Wijziging van de reglementering van het tijdskrediet

In toepassing van het federaal regeerakkoord van 09.10.2014 is de reglementering rond tijdskrediet worden gewijzigd vanaf 01.01.2015.
Om de reglementering goed te begrijpen, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen het recht op tijdskrediet bij de werkgever en het recht op onderbrekingsuitkeringen toegekend door de RVA tijdens het tijdskrediet.

Opmerking: Tijdskrediet is enkel van toepassing op de werknemers tewerkgesteld bij een werkgever uit de privésector (nv, bvba, vzw, vrije universiteiten …).

Recht op tijdskrediet bij de werkgever

Het recht op tijdskrediet, dat het mogelijk maakt om de prestaties bij de werkgever te schorsen of te verminderen, kan worden verkregen op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) nr. 103, afgesloten door de sociale partners binnen de Nationale Arbeidsraad.
De cao nr. 103 voorziet:

  • de toegangsvoorwaarden om tijdskrediet te bekomen:
    • zonder motief;
    • met motief;
    • in het eindeloopbaanstelsel;
  • de minimum- en maximumperiodes van het tijdskrediet alsook de verrekeningsregels voor de reeds genoten periodes;
  • de organisatieregels voor het tijdskrediet binnen de onderneming (beperking van het recht tot een quotum van gelijktijdige afwezigheden, mogelijkheden tot uitstel, …);
  • de procedure om het tijdskrediet aan te vragen bij de werkgever.

Opgelet: die bepalingen werden niet gewijzigd.

Recht op onderbrekingsuitkeringen tijdens het tijdskrediet

Het recht op onderbrekingsuitkeringen, toegekend door de RVA, is niet automatisch gebonden aan het verkrijgen van het recht op tijdskrediet bij de werkgever.
Het recht op onderbrekingsuitkeringen wordt voorzien door het KB van 12.12.2001
, gewijzigd door het koninklijk besluit van 30.12.2014, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 31.12.2014 (IW: 01.01.2015).

Opgelet: Dit recht op onderbrekingsuitkeringen is gewijzigd sinds 01.01.2015!

Hieronder vindt u een samenvatting van de nieuwe bepalingen die van toepassing zijn op de eerste aanvragen om onderbrekingsuitkeringen die beginnen na 31.12.2014. Onder ‘eerste aanvraag’ moet worden verstaan:

  • alle aanvragen van werknemers die voor het eerst onderbrekingsuitkeringen vragen;
  • alle aanvragen om onderbrekingsuitkeringen die geen ononderbroken verlenging onder dezelfde vorm van onderbreking of vermindering van prestaties (voltijds, halftijds of 1/5) en in het zelfde regime van tijdskrediet (zonder motief, met motief of eindeloopbaan) zijn van een op 31.12.2014 lopende periode van onderbrekingsuitkeringen.

Er werden overgangsmaatregelen voorzien met het oog op de verdere toepassing van de oude reglementering. Deze worden u uitgelegd op het einde van deze mededeling.

Recht op uitkeringen vanaf 01.01.2015

Tijdskrediet zonder motief

Vanaf 01.01.2015 zal het recht op tijdskrediet zonder motief worden toegekend zonder onderbrekingsuitkeringen.

Dat betekent dat als alle toegangsvoorwaarden bij de werkgever zijn vervuld, het recht op voltijds, halftijds of 1/5 tijdskrediet zonder motief nog steeds kan worden bekomen bij de werkgever gedurende een periode van maximum 12 maanden voltijds equivalent, maar zonder uitkeringen van de RVA.

Tijdskrediet met motief

Het recht op uitkeringen in het kader van een tijdskrediet met motief kan worden bekomen :

  1. om een erkende opleiding te volgen;
  2. om te zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar;
  3. om te zorgen voor een ernstig ziek gezins- of familielid tot de 2de graad;
  4. om palliatieve zorgen te verstrekken;
  5. om te zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar.

Recht op onderbrekingsuitkeringen en vergoedbaarheidsduur

Opgelet: de onderbrekingsuitkeringen voorzien in het kader van de verschillende tijdskredieten met motief blijven behouden.

Vanaf 01.01.2015 kunnen die uitkeringen worden toegekend:

  • gedurende maximum 36 maanden om een erkende opleiding te volgen;
  • of gedurende maximum 48 maanden voor de andere motieven.

De duur van 36 of 48 maanden wordt niet proportioneel berekend in geval van halftijds of 1/5 tijdskrediet. Met andere woorden, de duur van 36 of 48 maanden is dezelfde ongeacht de vorm van tijdskrediet met motief (voltijds, halftijds of 1/5).

Bovendien mag de maximale vergoedbaarheidsduur van de verschillende tijdskredieten met motief nooit langer zijn dan 48 maanden.

Dat betekent dat als aan alle toegangsvoorwaarden bij de werkgever is voldaan en als de maximale duur nog niet is bereikt, het recht op voltijds, halftijds of 1/5 tijdskrediet met motief kan worden bekomen met onderbrekingsuitkeringen, toegekend door de RVA.

Verschil tussen het recht op tijdskrediet en het recht op onderbrekingsuitkeringen

De maximumduur van het tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4 is afhankelijk van de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) die van toepassing is bij de werkgever. Die duur kan dus variëren afhankelijk van de onderneming. Los van de maximale vergoedbaarheidsduur voorzien door het KB, zal de RVA bijgevolg geen onderbrekingsuitkeringen kunnen toekennen voor de duur die de maximumduur overschrijdt van het tijdskrediet voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst die van toepassing is bij de werkgever.

Tijdskrediet eindeloopbaan

Algemene regel

Vanaf 01.01.2015 zal het recht op onderbrekingsuitkeringen enkel worden toegekend aan de werknemers die ten minste 60 jaar oud zijn op de aanvangsdatum van hun vermindering van prestaties, voor zover ze ten minste 25 jaar beroepsloopbaan als loontrekkende hebben (in de zin van de CAO nr. 103) op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever.

Afwijkende voorwaarden

Als uitzondering op de algemene regel wordt de leeftijd om toegang te krijgen tot de onderbrekingsuitkeringen bepaald op 55 jaar voor de werknemers die zich in een van de volgende situaties bevinden:

  1. ze zijn op de aanvangsdatum van hun vermindering van prestaties tewerkgesteld in een onderneming die is erkend als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden;
  2. op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever kunnen ze 35 jaar beroepsloopbaan als loontrekkende bewijzen, in de zin van de reglementering ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’;
  3. op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever waren ze:
    1. ofwel ten minste 5 jaar gedurende de 10 voorgaande jaren tewerkgesteld in een zwaar beroep;
    2. ofwel ten minste 7 jaar gedurende de 15 voorgaande jaren tewerkgesteld in een zwaar beroep;
    3. ofwel ten minste 20 jaar tewerkgesteld in een stelsel van nachtarbeid, bedoeld in artikel 1 van de cao nr. 46;
    4. ofwel tewerkgesteld door een werkgever uit het paritair comité van het bouwbedrijf en beschikken ze over een attest van een arbeidsgeneesheer die hun ongeschiktheid bevestigt om hun beroepsactiviteit voort te zetten.

NB: Voor de toepassing van de punten 3.1 en 3.2, is het begrip ‘zwaar beroep’ hetzelfde als datgene dat gedefinieerd wordt in de reglementering ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’.

Progressieve evolutie van de leeftijd die toegang geeft tot de afwijkende voorwaarden

De toegangsleeftijd voor het genieten van onderbrekingsuitkeringen in het kader van de voornoemde afwijkende voorwaarden zal worden opgetrokken tot:

  • 56 jaar vanaf 01.01.2016;
  • 57 jaar vanaf 01.01.2017;
  • 58 jaar vanaf 01.01.2018;
  • 60 jaar vanaf 01.01.2019.

De toegangsleeftijd voor het genieten van onderbrekingsuitkeringen zal niet worden opgetrokken vanaf 01.01.2016 indien een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) in die zin wordt gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad voor de periode 2015-2016 en voor zover:

  • die CAO algemeen verbindend wordt verklaard bij koninklijk besluit;
  • die CAO wordt afgesloten voor een bepaalde duur van maximum 2 jaar en ze geen clausule van stilzwijgende verlenging bevat;
  • de datum van aanvang of van verlenging van de vermindering van prestaties zich situeert tijdens de geldigheidsperiode van die CAO;
  • het paritair comité of het subparitair comité een cao heeft afgesloten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit, die uitdrukkelijk stelt dat deze CAO afgesloten is in toepassing van de (nationale) CAO, gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad;
  • of de onderneming erkend als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden, in de CAO afgesloten naar aanleiding van de herstructurering of de moeilijkheden, uitdrukkelijk stelt dat toepassing gemaakt wordt van de (nationale) CAO, gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad.

De (nationale) CAO van de Nationale Arbeidsraad kan na 2016 (onder dezelfde modaliteiten) worden verlengd of aangepast, waarbij de minimumleeftijd geleidelijk kan worden verhoogd overeenkomstig een vooropgesteld tijdspad.

Verschil tussen het recht op tijdskrediet en het recht op onderbrekingsuitkeringen

Op basis van de cao nr. 103 kan, op voorwaarde dat aan alle toegangsvoorwaarden is voldaan (25 jaar beroepsverleden als loontrekkende, anciënniteitsvoorwaarde van 2 jaar in de onderneming en tewerkstellingsvoorwaarde van 24 voorafgaande maanden), het tijdskrediet eindeloopbaan nog steeds worden bekomen bij de werkgever vanaf 55 jaar volgens de algemene regel of tussen 50 en 54 volgens de voorziene uitzonderingen.
In dat geval zal het recht op tijdskrediet worden toegekend door de werkgever, maar zonder onderbrekingsuitkeringen van de RVA tot de leeftijd van 60 jaar volgens de algemene vergoedbaarheidsregel of tot de leeftijd van 55, 56, 57 of 58 jaar volgens de voormelde afwijkende voorwaarden.

Overgangsmaatregelen

Overgangsmaatregel betreffende de aanvragen om tijdskrediet (algemeen stelsel zonder motief en eindeloopbaanstelsel)

De oude reglementering zal van toepassing blijven op alle eerste aanvragen om onderbrekingsuitkeringen waarvoor:

  1. de ingangsdatum van het tijdskrediet zich situeert vóór 01.07.2015 en voor zover:
  2. de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever dateert van vóór 01.01.2015;
  3. de RVA uw uitkeringsaanvraag heeft ontvangen vóór 01.04.2015.

Deze voorwaarden zijn cumulatief. Wanneer aan die drie voorwaarden is voldaan, zal het recht op onderbrekingsuitkeringen worden toegekend op basis van de reglementering die geldig was vóór 01.01.2015.

Specifieke overgangsmaatregel voor de werknemers in het eindeloopbaanstelsel, tewerkgesteld in een onderneming in herstructurering of in moeilijkheden.

De oude reglementering zal van toepassing blijven op alle eerste aanvragen om onderbrekingsuitkeringen in het eindeloopbaanstelsel voor de werknemers van minstens 50 jaar die zijn tewerkgesteld in een onderneming die erkend is als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden, voor zover:

  1. de onderneming heeft aangetoond dat haar aanvraag tot erkenning gedaan wordt in het kader van een herstructureringsplan en het mogelijk maakt ontslagen te vermijden;
  2. de onderneming heeft aangetoond dat haar aanvraag tot erkenning het mogelijk maakt het aantal werknemers die overstappen naar het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag te beperken;
  3. de ingangsdatum van de erkenning, als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden, gelegen is vóór 09.10.2014.

Als aan die voorwaarden voldaan is, zal het recht op onderbrekingsuitkeringen worden toegekend op basis van de reglementering die geldig was vóór 01.01.2015.

Specifieke overgangsmaatregel voor de werknemers in het eindeloopbaanstelsel die al tijdskrediet genoten en van wie de vermindering van de prestaties tijdelijk werd onderbroken.

De oude reglementering zal van toepassing blijven op de werknemers van minstens 50 jaar die reeds onderbrekingsuitkeringen genoten in het eindeloopbaanstelsel vóór 01.01.2015 en van wie het genot van onderbrekingsuitkeringen tijdelijk werd onderbroken:

  • ofwel omwille van een voltijdse werkhervatting;
  • ofwel omwille van ziekte;
  • ofwel omwille van het nemen van thematisch verlof (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of palliatief verlof).

Als het eindeloopbaanstelsel dat werd verkregen in toepassing van de oude reglementering werd stopgezet omwille van een van die redenen, zal bij een nieuwe aanvraag in 2015 het recht op uitkeringen opnieuw worden toegekend op basis van de reglementering die geldig was vóór 01.01.2015.