Follow us on twitter

U bent hier

Fiche B 6: Hoe de ingeschreven capaciteit (IC) aanpassen wanneer de opvang stopt?

Beschrijving

Deze fiche legt uit welke procedure de dienst moet volgen om de ingeschreven capaciteit van de maand aan te passen, wanneer de opvang van één of meerdere kinderen stopgezet wordt.

Te volgen fasen

Fase 1: Het referteplan van elk kind waarvan de opvang stopt afsluiten

Principe

Wanneer het opvangcontract afloopt, wordt het kind nog gedurende 4 weken opgenomen in het referteplan vanaf de laatste effectieve opvangdag.

Voorbeeld

Kalender van de maand maart

ma

di

wo

do

vr

za

zo

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

     

 

Kalender van de maand april

ma

di

wo

do

vr

za

zo

       

1

2

2

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

 
 
 

Een kind wordt voltijds opvangen, alle dagen van de week:

  • Er wordt voorzien dat de opvang zal beëindigd worden in het begin van de Paasvakantie die doorgaat van maandag 28/3 tot zondag 10/4. De laatste effectieve opvangdag is vrijdag 25 maart. De periode van 4 weken gaat in na de laatste opvangdag, hetzij op zaterdag 26/3, om te eindigen op vrijdag 22/4. Het kind is dus in het referteplan opgenomen tot en met 22/4.
  • Er wordt voorzien dat de opvang zal stoppen na de Paasvakantie die doorgaat van maandag 28/3 tot zondag 10/4. Tijdens de Paasvakantie komt het kind enkel op donderdag 31/3 en in april wordt het niet meer opgevangen. De periode van 4 weken gaat in na de laatste opvangdag, hetzij op vrijdag 1/4, om te eindigen op donderdag 28/4. Het kind is dus in het referteplan opgenomen tot en met 28/4.

Uitzondering

Wanneer de opvang stopgezet wordt tijdens een ziekteperiode van het kind, zijn specifieke regels van toepassing. fiche B 8: Wat moet men doen indien het kind afwezig is?.

Fase 2: Codering in het rekenblad

1ste hypothese: de opvang is voorzien voor een vast aantal dagen per week (1, ½ of 1/3) en de dagen liggen vast.

Indien

Dan

het referteplan eindigt (met inbegrip van de periode van 4 weken) in de loop van een maand

- ofwel wordt het rooster « inbreng regelmatig ingeschreven capaciteit” van de vorige maand behouden maar wordt het aantal dagen dat na de periode van 4 weken ligt, manueel berekend en het resultaat negatief toegevoegd in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang”;
- ofwel herneemt het rooster “inbreng regelmatig ingeschreven capaciteit “ van de maand het kind al niet meer, maar moet de IC van deze maand gecorrigeerd worden door toevoeging van het aantal noodzakelijke dagen in functie van het vroegere referteplan (bijkomende dagen gelegen tussen het begin van de maand en het einde van de periode van 4 weken) en moet dit aantal worden gecodeerd in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang”.

 

 

2de hypothese: de opvangdagen vormen een vaste cyclus waarvan de dagen vastliggen en voorzien zijn met hetzelfde opvangregime (1, ½ of 1/3).           

 

Het exacte aantal dagen voor de maand wordt manueel berekend op basis van de cyclus zoals die opgenomen is in het referteplan dat afloopt en gecodeerd in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang”

 

 

 

3de hypothese: de opvang is voorzien voor een vast aantal dagen per week (1, ½ of 1/3) maar de dagen liggen niet vast.

Indien

Dan

het referteplan eindigt (met inbegrip van de periode van 4 weken) in de loop van een maand

- ofwel wordt het rooster « inbreng regelmatig ingeschreven capaciteit” van de vorige maand behouden maar wordt het aantal dagen dat na de periode van 4 weken ligt, manueel berekend en het resultaat negatief toegevoegd in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang”;
- ofwel herneemt het rooster “inbreng regelmatig ingeschreven capaciteit “ van de maand het kind al niet meer, maar moet de IC van deze maand gecorrigeerd worden door toevoeging van het aantal noodzakelijke dagen in functie van het vroegere referteplan (bijkomende dagen gelegen tussen het begin van de maand en het einde van de periode van 4 weken) en moet dit aantal worden gecodeerd in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang”.

 

 

 

 

 

3de hypothese: de opvang is voorzien voor een vast aantal dagen per week (1, ½ of 1/3) maar de dagen liggen niet vast.

Indien

Dan

het referteplan eindigt (met inbegrip van de periode van 4 weken) in de loop van een maand

- ofwel wordt het rooster « inbreng regelmatig ingeschreven capaciteit” van de vorige maand behouden maar wordt het aantal dagen dat na de periode van 4 weken ligt, manueel berekend en het resultaat negatief toegevoegd in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang”;
- ofwel herneemt het rooster “inbreng regelmatig ingeschreven capaciteit “ van de maand het kind al niet meer, maar moet de IC van deze maand gecorrigeerd worden door toevoeging van het aantal noodzakelijke dagen in functie van het vroegere referteplan (bijkomende dagen gelegen tussen het begin van de maand en het einde van de periode van 4 weken) en moet dit aantal worden gecodeerd in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang”.

 

 

 

4de hypothese: de opvang is voorzien voor een vast aantal dagen per maand (1, ½ of 1/3) maar de dagen liggen niet vast.

Indien

Dan

de periode van 4 weken van het referteplan volledig binnen een kalendermaand ligt

wordt het voorziene aantal opvangdagen per maand verder als dusdanig gecodeerd in de kolom “vaste aanpassing”.

de periode van 4 weken van het referteplan in de loop van de maand afloopt

voor de tweede maand

1. moet het gemiddelde aantal opvangdagen per week berekend worden voor het referteplan. Dit gemiddeld aantal wordt bekomen door het voorziene vaste aantal opvangdagen voor een volledige maand te delen door 4,33 (= het gemiddelde aantal weken in een maand). Dit resultaat wordt afgerond tot 2 cijfers na de komma (kleiner dan 5 = 0 en minstens 5 = de hogere eenheid)

2. Los van het rekenblad moet een fictief rooster van de betrokken maand worden opgesteld, waarin het gemiddelde aantal opvangdagen bekomen per week fictief wordt verdeeld vanaf de maandag (uitgenomen de dagen of halve dagen waarop de onthaalouder nooit werkt of de dagen waarop de dienst weet dat het kind nooit zal komen) en het totale aantal dagen wordt vervolgens berekend en gecodeerd in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang” van het rekenblad.

 

 

 

 

 

4de hypothese: voorbeeld

Een kind is ingeschreven bij een onthaalouder voor 12 volle dagen per maand. Vanaf woensdag 19 oktober komt het kind niet meer.

Aangezien het referteplan het kind nog gedurende 4 weken opneemt na het einde van de opvang, moet voor de maand oktober niets veranderd worden in de codering (12 in de kolom “vaste aanpassing”). Het referteplan blijft behouden tot dinsdag 15 november.

Kalender van de maand november

ma

di

wo

do

vr

za

zo

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

       

Omzetting in dagen per week voor het referteplan : 12 gedeeld door 4,33 = 2,77.

Fictieve verdeling in het fictieve rooster :
maandag 1; dinsdag 1; woensdag 0,77

 

Fictief rooster voor de maand november

ma

di

wo

do

vr

za

zo

 

1(=1)

2(=0,77)

3

4

5

6

7(=1)

8(=1)

9(=0,77)

10

11

12

13

14(=1)

15(=1)

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

       

Totaal van de IC te coderen in de kolom “eenmalige aanpassing” “regelmatige opvang” van het rekenblad van de maand november: 6,54 (1 + 0,77 + 1 + 1 + 0,77 + 1 + 1).

Een RVA-kantoor zoeken

Top