Delen

Uitoefening van een bijkomstige activiteit tijdens de werkloosheid - Voordeel 'Springplank naar zelfstandige'

21-12-2016

Sinds 1 oktober 2016 kan de werkloze tijdens zijn werkloosheid een bijkomstige zelfstandige activiteit uitoefenen en daarbij het recht op de uitkeringen behouden tijdens een periode van twaalf maanden.

Het voordeel 'Springplank naar zelfstandige' wordt toegekend als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de werkloze moet de uitoefening van de bijkomstige activiteit aangeven en het voordeel 'Springplank naar zelfstandige' aanvragen bij zijn eerste uitkeringsaanvraag of voorafgaand aan de uitoefening van de activiteit, als hij al werkloosheidsuitkeringen ontvangt;
  • de activiteit mag niet zijn uitgeoefend als hoofdberoep tijdens de laatste zes jaar;
  • de werkloosheid is niet het gevolg van de stopzetting of van de vermindering van de arbeid in loondienst met het oog op het verkrijgen van dit voordeel;
  • de activiteit mag niet in onderaanneming worden gegeven aan derden.

De toegelaten activiteit in het kader van het voordeel 'Springplank naar zelfstandige' kan worden uitgeoefend op om het even welk moment van de dag of van de week en heeft geen invloed op het aantal uitkeringen dat men krijgt. Het bedrag van de werkloosheidsuitkering kan daarentegen worden verminderd in functie van het bedrag van de inkomsten uit de zelfstandige activiteit.

Het voordeel 'Springplank naar zelfstandige' kan worden vernieuwd als de werkloze het niet heeft gekregen in de loop van de laatste zes jaar.

De activiteit moet altijd de kenmerken vertonen van een bijkomstige activiteit: het recht op werkloosheidsuitkeringen zal worden geweigerd als de activiteit geen kenmerken (meer) vertoont van een bijkomstige activiteit.

U vindt meer informatie over dit onderwerp in het infoblad T158 “Mag u tijdens uw werkloosheid een nevenactiviteit als zelfstandige in het kader van het voordeel ‘Springplank naar zelfstandige’ uitoefenen?”

Een RVA-kantoor zoeken