Follow us on twitter

U bent hier

IV. Sancties

De sancties in het kader van de werkloosheidsverzekering

Sinds de Zesde Staatshervorming behoren sommige sancties tot de bevoegdheid van de gewesten.

De federale sancties

De RVA is bevoegd voor het sanctioneren van de situaties van vrijwillige werkloosheid, namelijk wanneer de werknemer ontslagen wordt ingevolge zijn foutieve houding of wanneer hij zijn werk verlaat zonder gerechtvaardigde reden.

De werkloze kan ook worden gesanctioneerd door de RVA indien hij, zonder geldig motief, geen gevolg geeft aan een oproep om zich aan te melden op het werkloosheidsbureau.

De RVA is ook bevoegd voor het toepassen van een administratieve sanctie op de werkloze die een inbreuk pleegt op de werkloosheidsreglementering.

Dat is onder meer het geval wanneer de werkloze:

  • nalaat om een vereiste aangifte te doen of die aangifte laattijdig doet;
  • een onjuiste of onvolledige aangifte doet (bijvoorbeeld over zijn gezinstoestand);
  • zijn controlekaart niet juist invult (bijvoorbeeld door zijn arbeidsdagen of ziektedagen niet te vermelden op de controlekaart);
  • onjuiste documenten gebruikt om ten onrechte uitkeringen te krijgen.

 Voor de vergelijking 2015-2016 moet rekening worden gehouden met:

  • de vermindering van het aantal werklozen;
  • het effect van de preventieve controles;
  • de vermindering van het aantal vaststellingen ten gevolge van de overdracht van bevoegdheden.

De gewestelijke sancties

De Zesde Staatshervorming heeft als gevolg gehad dat de bevoegdheid inzake het controleren van de beschikbaarheid van de werklozen werd overgedragen aan de gewesten. De gewesten oefenen die controle uit binnen de grenzen van een normatief kader, dat de bevoegdheid blijft van de federale staat. Het federaal normatief kader legt de algemene richtlijnen vast die moeten worden gevolgd, maar geeft een zekere bewegingsvrijheid aan de gewesten en aan de Duitstalige Gemeenschap, die zelf de termijnen en modaliteiten van de controle kunnen bepalen (zie de bijlage voor meer details over het federaal normatief kader).

Sinds 1 januari 2016 zijn het de VDAB voor het Vlaams Gewest, de FOREM voor het Waals Gewest en de ADG voor de Duitstalige Gemeenschap die de beschikbaarheid controleren van de werklozen die in hun ambtsgebied wonen. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bleef de RVA in 2016 het zoekgedrag van de Brusselse werklozen controleren, aangezien ACTIRIS die bevoegdheid pas overnam vanaf 1 januari 2017.

Voortaan zullen de sancties inzake beschikbaarheid worden genomen door de voormelde gewestinstellingen en zullen ze door hen worden betekend aan de werklozen. Ze zullen deze tezelfdertijd meedelen aan de RVA, die ze op zijn beurt meedeelt aan de uitbetalingsinstellingen voor de uitvoering ervan.

In 2016 betreffen de gewestelijke sancties de passieve en actieve beschikbaarheid van de werklozen.

De passieve beschikbaarheid is de verplichting voor de werkloze om in te gaan op voorstellen die hem worden gedaan door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling.  In dat kader kan de werkloze bijvoorbeeld worden gesanctioneerd wanneer hij een passende dienstbetrekking weigert, wanneer hij een beroepsopleiding weigert of stopzet, wanneer hij geen gevolg geeft aan een oproep van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling of aan een uitnodiging om zich aan te melden bij een potentiële werkgever, of wanneer hij weigert deel te nemen aan een inschakelingsparcours.

De actieve beschikbaarheid is de verplichting voor de werkloze om enerzijds mee te werken aan het actieplan dat hem wordt voorgesteld door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling met het oog op zijn re-integratie op de arbeidsmarkt en, anderzijds, zelf actief werk te zoeken door regelmatig zelf gevarieerde acties te ondernemen. In dat kader kan de werkloze worden gesanctioneerd als zijn actieve beschikbaarheid negatief wordt geëvalueerd door de dienst voor arbeidsbemiddeling.

Voor de vergelijking 2015-2016 moet rekening worden gehouden met:

  • de vermindering van het aantal werklozen;
  • de tijd die nodig is voor het overnemen van die nieuwe materies door de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling;
  • het feit dat het federaal normatief kader betreffende de actieve beschikbaarheid bij de eerste negatieve evaluaties geen sancties voorziet, maar wel verwittigingen;
  • het feit dat het federaal normatief kader aan de gewesten ruimte laat voor autonomie.

Voor de vergelijking tussen gewesten moet men voorzichtig zijn, aangezien het federaal normatief kader de algemene principes van de controle vastlegt, maar de gewesten de modaliteiten ervan mogen bepalen. Dat kan leiden tot een verschillende aanpak en andere procedures in de gewesten, wat zich weerspiegelt in de cijfers. De betrokkenheid bij de controle van de consulenten belast met de begeleiding van de werklozen, kan groter of minder groot zijn. Sommige verschillen kunnen ook worden verklaard door het feit dat de verwittigingen die gegeven worden in het kader van het begeleidingsproces niet als zodanig worden geteld.

Meer gedetailleerde informatie over de gewestelijke sancties valt onder de bevoegdheid van de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling.

Sancties voor het land - 2015-2016  (XLS)

Sancties per gewest - 2016 (XLS)

Het federaal normatief kader van de controle van de beschikbaarheid, uitgeoefend door de gewesten (PDF)

Een RVA-kantoor zoeken

Top