Nieuwsbrief FSO nr. 75 - Harmonisering van de referteperiode voor de toekenning van de sluitingsvergoeding en verhoging van het globaal grensbedrag en afschaffing van de specifieke grensbedragen (herziening Nieuwsbrief FSO nr. 72)

Juridische vraag 

De wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen werd gewijzigd om de referteperiode voor de toekenning van de sluitingsvergoeding tussen arbeiders en bedienden te harmoniseren. Artikel 18 van deze wet werd gewijzigd om het verschil in behandeling weg te werken.

Ook het KB van 23 maart 2007 tot uitvoering van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen werd gewijzigd waardoor het grensbedrag van de tussenkomst van het FSO werd verhoogd en de specifieke grensbedragen werden afgeschaft.

Standpunt FSO

Tot 30 juni 2022, werd er een onderscheid gemaakt tussen arbeiders en bedienden voor de bepaling van de referteperiode voor de toekenning van de sluitingsvergoeding. Aan het arbeidscontract moest binnen de 12 maanden voor de wettelijke sluitingsdatum een einde worden gemaakt, voor bedienden werd deze termijn vastgesteld op 18 maanden. Voor sluitingen met wettelijke sluitingsdatum vanaf 1 juli 2022 bedraagt de referteperiode voortaan, voor zowel de bedienden als voor arbeiders, 18 maanden voorafgaand aan de wettelijke sluitingsdatum.

Voor sluitingen met een wettelijke sluitingsdatum vanaf 1 juli 2022 werd het globaal plafond verhoogd van 25.000 EUR bruto naar 30.500 EUR bruto. De specifieke grensbedragen werden afgeschaft.

Motivering

Harmonisatie referteperiode sluitingsvergoeding

Om recht te hebben op een sluitingsvergoeding zijn er zowel voorwaarden op ondernemingsniveau als op individueel niveau die moeten worden vervuld. Één van deze voorwaarden is dat aan de arbeidsovereenkomst een einde moet worden gemaakt binnen een bepaalde periode, een referteperiode. Voor de bepaling van deze referteperiode werd er een onderscheid gemaakt naargelang het om arbeiders of om bedienden ging: 

  • Tot 30 juni 2022, moest er binnen een periode van 12 maanden voorafgaand aan de wettelijke sluitingsdatum een einde worden gemaakt aan de arbeidsovereenkomst van de arbeider om aanspraak te kunnen maken op de sluitingsvergoeding.
  • Voor de bedienden is dit anders geregeld. Voor deze categorie van werknemers wordt de referteperiode van 12 maanden voorafgaand aan de wettelijke sluitingsdatum vastgesteld op 18 maanden. De arbeidsovereenkomst van de bediende moet dus binnen een periode van 18 maanden voorafgaand aan de wettelijke sluitingsdatum zijn beëindigd om recht te kunnen hebben op een sluitingsvergoeding.

De reden van dit verschil in behandeling moest, volgens de wetgever, worden gezocht in het feit dat de opzegging vroeger moest worden betekend voor bedienden dan voor arbeiders. De opzeggingstermijn voor arbeiders was immers korter. Bijgevolg moest de periode die gelegen is tussen de betekening van hun opzegging en de datum van de sluiting van de onderneming of de datum van verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming voor de bedienden langer zijn.

Het verschil inzake de duur van de referteperiode voorafgaand aan de sluiting vloeide dus voort uit het verschil in duur van de opzeggingstermijn bepaald in de arbeidsovereenkomstwet. Door de invoering van het eenheidsstatuut kan het verschil in behandeling niet meer worden verantwoord.

Artikel 18 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen werd aangepast door de wet van 28 november 2022 houdende harmonisering van de referteperiode voor de toekenning van de sluitingsvergoeding en aanpassing van de bedragen van de jaarlonen voor de bijzondere compenserende bijdrage, zodat aan de arbeidsovereenkomsten van alle werknemers een einde moet zijn gemaakt tijdens de periode van 18 maanden voorafgaand aan de wettelijke sluitingsdatum.

De werknemers die het slachtoffer werden van een sluiting van hun onderneming waarvan de sluiting een wettelijke sluitingsdatum heeft vanaf 1 juli 2022 vallen onder deze nieuwe regels.

Verhoging van het globaal grensbedrag en afschaffing van de specifieke grensbedragen

Vóór 1 juli 2022, werd de tussenkomsten van het FSO voor de betaling van contractuele vergoedingen verdeeld in drie groepen:

  • de eerste omvatte de lonen, de vergoedingen en de voordelen die verschuldigd waren op het ogenblik dat de arbeidsovereenkomst werd beëindigd, met uitzondering van de opzeggingsvergoeding die uit de beëindiging van de arbeidsovereenkomst voortvloeide. Deze vergoedingen werden toegekend tot aan het begrensd bedrag van 6.750 EUR bruto (oud artikel 24, 1° van het KB van 23.03.2007 tot uitvoering van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen)
  • de tweede groep bevatte het vakantiegeld toegekend aan de bedienden, voor wie het grensbedrag vastgelegd werd op 4.500 EUR bruto (oud artikel 24, 2° van het KB van 23.03.2007 tot uitvoering van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen);
  • de derde groep had betrekking op de verbrekingsvergoeding, die werd toegekend, rekening houdend met de eerste twee groepen, tot aan een globaal grensbedrag van 25.000 EUR bruto (oud artikel 24, 3° van het KB van 23.03.2007 tot uitvoering van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen).

Artikel 24 van het KB van 23 maart 2007 tot uitvoering wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 26 december 2022 tot wijziging van de artikelen 24 en 50, 5°, van het koninklijk besluit van 23 maart 2007 tot uitvoering van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen. Het globaal grensbedrag van 25.000 EUR werd verhoogd naar 30.500 EUR. De specifieke grensbedragen werden afgeschaft. Dit betekent een vereenvoudiging in de methodiek en verhoogt ook de transparantie wat betreft de vergoeding voor de werknemers.

Dit grensbedrag is niet van toepassing voor betalingen die het FSO verricht voor de bedrijfstoeslag bij het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag. Voor deze betalingen blijft het grensbedrag het bedrag dat verschuldigd is krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de NAR tot invoering van een regeling van bedrijfstoeslag ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen. 

De werknemers die het slachtoffer werden van een sluiting van hun onderneming waarvan de sluiting een wettelijke sluitingsdatum heeft vanaf 1 juli 2022, vallen onder deze nieuwe regels.