Follow us on twitter

U bent hier

Fiche B 7: Hoe en wanneer een occasionele opvang coderen?

Beschrijving

Deze fiche legt uit welke procedure de dienst moet volgen in de verschillende hypothesen van de occasionele opvang.

Definitie

fiche A 6: Wat is occasionele opvang?

Fase 1: Het referteplan van elk kind waarvan de opvang stopt afsluiten

Principe

Dit type opvang wordt niet opgenomen in een referteplan en geeft geen recht op opvanguitkeringen in geval van afwezigheid van het kind.

Codering

Dit type occasionele opvang kan enkel opgenomen worden in de « ingeschreven capaciteit“ IC wanneer het kind aanwezig is geweest. De dienst codeert dan op het einde van de maand een aantal eenheden in het RSZ-rekenblad in de kolom "eenmalige aanpassing - occasionele opvang”, gelijk aan het aantal effectieve kindopvangdagen, waarbij:

  • een volledige opvangdag voor één kind = 1 kindopvangdag
  • een halve opvangdag voor één kind = 0,5 kindopvangdag
  • één derde opvangdag voor één kind = 0,33 kindopvangdag

De occasionele opvangdagen zijn eveneens opgenomen in de kolom "werkelijke opvang".

Occasionele opvang leidt dus in de beschouwde maand tot een verhoging van de ingeschreven capaciteit IC en tot een verhoging van het aantal effectieve kindopvangdagen dat in mindering moet worden gebracht.

Dit type occasionele opvang leidt dus niet tot een vermindering van het aantal opvanguitkeringen waarop de onthaalouder recht heeft voor de afwezige normaal ingeschreven kinderen (zolang de toegestane maximum capaciteit niet wordt bereikt).

Aanpassingen in het basisrooster

N

O

P

Q

R

Vaste aanpassing

 

Eenmalige aanpassing

   
   

Regelmatige opvang

Occasionele opvang

Waarschuwing

       

OK

       

OK

       

OK

 

Aanpassingen in het basisrooster

N

O

P

Q

R

Vaste aanpassing

 

Eenmalige aanpassing

   
   

Regelmatige opvang

Occasionele opvang

Waarschuwing

       

OK

       

OK

       

OK

 

 
Reële opvang (aantal)

Volle dagen

Volle dagen

Halve dagen

Halve dagen

Normale kinderen

Gehandicapte kinderen

Normale kinderen

Gehandicapte kinderen

       
       

Voorbeeld

Maandkalender

ma

di

wo

do

vr

za

zo

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

       

Een onthaalouder is erkend voor 4 kinderen. Van de 3 kinderen die bij haar voltijds ingeschreven zijn, is er één afwezig van maandag 7 tot en met vrijdag 11 wegens ziekte. Deze onthaalouder vangt overigens occasioneel een ander kind op van maandag 21 tot en met vrijdag 25.

Kolom « eenmalige aanpassing » « occasionele opvang » van de maand : 5.

Kolom « reële opvang” van de maand : (3 x 22) + (1 x 5) – (1 x 5) = 66.

IC van de maand = (3 x 22) + (1 x 5) = 71.

Aantal kindopvangdagen dat leidt tot toekenning van opvanguitkeringen: = (71 – 66) = 5.

Opvang voorzien voor een periode korter dan 4 weken maar die in werkelijkheid langer duur dan 4 weken

Principe

Indien de dienst op het einde van de maand vaststelt dat de opvang die oorspronkelijk voorzien was voor een periode korter dan 4 weken eigenlijk de 4 weken heeft bereikt of overschreden, moet het geheel van de opvang hernomen worden in een referteplan en gaat het niet meer over occasionele opvang. 
fiche B 1 : Hoe de ingeschreven capaciteit (de IC) van de maand bepalen?

Codering

Indien de 4 weken over 2 maanden gespreid liggen, is het mogelijk dat de dienst de occasionele opvang voor de 1ste maand reeds gecodeerd heeft (overeenkomstig vorig punt) en een formulier C220B heeft afgeleverd op basis van deze codering. Indien het « occasioneel » opgevangen kind niet afwezig is geweest ten opzichte van wat voorzien was in de 1ste maand, mag de dienst zich beperken tot het coderen van het referteplan van het kind vanaf de 2de maand en moet de codering van het RSZ-rekenblad en de C220B van de 1ste maand niet gecorrigeerd worden. Indien dit kind daarentegen afwezig is geweest in de loop van de 1ste maand, kon de onthaalouder niet vergoed worden voor de afwezigheid van een “occasionele” opvang en moet de dienst de codering van het rekenblad van de 1ste maand dus corrigeren (behalve indien met de codering van de occasionele opvang de maximum IC voor deze maand reeds bereikt is) en voor de 1ste maand een corrigerende C220B afleveren.

Voorbeeld

Als gevolg van de ziekte van een onthaalouder, wordt een kind tijdelijk door een andere onthaalouder opgevangen. Deze tijdelijke opvang is voorzien voor de laatste week van de maand maart en de eerste 2 weken van de maand april. Het betreft wel degelijk een occasionele opvang vermits de opvang bij de vervangonthaalouder voorzien is voor minder dan 4 weken. Op het einde van de maand maart, codeert de dienst de occasionele opvang op het RSZ-rekenblad en levert de C220B af. In de maand april loopt de opvang, na de eerste 2 weken, nog 2 weken verder ingevolge de verlenging van de ziekteperiode van de gewoonlijke onthaalouder. Voor de maand april codeert de dienst dus het referteplan van dit kind in de gepaste kolommen van het RSZ-rekenblad (fiche B 1: Hoe de ingeschreven capaciteit (de IC) van de maand bepalen?). Indien het kind de hele laatste week van de maand maart aanwezig is geweest zoals voorzien, moet er niets gecorrigeerd worden.

Indien het kind daarentegen in de loop van deze week afwezig is geweest en de maximale IC voor de maand nog niet bereikt is, moet de codering van het RSZ-rekenblad gecorrigeerd worden door de occasionele opvang voor dit kind te schrappen en te vervangen door de codering van het referteplan van dit kind van bij het begin van de laatste week van de maand maart. Op basis van deze nieuwe codering moet een corrigerende C220B worden opgesteld en aan de onthaalouder overhandigd.

Opvang van een kind voor een hoger aantal dagen dan voorzien in zijn referteplan

Principe

Indien het aantal opvangdagen verricht in de loop van de maand hoger is dan wat voorzien is in het referteplan van een kind, moet het verschil beschouwd worden als occasionele opvang.

Deze vergelijking gebeurt op het einde van de maand, kind per kind.

Codering

Op basis van de resultaten bekomen kind per kind, wordt het totaal van de occasionele opvangdagen gecodeerd in de kolom “occasionele opvang” en het totale aantal reëel verrichte prestaties (occasionele opvang inbegrepen) wordt in de kolom “reële opvang” gecodeerd.

Voorbeelden

Een kind is ingeschreven bij een onthaalouder voor elke maandag en dinsdag van de week, telkens de volledige dag. De IC voor de betrokken maand = 8.

  • De ouders vragen om het kind eveneens op te vangen op donderdag en vrijdag gedurende de laatste twee weken van de maand, zodat er die maand 12 opvangdagen zijn. Er is dus een occasionele opvang van 4 dagen en de totale IC van deze maand = 12.
    Indien het kind echter in dezelfde situatie ziek is tijdens de eerste week, zijn er 10 opvangdagen in de loop van deze maand en bijgevolg slechts 2 occasionele opvangdagen (10 min 8);
  • Het kind is de eerste week ziek maar komt de laatste week 3 dagen in plaats van de 2 geplande dagen. Er zijn dus 7 prestaties, de ingeschreven capaciteit is 8 en er is geen occasionele opvang omdat de IC (8) hoger is dan het aantal prestaties (7);
  • De eerste week komt het kind op woensdag en donderdag in plaats van op maandag en dinsdag en de rest van de maand komt het zoals voorzien. Er zijn 8 prestaties en de IC = 8, dus geen occasionele opvang.

Een RVA-kantoor zoeken

Top