Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Verrekeningsregels van de duur van het tijdskrediet zonder motief en met motief

Infoblad

T157

Laatste update
13-10-2015

Inleiding

In het kader van het algemeen stelsel van tijdskrediet kan u een basisrecht bekomen. Het gaat om het tijdskrediet zonder motief. In voorkomend geval kan u ook een bijkomend recht krijgen, indien u uw aanvraag kan rechtvaardigen met een van de motieven bepaald in de reglementering. Het gaat om het tijdskrediet met motief.

Het tijdskrediet zonder motief en het tijdskrediet met motief hebben een maximumduur over de hele loopbaan. Die maximumduur kan variëren op basis van verschillende criteria. Indien u overigens al periodes van tijdskrediet (of van loopbaanonderbreking in de openbare sector of in de privésector vóór 01.01.2002) verkregen hebt, dan moeten die periodes worden afgetrokken van de duur van het tijdskrediet dat u momenteel kan genieten.

Naast de regels die de maximumduur bepalen van het tijdskrediet waarop u aanspraak kan maken, voorziet de wetgeving ook bepalingen met betrekking tot de eventuele toekenning van onderbrekingsuitkeringen tijdens de schorsing of de vermindering van uw prestaties.

Vanaf 1 januari 2015 wordt het tijdskrediet zonder motief bij een nieuwe aanvraag toegekend zonder uitkeringen van de RVA. Indien het tijdskrediet daarentegen wordt aangevraagd met motief, dan kan u een maandelijkse uitkering bekomen van de RVA. De maximumduur van vergoeding van het tijdskrediet met motief valt niet systematisch samen met de duur van het recht dat kan worden verkregen bij de werkgever, met name wanneer u al periodes van tijdskrediet of loopbaanonderbreking hebt genoten in het verleden.

Dit infoblad legt uit hoe de maximumduur van het tijdskrediet waarop u aanspraak kan maken bij uw werkgever moet berekenen en, in geval van tijdskrediet met motief, hoe de maximumduur van de vergoeding waarop u aanspraak kan maken, moet worden berekend.

Bijkomende inlichtingen

Voor meer informatie over de details over de toegangsvoorwaarden voor tijdskrediet (beroepsverleden, anciënniteit en tewerkstelling bij de werkgever), de uitleg van de verschillende motieven die de wetgeving voorziet, de organisatieregels van het tijdskrediet binnen de onderneming, alsook de toekenningsvoorwaarden van de onderbrekingsuitkeringen (toegestane cumulaties, etc.) kan u het volgende infoblad raadplegen:

  • T150, met betrekking tot de nieuwe reglementering van het algemene stelsel van tijdskrediet, van kracht sinds 01.01.2015, indien u:
    • voor de allereerste keer onderbrekingsuitkeringen aanvraagt;
    • onderbrekingsuitkeringen aanvraagt die geen verlenging vormen in hetzelfde stelsel (zonder of met motief) en in dezelfde onderbrekingsvorm (voltijds, halftijds of 1/5) van een periode van tijdskrediet die al liep op 31.12.2014.
  • T138, met betrekking tot de vroegere reglementering van het algemene stelsel van tijdskrediet, dat van kracht blijft indien u:
    • onderbrekingsuitkeringen aanvraagt in het kader van een verlenging in hetzelfde stelsel (zonder of met motief) en in dezelfde onderbrekingsvorm (voltijds, halftijds of 1/5) van een periode van tijdskrediet die al liep op 31.12.2014;
    • het tijdskrediet zonder of met motief had aangevraagd bij uw werkgever vóór 01.01.2015 en voor zover uw aanvraag om onderbrekingsuitkeringen werd overgemaakt aan de RVA vóór 01.04.2015 en de aanvangsdatum van uw tijdskrediet gelegen was vóór 01.07.2015.

Recht op tijdskrediet zonder motief, bij de werkgever

Over de hele loopbaan is tijdskrediet zonder motief een basisrecht voorzien voor de 3 vormen van tijdskrediet, namelijk voor:

  • het voltijds tijdskrediet (waarmee u uw prestaties volledig kan onderbreken);
  • het halftijds tijdskrediet (waarmee u, vertrekkende vanuit een tewerkstelling van minstens 3/4, uw prestaties kan verminderen om halftijds te blijven werken);
  • het 1/5 tijdskrediet (waarmee u, vertrekkende vanuit een voltijdse tewerkstelling, uw prestaties kan verminderen met één dag of twee halve dagen per week).

Wat is de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief?

Over de hele loopbaan kan u het tijdskrediet zonder motief bekomen gedurende een maximumperiode van 12 maanden voltijds equivalent. Aangezien die periode wordt uitgedrukt in maanden voltijds equivalent, geldt de volgende regel voor de berekening van de maximumduur: 1 maand voltijds = 2 maanden halftijds = 5 maanden 1/5.

Bijgevolg hebt u recht op:

  • of maximum 12 maanden voltijds tijdskrediet;
  • of maximum 24 maanden halftijds tijdskrediet;
  • of maximum 60 maanden 1/5 tijdskrediet;
  • of een combinatie van de 3 vormen van tijdskrediet, tot 12 maanden voltijds equivalent.

Wat met het eventuele saldo van het tijdskrediet zonder motief?

Bij een combinatie van de 3 vormen van tijdskrediet zonder motief, wanneer het saldo lager is dan de per aanvraag voorziene minimumduur (3 maanden in geval van voltijds of halftijds tijdskrediet en 6 maanden in geval van 1/5 tijdskrediet) kan dat saldo toch worden verkregen.

Hoe berekent u de maximumduur in geval van combinatie van de 3 vormen van tijdskrediet zonder motief?

Van de maximumperiode van 12 maanden voltijds equivalent moet u alle reeds bekomen periodes van tijdskrediet zonder motief aftrekken. Aangezien de maximumduur in maanden voltijds equivalent wordt uitgedrukt, moet deze vermindering proportioneel berekend worden op basis van de vormen van tijdskrediet die u reeds hebt genoten.

Om de vermindering proportioneel uit te voeren, moet u:

  • voor de periodes halftijds tijdskrediet het aantal maanden door 2 delen;
  • voor de periodes 1/5 tijdskrediet het aantal maanden door 5 delen.

Verder dient u ervan uit te gaan dat een maand gelijk is aan 26 dagen onderbrekingsuitkeringen. Nadat u het resterende saldo hebt berekend en wanneer het resultaat daarvan een aantal maanden bedraagt met een cijfer na de komma, moet u om die decimaal om te zetten in dagen, dat cijfer dus vermenigvuldigen met 26 en het resultaat ervan afronden naar de hogere eenheid.

Voorbeeld 1

U vraagt een 1/5 tijdskrediet zonder motief gedurende 36 maanden.

Aangezien het een vermindering met 1/5 betreft, moeten die 36 maanden gedeeld worden door 5 om het aantal maanden voltijds equivalent te kennen die deze periode vertegenwoordigt, (36/5 = 7,2 maanden).

Om het saldo te kennen van het tijdskrediet zonder motief waarop u nog recht hebt, trekt u vervolgens 7,2 maanden af van de maximumduur van 12 maanden voltijds equivalent (12 – 7,2 = 4,8).

Er resten dus 4,8 maanden voltijds equivalent zonder motief. Bijgevolg hebt u nog recht op:

  • 4,8 maanden voltijds tijdskrediet;
  • of 9,6 maanden halftijds tijdskrediet (want 4,8 maanden x 2 = 9,6);
  • of 24 maanden 1/5 tijdskrediet (want 4,8 maanden x 5 = 24).

Om te berekenen hoeveel dagen het cijfer na de komma vertegenwoordigt, vermenigvuldigt u het met 26 en rondt u het resultaat af naar de hogere eenheid. Dus:

  • voor de 4,8 maanden voltijds tijdskrediet: 0,8 x 26 = 20,8. Afgerond naar de hogere eenheid geeft dat een resultaat van 21 dagen. Er resten dus nog 4 maanden en 21 dagen voltijds tijdskrediet.
  • voor de 9,6 maanden halftijds tijdskrediet: 0,6 x 26 = 15,6. Afgerond naar de hogere eenheid geeft dat een resultaat van 16 dagen. Er resten dus nog 9 maanden en 16 dagen halftijds tijdskrediet.

Voorbeeld 2

U vraagt een 1/5 tijdskrediet zonder motief gedurende 24 maanden. Die periode is dus gelijk aan 4,8 maanden voltijds equivalent (want 24/5 = 4,8).

Er resten dus nog 7,2 maanden voltijds equivalent (want 12 – 4,8 = 7,2). Bijgevolg hebt u nog recht op:

  • 7,2 maanden voltijds tijdskrediet; dat is 7 maanden en 6 dagen (want 0,2 x 26 = 5,2; afgerond naar de hogere eenheid = 6)
  • of 14,4 maanden halftijds tijdskrediet (want 7,2 x 2 = 14,4); dat is 14 maanden en 11 dagen (want 0,4 x 26 = 10,4; afgerond naar de hogere eenheid = 11)
  • of 36 maanden 1/5 tijdskrediet (want 7,2 x 5 = 36).

Vervolgens vraagt u een halftijds tijdskrediet gedurende 10 maanden. Die periode is dus gelijk aan 5 maanden voltijds equivalent (want 10/2 = 5).

Er resten dus 2,2 maanden voltijds equivalent (want 7,2 [het resterende saldo na het 1/5 tijdskrediet] – 5 = 2,2). Bijgevolg hebt u nog recht op:

  • 2,2 maanden voltijds tijdskrediet; dat is 2 maanden en 6 dagen (want 0,2 x 26 = 5,2; afgerond naar de hogere eenheid = 6)
  • of 4,4 maanden halftijds tijdskrediet (want 2,2 x 2 = 4,4); dat is 4 maanden en 11 dagen (want 0,4 x 26 = 10,4; afgerond naar de hogere eenheid = 11)
  • of 11 maanden 1/5 tijdskrediet (want 2,2 x 5 = 11).

Recht op tijdskrediet met motief, bij de werkgever

Naast het basisrecht voorzien in het kader van het tijdskrediet zonder motief, kan u eventueel een bijkomend recht genieten, indien u uw aanvraag kan rechtvaardigen met één van de 6 volgende motieven:

  1. Motief 1 = Zorg dragen voor uw kind(eren) jonger dan 8 jaar;
  2. Motief 2 = Zorg of bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad;
  3. Motief 3 = Palliatieve zorgen verlenen;
  4. Motief 4 = Een erkende opleiding volgen;
  5. Motief 5 = Zorg dragen voor uw gehandicapte kind(eren) jonger dan 21 jaar;
  6. Motief 6 = Zorg of bijstand verlenen aan uw zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van uw gezin.

Wat is de maximumduur van het tijdskrediet met motief?

Opgelet! De maximumduur varieert al naargelang het tijdskrediet wordt aangevraagd om:

  • te zorgen voor uw kind(eren) dat jonger is/die jonger zijn dan 8 jaar (motief 1), bijstand of zorg te verlenen aan een familielid tot de 2de graad of aan een zwaar ziek gezinslid (motief 2), palliatieve zorgen te verlenen (motief 3), een erkende opleiding te volgen (motief 4); hierna de motieven 1 tot 4 genoemd;
  • zorg te dragen voor uw gehandicapt kind jonger dan 21 jaar (motief 5), zorg of bijstand te verlenen aan uw zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van uw gezin (motief 6); hierna de motieven 5 en 6 genoemd.

Maximumduur van het tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4

De maximumduur van deze 4 motieven van tijdskrediet bedraagt 36 maanden.

Opgelet! Die duur kan variëren in functie van de gevraagde vorm van tijdskrediet.

  • In geval van 1/5 tijdskrediet is de maximumduur steeds gelijk aan 36 maanden.
  • In geval van voltijds of halftijds tijdskrediet kan de maximumduur minder dan 36 maanden bedragen. De duur kan immers variëren in functie van de toepasbare collectieve arbeidsovereenkomst (zie hierna).

Maximumduur van het tijdskrediet voor de motieven 5 tot 6

De maximumduur van het tijdskrediet voor deze motieven bedraagt 48 maanden. Deze maximumduur is identiek, ongeacht de gevraagde vorm van tijdskrediet (voltijds, halftijds of 1/5).

Hoe berekent u de maximumduur wanneer u verschillende motieven combineert?

De maximumduur voor de motieven 1 tot 4 en die voor de motieven 5 en 6 wordt niet samengeteld.

Bijvoorbeeld: u hebt twee kinderen van wie het ene jonger is dan 8 jaar en het andere 10 jaar is en een handicap heeft die minstens gelijk is aan 66%. U kan dus geen 36 maanden tijdskrediet verkrijgen voor motief 1, voor uw kind dat jonger is dan 8 jaar + 48 maanden tijdskrediet voor motief 5, voor uw gehandicapt kind. In dat geval kan u de langste duur verkrijgen, namelijk 48 maanden, ofwel via de maximumduur van 48 maanden tijdskrediet voor motief 5 ‘gehandicapt kind jonger dan 21 jaar’, ofwel via de maximumduur van 36 maanden tijdskrediet voor motief 1 ‘kind jonger dan 8 jaar’ + 12 maanden tijdskrediet voor motief 5 ‘gehandicapt kind’. Andere combinaties zijn mogelijk, maar de duur van 48 maanden mag niet worden overschreden.

De maximumduur van het tijdskrediet met motief wordt uitgedrukt in kalendermaanden en niet in maanden voltijds equivalent (zoals voorzien is voor het tijdskrediet zonder motief).

Bijvoorbeeld: Indien u een 1/5 tijdskrediet aanvraagt voor motief 1 ‘zorgen voor uw kind(eren) jonger dan 8 jaar’, is de maximumduur 36 kalendermaanden en geen 36 maanden voltijds equivalent, d.w.z. 36 x 5 = 180 maanden.

Eens de maximumduur van 36 of 48 maanden is uitgeput, is er geen verlenging meer mogelijk, ongeacht het motief waarvoor u het tijdskrediet hebt aangevraagd.

Bijvoorbeeld:

  • Indien u 2 kinderen hebt die jonger zijn dan 8 jaar, beschikt u niet over 2 maal 36 maanden tijdskrediet voor het motief 1 ‘zorgen voor zijn kind jonger dan 8 jaar’;
  • Indien u de 36 maanden tijdskrediet voor het motief 1 ‘zorgen voor uw kind jonger dan 8 jaar’ hebt uitgeput, kan u niet opnieuw 36 maanden tijdskrediet bekomen voor het motief 4 ‘een erkende opleiding volgen’.

Wat met het eventuele saldo van het tijdskrediet met motief?

Indien het resterende saldo van de maximumduur van 36 of 48 maanden lager is dan de per aanvraag vastgelegde minimumduur, kan u dat saldo toch krijgen.

Nb: Wanneer de aanvraag gemotiveerd is met:

  • motief 1 ‘kind jonger dan 8 jaar’, motief 4 ‘een erkende opleiding volgen’ of motief 5 ‘gehandicapt kind’, bedraagt de minimumduur van voltijds of halftijds tijdskrediet 3 maanden en die van 1/5 tijdskrediet 6 maanden;
  • motief 2 ‘bijstand of zorg aan een ….  zwaar ziek familielid’, motief 3 ‘palliatieve zorgen’ of motief 6 ‘minderjarig … zwaar ziek kind’, bedraagt de minimumduur van het voltijds, halftijds en 1/5 tijdskrediet 1 maand.

Hoe berekent u de maximumduur van het voltijds of halftijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4?

Om het voltijds of halftijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4 te kunnen bekomen, moet er verplicht een sectorale of ondernemings-cao zijn die de mogelijkheid voorziet.

Bijgevolg:

  • is daarover geen cao gesloten, dan het is niet mogelijk om het voltijds of halftijds tijdskrediet te bekomen voor die motieven;
  • is daarover een cao gesloten, dan moet die de maximumduur bepalen van het voltijds of halftijds tijdskrediet die kan worden verkregen voor die motieven, zonder dat die duur de 36 maanden mag overschrijden.

Opmerking! Indien vóór 01.09.2012 (dat wil zeggen in toepassing van de reglementering, bepaald in de cao nr. 77bis) een sectorale of ondernemings-cao werd gesloten om het recht op het voltijds of het halftijds tijdskrediet uit te breiden tot meer dan een jaar, kan die cao dienen om het recht te openen op het voltijds of halftijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4. Destijds konden cao’s worden gesloten tot maximum 5 jaar. Zulke cao’s laten echter niet toe het bijkomende recht gedurende 4 of 5 jaar te bekomen. Dat bijkomende recht moet steeds beperkt zijn tot maximum 36 maanden.

Maximumduur in functie van de collectieve arbeidsovereenkomst (cao)

De maximumduur overeengekomen in de cao is niet systematisch gelijk aan 36 maanden. Hij kan variëren in functie van de overeenkomsten gesloten tussen de vakbonden en de werkgeversfederatie of de werkgever. Die maximumduur kan dus gelijk zijn aan 12 maanden, 24 maanden of 36 maanden. Volgens de interpretatie van de sociale partners, moet de cao een uitbreiding voorzien van het basisrecht dat vastgelegd werd in het kader van het tijdskrediet zonder motief.

Bijgevolg:

  • indien de cao een uitbreiding met 1 jaar of een uitbreiding tot 2 jaar voorziet, is het mogelijk om:
    • het basisrecht van 12 maanden voltijds equivalent te bekomen zonder motief;
    • + maximum 12 maanden voltijds of halftijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4;
  • indien de cao een uitbreiding met 2 jaar of een uitbreiding tot 3 jaar voorziet, is het mogelijk om:
    • het basisrecht van 12 maanden voltijds equivalent te bekomen zonder motief;
    • + maximum 24 maanden voltijds of halftijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4;
  • indien de cao een uitbreiding met 3 jaar of een uitbreiding tot 4 jaar of tot 5 jaar voorziet, is het mogelijk om:
    • het basisrecht van 12 maanden voltijds equivalent te bekomen zonder motief;
    • + maximum 36 maanden voltijds of halftijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4;

NB: wanneer het bijkomend recht wordt geopend op basis van een cao (gesloten in toepassing van de cao nr. 77bis) die een uitbreiding van het recht tot 4 jaar of tot 5 jaar voorzag, moet dat recht in toepassing van de nieuwe reglementering echter beperkt worden tot maximum 36 maanden.

Hoe berekent u het resterende recht bij de werkgever wanneer u al periodes van tijdskrediet en/of loopbaanonderbreking hebt genomen in het verleden?

Aangezien de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief en het tijdskrediet met motief, van kracht sinds 01.09.2012, bepaald zijn voor de gehele beroepsloopbaan, moet het volgende er verplicht van afgetrokken worden:

  • alle periodes van voltijds, halftijds en 1/5 tijdskrediet, verkregen in toepassing van de cao nr. 77bis (die van kracht was tussen 01.01.2002 en 31.08.2012 + in sommige gevallen na 31.08.2012 wanneer een overgangsmaatregel kon worden toegepast);
  • alle periodes van volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking verkregen:
    • in de privésector vóór 01.01.2002, namelijk vóór de oprichting van tijdskrediet;
    • in de openbare sector (de administraties en de diensten die ervan afhangen), het onderwijs, de autonome overheidsbedrijven, de rechterlijke orde, de universiteiten, etc.

De periodes van thematisch verlof (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof) daarentegen worden nooit afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet zonder en met motief en dat, ongeacht de sector waar het thematisch verlof werd verkregen (privé, openbaar, enz.).

Basisprincipe van de verrekeningsregels

De reglementering voorziet dat alle periodes van tijdskrediet en alle periodes van loopbaanonderbreking (genoemd in het antwoord op de vorige vraag):

  • eerst afgetrokken worden van de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief;
  • het eventuele saldo moet vervolgens afgetrokken worden van de maximumduur van het tijdskrediet met motief.

De aftrek van die periodes moet chronologisch gebeuren. Dat betekent dat eerst de oudste periode moet worden afgetrokken en vervolgens de eventuele andere periodes die later zijn opgenomen.

De aftrek van de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief moet proportioneel gebeuren in functie van de vorm van tijdskrediet of loopbaanonderbreking die werd verkregen. Daartoe gebruikt u de volgende berekeningsregel: 1 maand voltijds = 2 maanden halftijds = 5 maanden 1/5-tijds.

NB: in het kader van de loopbaanonderbreking, 1 maand voltijds equivalent = 4 maand prestatievermindering met 1/4 of 3 maand prestatievermindering met 1/3.

Als er een overschot is, wordt het resterende saldo afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet met motief. De aftrek van het saldo van die periodes moet in kalendermaanden gebeuren (en niet in maanden voltijds equivalent). Wanneer dat negatieve saldo dan ook resulteert uit een halftijds tijdskrediet, dan moet het worden vermenigvuldigd met 2 om het aantal kalendermaanden te kennen dat moet worden afgetrokken van het tijdskrediet met motief. Wanneer het het gevolg is van een 1/5 tijdskrediet moet het worden vermenigvuldigd met 5.

Betreft het overigens een periode van volledige schorsing of halftijdse prestatievermindering, om het overschot van de maximumduur van het tijdskrediet met motief 1 tot 4 te kunnen aftrekken, moet er daarover verplicht een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst (cao) of een ondernemings-cao voorzien zijn. Als dat het geval is, is de aftrek slechts mogelijk op basis van de in de cao voorziene maximumduur, zonder 36 maanden te overschrijden.

Bovendien dient u ervan uit te gaan dat een maand gelijk is aan 26 dagen onderbrekingsuitkeringen. Nadat u het resterende saldo hebt berekend en wanneer het resultaat daarvan een aantal maanden bedraagt met een cijfer na de komma, moet u om deze decimaal om te zetten in dagen, dat cijfer dus vermenigvuldigen met 26 en het resultaat daarvan afronden naar de hogere eenheid.

Belangrijke opmerking! Zelfs als de periode(s) van tijdskrediet verkregen in toepassing van de cao nr. 77bis gerechtvaardigd was/waren door een motief om de onderbrekingsuitkeringen van de RVA te verkrijgen, moeten die periodes eerst worden afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief en het eventuele saldo van de maximumduur van het tijdskrediet met motief.

Voorbeeld 1

U hebt al 24 maanden halftijds tijdskrediet genomen van 2007 tot 2009.

Die 24 maanden van halftijds tijdskrediet moeten proportioneel worden afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief van 12 maanden voltijds equivalent.

Vermits die 24 maanden halftijds gelijk zijn aan 12 maanden voltijds equivalent (want 24/2 = 12), betekent dat dat de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief is uitgeput. Er rest dus enkel de mogelijkheid om een tijdskrediet met motief te vragen.

Voorbeeld 2

U nam reeds:

  • 36 maanden 1/5 tijdskrediet van 2002 tot 2005;
  • 12 maanden halftijds tijdskrediet van 2007 tot 2008.

Aangezien er 2 periodes tijdskrediet zijn geweest, moeten die in chronologische volgorde worden afgetrokken.

U moet dus eerst de 36 maanden 1/5 tijdskrediet aftrekken van de 12 maanden voltijds equivalent tijdskrediet zonder motief. Daartoe deelt u dus 36 door 5 om het aantal maanden voltijds equivalent te kennen (36/5 = 7,2).

Na deze eerste aftrek (12 – 7,2) resten er 4,8 maanden voltijds equivalent tijdskrediet zonder motief.

Vervolgens trekt u de 12 maanden halftijds tijdskrediet proportioneel af van het resterende saldo van het tijdskrediet zonder motief van 4,8 maanden voltijds equivalent. Daartoe deelt u 12 door 2 om het aantal maanden voltijds equivalent te kennen (12/2 = 6).

Na die tweede aftrek (4,8 – 6) is er een negatief saldo van 1,2 maanden. Gelet op het negatieve saldo is de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief uitgeput.

Het negatieve saldo van 1,2 maanden voltijds equivalent trekt u af van de maximumduur van het tijdskrediet met motief.

Belangrijke opmerkingen voor het vervolg van de berekening!

  • omdat het negatieve saldo van 1,2 maanden resulteert uit een periode halftijds tijdskrediet, moet u dat saldo met 2 vermenigvuldigen om te weten hoeveel kalendermaanden u moet aftrekken van het tijdskrediet met motief (1,2 x 2 = 2,4 maanden);

NB: omdat de maximumduur van het tijdskrediet met motief bepaald wordt in kalendermaanden, moet de aftrek van het saldo van 2,4 maanden niet proportioneel gebeuren;

  • om het saldo te kennen van het voltijds of halftijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4, moet u eerst weten of daarover een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) werd gesloten en zo ja, wat er de maximumduur van is.

Als we in dit voorbeeld uitgaan van de hypothese dat een cao werd gesloten om het basisrecht van 1 jaar uit te breiden, dan betekent dat dat de maximumduur van het tijdskrediet met motief, op basis waarvan de aftrek van het saldo zal moeten gebeuren:

  • maximum 12 maanden voltijds of halftijds tijdskrediet zal bedragen voor de motieven 1 tot 4;
  • maximum 36 maanden 1/5 zal bedragen voor de motieven 1 tot 4;
  • maximum 48 maanden voltijds, halftijds of 1/5 zal bedragen voor de motieven 5 en 6.

Bijgevolg resten er, na aftrek van het saldo van 2,4 maanden:

  • 9,6 kalendermaanden (12 – 2,4) voltijds of halftijds tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4;
  • of 33,6 kalendermaanden (36 – 2,4) 1/5 tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4;
  • of 45,6 kalendermaanden (48 – 2,4) voltijds, halftijds of 1/5 tijdskrediet voor de motieven 5 en 6.

Om te berekenen hoeveel dagen het cijfer na de komma vertegenwoordigt, vermenigvuldigt u dezes met 26 en rondt u het resultaat af naar de hogere eenheid. Dus: 0,6 x 26 = 15,6; afgerond naar de hogere eenheid = 16 dagen.

Uitzondering op het basisprincipe van de verrekeningsregels

Deze uitzondering stelt u in staat een periode die u verkreeg zonder motief om te zetten in een periode met motief. Het is de bedoeling die omgezette periode te kunnen aftrekken van de maximumduur van het tijdskrediet met motief.

Concreet: indien u het onweerlegbare bewijs kan leveren dat de periodes van tijdskrediet verkregen in toepassing van de cao nr. 77bis en/of de periode van loopbaanonderbreking gerechtvaardigd waren door een van de motieven voorzien in de reglementering, dan worden die periodes:

  • eerst afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet met motief;
  • het eventuele saldo moet vervolgens afgetrokken worden van de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief.

Voorbeeld:

U hebt 24 maanden 1/5 tijdskrediet genomen van 2003 tot 2005, in toepassing van de cao nr. 77bis. Voordien werd in de reglementering niet gevraagd om welk motief dat tijdskrediet werd aangevraagd. Uit de feiten blijkt dat u die 24 maanden halftijds tijdskrediet hebt gevraagd om te zorgen voor uw kind jonger dan 8 jaar.

Aangezien het 1/5 tijdskrediet voor de motieven 1 tot 4 voorzien is voor maximum 36 maanden, indien u het bewijs voorlegt dat uw kind jonger was dan 8 jaar op de aanvangsdatum van het tijdskrediet dat u wenst om te zetten, zullen die 24 maanden worden afgetrokken van de 36 maanden van 1/5 tijdskrediet voorzien voor de motieven 1 tot 4. Bijgevolg blijft er een duur van 12 maanden 1/5 tijdskrediet over voor de motieven 1 tot 4 en de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief van 12 maanden voltijds equivalent zal niet worden verminderd.

Hoe berekent u de vergoedingsperiode waarop u eventueel aanspraak kan maken in geval van tijdskrediet zonder of met motief?

Vooraf

De bepalingen inzake de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen werden op 1 januari 2015 gewijzigd. Er bestaan echter nog 2 situaties waarin de bepalingen die van kracht waren vóór 1 januari 2015 nog kunnen worden toegepast.

Er moet eerst bepaald worden welke reglementering van kracht is om vervolgens te bepalen of er onderbrekingsuitkeringen kunnen worden toegekend en zo ja, voor welke duur.

Situaties waarin de nieuwe reglementering van kracht vanaf 1 januari 2015 van toepassing is

1ste situatie

U vraagt vanaf 1 januari 2015 voor de allereerste keer een tijdskrediet met of zonder motief aan.

2de situatie

U vraagt vanaf 1 januari 2015 een periode van tijdskrediet zonder motief aan of met motief, tijdskrediet dat geen ononderbroken verlenging is in dezelfde onderbrekingsvorm (voltijds, halftijds of 1/5) van een tijdskrediet dat al liep op 31 december 2014.

Situaties waarin de reglementering die van kracht was vóór 1 januari 2015 van toepassing blijft

1ste situatie: in geval van aanvraag tot verlenging

U vraagt vanaf 1 januari 2015 een ononderbroken verlenging aan van een tijdskrediet zonder of met motief dat al liep op 31 december 2014.

Het begrip ‘verlenging’ moet worden begrepen als hernieuwing, van datum tot datum, van een periode van tijdskrediet die was aangevat vóór 1 januari 2015. Opdat de aanvraag bovendien kan worden beschouwd als een verlenging moet de nieuwe gevraagde periode verplicht onder hetzelfde stelsel van tijdskrediet vallen (zonder of met motief) en onder dezelfde onderbrekingsvorm (voltijds, halftijds of 1/5).

NB: om onder het toepassingsgebied van de reglementering die van kracht was vóór 1 januari 2015 te blijven vallen, volstaat het niet om het tijdskrediet dat al liep te willen hernieuwen. De verlenging moet worden toegekend door de werkgever conform de bepalingen van de cao nr. 103. Weet dat de werkgever in ondernemingen van meer dan 10 werknemers de datum van de hernieuwing van het tijdskrediet kan uitstellen ofwel omdat het quotum van de gelijktijdige afwezigheden bereikt of overschreden is, ofwel omwille van dwingende interne of externe redenen. In die hypothese, indien er een interval is tussen de periode van tijdskrediet die ten einde liep en de aanvangsdatum van de nieuwe gevraagde periode, gaat het niet om een verlenging en nochtans is het de reglementering van kracht vanaf 1 januari 2015 die moet worden toegepast.

2de situatie: in geval van gebruik van de volgende overgangsmaatregel

Deze maatregel is enkel van toepassing indien u voldoet aan de volgende 3 voorwaarden:

  • u hebt het tijdskrediet zonder of met motief gevraagd via een schriftelijke kennisgeving overgemaakt aan uw werkgever vóór 1 januari 2015;
  • u hebt het aanvraagformulier voor de onderbrekingsuitkeringen overgemaakt aan de RVA vóór 1 april 2015;
  • de ingangsdatum van het tijdskrediet situeerde zich voor 1 juli 2015.

Deze 3 voorwaarden moeten gelijktijdig worden vervuld. Indien één van die voorwaarden niet is vervuld, valt u onder het toepassingsgebied van de reglementering die van kracht is vanaf 1 januari 2015.

Vergoedingsregels in toepassing van de reglementering van kracht vanaf 1 januari 2015 in geval van tijdskrediet zonder motief

Voortaan wordt het tijdskrediet zonder motief toegekend zonder onderbrekingsuitkeringen. Als u bijgevolg voldoet aan de toegangsvoorwaarden, dan kan de maximumduur van het tijdskrediet zonder motief of het resterende saldo van die maximumduur worden verkregen bij de werkgever, maar:

  • in geval van voltijds tijdskrediet krijgt u geen bezoldiging van de werkgever, noch uitkering van de RVA;
  • in geval van halftijds tijdskrediet hebt u enkel recht op de halftijdse bezoldiging betaald door de werkgever;
  • in geval van 1/5 tijdskrediet hebt u enkel recht op de 4/5 bezoldiging betaald door de werkgever.

Vergoedingsregels in toepassing van de reglementering van kracht vanaf 1 januari 2015 in geval van tijdskrediet met motief

Het recht op onderbrekingsuitkeringen wordt behouden in geval van een aanvraag van tijdskrediet met motief. De theoretische vergoedingsduur bedraagt:

  • maximum 36 maanden wanneer het tijdskrediet wordt gevraagd om een opleiding te volgen;
  • maximum 48 maanden wanneer het tijdskrediet wordt gevraagd om een van de volgende motieven:
  • zorg dragen voor uw kind(eren) jonger dan 8 jaar;
  • zorg of medische bijstand verlenen aan een gezins- of familielid tot de 2de graad of aan een een zwaar ziek gezinslid;
  • palliatieve zorgen verstrekken;
  • zorgen voor uw gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar.

Verschil tussen de maximumduur van het tijdskrediet met motief dat kan worden verkregen bij de werkgever en de maximumduur van vergoeding

Aangezien de cao nr. 103, die het recht regelt dat bij de werkgever kan worden verkregen, niet werd gewijzigd door de sociale partners, valt de maximumduur van het tijdskrediet met motief die erin voorzien is niet systematisch samen met de maximumduur van vergoeding voorzien in de reglementering met betrekking tot de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen.

Hieronder vindt u een vergelijkende tabel: 

Motief van het tijdskrediet

Maximumduur van het recht bij de werkgever

Maximumduur van vergoeding

Zorg dragen voor uw kind(eren) jonger dan 8 jaar

36 maanden

48 maanden

Zorg dragen voor een zwaar ziek gezins- of familielid

36 maanden

48 maanden

Palliatieve zorgen verstrekken

36 maanden

48 maanden

Een erkende opleiding volgen

36 maanden

36 maanden

Zorgen voor zijn gehandicapt kind jonger dan 21 jaar

48 maanden

48 maanden

Zorgen voor zijn zwaar ziek minderjarig kind

48 maanden

/

Gevolg voor de berekening van de maximumduur van vergoeding

Om het recht op onderbrekingsuitkeringen te verkrijgen, moet u vooreerst recht hebben op het tijdskrediet met motief binnen uw onderneming, uw vzw, etc. Dat betekent dat de RVA u geen uitkeringen kan toekennen voor een langere periode dan die van het maximumrecht voorzien bij de werkgever. Bijgevolg kan u de uitkeringen slechts bekomen gedurende maximum 36 maanden wanneer het tijdskrediet wordt gevraagd voor de motieven ‘kind jonger dan 8 jaar’, ‘medische bijstand …’ en ‘palliatieve zorgen’.

Concreet: zolang de sociale partners de maximumduur van het recht dat bij de werkgever kan worden verkregen niet wijzigen, kunnen de 12 maanden onderbrekingsuitkeringen die werden toegevoegd door het nieuwe koninklijk besluit niet worden toegekend door de RVA.

Schrapping van het motief ‘zwaar ziek minderjarig kind’ in de vergoedingsmotieven

Het motief van de cao nr. 103 dat erin bestaat ‘bijstand of zorg verlenen voor uw zwaar ziek minderjarig kind of voor een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van uw gezin’ is niet opgenomen in de reglementering met betrekking tot de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen die sinds 1 januari 2015 van kracht is.

In feite overlapte dat motief het motief voorzien voor ‘zorg of bijstand verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad’.

Om dat probleem te verhelpen, kan u aan uw werkgever de maximumperiode van 48 maanden tijdskrediet voor het motief ‘zwaar ziek minderjarig kind’ vragen en onderbrekingsuitkeringen aanvragen op basis van het motief ‘zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid tot de 2de graad’. In dat geval en voor zover het kind voor wie dat motief wordt gevraagd minder dan 18 jaar is, kan de RVA u de onderbrekingsuitkeringen toekennen gedurende de maximumperiode van 48 maanden, voorzien door de nieuwe reglementering.

Verschil op het vlak van de verrekeningsregels van de reeds verkregen periodes

In toepassing van de reglementering die van kracht is sinds 1 januari 2015 moeten alle periodes die in het verleden werden genomen, worden afgetrokken van de maximumduur van vergoeding van het tijdskrediet met motief. Het aftrekken van al die periodes impliceert dat men van de maximumduur van vergoeding van het tijdskrediet met motief de periodes moet aftrekken die eerder werden verkregen zonder motief, alsook die met motief.

In het kader van dat verrekeningsprincipe worden de periodes zonder motief afgetrokken in maanden voltijds equivalent en de periodes met motief in kalendermaanden.

Wat de motieven ‘kinderen jonger dan 8 jaar’, ‘medische bijstand …’ en ‘palliatieve zorgen’ betreft, gebeurt de aftrek van de in het verleden bekomen periodes op basis van de maximumduur van 36 maanden (en niet van de 48 maanden, vastgelegd in het besluit zoals gewijzigd). Aangezien de diensten van de RVA immers slechts onderbrekingsuitkeringen kunnen toekennen gedurende de maximumduur van het recht voorzien bij de werkgever, moet de verrekening van de in het verleden verkregen periodes gebeuren op basis van de 36 vergoedbare maanden.

Omwille van het verschil van de verrekeningsregels is het mogelijk dat u bij uw werkgever nog recht hebt op het tijdskrediet met motief voor een bepaald aantal maanden, maar dat niet de volledige periode kan worden vergoed door de RVA.

Voorbeeld

In toepassing van de cao nr. 77 bis heeft een werknemer al 60 maanden 1/5 tijdskrediet zonder motief genomen van 1 januari 2005 tot 31 december 2009.

In toepassing van de cao nr. 103 vraagt hij nu een 1/5 tijdskrediet aan met motief ‘kind(eren) jonger dan 8 jaar’ gedurende 36 maanden, van 1 juli 2015 tot 30 juni 2018.

Duur van het resterende recht bij de werkgever
  • Tijdskrediet zonder motief

De maximumduur van de 12 maanden voltijds equivalent die kan worden verkregen bij de werkgever wordt afgetrokken van de 12 maanden voltijds equivalent, dat wil zeggen van de 60/5 maanden 1/5 tijdskrediet zonder motief, verkregen van 01.01.2005 tot 31.12.2009.

De maximumduur van het tijdskrediet zonder motief is dus uitgeput.

  • Tijdskrediet met motief ‘kind(eren) jonger dan 8 jaar’

Aangezien nog geen enkel tijdskrediet met motief werd bekomen, wordt de maximumduur van 36 maanden die kunnen worden verkregen bij de werkgever niet beïnvloed door het tijdskrediet zonder motief verkregen van 01.01.2005 tot 31.12.2009.

De maximumduur van het tijdskrediet met motief bedraagt dus 36 maanden.

Resterende vergoedingsduur

De maximumduur van vergoeding van 36 kalendermaanden voorzien in geval van 1/5 tijdskrediet met motief ‘kind(eren) jonger dan 8 jaar’ moet worden afgetrokken van 12 maanden voltijds equivalent, dat wil zeggen van de 60/5 maanden 1/5 tijdskrediet zonder motief, verkregen van 01.01.2005 tot 31.12.2009.

Het vergoedingssaldo bedraagt dus maximum 24 maanden.

Conclusie

Deze werknemer kan bij zijn werkgever de maximumperiode van 36 maanden van 1/5 tijdskrediet met motief ‘kind(eren) jonger dan 8 jaar’ nog verkrijgen.

Omwille van de verrekeningsregel voorzien door de reglementering van kracht sinds 1 januari 2015, zal hij slechts gedurende 24 maanden van de 36 maanden waarop hij recht heeft, kunnen worden vergoed.

Indien die werknemer bijgevolg zijn aanvraag om uitkeringen tijdskrediet met motief indient voor de periode van 1 juli 2015 tot 30 juni 2018, zal de RVA de volgende beslissingen nemen:

  • beslissing tot toekenning van de onderbrekingsuitkeringen voor de periode van 1 juli 2015 tot 30 juni 2017;
  • beslissing tot toekenning van het tijdskrediet zonder onderbrekingsuitkeringen voor de periode van 1 juli 2017 tot 30 juni 2018.

Vergoedingsregels in toepassing van de reglementering die van kracht was vóór 1 januari 2015

Zowel in het kader van het tijdskrediet zonder motief als in het kader van het tijdskrediet met motief kunnen de diensten van RVA u onderbrekingsuitkeringen toekennen gedurende de hele duur van het recht dat kan worden bekomen bij de werkgever (zie de eerder vermelde regels).