Follow us on twitter

U bent hier

Delen

Richtlijnen betreffende het gebruik van de verschillende versies van de formulieren C4

19-09-2014

Omwille van de talrijke wijzigingen in de wetgeving sedert eind 2013 die een impact hebben op de formulieren C4, werden die formulieren sedert november 2013 verschillende malen aangepast.

De richtlijnen hieronder moeten de werkgever helpen bij het bepalen welke versie van het formulier C4 hij moet gebruiken in functie van de situatie van de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd.

Eerste hypothese: einde van de arbeidsovereenkomst door betekening van een opzeggingstermijn

Opzegging betekend vóór 01.11.2013

De vorige versie wordt aanvaard.

Opzegging betekend na 31.10.2013 en vóór 01.01.2014:

  • Vorige versie aanvaard voor de uitkeringsaanvragen ten laatste tot 31.05.2014.
  • Voor zover een attest wordt bijgevoegd dat aangeeft dat geen enkele van de 3 niet cumuleerbare vergoedingen werd betaald (zie Deel D punt 3 van de C4 van 19.06.2014) – attest 1
  • Voor de uitkeringsaanvragen vanaf 01.06.2014 is het gebruik van de nieuwe versie van de C4 verplicht.

Opzegging betekend na 31.12.2013:

  • Vorige versie aanvaard voor de uitkeringsaanvragen ten laatste tot 31.05.2014 voor zover 2 attesten zijn bijgevoegd:
    • attest 1: geeft aan dat geen enkele van de 3 niet cumuleerbare vergoedingen werd betaald (zie Deel D punt 3 van de C4 van 19.06.2014)
    • attest 2: met de volgende inlichtingen: de anciënniteit gelegen vóór 01.01.2014 en de anciënniteit gelegen na 31.12.2013. Dit wanneer de werknemer anciënniteit heeft die gelegen is vóór 01.01.2014 en de opzeggingstermijn werd berekend door de delen A en B op te tellen.
  • Voor de uitkeringsaanvragen vanaf 01.06.2014 is het gebruik van de nieuwe versie van de C4 verplicht.

Tweede hypothese: einde arbeidsovereenkomst door onmiddellijke verbreking

Verbrekingen van de overeenkomst vóór 01.11.2013 door middel van de betaling van een opzeggingsvergoeding

De vorige versie wordt aanvaard.

Verbrekingen van de overeenkomst tussen 01.11.2013 en 31.12.2013 door middel van de betaling van een opzeggingsvergoeding:

Ongeacht de datum van de uitkeringsaanvraag (zelfs gelegen na 31.05.2014).

De vorige versie wordt aanvaard voor zover het attest 1 wordt bijgevoegd dat aangeeft dat geen enkele van de 3 niet cumuleerbare vergoedingen werd betaald.

Verbrekingen van de overeenkomst tussen 01.01.2014 en 31.05.2014 door middel van de betaling van een opzeggingsvergoeding

Ongeacht de datum van de uitkeringsaanvraag (zelfs gelegen na 31.05.2014).

De vorige versie wordt aanvaard voor zover 2 attesten worden bijgevoegd:

  • attest 1: geeft aan dat geen enkele van de 3 niet cumuleerbare vergoedingen werd betaald (zie Deel D punt 3 van de C4 van 19.06.2014)
  • attest 2: met de volgende inlichtingen:

1. de anciënniteit gelegen vóór 01.01.2014 en de anciënniteit gelegen na 31.12.2013. Dit wanneer de werknemer anciënniteit heeft die gelegen is vóór 01.01.2014 en de opzeggingsvergoeding werd berekend door de delen A en B op te tellen.

2. het feit dat de werknemer heeft geopteerd voor een outplacement wat voor gevolg had dat de periode van de opzeggingsvergoeding werd verminderd. Dit wanneer de werknemer werd ontslagen met een opzeggingsvergoeding van ten minste 30 weken.

3. het feit dat de periode van de opzeggingsvergoeding werd verminderd met de dagen van gewaarborgd loon betaald vanaf het begin van de ongeschiktheidsperiode. Dit wanneer de werknemer werd ontslagen gedurende een ongeschiktheidsperiode na de betekening van de opzeggingstermijn.

4. het bedrag van de inschakelingsvergoeding. Dit wanneer de werknemer werd ingeschreven in een tewerkstellingscel.

Verbreking van de overeenkomst door middel van de betaling van een opzeggingsvergoeding vanaf 01.06.2014

Nieuwe versie vereist.

Een RVA-kantoor zoeken

Top