Follow us on twitter

U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Tewerkstelling van laaggeschoolde jongeren

Infoblad

E12

Laatste update
01-01-2019

De zesde staatshervorming

Belangrijke melding over de zesde staatshervorming

De informatie in dit infoblad heeft betrekking op bevoegdheden die door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen werden. (zie www.vdab.be, www.actiris.be, www.brussel-economie-werk.be, www.forem.be, http://emploi.wallonie.be, www.ifapme.be, www.adg.be).

Er werd evenwel een overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen. De RVA blijft dus op grond van het continuïteitsbeginsel, belast met de uitvoering van deze materie tot op het tijdstip waarop het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen. De bevoegdheid om de activeringsuitkeringen uit te betalen wordt niet overgedragen aan de Gewesten en blijft toegewezen aan de RVA, in samenwerking met de uitbetalingsinstellingen.

De bestaande regelgeving en procedures blijven van kracht tot deze gewijzigd worden door een Gewest of door de Duitstalige Gemeenschap.

Wat verandert er in het kader van de staatshervorming?

In het Vlaamse Gewest?

Het Vlaamse Gewest heeft deze regeling vanaf 01.07.2016 volledig opgeheven. Enkel voor tewerkstellingen aangevat vóór 01.07.2016 kunnen nog voordelen worden toegekend, tot uiterlijk 31.12.2018.

In het Waalse Gewest?

Het Waalse Gewest heeft deze regeling vanaf 01.07.2017 volledig opgeheven.

Enkel voor tewerkstellingen aangevat vóór 01.07.2017 kunnen nog voordelen worden toegekend, tot uiterlijk 30.06.2020.

In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest?

Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest heeft deze regeling vanaf 01.10.2017 volledig opgeheven. Enkel voor tewerkstellingen aangevat vóór 01.10.2017 kunnen nog voordelen worden toegekend, tot uiterlijk 31.12.2018.

In de Duitstalige Gemeenschap?

De Duitstalige Gemeenschap heeft deze regeling vanaf 01.01.2019 volledig opgeheven.

Enkel voor tewerkstellingen aangevat vóór 01.01.2019 kunnen nog voordelen worden toegekend.

Welke voordelen kunt u genieten wanneer u een jongere van minder dan 26 jaar in dienst neemt?

De doelgroepvermindering?

De doelgroepvermindering voor laaggeschoolden?

U kan bij de indienstneming van een jongere een doelgroepvermindering (= vermindering van de RSZ-werkgeversbijdragen) genieten van:

  • 1.500 euro per kwartaal gedurende het kwartaal van indiensttreding en de zeven volgende (= 8 kwartalen);
  • 400 euro per kwartaal gedurende de kwartalen 9 tot 12;

op voorwaarde dat de jongere gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • hij is geen 26 jaar;
  • hij is laaggeschoold.

De bijdragevermindering is evenwel niet meer van toepassing na het kwartaal waarin de jongere 26 jaar is geworden.

De bedragen van 1 500 euro en 400 euro zijn van toepassing wanneer de jongere gedurende een volledig kwartaal voltijds is tewerkgesteld. Wanneer hij deeltijds is tewerkgesteld of niet gedurende het volledige kwartaal wordt tewerkgesteld, zal de RSZ deze bedragen volgens een bepaalde formule proportioneren.

De doelgroepvermindering voor erg laaggeschoolden en daarmee gelijkgestelden?

U kan bij de indienstneming van een jongere een doelgroepvermindering (= vermindering van de RSZ-werkgeversbijdragen) genieten van:

  • 1.500 euro per kwartaal gedurende het kwartaal van indiensttreding en de elf volgende (= 12 kwartalen);
  • 400 euro per kwartaal gedurende de kwartalen 13 tot 16.

op voorwaarde dat de jongere gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • hij is geen 26 jaar;
  • hij is:
    • ofwel laaggeschoold én bovendien:
      • ofwel van buitenlandse afkomst;
      • ofwel gehandicapt.
    • ofwel erg laaggeschoold.

De bijdragevermindering is evenwel niet meer van toepassing na het kwartaal waarin de jongere 26 jaar is geworden.

De bedragen van 1.500 euro en 400 euro zijn van toepassing wanneer de jongere gedurende een volledig kwartaal voltijds is tewerkgesteld. Wanneer hij deeltijds is tewerkgesteld of niet gedurende het volledige kwartaal wordt tewerkgesteld, zal de RSZ deze bedragen volgens een bepaalde formule proportioneren.

De doelgroepvermindering voor middengeschoolden?

U kan bij de indienstneming van een jongere een doelgroepvermindering (= vermindering van de RSZ-werkgeversbijdragen) genieten van:

  • 1.000 euro per kwartaal gedurende het kwartaal van indiensttreding en de drie volgende (= 4 kwartalen);
  • 400 euro per kwartaal gedurende de kwartalen 5 tot 12;

op voorwaarde dat de jongere gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • hij is geen 26 jaar;
  • hij is middengeschoold;
  • hij bewijst in de maand van de indiensttreding en de 9 kalendermaanden die daaraan voorafgaan minstens 156 dagen van inschrijving als niet werkende werkzoekende. Deze bijkomende voorwaarde van voldoende inschrijving geldt niet voor gehandicapten.

De bijdragevermindering is evenwel niet meer van toepassing na het kwartaal waarin de jongere 26 jaar is geworden.

De bedragen van 1.000 euro en 400 euro zijn van toepassing wanneer de jongere gedurende een volledig kwartaal voltijds is tewerkgesteld. Wanneer hij deeltijds is tewerkgesteld of niet gedurende het volledige kwartaal wordt tewerkgesteld, zal de RSZ deze bedragen volgens een bepaalde formule proportioneren.

De werkuitkering van 350 euro (Activa Start)?

De jongere kan een werkuitkering van 350 euro genieten gedurende de maand van indiensttreding en de vijf volgende maanden. U kunt deze werkuitkering van het nettoloon aftrekken.

Hij moet daarvoor bij de indienstneming gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • hij is geen 26 jaar;
  • hij is ingeschreven als werkzoekende;
  • hij is:
    • ofwel erg laaggeschoold;
    • ofwel laaggeschoold en bovendien een gehandicapte jongere of een jongere van buitenlandse afkomst.

(hij opent met andere woorden het recht op de doelgroepvermindering voor erg laaggeschoolden - zie hierboven: de doelgroepvermindering?);

  • en voldoet bovendien ook nog gelijktijdig aan de volgende voorwaarden:
    • hij is niet meer leerplichtig (normaal is hij dat tot de leeftijd van 18 jaar) en volgt geen dagonderwijs meer;
    • hij wordt in dienst genomen in het kader van een voltijdse arbeidsovereenkomst die een voorziene duur van minstens 6 maanden heeft, gerekend van datum tot datum. Ze vangt bovendien aan tijdens de periode die ten vroegste aanvangt nadat de leerplicht is vervuld en de studies in dagonderwijs zijn beëindigd, en die 21 maanden later eindigt, gerekend van datum tot datum;
    • in de laatste 12 maanden, gerekend van datum tot datum, die aan de indiensttreding voorafgaan, was de werknemer niet tewerkgesteld in het kader van een maatregel waarvoor een geactiveerde uitkering was toegekend door de RVA of het OCMW (= in het kader van ACTIVA, SINE of een doorstromingsprogramma).

Speciaal geval: was de werknemer al in het kader van een startbaanovereenkomst in dienst vóór het einde van zijn leerplicht en blijft hij nadien ononderbroken verder in dienst (met een voltijdse arbeidsovereenkomst), dan wordt de voorzetting van de tewerkstelling vanaf het einde van de leerplicht als "indiensttreding" beschouwd en moet de jongere niet ingeschreven zijn als werkzoekende.

De werknemer kan het voordeel slechts één keer genieten, m.a.w. in het kader van één bepaalde tewerkstelling voor rekening van één bepaalde werkgever.

Hij kan dit voordeel bovendien niet cumuleren met een ander activeringsvoordeel dat de RVA of het OCMW betaalt (bv. de werkuitkering in het kader van de algemene regeling ACTIVA, de herinschakelingsuitkering in het kader van de SINE-maatregel, ...).

OPMERKING: de werkuitkering kan slechts toegekend worden indien de werknemer zijn hoofdverblijfplaats in België heeft en er effectief verblijft bij het begin van de tewerkstelling.

Wat betekent "ingeschreven als werkzoekende"?

Het is niet vereist dat de werknemer ingeschreven is als "niet-werkend" werkzoekende. Hij kan in de loop van een tewerkstelling ingeschreven worden en dus aan de voorwaarden voldoen om bij een volgende tewerkstelling aangeworven te worden.

Dit geldt niet voor iemand die middengeschoold is . Deze persoon moet wel ingeschreven zijn als niet werkende werkzoekende.

Het is evenmin vereist dat de jongere als werkzoekende ingeschreven is in België, hij kan ingeschreven zijn in gelijk welk land van de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland, ongeacht de nationaliteit van de jongere.

Opmerking: om de werkuitkering van 350 euro te kunnen genieten, moet de jongere bij de aanvang van zijn tewerkstelling wel zijn hoofdverblijfplaats in België hebben én er ook effectief verblijven.

Wat verstaat men onder "laaggeschoold zijn"?

Een laaggeschoolde jongere is de jongere die geen diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs (HSO) bezit.

Is onder meer laaggeschoold, de persoon met een getuigschrift:

  • van het lager secundair onderwijs (= 3e jaar) (ongeacht de richting);
  • van de tweede graad van het secundair onderwijs (= 4e of 5e jaar) (ongeacht de richting);
  • van het tweede of derde jaar van de derde graad (= 6e of 7e jaar) van het beroepssecundair onderwijs (BSO) indien geen getuigschrift HSO wordt afgeleverd.
  • van het buitengewoon secundair onderwijs (BuSO) "Opleidingsvorm 4" indien één van de vorige streepjes toepasselijk is.

Bij twijfel kan men de school contacteren.

Het is niet vereist dat het diploma of getuigschrift in België behaald is.

Wat verstaat men onder "erg laaggeschoold zijn"?

Een erg laaggeschoolde jongere is een jongere die geen getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of van het lager secundair onderwijs bezit.

Is onder meer erg laaggeschoold, de persoon met een getuigschrift:

  • van het lager onderwijs;
  • van de eerste graad van het secundair onderwijs (ongeacht de richting);
  • van het buitengewoon secundair onderwijs (BuSO), "Opleidingsvorm" 1, 2 of 3 (ook als er een specialisatiejaar gevolgd werd).

Het is niet vereist dat het diploma of getuigschrift in België behaald is.

Wat verstaat men onder "middengeschoold zijn"?

Een middengeschoolde jongere is de jongere die hoogstens een diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs (HSO) bezit.

Is onder meer middengeschoold, de persoon met een getuigschrift van:

  • het tweede jaar van de derde graad (6e jaar) van het secundair algemeen, technisch of kunstonderwijs;
  • het derde jaar van de derde graad voltijds of deeltijds beroepssecundair onderwijs (BSO) (= 7e jaar), met een getuigschrift HSO;
  • de vierde graad BSO;
  • het BuSO "Opleidingsvorm 4" indien een diploma/getuigschrift HSO werd behaald.

Bij twijfel kan men de school contacteren.

Het is niet vereist dat het diploma of getuigschrift in België behaald is.

Wie is "van buitenlandse afkomst"?

Een persoon van buitenlandse afkomst is:

  • ofwel de persoon die niet de nationaliteit bezit van een lidstaat van de Europese Unie;
  • ofwel de persoon waarvan ten minste één van de ouders niet de nationaliteit bezit van een lidstaat van de Europese Unie (of niet bezat indien deze persoon al overleden is);
  • ofwel de persoon waarvan ten minste twee van de grootouders niet de nationaliteit bezitten van een lidstaat van de Europese Unie (of niet bezaten indien deze personen al overleden zijn).

Momenteel maken de volgende landen deel uit van de Europese Unie: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

Wie wordt beschouwd als "gehandicapt"?

Een persoon met een handicap is een persoon die als dusdanig ingeschreven is bij:

  • ofwel het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap (VFSIPH);
  • ofwel l'Agence wallonne pour l'Intégration des Personnes handicapées (AWIPH);
  • ofwel le Service bruxellois francophone des Personnes handicapées;
  • ofwel de Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge.

Welke formaliteiten moeten werkgever en werknemer vervullen: de werkkaart?

Om de voordelen in het kader van deze maatregel te kunnen genieten, moet de werknemer in het bezit zijn van een werkkaart (ACTIVA START).

Aan wie vraagt de werknemer de kaart? Hij woont in het Waalse, Vlaamse of Brusselse Hoofdstedelijke Gewest?

De werknemer die woont en werkt in één van deze gewesten kan geen kaart meer vragen, aangezien deze maatregel er is afgeschaft.

Aan wie vraagt de werknemer de kaart? Hij woont in de Duitstalige Gemeenschap?

De werknemer kan nog tot 30.06.2019 een werkkaart vragen aan het bureau van de RVA bevoegd voor zijn woonplaats indien hij in dienst is getreden vóór 01.01.2019.

Hij gebruikt het papieren formulier C63-WERKKAART.

U kunt dit formulier verkrijgen bij het plaatselijk bureau van de RVA of het downloaden van de website van de RVA: www.rva.be >> Documentatie >> Formulieren-Attesten.

De werknemer vult rubriek I van het formulier in, u desgevallend rubriek II en het bevoegde bureau vult rubriek III in.

Opgelet: hij kan géén werkkaart meer vragen via de portaalsite van de sociale zekerheid.

Wanneer moet de werknemer de werkkaart vragen?

Belangrijk: de aanvraag om de werkkaart moet binnen dertig dagen volgend op de indiensttreding toekomen, naar gelang van het geval:

  • op het bureau van de RVA;
  • op het bureau van de bevoegde gewestinstelling.

Bij laattijdige aanvraag kunnen doelgroepvermindering en werkuitkering wel worden toegekend, maar voor een verminderde periode: de periode gedurende dewelke de voordelen worden toegekend, wordt verminderd met een periode die aanvangt op de dag van indienstneming en die eindigt op de laatste dag van het kwartaal waarin de laattijdige aanvraag van de kaart gesitueerd is!

Wanneer de werknemer gerechtigd is op de werkuitkering, maar deze laattijdig aanvraagt, kan de RVA het recht op deze werkuitkering eventueel vanaf een nog latere datum toekennen (zie hierna: “Welke formaliteiten moeten werkgever en werknemer vervullen: de werkuitkering?”).

De kaart is in principe zes maanden geldig en kan u inroepen voor elke tewerkstelling die een aanvang neemt tijdens deze geldigheidsperiode.

Wanneer verschillende tewerkstellingen voor uw rekening elkaar zonder onderbreking opvolgen, kan de werknemer de werkkaart inroepen voor elk van die tewerkstellingen, op voorwaarde dat de eerste van die opeenvolgende tewerkstellingen een aanvang nam tijdens de geldigheidsperiode van de werkkaart.

Wanneer het bureau van de RVA de kaart weigert, maakt het dat formulier C63-WERKKAART terug over met vermelding in rubriek III van de redenen van weigering.

Wanneer KUNNEN werknemer en werkgever GEEN werkkaart aanvragen?

Voor de doelgroepvermindering?

  • Een jongere kan vóór de eerste januari van het jaar waarin hij 19 jaar wordt geen werkkaart vragen, die enkel zou dienen om te attesteren dat de doelgroepvermindering kan worden toegekend.

    Vóór die eerste januari heeft de jongere immers geen dergelijke kaart nodig om het recht op een doelgroepvermindering te openen.

    Is hij in dienst getreden vóór die eerste januari en op die datum nog steeds in dienst, dan moet de werkgever uiterlijk op 31 januari een kaart vragen.

    Komt de aanvraag om de kaart in dat geval pas na 31 januari toe bij de bevoegde dienst, dan zal de doelgroepvermindering pas vanaf de eerste van het kwartaal volgend op de laattijdige ontvangst worden toegekend;

  • Een jongere die nog studies met volledig leerplan volgt in dagonderwijs volgt, kan geen werkkaart vragen, die enkel zou dienen om te attesteren dat de doelgroepvermindering kan worden toegekend.

    Voorbeeld:
    een jongere die nog het zesde jaar ASO volgt, laat zich inschrijven in de loop van de maand april en vraagt een werkkaart om het recht op de doelgroepvermindering te openen.

Voorbeeld: een jongere die nog het zesde jaar ASO volgt, laat zich inschrijven in de loop van de maand april en vraagt een werkkaart om het recht op de doelgroepvermindering (...) te openen.</p><p class=">De aanvraag om een werkkaart zal in die gevallen `onontvankelijk' worden verklaard.

Voor de werkuitkering van 350 euro?

Er zijn geen formele `ontvankelijkheidsvoorwaarden'. Wenst de jongere te laten attesteren dat hij aan de voorwaarden voldoet om de werkuitkering van 350 euro te genieten, dan kan hij de aanvraag bv. wél indienen vóór de eerste januari van het jaar waarin hij 19 jaar wordt.

Wel moet de jongere natuurlijk aan de basisvoorwaarden voldoen, zo mag hij bv. niet meer leerplichtig zijn en mag hij geen studies in dagonderwijs meer volgen. Zie hierboven: `De werkuitkering van 350 euro (Activa Start)?'.

Welke formaliteiten moeten werkgever en werknemer vervullen: de doelgroepvermindering?

U vermeldt op uw kwartaalaangifte aan de RSZ dat u voor de werknemer in kwestie recht heeft op een doelgroepvermindering.

De RVA heeft de nodige gegevens betreffende de werknemer aan de RSZ overgemaakt zodat deze kan nagaan of u inderdaad gerechtigd bent op de doelgroepvermindering.

Welke formaliteiten moeten werkgever en werknemer vervullen: de werkuitkering?

Eerste aanvraag van de werkuitkering?

Werknemer en werkgever sluiten een arbeidsovereenkomst waarin specifieke bepalingen betreffende de regeling Activa Start zijn opgenomen.

Deze bepalingen zijn opgenomen in de bijlage arbeidsovereenkomst ACTIVA START die u kan krijgen bij het werkloosheidsbureau of kan downloaden van de website: www.rva.be >> Documentatie >> Formulieren-Attesten. Ofwel integreert u deze bepalingen in de arbeidsovereenkomst, ofwel voegt u er de bijlage aan toe.

De werknemer moet de werkuitkering vragen door zijn arbeidsovereenkomst en (eventueel) de bijlage arbeidsovereenkomst ACTIVA START via zijn uitbetalingsinstelling in te dienen bij het plaatselijk werkloosheidsbureau van de RVA.

Zijn aanvraag moet uiterlijk de laatste dag van de vierde maand volgend op de maand waarin de indiensttreding gesitueerd is, toekomen op dit werkloosheidsbureau. Dit bureau zal u verwittigen of de werknemer al dan niet gerechtigd is op de werkuitkering en of u deze uitkering bijgevolg al dan niet in mindering zal kunnen brengen van het te betalen nettoloon.

Is de aanvraag laattijdig ingediend, dan wordt de werkuitkering maar toegekend vanaf de eerste van de maand waarin de aanvraag is toegekomen op het werkloosheidsbureau. De einddatum van de periode gedurende dewelke het voordeel wordt toegekend, wijzigt evenwel niet. Aangezien de werkuitkering slechts gedurende 6 maanden kan worden toegekend, gaat het voordeel mogelijk volledig verloren.

Maandelijkse betaling van de werkuitkering?

Om de werknemer toe te laten de werkuitkering te ontvangen, moet u ten vroegste de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer tewerkgesteld was, een elektronische aangifte verrichten (Aangifte Sociaal Risico 8 genaamd). U bezorgt dan een print van deze aangifte aan de werknemer.

Meer inlichtingen?

Meer inlichtingen over de aanvraag en afgifte van een werkkaart en het aanvragen van een werkuitkering kunt u krijgen:

  • indien de werknemer woont in de Duitstalige Gemeenschap: bij de plaatselijke RVA (werkloosheidsbureau). Zie ook de RVA-website: www.rva.be;

Meer inlichtingen over de doelgroepverminderingen kunt u krijgen bij:

  • De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, Victor Hortaplein 11, 1060 Brussel (tel. 02 509 59 59) (website: www.rsz.fgov.be)

Hebt u in het algemeen vragen over startbaanovereenkomsten, dan kunt contact nemen met de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel (tel. 02 233 41 11) (website: www.werk.belgie.be – mail: informatie@werk.belgie.be).

Top