Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden - preliminaire voorwaarden
Inhoud van deze pagina
E54
Laatste update : 19.10.2026
Inleiding
De schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden wegens werkgebrek is voorzien in de artikelen 77/1 tot 77/8 van de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
De schorsing van bedienden wegens werkgebrek mag enkel toegepast worden als u voldoet aan de preliminaire voorwaarden.
Dat moet blijken uit:
- een formulier C106A als uw onderneming onderworpen is aan de btw;
- een formulier C106A-NBTW als uw onderneming niet onderworpen is aan de btw.
- Als u gebruik maakt van een cao, moet u dit formulier ten minste 14 dagen voor de 1ste elektronische mededeling van de 'schorsing bedienden wegens werkgebrek om economische redenen' per aangetekende brief bezorgen aan de dienst tijdelijke werkloosheid van het RVA-kantoor dat bevoegd is voor de maatschappelijke zetel of de technische bedrijfseenheid van de onderneming.
- Als u gebruik maakt van een ondernemingsplan, moet u dat formulier samen met het ondernemingsplan bezorgen aan de directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (adres: Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel).
Nadat u het formulier C106A of C106A-NBTW heeft ingediend, ontvangt u in principe binnen 2 weken:
- een positief antwoord als aan de voorwaarden is voldaan;
- of een negatief antwoord als dat niet het geval is.
De 1ste mededeling van de schorsing van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen kan pas aan de RVA worden verstuurd nadat minstens 14 dagen zijn verstreken sinds de verzending van het formulier C106A of C106A-NBTW waaruit blijkt dat u aan de voorwaarden voldoet.
Meer info vindt u in het infoblad E55.
Voorwaarden voor het gebruik van de schorsing van bedienden wegens werkgebrek door economische redenen
U moet aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:
- U valt onder het toepassingsgebied van de wet van 05.12.1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
Het betreft dus voornamelijk ondernemingen uit de privésector. - Het gebruik van die maatregel is voorzien in een sectorale cao, een ondernemings-cao of een goedgekeurd ondernemingsplan (zie toelichting hieronder).
Het toepasbare kader wordt vermeld in rubriek II van het formulier C106A of C106A-NBTW. - Uw onderneming is in moeilijkheden als gevolg van een daling van ten minste 10% van de omzet, de productie of de bestellingen (volgens de btw-aangifte of, als uw onderneming niet onderworpen is aan de btw, op basis van boekhoudkundige bewijsstukken) of als gevolg van een graad van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek van minstens 10% of uw onderneming is door de minister van Werk erkend als onderneming in moeilijkheden, op basis van onvoorziene omstandigheden die op korte termijn een substantiële daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen tot gevolg hebben.
Sectorale cao, ondernemings-cao of ondernemingsplan – Algemene uitleg
Het gebruik van de schorsing van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen moet voorzien zijn in een sectorale cao, een ondernemings-cao of een goedgekeurd ondernemingsplan.
U moet dus gebonden zijn aan:
- een cao gesloten in het bevoegde paritaire comité;
- voor ondernemingen met een syndicale delegatie die niet onder een sectorale cao vallen:
- een ondernemings-cao of
- een ondernemingsplan.
Als binnen 2 weken na de opstart van de onderhandelingen over het sluiten van een ondernemings-cao geen akkoord wordt bereikt, kan de werkgever de schorsing van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen toch toepassen, op voorwaarde dat hij een ondernemingsplan opstelt dat in die maatregel voorziet en dat werd goedgekeurd;
- voor ondernemingen zonder syndicale delegatie die niet vallen onder een sectorale cao:
- een cao of
- een ondernemingsplan opgesteld door de werkgever, dat het gebruik van de schorsing van bedienden wegens werkgebrek voorziet en dat werd goedgekeurd.
De cao’s en ondernemingsplannen moeten worden neergelegd ter griffie van de directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (adres: Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel).
Voor meer uitleg over het opstellen en neerleggen van die cao's en ondernemingsplannen, zie www.werk.belgie.be.
Opmerking
Als u geen gebruik maakt van een sectorale cao, een ondernemings-cao of een ondernemingsplan, kunt u ook gebruik maken van de aanvullende cao nr. 183 afgesloten binnen de NAR op 21.10.2025.
Die cao is van toepassing van 01.01.2026 tot en met 30.06.2029.
Procedure voor het goedkeuren van een ondernemingsplan
Als u een ondernemingsplan heeft opgesteld, moet u dat samen met een gemotiveerde aanvraag en het formulier C106A of C106A-NBTW per aangetekende zending bezorgen aan de directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (adres: Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel). Die legt het ondernemingsplan ter goedkeuring voor aan de commissie.
De commissie neemt binnen de 2 weken een beslissing op basis van volgende criteria:
- Is de onderneming in moeilijkheden?
- Voldoet het ondernemingsplan aan alle wettelijke bepalingen?
- Leidt de toepassing van het ondernemingsplan tot het vermijden van ontslagen?
De gemotiveerde beslissing wordt aan u en aan de RVA meegedeeld.
Voor meer uitleg over de goedkeuring van ondernemingsplannen, zie www.werk.belgie.be.
Inhoud van de cao en het ondernemingsplan?
De cao of het ondernemingsplan moet volgende vermeldingen bevatten:
- de vermelding dat de cao of het ondernemingsplan gesloten is in uitvoering van Hoofdstuk II/1 (Regeling van schorsing van uitvoering van de overeenkomst en regeling van gedeeltelijke arbeid) van de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
- maatregelen voor het maximaal behoud van de tewerkstelling;
- het bedrag van het supplement dat de werkgever betaalt bovenop de werkloosheidsuitkering;
- de maximale duurtijd van de volledige schorsing of van de regeling van gedeeltelijke arbeid per kalenderjaar (maximum 16 weken volledige schorsing of 26 weken gedeeltelijke arbeid).
Die cao's of ondernemingsplannen kunnen geen supplementaire voorwaarden of modaliteiten opleggen die door de RVA moeten worden gecontroleerd of die een invloed kunnen hebben op de vergoedbaarheid.
Daling van de omzet van ten minste 10% (vak A van formulier C106A of C106A-NBTW)
Voor de toepassing van dit criterium wordt rekening gehouden met de omzet volgens de ingediende btw-aangiften.
Voor de berekening van de omzet worden de bedragen van de onderstaande codes van de btw-aangifte opgeteld: (00 + 01 + 02 + 03 + 44 + 45 + 46 + 47) – (48 + 49)
Als uw onderneming niet is onderworpen aan de btw, moet u de daling bewijzen door een dossier in te dienen met alle boekhoudkundige documenten of bewijsstukken.
Het omzetcijfer van het refertekwartaal moet minstens 10% lager zijn dan het omzetcijfer van het overeenstemmende kwartaal in een van de 2 kalenderjaren die aan de referentiedatum voorafgaan.
De berekening gebeurt als volgt: (omzetcijfer refertekwartaal) ≤ 0,9 × (omzetcijfer van het overeenstemmende kwartaal in een van de 2 kalenderjaren die aan de refertedatum voorafgaan).
De refertedatum is de geplande datum van de 1ste mededeling van schorsing van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen.
Het refertekwartaal is 1 van de 4 kwartalen die aan de refertedatum voorafgaan.
Keuze van het laatste kwartaal vóór de refertedatum als refertekwartaal (vak A1 van het formulier C106A of C106A-NBTW)
In dit geval moet de omzet van de laatst ingediende trimestriële btw-aangifte of, voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen, van het laatst verstreken kwartaal, minstens 10% lager liggen dan de omzet van het overeenstemmende kwartaal van het gekozen jaar.
Kiest u het laatst ingediende kwartaal als refertekwartaal, dan vult u rubriek III, A1 van het formulier C106A of C106A-NBTW in.
Omdat aan de btw onderworpen ondernemingen hun btw-aangifte uiterlijk op de 20ste dag van de maand die volgt op het betrokken kwartaal moeten indienen, kunt u, wanneer u het formulier C106A indient tijdens de eerste 20 dagen van een nieuw kwartaal, het kwartaal dat voorafgaat aan het afgelopen kwartaal beschouwen als de laatst ingediende trimestriële aangifte.
Bij het formulier C106A moet u een kopie voegen van de btw-aangiften betreffende het refertekwartaal en het overeenstemmende kwartaal van het gekozen jaar.
Voorbeeld:
Voorziene datum van 1ste mededeling schorsing van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen: 02.01.2016.
Omzet in refertekwartaal (3/2015 ): € 998 876.
Omzet in het overeenstemmende kwartaal in 2014 (3/2014): € 1 400 356.
€ 998 876 £ [0,9 x (€ 1 400 356)]
€ 998 876 £ € 1 260 320
Bijlagen: btw-aangiften van de kwartalen 3/2015 en 3/2014 (+ evt. bijlage rubriek II)
Keuze van het 2de, 3de of 4de kwartaal als refertekwartaal voorafgaand aan de refertedatum (vak A2 van het formulier C106A of C106A-NBTW)
In dit geval kunt u het 2de, 3de of 4de kwartaal voorafgaand aan de geplande datum van de 1ste mededeling van schorsing van bedienden wegens werkgebrek refertekwartaal kiezen.
De omzet van dat refertekwartaal moet minstens 10% lager zijn dan de omzet van het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar.
Bovendien moet ook de omzet in het/de daaropvolgende kwartaal/kwartalen lager zijn (zonder dat de 10% moet bereikt worden) dan de omzet van dezelfde kwartalen die volgen op het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar.
Voor btw-plichtige ondernemingen hoeft bij de verzending van het formulier C106A tijdens de eerste 20 dagen van een nieuw kwartaal nog geen rekening te worden gehouden met het afgelopen kwartaal waarvoor de aangifte nog niet werd ingediend.
Als u een kwartaal dat voorafgaat aan het laatst ingediende kwartaal als refertekwartaal kiest, vult u rubriek III, A2 van het formulier C106A in.
U moet een kopie van de ingediende btw-aangiften betreffende het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar en alle recentere kwartalen toevoegen bij het formulier C106A.
Voorbeeld:
Voorziene datum van de 1ste mededeling schorsing van bedienden wegens werkgebrek: 02.07.2016.
Gekozen refertekwartaal: 3/2015.
Gekozen kalenderjaar: 2014.
1ste rij tabel: 3/2015 3/2014
€ 998 876 £ [(0,9 x € 1 400 356) = € 1 260 320]
2de rij tabel: 4/2015 4/2014
€ 990 345 £ € 1 200 776
3de rij tabel: 1/2016 1/2015
€ 980 111 £ € 1 000 897
4de rij tabel: blanco, omdat de btw-aangifte voor 2/2016 nog niet ingediend is.
Bijlagen: btw-aangiften van 3/2015, 3/2014, 4/2015, 4/2014, 1/2016 en 1/2015 (+ evt. bijlage rubriek II).
Met welke entiteit kan er rekening worden gehouden?
Wanneer gebruik wordt gemaakt van het criterium 'daling van de omzet', wordt rekening gehouden met de onderneming als juridische entiteit
of als technische bedrijfseenheid
die uit meerdere juridische entiteiten bestaat.
De aanvraag betreft de juridische entiteit (al dan niet met meerdere technische bedrijfseenheden)
![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de juridische entiteit.
Dat wordt aangegeven bovenaan in rubriek I van het formulier C106A of C106A-NBTW, samen met het adres van de maatschappelijke zetel.
De gegevens uit de btw-aangifte (of uit de bewijsstukken als uw onderneming niet aan de btw is onderworpen) voor het betrokken ondernemingsnummer worden vermeld in rubriek III A.
De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
=
+ ![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, die is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
Per juridische entiteit wordt een afzonderlijk formulier C106A of C106A-NBTW ingevuld, met vermelding van:
- dezelfde refertemaand;
- het adres en het ondernemingsnummer van de betrokken juridische entiteit;
- het feit dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
- de omzet volgens de btw-aangifte voor het overeenstemmende ondernemingsnummer (of, als uw onderneming niet aan de btw is onderworpen, volgens de bewijsstukken), in rubriek III A (de omzet van die entiteit hoeft niet te voldoen aan de vereiste daling van 10%).
Daarnaast wordt een bijkomend formulier opgesteld voor de technische bedrijfseenheid, met vermelding van:
- het adres van de technische bedrijfseenheid;
- het feit dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
- de getotaliseerde omzet volgens de btw-aangiften (of, als uw onderneming niet aan de btw is onderworpen, volgens de bewijsstukken) voor de ondernemingsnummers van de juridische entiteiten, in rubriek III A (de getotaliseerde omzet moet voldoen aan de vereiste daling van 10%).
Graad van tijdelijke werkloosheid van arbeiders van minstens 10%
Voor de toepassing van dit criterium wordt rekening gehouden met de graad van tijdelijke werkloosheid van arbeiders volgens de DMFA-aangifte.
Uw onderneming verkeert in moeilijkheden wanneer het aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek voor arbeiders minstens 10% bedraagt van het totale aantal dagen dat voor arbeiders en bedienden bij de RSZ werd aangegeven.
De graad van tijdelijke werkloosheid wordt berekend op basis van de verhouding tussen:
ü de dagen 'tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek in hoofde van arbeiders' (DMFA-aangifte aan de RSZ, code 71);
ü alle andere dagen opgenomen in de DMFA-aangifte (DMFA-codes 1, 2, 3, 4, 5, 10, 11, 12, 13, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 30, 50, 51, 52, 60, 61, 70, 71, 72, 73, 74, 75 en 76).
Voor meer uitleg over de DMFA-codes, zie www.socialsecurity.be.
Voor deeltijdse werknemers wordt rekening gehouden met het aantal dagen en niet met het aantal uren.
De graad van tijdelijke werkloosheid bedraagt minstens 10% wanneer: (0,1 x 'aantal dagen andere codes') £ (aantal dagen code 71).
Voor de berekening wordt rekening gehouden met het aantal dagen van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin het formulier C106A of C106A-NBTW wordt verzonden (ook wanneer de DMFA-aangifte voor dat kwartaal nog niet werd ingediend).
Voorbeeld:
Verzending formulier C106A op 16.01.2012. Refertedatum: 30.01.2012.
RSZ-kwartaal: 4/2011 (RSZ-kwartaal voorafgaand aan de verzending van het formulier C106A).
tabel: 4/2011: [4 x (3120 dagen) = 312] £ 765 dagen.
evt. bijlage: RUBRIEK II
Met welke entiteit kan er rekening worden gehouden?
Wordt gebruik gemaakt van het criterium 'graad van tijdelijke werkloosheid', dan wordt rekening gehouden met de onderneming als 'juridische entiteit'
, als 'technische bedrijfseenheid'
samengesteld uit meerdere juridische eenheden of als 'technische bedrijfseenheid' (vestigingsplaats)
die een onderdeel is van een juridische entiteit.
De aanvraag betreft de juridische entiteit (al dan niet met meerdere technische bedrijfseenheden)
![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de juridische entiteit. Dat wordt aangeduid bovenaan in rubriek I van het formulier C106A of C106A-NBTW, samen met het adres van de maatschappelijke zetel.
De juridische entiteit is in moeilijkheden. De DMFA-gegevens voor het betrokken ondernemingsnummer worden vermeld in rubriek III B.
De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid samengesteld uit meerdere juridische entiteiten
=
+ ![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, die is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
Per juridische entiteit wordt een afzonderlijk formulier C106A of C106A-NBTW ingevuld, met vermelding van:
- dezelfde refertemaand;
- het adres en het ondernemingsnummer van de betrokken juridische entiteit;
- het feit dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
- de DMFA-gegevens voor het betrokken ondernemingsnummer, in rubriek III B (de graad van tijdelijke werkloosheid van die entiteit moet geen 10% bedragen).
Bovendien wordt een extra formulier opgesteld voor de technische bedrijfseenheid, met vermelding van:
- het adres van de technische bedrijfseenheid;
- het feit dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
- de getotaliseerde DMFA-gegevens voor de ondernemingsnummers van de juridische entiteiten (de getotaliseerde gegevens moeten aantonen dat de graad van tijdelijke werkloosheid minstens 10% bedraagt).
De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid (vestigingsplaats) die een onderdeel is van een juridische entiteit
=
+ ![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid die een onderdeel is van een juridische entiteit.
Voor de technische bedrijfseenheid wordt een formulier C106A of C106A-NBTW ingevuld, met vermelding van;
- het adres en het ondernemingsnummer van de betrokken juridische entiteit;
- het feit dat de bedrijfseenheid een onderdeel is van een juridische entiteit;
- een uittreksel van de DMFA-gegevens voor het betrokken ondernemingsnummer, met betrekking tot de werknemers die zijn tewerkgesteld in de technische bedrijfseenheid, moet worden opgenomen in rubriek III, B (de graad van tijdelijke werkloosheid die uit dat uittreksel blijkt, moet minstens 10% bedragen).
De werkgever houdt gedurende 5 jaar een dossier ter beschikking van de RVA, dat toelaat om dit uittreksel te controleren.
Aanzienlijke daling van de productie met minstens 10%
De aanzienlijke daling van de productie met minstens 10% moet:
- betrekking hebben op de totale productie van de onderneming;
- worden vastgesteld aan de hand van een weging die rekening houdt met het belang van de verschillende producten binnen het productieproces en die leidt tot een overeenkomstige daling van de productieve arbeidsuren van de werknemers;
- en worden aangetoond met een dossier dat, naast de btw-aangiften van alle betrokken kwartalen (behalve voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen), ook documenten bevat waaruit de vereiste productiedaling blijkt en waarin de toegepaste berekeningswijze wordt toegelicht, zoals boekhoudkundige stukken en verslagen die aan de ondernemingsraad werden voorgelegd.
De gewogen productie van het refertekwartaal moet minstens 10% lager zijn dan de gewogen productie van het overeenstemmende kwartaal in een van de 2 kalenderjaren die aan de refertedatum voorafgaan.
De refertedatum is de geplande datum van de 1ste mededeling van schorsing van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen.
Het refertekwartaal is 1 van de 4 kwartalen die aan de refertedatum voorafgaan.
Keuze van het laatste kwartaal vóór de refertedatum als refertekwartaal (vak C van het formulier C106A of C106A-NBTW)
In dat geval moet de gewogen productie van het laatste kwartaal minstens 10% lager zijn dan de gewogen productie van het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar.
De onderneming die het laatst verstreken kwartaal als refertekwartaal kiest, vult rubriek III, C van het formulier C106A of C106A-NBTW in en voegt een dossier toe (zie hierboven).
Daarnaast moet u een kopie van de btw-aangiften voor het refertekwartaal en het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar (of bewijsstukken voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen) toevoegen.
Keuze van het 2de, 3de of 4de kwartaal als refertekwartaal voorafgaand aan de refertedatum (vak C van het formulier C106A of C106A-NBTW)
In dat geval kunt u het 2de, 3de of 4de kwartaal voorafgaand aan de geplande datum van de 1ste mededeling van schorsing van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen als refertekwartaal kiezen.
De gewogen productie van dat refertekwartaal moet minstens 10% lager zijn dan de gewogen productie van het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar.
De gewogen productie van het/de daaropvolgende kwartaal/kwartalen moet ook lager liggen dan de gewogen productie van dezelfde kwartalen die volgen op het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar (zonder 10% te moeten bereiken).
U moet rubriek III, C van het formulier C106A of C106A-NBTW invullen en een dossier toevoegen (zie hierboven).
Daarnaast moet u een kopie van de btw-aangiften voor het refertekwartaal, het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar en de andere relevante recente kwartalen (of bewijsstukken voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen) toevoegen.
Met welke entiteit kan er rekening worden gehouden?
Wordt gebruik gemaakt van het criterium 'daling van de productie', dan wordt rekening gehouden met de onderneming als 'juridische entiteit'
of als 'technische bedrijfseenheid'
samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
De aanvraag betreft de juridische entiteit (al dan niet met meerdere technische bedrijfseenheden)
![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de juridische entiteit. Dat wordt aangeduid bovenaan in rubriek I van het formulier C106A of C106A-NBTW, samen met het adres van de maatschappelijke zetel.
De juridische entiteit is in moeilijkheden. Als bijlage voegt u de gegevens over de gewogen productie en de btw-aangiften voor het betrokken ondernemingsnummer toe of, voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen, alle relevante bewijsstukken.
De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid samengesteld uit meerdere juridische entiteiten
=
+ ![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, die is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
Per juridische entiteit wordt een afzonderlijk formulier C106A of C106A-NBTW ingevuld, met vermelding van:
- dezelfde refertemaand;
- het adres en het ondernemingsnummer van de betrokken juridische entiteit;
- het feit dat de bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
Voeg de hierboven vermelde gegevens over de gewogen productie, de btw-aangiften voor het betrokken ondernemingsnummer (of de bewijsstukken voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen) toe als bijlage (de gewogen productie van die entiteit hoeft niet te voldoen aan de vereiste daling van 10%).
Daarnaast wordt een bijkomend formulier opgesteld voor de technische bedrijfseenheid, met vermelding van:
- het adres van de technische bedrijfseenheid;
- het feit dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten;
De voormelde getotaliseerde gegevens betreffende de gewogen productie worden opgenomen in de bijlage (de getotaliseerde gewogen productie moet voldoen aan de vereiste daling met 10%).
Aanzienlijke daling van de bestellingen met minstens 10%
De aanzienlijke daling van de bestellingen met minstens 10% moet:
- betrekking hebben op alle bestellingen van de onderneming;
- worden vastgesteld aan de hand van een weging die rekening houdt met het aantal en de omvang van de bestellingen en die leidt tot een overeenkomstige daling van de productieve arbeidsuren van de werknemers;
- en worden aangetoond met een dossier dat, naast de btw-aangiften van alle betrokken kwartalen (behalve voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen), ook documenten bevat waaruit de vereiste daling van de bestellingen blijkt en waarin de toegepaste berekeningswijze wordt toegelicht, zoals boekhoudkundige stukken en verslagen die aan de ondernemingsraad werden voorgelegd.
De gewogen bestellingen van het refertekwartaal moeten minstens 10% lager zijn dan de gewogen bestellingen van het overeenstemmende kwartaal in een van de 2 kalenderjaren die aan de refertedatum voorafgaan (= de voorziene datum van de 1ste mededeling van schorsing van bedienden wegens werkgebrek).
Het refertekwartaal is 1 van de 4 kwartalen die aan de refertedatum voorafgaan.
Keuze van het laatste kwartaal vóór de refertedatum als refertekwartaal (vak C van het formulier C106A of C106A-NBTW)
In dit geval moeten de gewogen bestellingen van het laatste kwartaal minstens 10% lager zijn dan de gewogen bestellingen van het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar.
Als u het laatst verstreken kwartaal als refertekwartaal kiest, vult u rubriek III, C van het formulier C106A of C106A-NBTW in en voegt u een dossier toe (zie hierboven).
Daarnaast moet u een kopie van de btw-aangiften voor het refertekwartaal en het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar (of bewijsstukken voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen) toevoegen.
Keuze van het 2de, 3de of 4de kwartaal als refertekwartaal voorafgaand aan de refertedatum (vak C van het formulier C106A of C106A-NBTW)
In dat geval kunt u het 2de, 3de of 4de kwartaal voorafgaand aan de geplande datum van de 1ste mededeling van schorsing van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen als refertekwartaal kiezen.
De gewogen bestellingen van dat refertekwartaal moeten minstens 10% lager zijn dan de gewogen bestellingen van het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar.
Bovendien moet ook de gewogen bestellingen in het/de daaropvolgende kwartaal/kwartalen lager zijn (zonder dat de 10% moet bereikt worden) dan de gewogen bestellingen van dezelfde kwartalen die volgen op het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar.
U moet rubriek III, C van het formulier C106A of C106A-NBTW invullen en een dossier toevoegen (zie hierboven).
Daarnaast moet u een kopie van de btw-aangiften voor het refertekwartaal, het overeenstemmende kwartaal in het gekozen jaar en de andere relevante recente kwartalen (of bewijsstukken voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen) toevoegen.
Met welke entiteit kan er rekening worden gehouden?
Wordt gebruik gemaakt van het criterium 'daling van de bestellingen', dan wordt rekening gehouden met de onderneming als 'juridische entiteit'
of als 'technische bedrijfseenheid'
samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
De aanvraag betreft de juridische entiteit (al dan niet met meerdere technische bedrijfseenheden)
![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de juridische entiteit. Dat wordt aangeduid bovenaan in rubriek I van het formulier C106A of C106A-NBTW, samen met het adres van de maatschappelijke zetel.
De juridische entiteit is in moeilijkheden. Als bijlage voegt u de gegevens over de gewogen bestellingen en de btw-aangiften voor het betrokken ondernemingsnummer toe of, voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen, alle relevante bewijsstukken.
De aanvraag betreft een technische bedrijfseenheid samengesteld uit meerdere juridische entiteiten
=
+ ![]()
De maatregelen voorzien in de cao of in het ondernemingsplan gelden voor de werknemers of categorieën van werknemers van de technische bedrijfseenheid, die is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
Per juridische entiteit wordt een afzonderlijk formulier C106A of C106A-NBTW ingevuld, met vermelding van:
- dezelfde refertemaand;
- het adres en het ondernemingsnummer van de betrokken juridische entiteit;
- het feit dat de bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
Voeg de hierboven vermelde gegevens over de gewogen bestellingen, de btw-aangiften voor het betrokken ondernemingsnummer (of de bewijsstukken voor ondernemingen die niet aan de btw zijn onderworpen) toe als bijlage (de gewogen bestellingen van die entiteit hoeft niet te voldoen aan de vereiste daling van 10%).
Daarnaast wordt een bijkomend formulier opgesteld voor de technische bedrijfseenheid, met vermelding van:
- het adres van de technische bedrijfseenheid;
- het feit dat de technische bedrijfseenheid is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten.
De voormelde getotaliseerde gegevens betreffende de gewogen bestellingen worden opgenomen in de bijlage (de getotaliseerde gewogen bestellingen moeten voldoen aan de vereiste daling met 10%).
Erkenning door de minister van Werk als onderneming in moeilijkheden op basis van onvoorziene omstandigheden
De minister van Werk kan een onderneming erkennen als onderneming in moeilijkheden wanneer onvoorziene omstandigheden gedurende een beperkte periode een aanzienlijke daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen veroorzaken.
Die erkenning als onderneming in moeilijkheden wordt toegekend voor een bepaalde duur. Afhankelijk van de door de onderneming aangevoerde elementen kan de duur worden verlengd.
Met welke entiteit kan er rekening worden gehouden?
Voor een aanvraag tot erkenning door de minister als onderneming in moeilijkheden kan rekening worden gehouden met de onderneming als 'juridische entiteit'
, als 'technische bedrijfseenheid'
samengesteld uit meerdere juridische eenheden of als 'technische bedrijfseenheid' (vestigingsplaats)
die een onderdeel is van een juridische entiteit.
Procedure voor het aanvragen van de erkenning
U dient een aanvraag tot erkenning in via een gemotiveerde aangetekende brief gericht aan de directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (adres: Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel). Bij uw aanvraag voegt u het ondernemingsplan of de collectieve arbeidsovereenkomst. De aanvraag wordt voor advies voorgelegd aan de Commissie Ondernemingsplannen.
Binnen 2 weken na ontvangst van de aanvraag bezorgt de Commissie haar advies over de gevraagde erkenning aan de minister van Werk. Als de aanvraag betrekking heeft op een ondernemingsplan, spreekt de Commissie zich ook uit over de conformiteit ervan.
De ministeriële beslissing wordt aan u en aan de RVA meegedeeld.
Inhoud van de aanvraag tot erkenning
De aanzienlijke daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen moet worden aangetoond aan de hand van btw-aangiften of andere relevante bewijsstukken.
U moet bovendien het oorzakelijke verband aantonen tussen de onvoorziene omstandigheden en de daling.
Voor meer uitleg over de erkenningsaanvraag, zie www.werk.belgie.be
Procedure bij de RVA
Dezelfde procedure als beschreven onder de punten 1, 2 en 3 is van toepassing.
U moet de ministeriële erkenning hebben ontvangen voordat u de voorafgaande mededeling van tijdelijke werkloosheid naar de RVA kunt versturen.
