Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden - uitleg over de schorsingsregeling
Inhoud van deze pagina
E55
Laatste update: 14.10.2026
De schorsing van de arbeidsovereenkomst voor bedienden ingevolge werkgebrek is voorzien in de artikelen 77/1 tot 77/8 van de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Dit infoblad geeft uitleg over wat u moet doen als u tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek om economische redenen wil invoeren voor uw bedienden.
Infoblad E54 legt uit wat de preliminaire voorwaarden zijn die een onderneming moet vervullen om gebruik te kunnen maken van het stelsel van schorsing van de arbeidsovereenkomst van bedienden wegens werkgebrek om economische redenen.
Hieronder vindt u een beknopt overzicht van die preliminaire voorwaarden.
Preliminaire voorwaarden
U moet aan alle onderstaande preliminaire voorwaarden voldoen:
- U valt onder het toepassingsgebied van de wet van 05.12.1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. Het gaat dus voornamelijk om ondernemingen uit de privésector;
- Uw onderneming is erkend als onderneming in moeilijkheden om economische redenen:
- omwille van een daling van minstens 10% van de omzet, de productie of de bestellingen (op basis van de btw-aangifte of, als uw onderneming niet btw-plichtig is, volgens andere documenten die dat kunnen aantonen);
- omwille van minstens 10% tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek;
- of omdat de minister van Werk uw onderneming heeft erkend als onderneming in moeilijkheden op basis van onvoorziene omstandigheden die op korte termijn een substantiële daling van de omzet, de productie of het aantal bestellingen tot gevolg hebben.
- het gebruik van de regeling schorsing bedienden ingevolge werkgebrek is voorzien in een sectorale cao, een ondernemings-cao of een goedgekeurd ondernemingsplan.
Opmerking: Als u geen gebruik maakt van een sectorale cao, een ondernemings-cao of een ondernemingsplan, kunt u ook gebruik maken van de aanvullende cao nr. 183, afgesloten binnen de NAR op 21 oktober 2025. Die cao is geldig vanaf 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2029.
Bewijzen dat u aan de preliminaire voorwaarden voldoet
Om te bewijzen dat u aan de bovenstaande voorwaarden voldoet, moet u het volgende formulier invullen en versturen naar uw RVA-kantoor:
- voor btw-plichtige ondernemingen: het formulier C106A
- voor niet-btw-plichtige ondernemingen: het formulier C106A-nbtw.
Beroept u zich op een ondernemingsplan? Stuur het formulier dan ook met het ondernemingsplan naar de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
U ontvangt in principe binnen de 2 weken:
- een positief antwoord als de voorwaarden zijn vervuld,
- een negatief antwoord als dat niet het geval is.
Ten vroegste 14 dagen nadat u het formulier C106A of C106A-nbtw naar de RVA hebt gestuurd, kunt u een elektronische mededeling 'schorsing bedienden wegens werkgebrek' versturen.
Welke regeling kunt u invoeren?
U kunt:
- ofwel een regeling van volledige schorsing invoeren;
- ofwel een regeling van gedeeltelijke arbeid met ten minste 2 arbeidsdagen per week invoeren.
Dat aantal wordt niet beïnvloed door de arbeidsregeling van de werknemer (voltijds of deeltijds, 5- of 6-daags stelsel …).
De spreiding van de schorsing heeft geen belang.
Er hoeft geen week werkhervatting te zijn tussen 2 mededelingen.
De volgende regelingen zijn bijvoorbeeld mogelijk:
- 6 weken volledige schorsing, direct gevolgd door 5 weken gedeeltelijke arbeid;
- 5 weken volledige schorsing, gevolgd door een nieuwe volledige schorsing van 2 weken.
De regeling is nominatief en kan dus verschillend zijn van bediende tot bediende.
Als hun statuut dat toelaat, kunt u de regeling ook invoeren voor leerlingen-bedienden die een alternerende opleiding volgen bedoeld in artikel 1bis van het KB van 28.11.1969 tot uitvoering van de wet van 27.06.1969 tot herziening van de besluitwet van 28.12.1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
Stelsel ook van toepassing op deeltijdse werknemers
De schorsing bedienden wegens werkgebrek kan ook worden toegepast op deeltijdse werknemers.
Voor de beoordeling van de voorwaarde 'ten minste 2 arbeidsdagen per week' in de regeling van gedeeltelijke arbeid wordt voor de deeltijdse bediende die is tewerkgesteld in een afdeling waar de voltijdse bedienden tijdelijk werkloos zijn rekening gehouden met de arbeidsregeling van de referentiebediende (een bediende die in een gelijkaardige functie voltijds werkt).
Als een werkgever slechts één deeltijdse werknemer in dienst heeft of als alleen voor de deeltijdse werknemer een situatie van tijdelijke werkloosheid is voorzien, wordt het aantal daadwerkelijk nog gewerkte dagen in aanmerking genomen.
Opmerking:
Dezelfde regeling geldt voor voltijdse werknemers die het werk geleidelijk deeltijds hervatten.
De schorsing bedienden ingevolge werkgebrek kan ook toegepast worden voor deeltijdse werknemers met een inkomensgarantie-uitkering. In dat geval moet u:
- de formaliteiten voorzien in dit infoblad naleven;
- de uren schorsing bedienden ingevolge werkgebrek in het elektronisch bericht ASR werkloosheid – scenario 6, als uren tijdelijke werkloosheid vermelden.
Begin van de regeling
De regeling van volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid gaat in principe in op maandag.
Het vereiste aantal arbeidsdagen (0 voor een week van volledige schorsing of 2 voor een week van gedeeltelijke arbeid) moet per kalenderweek worden bereikt en mag uiteraard overschreden worden.
U kan dus een:
- 'volledige schorsing' aan de RVA meedelen en de bediende in die week terugroepen en een aantal dagen laten werken;
- 'gedeeltelijke arbeid' aan de RVA meedelen en de bediende in die week terugroepen en meer dan 2 dagen laten werken.
De wetgeving preciseert niet hoe 'ten minste 2 arbeidsdagen per week' in de regeling van gedeeltelijke arbeid moet worden begrepen.
Naar analogie kan hier voor bedienden die tijdelijk werkloos worden gesteld ingevolge werkgebrek, het KB worden toegepast van 03.05.1999 tot vaststelling van sommige afwezigheden die gelijkgesteld worden met de herinvoering van een regeling van volledige arbeid.
Opmerking over het terugroepen van de bediende:
De wet bepaalt niet hoe de terugroeping gebeurt.
Dat wordt dus op ondernemingsvlak geregeld.
De terugroeping moet niet aan de RVA worden meegedeeld. Ze zal zichtbaar zijn in de ASR scenario 5 en in de elektronische controlekaart eC3.2 (de bediende moet de gepresteerde dagen daarin vermelden).
Geldt de terugroeping voor een volledige kalenderweek? Dan is het beter om de mededeling op voorhand elektronisch stop te zetten. Zo wordt het totale krediet van tijdelijke werkloosheid niet verder uitgeput (zie verder).
Maximumduur van de schorsing en uitputting krediet
De schorsing bedienden ingevolge werkgebrek is slechts mogelijk:
- Als u daarvan een tijdige kennisgeving aan de bediende en aan de RVA heeft gedaan;
- voor zover de volgende maximumgrenzen niet overschreden worden:
Maximumduur
|
Aard van de regeling |
maximumduur van de regeling (per kalenderjaar) |
|
Volledige schorsing |
(16 kalenderweken) min (aantal weken gedeeltelijke arbeid / 2) per kalenderjaar |
|
Gedeeltelijke arbeid groter of gelijk aan 2 arbeidsdagen/week |
(26 kalenderweken) min (aantal weken volledige schorsing * 2) per kalenderjaar |
De cao of het ondernemingsplan kunnen echter een lager maximum aantal weken voorzien.
De uitputting van het krediet
|
|
volledige schorsing |
gedeeltelijke arbeid |
|
Formule uitputting krediet |
[16 – (a) – (b/2)] afgerond naar de lagere eenheid |
[26 – (2a) – (b)] |
|
Voorbeeld |
al uitgeput: 1 week gedeeltelijke arbeid gevolgd door 13 weken volledige schorsing saldo: [16 – (13) – (1/2)] = 2,5 = 2 weken volledige schorsing |
al uitgeput: 1 week gedeeltelijke arbeid gevolgd door 13 weken volledige schorsing saldo: [26 – (2*13) – (1)] = 0 weken gedeeltelijke arbeid (maar de werkgever kan nog een volledige schorsing aangeven en die volledig of gedeeltelijk gebruiken) |
(a) = tijdens het kalenderjaar al aan de RVA meegedeelde, en niet vooraf stopgezette, aantal kalenderweken waarin er sprake is van volledige schorsing
(b) = tijdens het kalenderjaar al aan de RVA meegedeelde, en niet vooraf stopgezette, aantal kalenderweken waarin er sprake is van gedeeltelijke arbeid
Er wordt voor de uitputting van het krediet van 16 en 26 kalenderweken (of van het verlaagde aantal) rekening gehouden
- met het aantal kalenderweken (van maandag tot zondag), waarin er volgens de mededeling sprake is van schorsing, zelfs als u de bedienden toch een of meerdere dagen zou terugroepen en laten werken;
- de in de mededeling vermelde aard van de schorsing (volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid): Er wordt één week volledige schorsing aangerekend, zelfs als achteraf blijkt dat er minstens 2 werkdagen waren (en de werkgever een regeling van gedeeltelijke arbeid had kunnen gebruiken);
- met het aantal kalenderweken waarop de mededeling betrekking heeft, zelfs als de mededeling slechts betrekking heeft op een gedeelte van de kalenderweek.
Voorbeeld
U verstuurt op dinsdag 3 januari een mededeling aan de RVA waarin u een volledige schorsing voorziet voor één week vanaf woensdag 11 januari tot en met dinsdag 17 januari.
Aangezien de mededeling betrekking heeft op 2 kalenderweken wordt het krediet van 16 weken verminderd met 2 eenheden.
In afwijking op wat voorafgaat, wordt geen rekening gehouden met:
- kalenderweken waarvoor de mededeling aan de RVA vooraf elektronisch werd stopgezet (uiterlijk de zondagavond voor de week die op maandag ingaat)
De stopzetting geldt ook voor later gelegen weken.
Als u opnieuw een schorsing wilt invoeren, dan moet u opnieuw een mededeling versturen;
- de periode van 7 dagen die, ingevolge een laattijdige mededeling, gedekt is door loon.
Overschrijding van het krediet
Als de periode van volledige schorsing of van gedeeltelijke arbeid het toegelaten krediet overschrijdt, moet u loon betalen voor de contractueel voorziene arbeidsuren gelegen in de schorsingsperiode na de overschrijding.
Voorbeeld:
Voor een bediende werd al een volledige schorsing aangegeven voor 11 weken.
Er werd geen voorafgaande stopzetting meegedeeld.
Nadien volgt een mededeling voor 8 weken gedeeltelijke arbeid. Na 4 weken gedeeltelijke arbeid is het krediet uitgeput [26 – (2*11) – (4)] = 0, zodat u vanaf dan loon verschuldigd bent voor de schorsingsdagen.
Formaliteiten voor de werkgever
VÓÓR het begin van de werkloosheid
- De bedienden in kennis stellen van de voorziene werkloosheid
- Een mededeling doen aan de ondernemingsraad (of aan de vakbondsafgevaardigde)
- Een voorafgaande mededeling versturen aan de RVA
Bij het BEGIN van de werkloosheid
-
Een papieren controlekaart C3.2A afleveren (enkel als u onder het PC 327 valt)
-
Maandelijks, voor elke bediende, een mededeling doen aan de RVA van de eerste effectieve dag werkloosheid
-
Een ASR scenario 2 indienen als de werknemer een uitkeringsaanvraag moet indienen
Op het EINDE VAN DE MAAND
- Maandelijks een ASR scenario 5 (aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden) indienen
Wie voert de formaliteiten uit?
U of uw sociaal secretariaat (als uw mandataris).
Als u uitzendkrachten tewerkstelt, worden bepaalde formaliteiten altijd uitgevoerd door het uitzendkantoor, namelijk:
- de mededelingen van de eerste effectieve werkloosheidsdag aan de RVA. Daarin moet staan dat ze worden verstuurd voor uitzendkrachten en ze moeten de naam en het KBO-nummer van uw onderneming bevatten;
- de aangiften sociaal risico, scenario's 2 en 5. Ook daarin moet het KBO-nummer van uw onderneming staan.
Hieronder vindt u meer uitleg over de verschillende formaliteiten:
Voor het begin van de werkloosheid
De bedienden in kennis stellen van de voorziene werkloosheid
Dat moet u minstens 7 kalenderdagen vóór de 1ste voorziene dag werkloosheid doen.
De dag van de kennisgeving en de eerst voorziene werkloosheidsdag zijn niet inbegrepen in die termijn.
U deelt de voorziene schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst mee aan de bediende:
- ofwel via affichering op een goed zichtbare plaats in de onderneming;
- ofwel via een geschreven kennisgeving aan de bediende.
Die individuele kennisgeving is vooral bedoeld voor bedienden die op het ogenblik van de aanplakking in de onderneming afwezig zijn (bv. ten gevolge van ziekte of verlof), zodat ook zij tijdig op de hoogte gebracht worden van de geplande regeling van tijdelijke werkloosheid.
Zowel een collectieve (bv. via intranet) als een individuele elektronische kennisgeving (bv. via sms of mail) kunnen worden gebruikt als alternatief voor respectievelijk de aanplakking of de schriftelijke individuele kennisgeving, op voorwaarde dat de elektronische kennisgevingen dezelfde garanties bieden en ze voldoende verstaanbaar en toegankelijk zijn.
De kennisgeving moet deze gegevens bevatten:
- de identiteit van de bedienden die u werkloos stelt (naam, voornaam, gemeente waar de bediende woont)
- het aantal werkloosheidsdagen en de data waarop elke bediende werkloos zal zijn;
- het begin en het einde van de regeling.
Aangezien de wetgeving een krediet voorziet dat uitgedrukt wordt in een aantal kalenderweken, heeft de kennisgeving bij voorkeur betrekking op kalenderweken, die beginnen op maandag.
Om op maandag in te gaan, moet de kennisgeving aan de bedienden dus ten laatste gebeuren op de laatste werkdag (vrijdag, zaterdag of zondag) van de tweede week die eraan voorafgaat.
U kunt de regeling ook laten ingaan in de loop van de week, en de kennisgeving dus later doen. Die onvolledige kalenderweek telt echter ook als één kalenderweek voor de uitputting van het krediet.
Voorbeeld:
U doet op dinsdag 3 januari een kennisgeving waarin u een volledige schorsing voorziet voor 3 weken van woensdag 11 januari tot en met dinsdag 31 januari.
Aangezien de schorsing pas ingaat op woensdag 11 januari is de kennisgeving tijdig.
Aangezien de kennisgeving betrekking heeft op 4 kalenderweken, wordt het krediet van 16 kalenderweken verminderd met 4 eenheden.
Mededeling aan de ondernemingsraad (of de vakbondsafvaardiging)
De dag zelf van de kennisgeving van de voorziene werkloosheid aan de bedienden, moet u de economische redenen die de invoering van tijdelijke werkloosheid rechtvaardigen, meedelen aan de ondernemingsraad, of als er in uw onderneming geen ondernemingsraad is, aan de vakbondsafgevaardigde.
Voorafgaande mededeling aan de RVA
De dag zelf van de kennisgeving van de voorziene werkloosheid aan de bedienden, stuurt u de voorafgaande mededeling aan het RVA-kantoor van de plaats waar uw onderneming gevestigd is. Het gaat daarbij om de exploitatiezetel van uw onderneming en niet de maatschappelijke zetel.
De mededeling moet dus ook gebeuren ten minste 7 kalenderdagen vóór de 1ste voorziene werkloosheidsdag.
Hieruit volgt dat, de elektronische mededeling die betrekking heeft op:
- een periode die op maandag begint, door de RVA als tijdig beschouwd wordt als ze ten laatste de 2de zondag voorafgaand aan de schorsingsweek elektronisch werd aangegeven;
- een periode die op een andere dag begint, door de RVA als tijdig beschouwd wordt als ze ten laatste de 8ste dag voorafgaand aan de begindatum van de schorsing elektronisch werd aangegeven.
In infoblad E53 leest u hoe u de elektronische mededeling naar de RVA moet sturen.
U moet meerdere elektronische mededelingen versturen als er:
- periodes van volledige schorsing gevolgd worden door een regeling van gedeeltelijke arbeid (of omgekeerd);
- meerdere niet aaneensluitende periodes van schorsing zijn;
- meerdere paritaire comités bevoegd zijn.
U moet ook 2 elektronische mededelingen versturen als u een schorsing bedienden ingevolge werkgebrek invoert aansluitend vóór en na een periode van sluiting van uw onderneming wegens jaarlijkse vakantie of inhaalrust, die minstens betrekking heeft op een kalenderweek.
Als u dat niet doet, wordt ook de vakantieweek afgetrokken van het krediet.
De voorafgaande mededeling moet de volgende informatie bevatten:
- de identiteit van de werkgever (naam en ondernemingsnummer);
- de identiteit van de werkloos gestelde bedienden (naam, voornaam, INSZ-nummer).
OPGELET:
hoewel een elektronische niet-nominatieve mededeling (waarbij enkel de afdeling die werkloos wordt gesteld, wordt vermeld) technisch gezien mogelijk is, mag u die werkwijze voor bedienden niet gebruiken.
Een dergelijke mededeling laat niet toe uitkeringen toe te kennen;
- het toepasselijke paritair comité.
Geldt het paritair comité zowel voor arbeiders als voor bedienden (nummer 3##), dan moet u via de zone 'sub-niveau' (een dropdown in de webtoepassing) aanduiden dat de aangifte bedienden betreft;
- de aard van de schorsingsregeling: volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid.
OPGELET:
gedeeltelijke arbeid wordt in de elektronische mededeling vermeld als "grote schorsing".
De datums waarop de bediende werkloos zal zijn, moeten niet aan de RVA worden meegedeeld;
- de begin- en einddatum van de schorsingsregeling, waarbij de begindatum bij voorkeur een maandag is en de einddatum bij voorkeur een zondag is.
De mededeling moet ook de economische oorzaken vermelden die de volledige schorsing of het stelsel van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.
U moet er zich in de mededeling aan de RVA ook toe verbinden dat u het werk van de bedienden, tijdens de schorsing van de uitvoering van hun overeenkomst, niet uitbesteedt aan derden.
Een lopende mededeling onderbreken:
Als u van een regeling van gedeeltelijke arbeid overgaat naar een volledige schorsing, moet u dat minstens 7 dagen vooraf meedelen aan de bedienden.
Ten aanzien van de RVA moet u via de elektronische toepassing de lopende mededeling stopzetten en een nieuwe tijdige mededeling volledige schorsing (ook minstens één week vooraf) doen.
Als u het oorspronkelijk voorziene aantal schorsingsdagen wenst te verhogen, maar voorziet dat de bediende nog minstens 2 dagen per week werkt, moet u dat enkel aan de bediende meedelen (7 dagen vooraf).
De volgende situaties hoeft u dus niet te melden aan de RVA:
- de overstap van een regeling van gedeeltelijke arbeid van 4 of 3 arbeidsdagen naar 2 arbeidsdagen (aangezien het nog steeds gaat om een regeling van gedeeltelijke arbeid);
- het feit dat er meer dagen worden gewerkt dan voorzien;
Leidt dat tot een overstap van een volledige schorsing (0 of 1 arbeidsdag in die kalenderweek) naar een regeling van gedeeltelijke arbeid (minstens 2 arbeidsdagen), dan is een stopzetting van de lopende mededeling en een nieuwe tijdige mededeling (één week vooraf) wel nuttig. Zo vrijwaart u het krediet (het krediet wordt dan slechts verminderd met een eenheid gedeeltelijke arbeid i.p.v. een eenheid volledige schorsing).
Een elektronische stopzetting van de lopende mededeling (uiterlijk de zondag voorafgaand aan de betreffende kalenderweek) is ook nuttig als u voor die week geen werkloosheid meer voorziet. Zo kan u voorkomen dat die week wordt afgetrokken van het krediet. Wilt u nadien opnieuw werkloosheid invoeren, dan moet u tijdig een nieuwe elektronisch mededeling overmaken aan de RVA. De stopzetting leidt er inderdaad toe dat de vorige mededeling niet meer kan ingeroepen worden.
Wat gebeurt er na verzending van de mededeling?
Voor elke elektronische mededeling die u doet, ontvangt u een ontvangstbewijs en een uniek ticketnummer waarmee u uw elektronische mededeling kunt raadplegen (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch, afhankelijk van de mededelingsmethode die u hebt gebruikt).
Indien nodig, kunt u een elektronische mededeling annuleren of wijzigen.
Opmerking:
De elektronische toepassing voor de mededeling bevat:
- een online controle van het feit of de mededelingstermijn van 7 dagen gerespecteerd werd. Is dat niet het geval, krijgt u een foutboodschap en wordt u gevraagd de begindatum te verplaatsen;
- geen online controle van het feit of de preliminaire voorwaarden zijn vervuld en of u al een formulier C106A of C106A-nbtw heeft ingediend. Is dat niet het geval, dan zal u dat later worden meegedeeld. De werkloosheidsuitkering kan dan niet, of slechts later worden uitbetaald;
- een minimale online controle van het respecteren van het krediet. De 'aanvaarding' van de mededeling door de RVA betekent dus niet dat het krediet altijd voldoende is. U moet vooraleer u de mededeling verstuurt voor elke bediende nagaan of het krediet nog voldoende is.
Werden de preliminaire voorwaarden vervuld, dan wordt de inhoud van de elektronische mededeling opgenomen in een databank die ter beschikking staat van de uitbetalingsinstellingen en door hen geraadpleegd moet worden alvorens uitkeringen uit te betalen.
Bij het begin van de werkloosheid
Controlekaart
Sinds 01.01.2025 zijn werknemers verplicht om de controlekaart tijdelijke werkloosheid (eC3.2) elektronisch in te vullen.
Dat betekent dat ze de papieren controlekaart C3.2A niet meer mogen gebruiken en dat u die ook niet meer mag afleveren.
De arbeiders moeten de elektronische controlekaart eC3.2 vanaf de 1ste werkloosheidsdag invullen volgens de instructies in de legende.
Ze moeten onder andere de arbeidsprestaties aanduiden (alvorens het werk te beginnen) die ze verrichten voor zichzelf of voor een derde, de ziektedagen, de vakantiedagen en de niet-gepresteerde dagen gedekt door loon.
Op het einde van de maand moeten de werknemers de controlekaart eC3.2 indienen bij hun uitbetalingsinstelling (HVW, ABVV, ACV, SYNOVA).
Lees het infoblad T71 ('De elektronische controlekaart eC3.2') voor meer informatie over de elektronische controlekaart tijdelijke werkloosheid eC3.2.
Uitzondering
Valt u onder het paritair comité voor maatwerkbedrijven en sociale werkplaatsen (PC 327)? Dan kan u de papieren controlekaarten C3.2A blijven afleveren aan de werknemers voor een onbepaalde duur.
Lees infoblad E20 (de passages 'De papieren controlekaart C3.2A' en 'Het validatieboek') voor meer informatie over het afleveren van de papieren controlekaart C3.2A.
U kunt bovendien voor uw doelgroep van werknemers bij de RVA een afwijking aanvragen in verband met de reglementaire procedure voor het bijhouden van de papieren controlekaart C3.2A-tijdelijke werkloosheid. U kunt die afwijking aanvragen door middel van het formulier Aanvraag-Afwijking-C3.2A-Maatwerkbedrijf.
Maandelijkse mededeling aan de RVA van de eerste effectieve werkloosheidsdag
U moet elke maand, voor elke bediende die u tijdelijk werkloos stelt op grond van werkgebrek wegens economische oorzaken, aan het RVA-kantoor van de vestigingsplaats van uw onderneming de eerste effectieve werkloosheidsdag van de maand meedelen.
Het gaat daarbij om de exploitatiezetel van uw onderneming en niet de maatschappelijke zetel.
Het is belangrijk dat de voorafgaande mededeling en de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag door dezelfde entiteit verstuurd wordt (zelfde KBO-nummer en postcode). Er kunnen enkel uitkeringen worden betaald als voor elke bediende beide mededelingen in orde zijn en aan elkaar kunnen worden gekoppeld.
Als op de eerste effectieve werkloosheidsdag de arbeidsovereenkomst gelijktijdig ook geschorst is omwille van een andere reden (bv. als gevolg van ziekte, individuele vakantie of inhaalrust), dan wordt de mededeling voot die bediende als geldig beschouwd.
De bediende noteert de reden van schorsing (ziekte, vakantie enz.) op de controlekaart C3.2 en ontvangt voor die dagen geen werkloosheidsuitkeringen.
In dat geval stemt de door u meegedeelde eerste effectieve werkloosheidsdag dus niet overeen met de eerste dag waarvoor werkloosheidsuitkeringen worden toegekend.
U moet die mededeling elektronisch versturen (via internet of via batch):
- ofwel de eerste dag van de effectieve schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst;
- ofwel de volgende werkdag (*);
- ofwel, als u zeker weet dat de werknemer werkloos zal zijn, ten vroegste de 5de werkdag (*) voorafgaand aan de eerste effectieve werkloosheidsdag. De elektronische toepassing aanvaardt de mededeling als ze uiterlijk de 7de kalenderdag die voorafgaat aan de 1ste effectieve werkloosheidsdag is verstuurd.
(*) Onder 'werkdagen' worden alle dagen van de week verstaan, met uitzondering van zondagen, feestdagen, vervangende feestdagen en brugdagen.
Opmerking:
Als de eerstvolgende werkdag een zaterdag is, aanvaardt de RVA dat de mededeling pas op de daaropvolgende maandag wordt verstuurd.
De maandelijkse mededeling aan de RVA moet de volgende gegevens bevatten:
- uw naam, adres en ondernemingsnummer of die van uw onderneming;
- de naam, de voornaam, het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werkloos gestelde bediende (er kunnen meerdere bedienden in één mededeling worden vermeld);
- de eerste dag waarop de arbeidsovereenkomst van de betreffende bediende(n) in de beschouwde maand geschorst wordt wegens werkgebrek.
- het volledig adres van de plaats waar de bediende die dag normaal zou hebben gewerkt.
Voortijdige mededeling:
Een voortijdige mededeling wordt gelijkgesteld met geen mededeling en heeft tot gevolg dat er geen recht is op uitkeringen voor de betrokken maand.
Een mededeling wordt als voortijdig beschouwd als ze meer dan 5 werkdagen vóór de eerste effectieve werkloosheidsdag gelegen is.
Als u zich vergist heeft en ten onrechte een mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag hebt verstuurd, dan moet u de mededeling aan de RVA (in principe via elektronische weg) zo snel mogelijk annuleren).
Dat moet u ten laatste doen op de werkdag volgend op de dag die als eerste effectieve werkloosheidsdag is meegedeeld aan de RVA.
Voorbeeld:
U verstuurt op vrijdag 11.04 een mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag werkgebrek vanaf maandag 14.04. Er kan toch verder gewerkt worden. U moet uiterlijk op dinsdag 15.04 de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag annuleren.
In de elektronische toepassing kan de mededeling na die datum geannuleerd worden. Maar met die annulatie wordt geen rekening gehouden als blijkt dat de werkgever te kwader trouw is of dat de annulaties een repetitief karakter vertonen.
Stelt u de bediende later in de maand effectief tijdelijk werkloos, dan moet u een nieuwe mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag versturen aan de RVA.
Nadat u de mededeling van de 1ste dag effectieve werkloosheid hebt verzonden, ontvangt u voor elke elektronische mededeling een ontvangstbewijs met een uniek nummer en de inhoud van de mededeling. U kunt de elektronische mededelingen consulteren (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch, afhankelijk van de manier van communicatie die u heeft gebruikt).
Het bevoegde RVA-kantoor verifieert of de mededeling conform is aan de reglementering (bv. of een voorafgaande mededeling is verstuurd en of de termijn voor de mededeling van de 1ste effectieve dag werd nageleefd).
- Als de mededeling in orde is, wordt de inhoud ervan ingevoerd in een databank die ter beschikking staat van de uitbetalingsinstellingen (HVW, ABVV, ACV, SYNOVA). Zij raadplegen die gegevens met het oog op het correct uitbetalen van uitkeringen aan de tijdelijk werklozen.
- Als de mededeling reglementair niet in orde is, wordt u daarvan op de hoogte gebracht door het RVA-kantoor zodat u uw situatie zo snel mogelijk kunt regulariseren.
ASR scenario 2 (Aangifte vaststellen recht op Tijdelijke Werkloosheid of schorsing bedienden)
U voert een aangifte sociaal risico scenario 2 uit wanneer de werknemer een uitkeringsaanvraag moet indienen, dat wil zeggen:
- bij de eerste tijdelijke werkloosheid van de werknemer in uw onderneming;
- als de werknemer opnieuw tijdelijk werkloos wordt gesteld na een onderbreking van de uitkeringen tijdelijke werkloosheid van minstens 36 maanden;
- als de werknemer opnieuw tijdelijk werkloos wordt gesteld na een wijziging van diens contractuele arbeidsregeling (de factor Q of S) (bv. als de werknemer deeltijds gaat werken of in loopbaanonderbreking of tijdskrediet gaat).
Hoe?
U moet bij het begin van de werkloosheid op eigen initiatief een ASR scenario 2 verrichten via de portaalsite van de sociale zekerheid (ASR Werkloosheid Scenario 2 – Aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden) of via batch (Onderneming > Technische informatie > Gestructureerde berichten van de portaalsite van de sociale zekerheid).
U overhandigt een kopie van de elektronische aangifte aan de werknemer ter informatie.
De uitbetalingsinstelling zorgt dan voor het verkrijgen van de ASR scenario 2.
Meer informatie over het invullen van de factoren Q en S en het theoretisch gemiddeld brutoloon vindt u in het infoblad E14.
Op basis van de ASR scenario 2 berekent de RVA het bedrag van de uitkering waarop de werknemer recht heeft.
Op het einde van elke kalendermaand. ASR 5 – Maandelijkse aangifte uren tijdelijke werkloosheid
Op het einde van elke maand moet u een aangifte van sociaal risico, scenario 5 (ASR 5) doen.
U doet in principe slechts 1 ASR scenario 5 per maand en per werknemer, ook als er in de loop van de maand meerdere vormen van tijdelijke werkloosheid voorkomen.
Hoe?
U doet de elektronische aangifte via de portaalsite van de sociale zekerheid (ASR Werkloosheid scenario 5 – Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden) of via batch (Onderneming > Technische informatie > Gestructureerde berichten van de portaalsite van de sociale zekerheid) en u bezorgt een kopie van de elektronische aangifte aan de werknemer.
Meer informatie over het invullen van de factoren Q en S en het theoretisch gemiddeld brutoloon vindt u in het infoblad E14.
U vermeldt het aantal uren dat de werknemer tijdelijk werkloos geweest is voorafgegaan door een code toegekend volgens de aard van de tijdelijke werkloosheid (code 5.11 voor schorsing bedienden wegens werkgebrek).
U overhandigt een kopie van de elektronische aangifte aan de werknemer ter informatie.
De ASR scenario 5 wordt automatisch verstuurd naar de uitbetalingsinstelling van de werknemer.
Op basis van de controlekaart eC3.2 en de ASR scenario 5 kunnen de uitbetalingsinstelling en de RVA het aantal uitkeringen berekenen waarop de werknemer recht heeft.
Welke dagen mogen niet als tijdelijke werkloosheid worden aangegeven?
De dagen waarvoor u loon moet betalen (bv. de eerste 7 dagen na de technische stoornis of de dagen waarvoor loon verschuldigd is ingevolge het niet of niet tijdig versturen van de mededeling aan de RVA).
- wettelijke feestdagen (of de vervangingsdag) die gelegen zijn in een periode van 14 dagen die volgt op het begin van de schorsing. De bedienden hebben recht op loon voor die dagen. De periode van 14 dagen begint telkens vanaf de effectieve schorsing en houdt op wanneer het werk hervat wordt of wanneer er een schorsing om een andere reden volgt.
- De dagen waarop de werknemer normaal niet werkt (bv. op zaterdag als dat de gebruikelijke inactiviteitsdag is).
- De volledig verworven inhaalrustdagen waarop de werknemer recht heeft na arbeid op een zondag of een feestdag of na het presteren van overuren. De bediende moet eerst die dagen inhaalrust nemen vooraleer die werkloos gesteld kan worden (art. 77/5 van de wet op de arbeidsovereenkomsten). Dat geldt ook voor volledige inhaalrustdagen als gevolg van overschrijdingen van de arbeidsduur in het kader van de invoering van flexibele arbeidsregelingen (art. 20bis van de arbeidswet van 16.03.1971).
De volgende dagen inhaalrust hoeven niet eerst te worden opgebruikt:
- inhaalrust die niet minstens 1 volledige dag bedraagt;
- inhaalrust – al dan niet collectief vastgelegd – toegekend in het kader van arbeidsduurvermindering. Die dagen mogen echter niet vermeld worden als werkloosheidsdagen.
- dagen waarop gedeeltelijk werd gewerkt (als er bv. in de voormiddag werd gewerkt, kan voor de namiddag geen werkloosheid worden vermeld).
Geen mededelingen aan de RVA of mededelingen die te vroeg of te laat waren
Geen of laattijdige mededeling van de voorziene werkloosheid (en tijdige mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag)
Er moeten minstens 7 kalenderdagen liggen tussen de voorafgaande mededeling en de eerste effectieve werkloosheidsdag. De dag van de mededeling en de eerste werkloosheidsdag worden niet meegerekend voor die 7 dagen.
Als u de voorafgaande mededeling aan de RVA laattijdig heeft verstuurd (geen 7 kalenderdagen op voorhand), dan zal de RVA u dat meedelen.
De RVA zal de begindatum van de meegedeelde periode aanpassen. De meegedeelde einddatum blijft dezelfde.
Het gevolg is dat de werkgever ten vroegste recht heeft op uitkeringen tijdelijke werkloosheid vanaf de door de RVA verbeterde begindatum. U moet dus voor de periode vóór die datum het gewone loon betalen.
Voorbeeld:
De werkgever verstuurt op maandag 07.10 een mededeling die ingaat op vrijdag 11.10.
Die mededeling is laattijdig.
Het RVA-kantoor stelt de begindatum van de regeling dus uit tot dinsdag 15.10.
Als u geen rekening houdt met die rechtzetting, hebben de werknemers ten vroegste recht op werkloosheidsuitkeringen vanaf de 8ste dag van de werkloosheidsperiode en moet u een gewaarborgd loon betalen voor de periode die eraan voorafgaat.
Als u geen voorafgaande mededeling hebt verstuurd, moet u loon betalen aan uw werknemers. Er kunnen geen uitkeringen worden toegekend, ook niet voor de periode die volgt op de periode van 7 dagen, gedekt door loon. De periode vanaf de 8ste dag van de werkelijke schorsing van de arbeidsovereenkomst kan maar vergoed worden als u alsnog een laattijdige mededeling verstuurt en u nog voldoende krediet hebt.
Geen of laattijdige mededeling van de eerste effectieve dag werkloosheid (en voorafgaande mededeling op tijd uitgevoerd)
Als werkgever moet u de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag ten laatste versturen op de werkdag die volgt op de eerste effectieve werkloosheidsdag.
Een mededeling wordt als te laat beschouwd als ze meer dan 1 werkdag na de eerste effectieve werkloosheidsdag is gebeurd.
De werknemer heeft dan recht op loon voor de periode voorafgaand aan de mededeling.
Er kunnen dus enkel uitkeringen worden toegekend vanaf de werkdag vóór de verzending van de laattijdige mededeling.
Als u de maandelijkse mededeling van de eerste effectieve dag werkloosheid niet verstuurt, moet u de bediende het loon betalen voor de dagen tijdens dewelke de arbeidsovereenkomst werkelijk geschorst was. Voor de eerste 7 dagen gaat het om het normale loon, voor de daaropvolgende werkloosheidsdagen om een begrensd loon.
De loonsanctie geldt voor elke maand waarin u die verplichting niet naleeft.
Een voortijdige mededeling wordt gelijkgesteld met geen mededeling.
Geen voorafgaandelijke mededeling en geen mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag
Als u geen mededeling doet van de voorziene werkloosheid én geen of een voortijdige mededeling doet van de eerste effectieve werkloosheidsdag, dan moet u:
- voor de eerste 7 dagen (niet beperkt tot de lopende maand): het normale loon betalen;
- voor de rest van de maand: het begrensd loon (*) betalen.
Meer informatie over het bedrag van de uitkering vindt u in infoblad T66 'Hoeveel bedraagt uw uitkering bij tijdelijke werkloosheid?'.
Wat als de schorsing niet gegrond is?
Als u een stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek invoert om economische redenen, terwijl er geen werkgebrek om economische redenen is, dan moet u uw werknemers hun normale loon betalen voor de dagen waarop hun arbeidsovereenkomst niet geldig was geschorst.
Daarnaast moet u het brutobedrag van de ten onrechte betaalde uitkeringen tijdelijke werkloosheid terugbetalen aan de RVA.
U mag het nettobedrag van de ten onrechte betaalde uitkeringen tijdelijke werkloosheid inhouden van het nettoloon dat u aan de werknemers moet betalen.
Opmerking:
Het feit dat u op een bepaald moment als onderneming in moeilijkheden wordt erkend, betekent niet dat u in de toekomst altijd een beroep kunt doen op tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek om economische redenen. Bij elke mededeling kan de RVA nagaan of de ingeroepen tijdelijke werkloosheid gerechtvaardigd is en of het ingeroepen werkgebrek nog steeds veroorzaakt wordt door economische factoren.
Formaliteiten werknemer
-
Een aanvraag om uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid indienen
-
De controlekaart tijdelijke werkloosheid invullen en versturen
-
Zich na 3 maanden tijdelijke werkloosheid inschrijven als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling
Een aanvraag om uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid indienen
De bediende moet zo snel mogelijk contact opnemen met diens eigen uitbetalingsinstelling (HVW, ABVV, ACV, SYNOVA) om een formulier C3.2-WERKNEMER (aanvraag om uitkeringen tijdelijke werkloosheid) in te vullen. De werknemer kan ook een elektronische uitkeringsaanvraag indienen.
Het RVA-kantoor moet de uitkeringsaanvraag ten laatste ontvangen op het einde van de 2de maand na de maand waarin de werknemer tijdelijk werkloos wordt gesteld.
Voorbeelden
- Een werknemer wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 16 juni. Het RVA-kantoor moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 31 augustus ontvangen.
- Een werknemer wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 1 juli. Het RVA-kantoor moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 30 september ontvangen.
- Een werknemer wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 31 juli. Het RVA-kantoor moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 30 september ontvangen.
Controlekaart tijdelijke werkloosheid
Werknemers die de elektronische controlekaart eC3.2 gebruiken (verplicht sinds 01.01.2025), moeten die kaart invullen en ze op het einde van de maand elektronisch versturen naar hun uitbetalingsinstelling.
Werknemers die uitzonderlijk de papieren controlekaart C3.2A nog gebruiken, moeten die invullen volgens de instructies die op de kaart staan. Op het einde van de maand moeten ze de kaart ondertekenen en bij hun uitbetalingsinstelling indienen.
Inschrijving als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling
Na 3 maanden tijdelijke werkloosheid moet de bediende zich inschrijven als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. Een periode van volledige werkhervatting tijdens 2 opeenvolgende weken doet een nieuwe periode van 3 maanden starten.
Recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid
Werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld, zijn vrijgesteld van wachttijd. Dat betekent dat ze onmiddellijk recht hebben op uitkeringen zonder dat ze een bepaald aantal arbeidsdagen in loondienst of daarmee gelijkgestelde dagen hoeven te bewijzen. De normale vergoedbaarheidsvoorwaarden zijn op hen van toepassing (onder andere arbeidsgeschikt zijn en de voorwaarden om een nevenactiviteit uit te oefenen).
Meer info vindt u in het infoblad T32 'Heeft u recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid?'
Bedrag van de uitkering en recht op een supplement.
Het bedrag van de uitkering wordt berekend zoals het bedrag van de uitkering als tijdelijk werkloze. De bediende ontvangt een bedrag gelijk aan 60% van diens begrensde gemiddelde loon.
Op de werkloosheidsuitkering wordt een fiscale voorheffing van 26,75% ingehouden.
Werkt een bediende deeltijds en ontvangt die een inkomensgarantie-uitkering ter aanvulling van het deeltijdse loon, dan worden de uren van schorsing bedienden ingevolge werkgebrek niet vergoed aan het voormelde percentage. In dat geval wordt de uitkering berekend uitgaande van het dagbedrag dat dient om de inkomensgarantie-uitkering te berekenen.
Meer informatie over het bedrag van de uitkering tijdelijke werkloosheid vindt u in infoblad T66.
