Nieuwsbrief FSO nr. 80 - Impact van de inwerkingtreding van het KB van 15.05.2024

Juridische vraag

Artikel 2, 3°, b van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen bepaalt dat beoefenaars van vrije beroepen gelijk worden gesteld met ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit.

Dit artikel werd gewijzigd door artikel 2 van de wet van 05.05.2019 tot wijziging van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen. Door deze wijziging is aan de Koning de bevoegdheid gegeven om te bepalen wat onder het begrip 'vrij beroep' moet worden verstaan voor de toepassing van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen.

Standpunt FSO

De NAR heeft op 18.07.2023 het advies nr. 2374 uitgebracht. Dit advies ging enerzijds over het begrip 'beoefenaars van vrije beroepen' voor de toepassing van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen en anderzijds over de mogelijkheid om bepaalde sectoren uit te sluiten van het begrip 'onderneming zonder handels- of industriële finaliteit', in het bijzonder over de effectieve uitsluiting van de vastgoedsector.

Op 31.05.2024 verscheen in het KB van 15.05.2024 tot bepaling van de beoefenaars van vrije beroepen en van de voorwaarden waaronder bepaalde sectoren kunnen worden uitgesloten van het begrip ‘onderneming zonder handels- of industriële finaliteit’ en tot effectieve uitsluiting van een bepaalde sector van dit begrip voor de toepassing van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen.

Dit KB bevat drie hoofdstukken:

  • Het eerste bepaalt het begrip ‘beoefenaars van vrije beroepen’.
  • Het tweede bepaalt de voorwaarden waaronder bepaalde sectoren kunnen worden uitgesloten van het begrip ‘onderneming zonder handels- of industriële finaliteit’.
  • Het derde bevat de effectieve uitsluiting van de vastgoedsector.

Motivering

  • Bepaling van de beoefenaars van vrije beroepen

Artikel 1 van het eerste hoofdstuk definieert beoefenaars van vrije beroepen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds natuurlijke personen, vennootschappen of verenigingen met of zonder rechtspersoonlijkheid, en anderzijds tussen gezondheidszorgbeoefenaars die hun beroep al dan niet zelfstandig uitoefenen via vennootschappen of verenigingen, met of zonder rechtspersoonlijkheid.

  • Bepaling van de voorwaarden waaronder bepaalde sectoren kunnen worden uitgesloten van het begrip onderneming zonder handels- of industriële finaliteit

Het Bijzonder comité van het FSO was bezorgd dat een nieuwe definitie van het begrip ‘vrij beroep’ een overdracht van mogelijke sectoren aan het Bijzonder comité zou teweegbrengen en dat de komst van deze sectoren de financiële stabiliteit van het Bijzonder comité in het gevaar zou kunnen brengen.

Om dit te vermijden, werden er objectieve criteria opgesteld om bepaalde sectoren met een structureel economisch risico uit te sluiten van het Bijzonder comité. De ondernemingen in deze sectoren zullen hierdoor worden beschouwd als ondernemingen met handels- of industriële finaliteit, waardoor het beheerscomité van het FSO bevoegd is.

Om de mogelijkheid tot uitsluiting van een bepaalde sector wettelijk mogelijk te maken, werd er een vijfde lid van artikel 2, 3°, b van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen ingevoerd. Dit gebeurde door artikel 2 van de wet van 24.03.2024 tot wijziging van de wet van 26.06.2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen tot invoering van de mogelijkheid om bepaalde sectoren uit te sluiten van het begrip onderneming zonder handels- of industriële finaliteit.

De Koning heeft nu de bevoegdheid om, na eenparig advies van het Bijzonder comité, bepaalde sectoren uit te sluiten indien deze sectoren een structureel economisch sluitingsrisico hebben.  De Koning kan, na eenparig advies van het Bijzonder comité, bepalen wat wordt begrepen onder het begrip structureel economisch sluitingsrisico en onder het begrip sector. Dit artikel werd uitgevoerd door het KB van 15.05.2024.

  • Uitsluiting van een bepaalde sector van het begrip onderneming zonder handels- of industriële finaliteit

Hoofdstuk 3 (artikel 4) van het nieuwe KB van 15.05.2024 bepaalt de effectieve uitsluiting van de vastgoedsector. Deze uitsluiting is gerechtvaardigd door het feit dat de overdracht van deze sector naar het Bijzonder comité van het FSO een structureel economisch sluitingsrisico vormt in de zin van artikel 2, 1° van dit KB.

De vastgoedsector wordt gedefinieerd door de NACE-codes: 68.311, 68.321, 68.322 en 46.180.

Conclusie

Het KB van 15.05.2024 definieert wat wordt verstaan onder 'beoefenaars van vrije beroepen', het stelt de voorwaarden vast waaronder bepaalde sectoren kunnen worden uitgesloten van het begrip 'onderneming zonder handels- of industriële finaliteit' indien zij een structureel economisch sluitingsrisico vormen en tot slot wordt de vastgoedsector ook effectief uitgesloten van deze categorie.