U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Tijdelijke werkloosheid – Covid-19 (coronavirus)

Infoblad

T2

Laatste update
10-05-2021

Waarom dit infoblad?

Om u te informeren over de regelingen van tijdelijke werkloosheid die uw werkgever kan invoeren wegens de verspreiding van Covid-19 (het coronavirus).

Indien uw werkgever u niet langer kan tewerkstellen, kan hij u onder bepaalde voorwaarden tijdelijk werkloos stellen en kunt u in principe gedurende die periode, mits u bepaalde formaliteiten naleeft, een uitkering ontvangen van de RVA.

Welk vormen van tijdelijke werkloosheid?

Afhangend van de situatie waarin u zich bevindt, bestaan er twee types tijdelijke werkloosheid waarop uw werkgever eventueel een beroep kan doen:

  • tijdelijke werkloosheid wegens overmacht;
  • tijdelijke werkloosheid op grond van economische oorzaken.

Vanaf 13.03.2020 tot en met 30.06.2021 (behalve voor de maand september 2020 indien uw werkgever niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector – zie hierover punt 8) kan alle tijdelijke werkloosheid als gevolg van het coronavirus worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.

Indien de tijdelijke werkloosheid niet het gevolg is van het coronavirus, kan uw werkgever ook nog een beroep doen op het stelsel van tijdelijke werkloosheid op grond van economische oorzaken.

Opgelet 

De tijdelijke werkloosheid betreft steeds een volledige werkdag. Een combinatie van een halve dag arbeid en halve dag tijdelijke werkloosheid is dus niet mogelijk. 

Hierop bestaat echter een uitzondering. In de periode van 10.05.2021 tot en met 30.06.2021 kunnen werknemers die tewerkgesteld zijn in een dienstenchequeonderneming of hoofdzakelijk leerlingen vervoeren van en naar een onderwijsinstelling, voor een halve dag tijdelijk werkloos gesteld worden indien deze tijdelijke werkloosheid het rechtstreekse gevolg is van de coronapandemie.

Er is sprake van een halve dag wanneer:

  • op die dag een opdracht wegvalt die duidelijk onderscheiden is van andere opdrachten tijdens een ander gedeelte van die dag;
  • de opdracht die wegvalt minstens de helft van het aantal voorziene uren van die dag bedraagt. 

In deze uitzonderlijke situatie wordt de werkgever voor die periode vrijgesteld van de betaling van het gewaarborgd dagloon dat normaal verschuldigd is indien u, door redenen onafhankelijk van uw wil, maar een onvolledige dag kan werken.

Voorbeeld:

U werkt via een dienstenchequebedrijf en u hebt twee klanten in de voormiddag en een klant in de namiddag. De laatste klant testte positief op het coronavirus waardoor u op dat adres niet kan gaan poetsen. Voor deze uren die wegvallen kan uw werkgever u tijdelijk werkloos stellen.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht

Wat wordt verstaan onder “overmacht”?

Principe

Overmacht veronderstelt in principe een plotse, onvoorzienbare gebeurtenis, onafhankelijk van de wil van de partijen, die de uitvoering van de overeenkomst tijdelijk volledig onmogelijk maakt.

Vanaf 13.03.2020 tot en met 30.06.2021 (behalve voor de maand september 2020 indien uw werkgever niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector – zie hierover punt 8) wordt een soepele toepassing van het begrip “overmacht” aanvaard en kunnen alle situaties van tijdelijke werkloosheid die te wijten zijn aan het coronavirus, worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, ook indien er bijvoorbeeld toch nog op bepaalde dagen kan worden gewerkt.

Het is steeds uw werkgever die beslist om u tijdelijk werkloos te stellen.

In geval van overmacht is het niet vereist dat het bedrijf volledig sluit. In de praktijk betekent dit dat sommige werknemers tijdelijk werkloos kunnen gesteld worden en anderen niet. Werknemers kunnen ook dagen van tijdelijke werkloosheid en werkdagen afwisselen.

Voorbeelden

Situaties waarin uw werkgever u tijdelijk werkloos wegens overmacht kan stellen, zijn:

  • Uw werkgever is niet meer in de mogelijkheid u tewerk te stellen omdat hij getroffen werd door de gevolgen van het coronavirus, bijvoorbeeld omdat hij afhankelijk is van leveranciers en geen grondstoffen meer ontvangt om te kunnen produceren of omdat er een grote daling van het cliënteel of van de vraag naar producten is;
  • U werkt in een onderneming in de horeca (hotel, restaurant, café), bioscoop, evenementenzaal ... die, om de verspreiding van het coronavirus te beperken (lockdown), en omwille van de door de overheid opgelegde sluiting, zijn activiteiten heeft moeten stopzetten of tijdelijk verminderen (bijvoorbeeld een hotel waarvan het restaurant is moeten sluiten);
  • U werkt in een onderneming die (gedeeltelijk) sluit omdat ze geen telewerkbare taken heeft voor (al) zijn werknemers en de maatregelen rond social distancing niet kan respecteren bij de uitoefening van het werk en in het vervoer dat ze organiseren (bijvoorbeeld bedrijven in de bouwsector);
  • U bent tewerkgesteld in het kader van recreatieve, culturele of sportieve activiteiten die door de overheid afgelast of door de organisatoren uitgesteld werden;
  • U moet in quarantaine gaan omdat u in contact bent gekomen met een besmet persoon, omdat u een risicopatiënt bent of als gevolg van een reis (indien deze reis bij vertrek niet sterk afgeraden of verboden was of het land van bestemming zich niet bevond in een rode zone).

Voor meer voorbeelden, zie de FAQ Tijdelijke werkloosheid Corona.

Tijdelijke werkloosheid omwille van de opvang van een kind

Wegens sluiting van de school, het kinderdagverblijf, het opvangcentrum of de dienstverlening voor gehandicapten

In de periode van 01.10.2020 tot en met 30.06.2021 hebt u een recht op afwezigheid van het werk en kunt u aanspraak maken op uitkeringen als tijdelijk werkloze wanneer u moet instaan voor de opvang van

  • een minderjarig kind waarmee u samenwoont en dat niet naar het kinderdagverblijf of school kan gaan;
  • een gehandicapt kind dat u ten laste hebt, ongeacht de leeftijd, dat niet naar een centrum voor opvang van gehandicapte personen kan gaan;
  • een gehandicapt kind dat u ten laste hebt, ongeacht de leeftijd, dat een intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen geniet;

omdat dit kinderdagverblijf, school of centrum geheel of gedeeltelijk is gesloten, of omdat geheel of gedeeltelijk afstandsonderwijs is ingevoerd, als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

U moet daarvoor een door u en de verantwoordelijke van het kinderdagverblijf, de school, het opvangcentrum of de dienstverlening ondertekende aanvraag aan uw werkgever bezorgen. Uw werkgever kan deze tijdelijke werkloosheid niet weigeren.

De beslissing van een gemeenschap om een schoolvakantie te vervroegen of te verlengen wordt ook beschouwd als een sluiting van een school door een maatregel om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

Indien het gaat om een volledige of gedeeltelijke sluiting van de school, uitgaand van een algemene maatregel van een gemeenschap moet de school het attest sluiting corona enkel afleveren indien de werknemer hier uitdrukkelijk om verzoekt (omdat de werkgever dat vraagt).

Specifieke situatie: in de periode van 29.03.2021 tot en met 03.04.2021 kunt u eveneens van dit recht gebruik maken indien u gevolg geeft aan de oproep van de autoriteiten om uw kind niet naar de kleuterschool te laten gaan, ook al is die toch open. U moet daarvoor een door u en de verantwoordelijke van de kleuterschool ondertekende aanvraag aan uw werkgever bezorgen. Op dit attest moet in het deel A enkel de rubriek 1 ingevuld worden. Dit geldt eveneens indien u uw kind niet naar de kinderopvang laat gaan in de periode van 29.03.2021 tot en met 18.04.2021, voor de dagen waarop het kind normaal voor de opvang ingeschreven is.

Wegens een kind dat in quarantaine is

U kunt in de periode van 01.10.2020 tot en met 30.06.2021 ook aanspraak maken op uitkeringen als tijdelijk werkloze omdat u niet kunt werken omwille van de opvang van een minderjarig kind dat met u samenwoont omdat het kind in quarantaine is. U moet daarvoor een door u ondertekende aanvraag aan uw werkgever bezorgen.

Wegens de annulatie van een vakantiekamp of een georganiseerde buitenschoolse opvang in de paasvakantie

U kunt in de periode van 05.04.2021 tot en met 18.04.2021 aanspraak maken op uitkeringen als tijdelijk werkloze voor de opvang van een minderjarig kind waarmee u samenwoont omdat het paaskamp of de georganiseerde buitenschoolse opvang, volledig of gedeeltelijk wordt geannuleerd als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

U moet daarvoor een door u en de verantwoordelijke van het kamp of de opvang ondertekende aanvraag aan uw werkgever bezorgen. Het kind moet vóór 19.03.2021 voor het vakantiekamp of de opvang zijn ingeschreven.

Met gedeeltelijke annulatie wordt bedoeld dat er vóór de beslissing van het Overlegcomité van 19.03.2021 meer kinderen waren ingeschreven dan nu nog is toegelaten, waardoor de inschrijving van bepaalde kinderen is geannuleerd.  

De voorwaarde dat het kind moet zijn ingeschreven vóór 19.03.2021 geldt niet indien het paaskamp of de georganiseerde buitenschoolse opvang niet ingevolge de beslissing van het Overlegcomité werd geannuleerd, maar moet worden stopgezet wegens een besmetting waardoor de kinderen in quarantaine moeten gaan.

Wie kan tijdelijk werkloos wegens overmacht gesteld worden?

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht is van toepassing op

  • arbeiders en bedienden (in de privé- en in de openbare sector en in de non-profitsector);
  • uitzendkrachten tijdens de duur van hun uitzendarbeidsovereenkomst (eventueel verlengd)
  • contractuele medewerkers binnen een onderwijsinstelling (administratief of toezichthoudend personeel ...);
  • leerlingen die een alternerende opleiding volgen;

Wie kan niet tijdelijk wegens overmacht gesteld worden?

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht is niet van toepassing op:

  • statutaire ambtenaren
  • studenten
  • stagiairs (individuele beroepsopleiding, speciale leerovereenkomst voor de omscholing van mindervaliden)  

Indien u zelfstandige in hoofdberoep bent, hebt u geen recht op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, ook niet in het geval van een tijdelijke onderbreking van uw activiteit. Dit geldt eveneens wanneer u een vrij beroep uitoefent (advocaat, architect, notaris, …).

Wat moet uw werkgever doen?

Voor tijdelijke werkloosheid vanaf 13.03.2020 tot met 30.06.2021 (behalve voor de maand september 2020 indien uw werkgever niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector – zie hierover punt 8) volstaat het dat uw werkgever op de elektronische aangifte van sociaal risico (ASR) scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden’ aangeeft dat u tijdelijk werkloos werd gesteld wegens overmacht omwille van het coronavirus.

Uw werkgever moet u in kennis stellen van de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Deze kennisgeving moet ten minste 1 dag op voorhand gebeuren en in ieder geval voor u zich naar het werk begeeft.

Tijdelijke werkloosheid op grond van economische oorzaken

Wat wordt verstaan onder “economische oorzaken”?

Indien uw werkgever u tijdelijk geen of slechts minder werk kan aanbieden omwille van een daling van zijn omzet, productie, klanten of aantal bestellingen ingevolge het coronavirus mag hij, onder bepaalde voorwaarden, gebruik maken van het stelsel tijdelijke werkloosheid op grond van economische oorzaken.

Voorbeeld:

  • Uw werkgever ervaart een daling van zijn bestellingen, door beperkende maatregelen opgelegd door de Belgische of een buitenlandse overheid;

In geval van tijdelijke werkloosheid op grond van economische oorzaken, kan uw arbeidsovereenkomst tijdelijk volledig geschorst worden, of kan er een verminderd arbeidsregime ingevoerd worden.

De modaliteiten daarvan verschillen naargelang u arbeider of bediende bent. Lees voor meer informatie hierover de infobladen E22 ‘Tijdelijke werkloosheid – werkgebrek op grond van economische oorzaken voor arbeiders’ en T129 ‘Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden’.

Wie kan tijdelijk werkloos op grond van economische oorzaken gesteld worden?

Tijdelijke werkloosheid op grond van economische oorzaken is van toepassing op

  • arbeiders (in de privé- en de openbare sector en in de non-profitsector);
  • bedienden (in de privésector en in de non-profitsector);
  • uitzendkrachten tijdens de duur van hun uitzendarbeidsovereenkomst (eventueel verlengd)
  • leerlingen die een alternerende opleiding volgen.

 Wie kan niet tijdelijk werkloos op grond van economische oorzaken gesteld worden?

Tijdelijke werkloosheid op grond van economische oorzaken is niet van toepassing op:

  • statutaire ambtenaren
  • studenten
  • stagiairs (individuele beroepsopleiding, speciale leerovereenkomst voor de omscholing van mindervaliden).  

Wat moet uw werkgever doen?

Uw werkgever kan u slechts tijdelijk werkloos stellen op grond van economische oorzaken indien hij bepaalde wettelijk voorziene formaliteiten vervult (tijdige kennisgeving aan de RVA, maandelijkse mededeling van de eerste werkloosheidsdag aan de RVA ...). Indien uw werkgever die niet respecteert, heeft u in principe recht op loon. 

Hebt u als tijdelijk werkloze recht op een uitkering?

Toelaatbaarheidsvoorwaarden

U bent tijdelijk werkloos gesteld wegens overmacht

Als u tijdelijk werkloos werd gesteld wegens overmacht hebt u onmiddellijk recht op uitkeringen en moet u niet voldoen aan toelaatbaarheidsvoorwaarden.

U bent tijdelijk werkloos gesteld wegens economische oorzaken

Om toegelaten te worden tot het recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid op grond van economische oorzaken moet u in principe voldoen aan toelaatbaarheidsvoorwaarden. Dat geldt zowel voor arbeiders als voor bedienden.

Dat betekent dat u, bijvoorbeeld, afhankelijk van uw leeftijd, tijdens een bepaalde periode (referteperiode) die de uitkeringsaanvraag onmiddellijk voorafgaat een bepaald aantal arbeidsdagen in loondienst (wachttijd) moet bewijzen.

Deze voorwaarden zijn echter niet van toepassing voor tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken gelegen in de periode van 01.02.2020 tot en met 30.06.2021. Voor die periode hebt u dus onmiddellijk recht op uitkeringen.

Vergoedbaarheidsvoorwaarden

Om effectief uitkeringen te ontvangen, moet u ook aan vergoedbaarheidsvoorwaarden voldoen. Dat betekent dat u voor de dagen waarop u uitkeringen aanvraagt bijvoorbeeld arbeidsgeschikt moet zijn, zonder loon moet zijn, geen vervangingsinkomen mag ontvangen of geen andere activiteit mag uitoefenen.

Voor de periode van 01.02.2020 tot en met 30.06.2021 kan u ook zonder formaliteiten activiteiten als vrijwillige brandweerman, als vrijwilliger van de civiele bescherming en als vrijwillige ambulancier te verrichten en de hiervoor ontvangen vergoedingen mogen gecumuleerd worden.

Voor de periode van 01.10.2020 tot en met 30.06.2021 kunt u zonder aangifte ondersteunend vrijwilligerswerk verrichten in het onderwijs en de zorgsector (voor instellingen uit de publieke sector of instellingen zonder winstoogmerk uit de private sector). U mag ook, zonder aangifte en voor de duur van het bestaan van deze centra, voor een niet commerciële organisatie vrijwilligerswerk verrichten in een vaccinatiecentrum.

Voor de periode van 01.02.2020 tot en met 30.06.2021 (behalve voor de maand september 2020 indien uw werkgever niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector – zie hierover punt 8) gelden voor de tijdelijke werkloze nog volgende afwijkingen:

  • U kunt een bijkomstige activiteit (als zelfstandige of als loontrekkende) die u al uitoefende in de drie maanden voor u voor het eerst tijdelijk werkloos werd gesteld wegens het coronavirus tijdens uw werkloosheid verder blijven uitoefenen. Die activiteit moet niet worden aangegeven en de inkomsten daaruit hebben geen invloed op de werkloosheidsuitkering.
  • Indien u een pensioen ontvangt, moet u, ongeacht uw leeftijd, daarvan geen aangifte doen en heeft dat geen invloed op de werkloosheidsuitkering. 

Voor de periode van 01.03.2020 tot en met 30.06.2021 (behalve voor de maand september 2020 indien uw werkgever niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector – zie hierover punt 8) bent u als tijdelijk werkloze ook vrijgesteld van de verplichting een controlekaart bij te houden.

Indien u geniet van het voordeel ‘Springplank naar zelfstandige’ dan zal de periode van 12 maanden niet lopen gedurende de maanden april 2020 tot en met juni 2021 (behalve in de maand september 2020 indien u werkt in een onderneming die niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of niet behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector– zie hierover punt 8).

Opgelet! Volgende vergoedbaarheidsvoorwaarden blijven van toepassing:

  • Indien u (bijvoorbeeld door het coronavirus) arbeidsongeschikt bent, kunt u geen aanspraak maken op werkloosheidsuitkeringen. U moet dan uw mutualiteit contacteren.
  • U kunt tijdens de tijdelijke werkloosheid niet met behoud van uw uitkeringen een activiteit als zelfstandige starten of een tewerkstelling uitoefenen of aanvatten bij een andere werkgever dan degene door wie u tijdelijk werkloos gesteld wordt, bijvoorbeeld als uitzendkracht of flexijobber. Lees hierover meer in punt 7.

Hoeveel bedraagt uw uitkering?

In geval van tijdelijke werkloosheid ontvangt u, ongeacht uw gezinstoestand, een uitkering waarvan het bedrag gelijk is aan 65% van uw gemiddeld loon (begrensd tot € 2.754,76 per maand). Voor de periode van 01.02.2020 tot en met 30.06.2021 wordt dat percentage verhoogd naar 70%. Het dagbedrag van de uitkering bedraagt minstens € 55,59 (gegarandeerd minimumbedrag) en maximaal € 74,17.

Opgelet! Indien uw gemiddeld loon per maand minder dan € 2.754,76 bedraagt, zal het dagbedrag van uw uitkering niet noodzakelijk exact overeenstemmen met 70% van dat maandloon (gedeeld door 26). Uw loon wordt in dat geval volgens de werkloosheidsreglementering ingeschaald in een loonschijf, die overeenstemt met een werkloosheidsuitkering aan een bepaald dagbedrag.

Gemiddeld ontvangt u voor een volledige maand 26 uitkeringen (*).

Indien u een leerling bent die een alternerende opleiding volgt, bedraagt uw uitkering een forfaitair bedrag dat afhankelijk is van uw gezinstoestand.

De werknemer (arbeider of bediende) die in de periode van 01.03.2020 tot en met 30.06.2021 tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens overmacht omwille van het coronavirus, ontvangt bovenop de werkloosheidsuitkering een supplement van € 5,63 per dag, ten laste van de RVA.

De werknemer (arbeider of bediende) die tijdelijk werkloos wordt gesteld op grond van economische oorzaken heeft, bovenop zijn werkloosheidsuitkering, recht op een aanvullende vergoeding van minstens € 2 per dag van tijdelijke werkloosheid. Dat supplement wordt betaald door de werkgever of door een Fonds voor Bestaanszekerheid.

Op die bedragen wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden. Voor de uitkeringen voor de maanden mei 2020 tot en met juni 2021 werd deze inhouding verlaagd tot 15%.

Opmerking: alleen de bedrijfsvoorheffing is verlaagd. De uiteindelijke belastingafrekening gebeurt aan de gewone tarieven. Mogelijk zal u bij de belastingafrekening in 2021/2022 dus iets meer belasting moeten betalen, of minder belasting terugkrijgen dan gewoonlijk. Dat is afhankelijk van uw persoonlijke situatie.

(*) Het aantal uitkeringen dat u voor een bepaalde maand ontvangt, wordt berekend op basis van het aantal uren waarop u in die maand tijdelijk werkloos werd gesteld.

dan wordt het aantal uitkeringen per maand berekend volgens de formule: (Px6) / Q

  • Indien u deeltijdse werknemer met behoud van rechten met inkomensgarantie-uitkering bent

dan wordt het aantal uitkeringen per maand berekend volgens de formule: (Px6) / S

dan heeft u recht op halve uitkeringen, waarvan het aantal wordt berekend volgens de formule: (Px12) / S

waarbij

P = aantal uren tijdelijke werkloosheid

Q = aantal arbeidsuren per week dat u verricht in uw onderneming

S = aantal arbeidsuren per week verricht door een voltijds in dezelfde functie en in dezelfde
 onderneming tewerkgestelde werknemer.

Bijvoorbeeld:

U bent een voltijdse werknemer (Q/S = 38u/38) die werkt op maandag (8u), dinsdag (8u), woensdag (8u), donderdag (8) en vrijdag (6u) en bent in de maand maart 2020 sedert woensdag 18 maart 2020 ononderbroken tijdelijk werkloos wegens overmacht gesteld.

Het totaal aantal uren waarop u tijdelijk werkloos was voor de maand maart (P) bedraagt:
[(8x8) + (2x6)] = 76. 

Het aantal uitkeringen waarop u voor de maand maart 2020 aanspraak kunt maken bedraagt:

(76x6) / Q = 12.

Een uitkering stemt overeen met een dagbedrag.

Indien uw gemiddeld loon minstens € 2.754,76 per maand bedraagt, is dit de maximumuitkering van € 74,17.

U ontvangt dan voor de maand maart 2020 volgend bedrag:

€ 74,17 x 12 = € 890,04 + € 67,56  (€ 5,63 x 12) = € 957,60 bruto – 26,75% = € 701,44 netto.

Eénmalige premie (eindejaarspremie)

Bedrag?

Indien u in de periode van maart 2020 tot en met november 2020 in totaal minstens 53 uitkeringen als tijdelijk werkloze wegens overmacht omwille van het coronavirus of wegens economische redenen hebt ontvangen, hebt u recht op een premie van de RVA.

Deze premie bedraagt 10 euro per uitkering, met een minimum van 150 euro. Indien u als vrijwillig deeltijds werknemer halve uitkeringen ontving, bedraagt de premie 5 euro per halve uitkering, met een minimum van 75 euro.

U bekomt het bedrag van de premie door de berekening

(X – 52) x 10 (of x 5 indien u halve uitkeringen ontving),

waarbij X = het totaal aantal uitkeringen of halve uitkeringen ontvangen als tijdelijk werkloze wegens overmacht omwille van het coronavirus of wegens economische redenen in de periode van maart 2020 tot en met november 2020.

Bijvoorbeeld:

U hebt in de periode van maart 2020 tot en met november 2020 55 volle uitkeringen als tijdelijk werkloze wegens overmacht omwille van de coronacrisis en 8 uitkeringen als tijdelijk werkloze wegens economische redenen ontvangen.

U hebt recht op een premie van [(55 + 8) – 52] x 10 = 110 euro. Aangezien dit bedrag kleiner is dan 150 euro, zal u toch het minimumbedrag van 150 euro ontvangen.

Op dit bedrag wordt 15% bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Procedure? 

De premie wordt automatisch betaald door uw uitbetalingsinstelling. U hoeft zelf niets te doen.

Een eerste deel van de premie, berekend op basis van de uitkeringen tijdelijke werkloosheid die u op dat ogenblik voor de maanden maart 2020 tot en met oktober 2020 al werden betaald, zal u mogelijk al in december 2020 ontvangen.

Nadat alle betalingen van de uitbetalingsinstelling voor de maanden maart 2020 tot en met november 2020 door de RVA zijn geverifieerd, zal u in 2021 een tweede deel ontvangen, indien er nog een saldo niet betaald zou zijn. Dit kan ten vroegste in de loop van de maanden mei/juni 2021 gebeuren.  Op dit bedrag (saldo) wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Eénmalige premie (beschermingspremie)

Voorwaarden

 Om aanspraak te kunnen maken op deze éénmalige premie moet u gelijktijdig aan volgende voorwaarden voldoen:

  • U heeft in de periode van 01.03.2020 tot en met 31.12.2020 ten minste 52 (volle of halve) uitkeringen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht omwille van het coronavirus of wegens economische redenen ontvangen;
  • U bent tewerkgesteld in een onderneming of instelling die in toepassing van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, op 01.03.2021 verplicht gesloten is (bijvoorbeeld een horecabedrijf of een onderneming uit de culturele sector).

Bedrag

De premie houdt in dat u 78 maal een bepaald dagbedrag zal toegekend worden. Dit dagbedrag is afhankelijk van uw loon. Indien uw normaal gemiddeld maandelijks brutoloon lager ligt dan 2.387,80 euro, bedraagt het dagbedrag 10 euro en zal de premie dus 78 x 10 euro = 780 euro bedragen. Dit dagbedrag van 10 euro neemt volgens vastgelegde loonschijven af naarmate uw loon toeneemt. Wanneer uw brutoloon hoger is dan 2.754,76 euro zal u geen premie meer ontvangen.

Het grootte van het bedrag van de premie is, behalve wat betreft de voorwaarde in de periode van 01.03.2020 tot en met 31.12.2020 ten minste 52 (volle of halve) uitkeringen tijdelijke werkloosheid te hebben ontvangen, niet afhankelijk van het aantal uitkeringen dat u in die periode hebt ontvangen.

Bijvoorbeeld:

U hebt in de periode van maart 2020 tot en met december 2020 62 volle uitkeringen als tijdelijk werkloze wegens overmacht omwille van de coronacrisis ontvangen. Uw loon bedraagt 2.548,04 bruto per maand. In deze loonschijf is het dagbedrag voor de premie 6,00 euro. U hebt recht op een premie 78 x 6 euro = 468 euro.

Op dit bedrag wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing inhouden.

Procedure

 Het is voor de RVA niet mogelijk om voor alle werknemers automatisch te bepalen of zij voor het ontvangen van de premie in aanmerking komen. Dit heeft te maken met het feit dat op basis van de gegevens van de aangifte van sociaal risico (ASR) scenario 5 (maandelijkse elektronische aangifte van tijdelijke werkloosheid door uw werkgever) niet altijd met zekerheid kan worden afgeleid of u al dan niet tewerkgesteld bent bij een werkgever die op 01.03.2021 verplicht gesloten is.

Er geldt daarom volgende procedure:

  • Indien u op basis van de activiteitscode (NACE-code) en/of het paritair comité in ASR scenario 5 kan worden geïdentificeerd onder één van de volgende categorieën
    • 1°  een NACE-code 55.1 (hotels en dergelijke accommodatie), 55.2 (vakantieverblijven en andere accommodatie voor kort verblijf), 56.1 (restaurants en mobiele eetgelegenheden) of 56.3 (drinkgelegenheden) die behoort tot het paritair comité voor het hotelbedrijf (paritair comité 302);
    • 2° het paritair comité van het vermakelijkheidsbedrijf (paritair comité 304);
    • 3° een NACE-code 59.140 (vertoning van films), 82.3 (organisatie van beurzen en congressen), 90.0 (creatieve activiteiten – kunst en amusement), 93.130 (fitnesscentra), 93.21 (kermisattracties en pret- en themaparken) of 93.291 (snooker- en biljartzalen);
      zal de premie door uw uitbetalingsinstelling automatisch betaald worden en hoeft u niets te doen.
  • Indien voor u de link met deze NACE-codes en/of paritaire comités niet kan worden gemaakt, zal u voor het bekomen van de premie bij uw uitbetalingsinstelling een aanvraag moeten indienen. U beschikt daarvoor over een termijn van 12 maanden, te rekenen vanaf 10.04.2021.

Wat moet u doen om uitkeringen te kunnen ontvangen?

Een uitkeringsaanvraag indienen

Wanneer?

U bent vrijgesteld van het indienen van een dossier behalve indien u voor de eerste maal tijdelijk werkloos wordt gesteld of voor het eerst tijdelijk werkloos wordt gesteld:

  • na een indiensttreding bij een nieuwe werkgever;
  • na een onderbreking van uw uitkeringen tijdelijke werkloosheid van meer dan 3 jaar;
  • na een verandering van het wekelijks aantal uren van uw contractuele arbeidsregeling (bijvoorbeeld omdat u deeltijdse loopbaanonderbreking of tijdskrediet hebt genomen);
  • na uw 65ste verjaardag.

Hoe?

Wat moet u zelf doen?

U moet de aanvraag om uitkeringen indienen bij een uitbetalingsinstelling van uw keuze (hetzij de overheidsinstelling: de HVW, hetzij de uitbetalingsinstelling van een vakbond: het ABVV, de ACLVB of het ACV).  De uitbetalingsinstelling zal uw dossier samenstellen en indienen bij de RVA. Uw uitbetalingsinstelling kan de betaling verrichten op basis van uw uitkeringsaanvraag en de aangifte van uw werkgever (zie hierna) zonder een beslissing van de RVA te moeten afwachten.

Indien u voor de periode van 01.02.2020 tot en met 30.06.2021 (behalve voor de maand september 2020 indien uw werkgever niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector – zie hierover punt 8) uitkeringen als tijdelijk werkloze aanvraagt, volstaat het dat u het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA aan uw uitbetalingsinstelling bezorgt. 

Dat formulier is beschikbaar op de websites van de uitbetalingsinstellingen, waar u bijkomende inlichtingen vindt over hoe u dat formulier aan uw uitbetalingsinstelling moet bezorgen (zie voor uw uitbetalingsinstelling: ABVV, ACLVB, ACV, HVW).

De uitkeringsaanvraag moet op het werkloosheidsbureau toekomen uiterlijk op het einde van de tweede maand die volgt op de maand waarin u tijdelijk werkloos wordt gesteld.

Bijvoorbeeld: indien u voor het eerst tijdelijk werkloos wordt gesteld op 14 maart, moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 31 mei op het werkloosheidsbureau toekomen.

Deze uitkeringsaanvraag is eenmalig, bij de eerste tijdelijke werkloosheid. U hoeft dus, indien u in een volgende maand verder of opnieuw tijdelijk werkloos zou worden gesteld, niet nogmaals dit formulier bij uw uitbetalingsinstelling in te dienen. U moet wel een nieuwe aanvraag indienen indien u van werkgever verandert of indien het wekelijks aantal uren van uw contractuele arbeidsregeling wijzigt (zie hierboven ‘Wanneer?’).

Opgelet! Specifieke situatie in geval van een aanvraag om uitkeringen als tijdelijk werkloze in het kader van een geannuleerd evenement:

Onder bepaalde voorwaarden kunt u uitkeringen als tijdelijk werkloze ontvangen voor een voorziene arbeidsovereenkomst tijdens een evenement dat als gevolg van een beslissing van de Nationale Veiligheidsraad is geannuleerd (zie voor meer uitleg de FAQ Tijdelijke werkloosheid Corona).

In dat geval moet uw aanvraag om uitkeringen gebeuren met een formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA-EVENEMENTEN, dat beschikbaar is op de websites van de uitbetalingsinstellingen, vergezeld van bewijsstukken die aantonen dat u aan de voorwaarden voldoet. Er is een afzonderlijke aanvraag vereist voor elke voorziene arbeidsovereenkomst die volgt op een periode van volledige werkloosheid én voor ieder evenement.

Wat moet uw werkgever doen?

Uw werkgever is verplicht om zo snel mogelijk een aangifte van sociaal risico (ASR) scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden’ af te leveren. Die elektronische aangifte wordt door de werkgever rechtstreeks aan uw uitbetalingsinstelling bezorgd.

Uw werkgever moet daarvoor niet wachten tot het einde van de maand, maar moet dat doen in de loop van de maand, zodra alle gegevens tot het einde van de maand gekend zijn.

Die elektronische aangifte is vereist om het bedrag van uw uitkering te bepalen en zal door uw uitbetalingsinstelling samen met het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA bij de RVA worden ingediend.

Die aangifte laat de uitbetalingsinstelling ook toe de betaling van uw uitkeringen te verrichten.

Opgelet! Indien u niet tewerkgesteld bent in een uitzonderlijk hard getroffen sector of onderneming, zal uw werkgever voor de maand september 2020 daarnaast opnieuw bijkomende formaliteiten ten opzichte van de RVA moeten vervullen (kennisgeving van de tijdelijke werkloosheid aan de RVA, maandelijkse mededeling van de eerste werkloosheidsdag wegens economische redenen aan de RVA ...). Indien uw werkgever die niet respecteert, heeft u in principe recht op loon. 

Welke andere formulieren of aangiftes zijn er nog nodig?

Indien u tijdelijk werkloos wordt gesteld, moet u in principe door uw werkgever in het bezit van een controleformulier tijdelijke werkloosheid C3.2A worden gesteld.

Voor de periode van 01.03.2020 tot en met 30.06.2021 (behalve voor de maand september 2020 indien uw werkgever niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector – zie hierover punt 8)  wordt de tijdelijk werkloze evenwel vrijgesteld van de verplichting tot het bijhouden van dit controleformulier.

De periode van 3 maanden waarna u zich als tijdelijk werkloze wegens overmacht moet inschrijven als werkzoekende begint pas te lopen vanaf 01.04.2021.

Opgelet! Indien u van uw werkgever een afdruk van de aangifte van sociaal risico (ASR) scenario 5 zou ontvangen waarop is vermeld dat u op het einde van de maand uw controledocument C3.2A bij uw uitbetalingsinstelling moet indienen, moet u daarmee geen rekening houden. Voor de betaling van de uitkeringen voor de maanden maart 2020 tot en met juni 2021 (behalve voor de maand september 2020 indien uw werkgever niet erkend is als uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector – zie hierover punt 8) moet geen controlekaart worden ingediend.

Mag u voor een andere werkgever werken in een periode van tijdelijke werkloosheid?

Algemene regeling

U mag een tewerkstelling uitoefenen of aanvatten bij een andere werkgever dan degene door wie u tijdelijk werkloos gesteld wordt, bijvoorbeeld als uitzendkracht of flexijobber. De inkomsten van die tewerkstelling kunnen echter niet gecumuleerd worden met de werkloosheidsuitkering.

Dit betekent concreet dat het in de periode van de tewerkstelling gelegen aantal uren waarop u door uw werkgever tijdelijk werkloos werd gesteld, niet zal worden meegeteld voor de berekening van het aantal uitkeringen dat u voor die maand kunt ontvangen. 

Voorbeeld

U bent een voltijdse werknemer (Q/S = 38u/38) en werd gedurende de maand april 2020 op voor totaal 152 uren tijdelijk werkloos gesteld. Het aantal van uw uitkeringen voor de maand april 2020 bedraagt dan (152 x 6) / 38 = 24.

Op 14.04 en 15.04 hebt u gewerkt voor een andere werkgever. Voor die dagen heeft de werkgever die u tijdelijk werkloos stelt 16 uur (8 x 2) tijdelijke werkloosheid aangegeven.

Door deze tewerkstelling zal u voor de maand april 2020 nog slechts [(152-16) x 6] / 38 = 21,5 uitkeringen ontvangen. 

Specifieke regeling voor tewerkstelling in bepaalde sectoren

Vitale sectoren

Indien u als tijdelijk werkloze in de periode van april 2020 tot en met juni 2021 werkt bij een andere werkgever in een “vitale sector”, kan u voor de periode van de tewerkstelling 75% van uw uitkeringen als tijdelijk werkloze behouden.

Deze regeling geldt voor tewerkstellingen als werknemer of uitzendarbeider in de volgende sectoren:

  • de tuinbouw, met uitzondering van de sector inplanting en onderhoud van parken en tuinen (paritair comité 144);
  • de landbouw, voor zover de werknemer uitsluitend wordt tewerkgesteld op de eigen gronden van de werkgever (paritair comité 145);
  • de bosbouw (paritair comité 146);

Bijvoorbeeld:

U bent een voltijdse werknemer (Q/S = 38u/38) en werd gedurende de maand april 2020 op in totaal 152 uren tijdelijk werkloos gesteld. Het aantal van uw uitkeringen voor de maand april 2020 bedraagt dan (152 x 6) / 38 = 24.

In de week van 20.04.2020 werkt u tijdens uw tijdelijke werkloosheid van maandag tot en met vrijdag in een landbouwbedrijf. Voor die periode wordt uw totaal aantal uitkeringen voor de maand april 2020 verminderd met 5 x 25% = 1,25, afgerond 1,5 uitkeringen (het resultaat wordt afgerond naar 0,5 of naar de hogere eenheid indien het cijfer na de komma resp. minstens 25 of 75 is).

Door deze tewerkstelling zal u voor de maand april 2020 dus slechts 24 – 1,5 = 22,5 uitkeringen ontvangen. 

Zorgsector, onderwijs en contacttracing

Voor de periode van oktober 2020 tot en met juni 2021 geldt deze regeling ook voor tewerkstellingen bij een andere werkgever (rechtstreeks of als uitzendkracht) in:

  • de zorgsector.

Het gaat om de private en openbare diensten voor zorg, opvang en bijstand voor personen, voor oudere personen, voor minderjarigen, voor mindervalide personen en voor kwetsbare personen, met inbegrip van slachtoffers van intrafamiliaal geweld.

Voor de private sector gaat het om de volgende sectoren:

  • de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (paritair comité 318);
  • de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en –diensten (paritair comité 319);
  • de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector (paritair comité 330);
  • de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector (paritair comité 331);
  • de uitzendarbeid en de erkende ondernemingen die buurtwerken of -diensten leveren, voor zover de uitzendkracht wordt tewerkgesteld bij een gebruiker die ressorteert onder één van de hierboven vermelde paritaire comités (paritair comité 322);
  • het onderwijs;
  • instellingen en centra die contactopsporing verrichten met het oog op het beperken van de verspreiding van het coronavirus Covid-19.

Voor de periode van 15.02.2021 tot en met 30.06.2021 worden de private en openbare instellingen of diensten die belast zijn met de exploitatie van vaccinatiecentra eveneens beschouwd als behorend tot de zorgsector en dit voor alle activiteiten die verband houden met de exploitatie van een vaccinatiecentrum.

Cruciale sectoren

Voor de periode van maart 2021 tot en met juni 2021 geldt deze regeling ook voor een tewerkstelling bij een andere werkgever (rechtstreeks of als uitzendkracht) in een cruciale sector, maar enkel indien u tijdelijk werkloos omwille van (niet-medische) overmacht of economische redenen bent.

De cruciale sectoren zijn de handelszaken, bedrijven en diensten die gedurende de coronacrisis noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van het land en de behoeften van de bevolking, en de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten.

Het gaat om activiteiten, diensten en ondernemingen die omschreven zijn in de bijlage 1 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 (bijvoorbeeld alle bedrijven en winkels die tussenkomen in de voedselketen, taxibedrijven, garages voor herstellingen, schoonmaakbedrijven voor de activiteiten in ondernemingen uit de cruciale sectoren … .

Neem hierover zo nodig contact op met uw uitbetalingsinstelling.

Formaliteiten

Indien u niet tewerkgesteld bent in een uitzonderlijk hard getroffen sector of onderneming en u dus voor de maand september 2020 in geval van tijdelijke werkloosheid opnieuw in het bezit van een controlekaart moet zijn, moet u de tewerkstelling daarop aanduiden. Lees daarvoor de richtlijnen op de controlekaart. Indien dat het geval is, vermeldt u bijkomend dat het gaat om een tewerkstelling in een vitale sector.

Indien u niet in het bezit van een controlekaart moet zijn, moet u tewerkstellingen bij een andere werkgever meedelen aan uw uitbetalingsinstelling, zodat er niet ten onrechte uitkeringen worden betaald. U kunt dit doen met het formulier corona-tw-aangifte werk of op om het even welke andere wijze (brief, mail, telefoon …).

Indien u deze mededeling niet doet of indien uw uitbetalingsinstelling daarmee geen rekening zou houden, zal een terugvordering gebeuren van de te veel ontvangen uitkeringen.

De tewerkstelling moet geldig aangegeven zijn door de werkgever.

Opgelet! Indien u het werk bij de werkgever die u tijdelijk werkloos stelt zou kunnen hervatten, maar u dit niet doet omdat u verkiest om bij een andere werkgever tewerkgesteld te blijven, kunt u door uw werkgever niet meer tijdelijk werkloos gesteld worden en hebt u dus voor die dagen geen recht meer op uitkeringen.

Wat indien uw werkgever behoort tot een sector die uitzonderlijk hard getroffen is door de corona-crisis of een onderneming is die uitzonderlijk hard getroffen is door de corona-crisis?

Voor de maand september 2020 gelden de regeling dat alle tijdelijke werkloosheid als gevolg van het coronavirus kan worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht en de daaraan gekoppelde voordelen voor de tijdelijk werkloze enkel indien u werkt bij een werkgever die

  • ofwel behoort tot een sector die uitzonderlijk hard getroffen is door de corona-crisis;
  • ofwel wiens onderneming uitzonderlijk hard getroffen is door de corona-crisis.

Wat is een uitzonderlijk hard getroffen sector of onderneming?

Uw werkgever wordt beschouwd als uitzonderlijk hard getroffen indien hij:

  • ofwel bepaalde activiteiten uitoefent die behoren tot een uitzonderlijk hard getroffen sector die voorkomt op een lijst bepaald door de minister van Werk;

Opgelet! Sommige sectoren worden in hun geheel erkend als uitzonderlijk hard getroffen (bijvoorbeeld de horeca en de socio-culturele sector). Voor andere sectoren kan er enkel een erkenning zijn voor de werknemers die specifieke activiteiten uitoefenen (die bijvoorbeeld verband houden met evenementen of toerisme).

  • ofwel als onderneming tijdens het tweede kwartaal van 2020 minstens 20% dagen tijdelijke werkloosheid werkgebrek wegens economische oorzaken of wegens overmacht corona aan de RSZ heeft aangegeven, ten opzichte van het totaal aantal aangegeven dagen.

Meer informatie hieromtrent kan u terugvinden in het infoblad E2 ‘Tijdelijke werkloosheid – COVID 19 overgangsmaatregelen’.

Welke voordelen behoudt u voor de maand september 2020 indien u werkt in een uitzonderlijk hard getroffen sector of onderneming?

Indien u werkt in een uitzonderlijk hard getroffen sector of onderneming, blijven voor de tijdelijke werkloosheid de volgende afwijkingen gelden:

  • Indien u uitkeringen aanvraagt en u niet vrijgesteld bent van de indiening van een dossier (zie hiervoor punt 6.1), volstaat het dat u het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA aan uw uitbetalingsinstelling bezorgt. U moet geen formulier C1 met een aangifte van uw persoonlijke en familiale situatie indienen.
  • U kunt een bijkomstige activiteit (als zelfstandige of als loontrekkende) die u al uitoefende in de drie maanden voor u voor het eerst tijdelijk werkloos werd gesteld wegens het coronavirus tijdens uw werkloosheid verder blijven uitoefenen. Die activiteit moet niet worden aangegeven en de inkomsten daaruit hebben geen invloed op de werkloosheidsuitkering.
  • Indien u geniet van het voordeel ‘Springplank naar zelfstandige’ dan zal de periode van 12 maanden niet lopen gedurende de maanden april tot en met juni 2021.
  • Indien u een pensioen ontvangt, moet u, ongeacht uw leeftijd, daarvan geen aangifte doen en heeft dat geen invloed op de werkloosheidsuitkering. 
  • U bent vrijgesteld van de verplichting een controlekaart bij te houden.

Wat indien u niet werkt in een uitzonderlijk hard getroffen sector of onderneming?

Indien u niet werkt in een uitzonderlijk hard getroffen sector of onderneming, zijn er voor de maand september 2020 voor de tijdelijk werkloze geen afwijkende regelingen van toepassing.

Om uitkeringen als tijdelijk werkloze te kunnen ontvangen zal u dan bijvoorbeeld opnieuw een controlekaart moeten bijhouden, die u door uw werkgever moet worden afgeleverd. U zal ook contact met uw uitbetalingsinstelling moeten nemen om een aangifte van uw persoonlijke en familiale situatie te doen.

Uw werkgever kan u dan nog tijdelijk werkloos stellen:

  • wegens economische redenen: hiervoor gelden de principes van het punt 4. Voor de periode van 01.09.2020 tot en met 30.09.2020 bestaat evenwel ook de mogelijkheid voor uw werkgever om onder meer soepele voorwaarden een beroep te doen op economische werkloosheid. Lees voor meer informatie hierover het infoblad E2 “Tijdelijke werkloosheid – COVID 19 overgangsmaatregelen”.
  • wegens overmacht, indien het gaat om een plotse en onvoorzienbare gebeurtenis, onafhankelijk van de wil van zowel de werkgever als de werknemer, die de uitvoering van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdelijk volledig onmogelijk maakt. Dat laatste wil zeggen dat er in die periode niet meer gedeeltelijk nog kan worden gewerkt.

Voorbeeld: u bent in het bezit van een getuigschrift van quarantaine, niet arbeidsongeschikt en er zijn geen telewerkbare taken. 

Top