Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Als u in het onderwijs gewerkt hebt, hebt u dan recht op uitkeringen tijdens de vakantie?

Infoblad

T86

Laatste update
09-09-2010

Als u in het onderwijs gewerkt hebt, hebt u dan recht op uitkeringen tijdens de vakanties?

Voor de leerkrachten gelden enkele specifieke vergoedbaarheidsregels tijdens de schoolvakanties.

De kleine verloven (Kerstmis, Pasen,...)

De vakantieverloven van Kerstmis, Pasen en de andere verloven die zich voordoen in de loop van het schooljaar, worden bezoldigd als arbeidsdagen wanneer ze in een periode van tewerkstelling vervat zijn. In dat geval heeft u dus geen recht op werkloosheidsuitkeringen, behalve wanneer u als deeltijdse werknemer met behoud van rechten een inkomensgarantie-uitkering geniet: in dat geval behoudt u verder deze uitkering tijdens de kleine vakanties.

Buiten de periodes van tewerkstelling ontvangt u tijdens de kleine vakanties geen bezoldiging. U bent dan vergoedbaar door de werkloosheidsverzekering onder de gewone voorwaarden indien u na de vakantie niet opnieuw tewerkgesteld wordt in het onderwijs.

De grote vakantie

De uitgestelde bezoldiging

Als tijdelijke leerkracht die voldoet aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden kunt u tussen 1 juli en 31 augustus uitkeringen ontvangen voor de periode die niet gedekt is door de uitgestelde bezoldiging.

U moet eerst de door de uitgestelde bezoldiging gedekte dagen uitputten vanaf de 1ste arbeidsdag van de maand juli.

De uitgestelde bezoldiging is gelijk aan een bedrag dat in verhouding staat tot de omvang van de tijdens het schooljaar geleverde prestaties, en dat geacht wordt geheel of gedeeltelijk (wat de werkloosheidsverzekering betreft) de grote vakantie te dekken, waarin de leerkrachten in beginsel niet werken. Het bedrag ervan is gelijk aan 20 % van de som van de bezoldigingen die in de loop van het schooljaar (van 1 september tot 30 juni) werden betaald. […]

  • U hebt een volledig schooljaar (van 1 september tot 30 juni) voltijds gewerkt (volledige lesopdracht of eventuele samenvoeging van meerdere deeltijdse opdrachten): de uitgestelde bezoldiging wordt geacht de volledige vakantieperiode te dekken (van 1 juli tot 31 augustus). U bent dus tijdens de zomervakantie niet vergoedbaar door de werkloosheidsverzekering en kunt ten vroegste een uitkeringsaanvraag indienen vanaf 1 september. Indien u weet dat u vanaf september opnieuw tewerkgesteld wordt in het onderwijs, is het overbodig dat u een uitkeringsaanvraag indient.
  • U hebt een onvolledig schooljaar (één of meerdere interims) voltijds gewerkt (volledige lesopdracht of eventuele samenvoeging van meerdere deeltijdse opdrachten): de uitgestelde bezoldiging wordt geacht een aantal dagen (uitgezonderd zondagen) te dekken, waarvan het aantal als volgt wordt vastgesteld:
    aantal kalenderdagen - zondagen van de periode(s) van tewerkstelling x 0,2.
  • U hebt een volledig of onvolledig schooljaar deeltijds gewerkt (onvolledige lesopdracht): de uitgestelde bezoldiging wordt geacht een aantal dagen (uitgezonderd zondagen) te dekken, dat als volgt bepaald wordt:
    aantal kalenderdagen - zondagen van de periode(s) van tewerkstelling x Q/S x 0,2.
    (Q/S = aantal uren van de onvolledige opdracht/aantal uren van de volledige opdracht.).
  • U hebt in de loop van het schooljaar gewerkt zowel als aangegeven onder 2° als onder 3°: de berekening gebeurt afzonderlijk, en volgens de specifieke formule voor elke periode van tewerkstelling.

De vrijstelling onderwijs

Tijdens de maanden juli en augustus zijn leerkrachten vrijgesteld van de verplichting werkzoekende te zijn en als dusdanig ingeschreven te zijn en te blijven, van de verplichting beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt.

Deze vrijstelling geldt voor iedereen die betaalde arbeidsprestaties heeft verricht in een onderwijsinrichting die door de Gemeenschap is opgericht, gesubsidieerd of erkend, in de loop van het schooljaar dat aan de grote vakantie voorafgaat.

Het volstaat dus werkelijk gewerkt te hebben in een onderwijsinrichting tussen 1 september en 30 juni van het schooljaar dat onmiddellijk aan de grote vakantie voorafgaat, ongeacht de duur van de arbeidsprestaties en de werktijdregeling, de aard van de arbeidsprestaties en de functie waarin ze werden uitgeoefend.