Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Inhoudingen en bijdragen op "“pseudobrugpensioenen" -” – aanvullende vergoedingen bij werkloosheidsuitkeringen

Infoblad

T94

Laatste update
09-09-2010

Waarover gaat dit infoblad?

In dit infoblad wordt uitgelegd in welke gevallen een inhouding en een bijdrage zijn verschuldigd op de vergoedingen die door een werkgever of een sectoraal fonds worden betaald als aanvulling bij uw werkloosheidsuitkeringen. Dergelijke aanvullende vergoedingen noemt men vaak “pseudobrugpensioen” of ook nog “Canada dry”.

Welk soort aanvullende vergoedingen betreft het?

Het betreft

  • aanvullende vergoedingen die uw werkgever rechtstreeks (zelf) of onrechtstreeks (via een sectoraal fonds of een derde) betaalt bij uw uitkeringen als volledig werkloze;
  • aanvullende vergoedingen die de werkgever doorbetaalt tijdens een periode van vergoede ziekte die volgt op een periode van vergoede volledige werkloosheid;
  • aanvullende vergoedingen die de werkgever doorbetaalt tijdens een periode van werkhervatting die volgt op een periode van vergoede volledige werkloosheid.

Aanvullende vergoedingen bij werkloosheidsuitkeringen als tijdelijk werkloze (bij schorsing van een arbeidsovereenkomst) of als deeltijdse werknemer of bij activeringsuitkeringen (geactiveerde werkloosheidsuitkeringen die een loonsubsidie vormen, bv. de werkuitkering (plan ACTIVA)) worden hier niet geviseerd.

In dit kader is ook geen sprake van aanvullingen toegekend in het kader van het “gewone” brugpensioen. Op die aanvullingen zijn weliswaar inhoudingen en bijdragen verschuldigd, maar op basis van een ander regime. Voor meer inlichtingen lees het infoblad “Hoeveel bedraagt uw brugpensioen ?” nr. T4. Dit infoblad kunt u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA of downloaden van de website www.rva.be.

In welke gevallen zal de inhouding niet worden verricht op uw aanvullende vergoeding ?

De debiteur van de aanvullende vergoeding zal geen sociale inhouding verrichten in de volgende gevallen:

  • u genoot de aanvullende vergoeding voor het eerst vooraleer 45 jaar te zijn geworden;
  • u genoot de aanvullende vergoeding voor het eerst vóór 1 januari 2006;
  • er is een aanvullende vergoeding aan u betaald naar aanleiding van uw ontslag (= datum opzeg of verbreking van uw arbeidsovereenkomst), maar dat ontslag is gelegen vóór 1 oktober 2005;
  • uw werkgever valt niet onder de CAO-wet (bv. de federale overheid, de gewesten en gemeenschappen, de provincies en gemeenten, de instellingen van openbaar nut,...);
  • uw werkgever valt onder het paritair comité voor het stads- en streekvervoer (PC 328, 328.01, 328.02 of 328.03) of onder één van de paritaire comités voor het gesubsidieerd vrij onderwijs (PC 152 of 225). Het nummer van het paritair comité staat op uw C4 vermeld;
  • uw werkgever valt onder onder de regeling van de “Sociale maribel”. Het moet bovendien een eindeloopbaanregeling betreffen die is erkend door de federale minister van Werk;
  • u ontvangt de aanvullende vergoeding in toepassing van de CAO nr. 46 of een daaraan gelijkwaardige CAO. Het betreft aanvullingen in het kader van begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties en andere vormen van arbeid met nachtprestaties;
  • de aanvullende vergoeding is gebaseerd op een sectorale CAO (dus geen bedrijfs-CAO of een individueel akkoord):
    • die voor het eerst is gesloten vóór 1 oktober 2005;
    • of die weliswaar is gesloten na 30 september 2005 maar een verlenging vormt van een eerdere CAO die wel gesloten is vóór 1 oktober 2005. Het betreft bovendien:
  • een ononderbroken verlenging;
  • een ongewijzigde verlenging. “Ongewijzigd” betekent concreet dat:
  • de doelgroep die aanspraak kan maken op de aanvullende vergoeding, niet meer mag worden uitgebreid na 30 september 2005,
  • het bedrag waarop de werknemers aanspraak kunnen maken, niet meer mag worden verhoogd na 30 september 2005. Een aanpassing aan de index (volgens de modaliteiten van de wet van 2 augustus 1971) en een vermenigvuldiging met een herwaarderingscoëfficiënt die de Nationale Arbeidsraad jaarlijks vaststelt, wordt niet als een verhoging beschouwd.

Opmerking: het feit dat er geen sociale inhouding wordt verricht, betekent niet dat er geen fiscale inhoudingen (bedrijfsvoorheffing) zouden kunnen worden verricht.

Welke gegevens moeten aan de RVA meegedeeld worden ? Het formulier C4 – het formulier C17bis

De werkgever zal voor elke werkloos geworden werknemer, voor wie hij een formulier C4 moet afleveren, die 45 jaar of ouder is op het ogenblik dat hij een uitkeringsaanvraag als volledig werkloze indient, een aantal vragen moeten beantwoorden. Ook uzelf moet een aantal specifieke vragen beantwoorden.

In rubriek II van de C4 beantwoordt u de vraag onder deel C (ontvangt u al dan niet een aanvullende vergoeding).

In rubriek III van de C4 beantwoordt uw werkgever de vragen onder deel C. Hij zal meedelen of er een aanvullende vergoeding verschuldigd is en zo ja, welke regeling het precies betreft.

Indien een inhouding verschuldigd is, moet de debiteur van de aanvullende vergoeding (werkgever, fonds of een derde) een formulier C17bis als bijlage toevoegen. In bepaalde gevallen wordt hem ook gevraagd andere stukken toe te voegen. Kijk samen met uw uitbetalingsinstelling na of alle gevraagde stukken zijn toegevoegd. Uw uitbetalingsinstelling moet deze immers allemaal overmaken aan de RVA.

Neem zodra de situatie wijzigt contact op met uw uitbetalingsinstelling om na te gaan of de gewijzigde situatie moet worden meegedeeld aan de RVA. Een wijziging kan zijn:

  • u ontving bij de aanvang van uw werkloosheid geen aanvullende vergoeding, maar krijgt er in de loop van uw werkloosheid recht op;
  • het bedrag van de aanvullende vergoeding is gewiizigd (verhoogd of verlaagd).

Over welke bijdragen en inhoudingen spreken we?

De debiteur van de aanvullende vergoeding (uw werkgever, een sectoraal fonds of een derde) zal 6,5% inhouden op uw aanvullende vergoeding.

Dit percentage wordt berekend op het totaal van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding. De debiteur stort het resulterende bedrag aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ).

De debiteur van de aanvullende vergoeding moet aan de RSZ een werkgeversbijdrage betalen, uitgedrukt in een percentage berekend op basis van het bedrag van de aanvullende vergoeding.

Dit percentage varieert in functie van uw leeftijd.

Voorziet de overeenkomst op basis waarvan de aanvullende vergoeding is toegekend, niet expliciet de doorbetaling van de aanvullende vergoeding bij werkhervatting, dan worden de percentages van de bijdrage en inhouding verdubbeld.

Deze inhouding en bijdrage zijn niet verschuldigd voor de kalendermaanden gelegen vóór die waarin de werknemer 50 jaar is geworden. Dat betekent niet dat u en uw werkgever aanvullingen die al worden betaald vóór die leeftijd niet moeten aangeven, enkel dat er dan nog geen inhoudingen en bijdragen verschuldigd zijn.

Wat indien u het werk hervat bij een andere werkgever ?

In geval van werkhervatting voor een andere werkgever zijn de bijdrage en inhouding niet meer verschuldigd.

Onder werkhervatting voor een andere werkgever wordt verstaan:

  • de werkhervatting als loontrekkende bij een andere werkgever dan diegene die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt of dan bij een werkgever die behoort tot dezelfde groep als diegene die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt;
  • de werkhervatting als zelfstandige in hoofdberoep voor zover de activiteit niet wordt uitgeoefend bij de werkgever die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt of bij een werkgever die behoort tot dezelfde groep als diegene die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt.

Wat gebeurt er wanneer de aanvullende vergoeding wordt doorbetaald indien u het werk hervat bij werkhervatting bij/voor dezelfde werkgever?

Onder werkhervatting bij/voor dezelfde werkgever wordt verstaan:

  • de werkhervatting als loontrekkende bij de werkgever die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt of bij een werkgever die behoort tot dezelfde groep als diegene die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt;
  • de werkhervatting als zelfstandige in hoofdberoep indien de activiteit wordt uitgeoefend bij de werkgever die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt of bij een werkgever die behoort tot dezelfde groep als diegene die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt.

De aanvullende vergoeding wordt als loon beschouwd. De normale RSZ-inhoudingen (13,07% werknemersbijdrage en – in een gewoon geval – 32,25% werkgeversbijdrage) zijn verschuldigd en treden in de plaats van de in dit infoblad vermelde bijdrage en inhouding.

Meer info?

Voor meer info inzake de inhouding en de werkgeversbijdrage op de aanvullende vergoeding, dient u zich te wenden tot de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, Victor Hortaplein 11, 1060 Brussel (tel. 02 509 31 11) (website: www.onssrszlss.fgov.be).

Voor meer info inzake het invullen van de formulieren C4 en C17bis, kunt u contact opnemen met uw uitbetalingsinstelling (vakbond of HVW) of zich eventueel wenden tot het lokale werkloosheidsbureau van de RVA. Adressen: zie www.rva.be -> De RVA -> Werkloosheidsbureaus.