we door:

  • het gemiddelde van de uurlonen (F6) van de diverse tewerkstellingen (na omrekening naar de 38 uren/week) te berekenen,
  • een theoretisch bruto voltijds loon te berekenen, op basis van dat gemiddelde uurloon,
  • het theoretische bruto voltijds loon te verminderen met de RSZ-bijdrage, en eventueel te verhogen met de RSZ-werkbonus (BONUSFT); zijn er verschillende bonusregelingen toepasselijk, dan passen we de gunstigste bonusregeling toe,
  • de belastbare bedragen samen te voegen,
  • de voorheffing, berekend op het globale bedrag, in te houden.

Hoe het aantal niet-vergoedbare dagen vaststellen?

Het in mindering te brengen aantal niet-vergoedbare dagen (F1) bekomen we door:

  • het in mindering te brengen aantal dagen in de verschillende tewerkstellingen samen te voegen. Daarbij brengen we één kalenderdag slechts éénmaal in mindering (bv. eenzelfde ziektedag die door twee werkgevers vermeld wordt op hun aangiftes ASR 6);
  • de afwezigheidsuren om te zetten in een aantal niet-vergoedbare dagen door:
    • deze uren om te rekenen naar 38 uren/week,
    • deze uren samen te voegen,
    • dit totaal te delen door de samengevoegde deeltijdse wekelijkse arbeidsduur.

Zijn de voormelde bedragen nog correct?

De bedragen die in dit infoblad vermeld, zijn geïndexeerde bedragen. Ze zijn geldig vanaf 01.06.2017.