Nieuwsbrief FSO nr. 86: Nieuwe versie van het elektronische boek ‘Grondige analyse van de sluitingswetgeving’.
Inhoud van deze pagina
Inleiding
In december 2025 werd de nieuwe versie van het boek 'Grondige analyse van de sluitingswetgeving' op de website van het Fonds gepubliceerd. Die versie houdt rekening met de meest recente wijzigingen van de sluitingswetgeving en -reglementering. Daarnaast werd ook nieuwe rechtspraak toegevoegd.
Motivering
De belangrijkste updates in de nieuwe versie van het elektronische boek worden hieronder toegelicht.
-
Beoefenaars van vrije beroepen
Het begrip 'beoefenaars van vrije beroepen' staat in artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 mei 2024 tot bepaling van de beoefenaars van vrije beroepen en van de voorwaarden waaronder bepaalde sectoren kunnen worden uitgesloten van het begrip onderneming zonder handels- of industriële finaliteit en tot effectieve uitsluiting van een bepaalde sector van dit begrip voor de toepassing van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen.
In dit koninklijk besluit wordt een onderscheid gemaakt tussen natuurlijke personen, vennootschappen of verenigingen met of zonder rechtspersoonlijkheid en het feit dat gezondheidszorgbeoefenaars hun vrij beroep al dan niet uitoefenen via vennootschappen of verenigingen met of zonder rechtspersoonlijkheid (nieuwsbrief nr. 80).
Om als beoefenaar van een vrij beroep te worden beschouwd, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
- Het werk bestaat uit het leveren, in hoofdberoep, van intellectuele prestaties, onafhankelijk en op eigen verantwoordelijkheid.
- Die prestaties vereisen een voorafgaande opleiding en een permanente vorming.
- Het is nodig ingeschreven te zijn op de lijst van de eigen tuchtrechtelijke instelling.
- De tuchtrechtelijke instelling moet door de wet worden aangeduid.
Sinds 20 april 2024 heeft de Koning de mogelijkheid om bepaalde sectoren uit te sluiten van het begrip 'onderneming zonder handels- of industriële finaliteit' (art. 2, lid 5 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen). Van deze mogelijkheid werd gebruik gemaakt door de vastgoedsector uit te sluiten van het toepassingsgebied van het Bijzonder comité (koninklijk besluit van 15 mei 2024).
-
Uitbreiding van de sluitings- en overbruggingsvergoeding naar ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit
Bij koninklijk besluit van 9 juli 2024 werd de opdracht van het Fonds uitgebreid met de betaling van de sluitingsvergoeding en de overbruggingsvergoeding van ondernemingen in de socialprofitsector. De uitbreiding is van toepassing op sluitingen van ondernemingen met een wettelijke sluitingsdatum vanaf 1 januari 2025 (Nieuwsbrief FSO nr. 82).
-
Toekenningsvoorwaarde met betrekking tot de leeftijd van de werknemer om recht te hebben op een sluitingsvergoeding
Artikel 15, 1° van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen werd gewijzigd bij wet van 20 december 2024 tot aanpassing van de toekenningsvoorwaarde met betrekking tot de leeftijd van de werknemer om recht te hebben op de sluitingsvergoeding (Nieuwsbrief FSO nr. 83). Dat artikel voorziet een uitsluiting van het recht op de sluitingsvergoeding voor bepaalde slachtoffers van sluitingen van ondernemingen. De woorden 'de leeftijd van 65 jaar' zijn vervangen door de woorden 'de wettelijke pensioenleeftijd'.
-
Rechtsvormen
Artikel 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 2007 tot uitvoering van de artikelen 2, 3°, b, 28, §2, en 53 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 december 2024.
Dat artikel bepaalt wat er moet worden verstaan onder 'onderneming zonder industriële of handelsfinaliteit'. De opgesomde rechtsvormen werden gewijzigd en omvatten voortaan: de vereniging zonder winstoogmerk, de internationale vereniging zonder winstoogmerk, de stichting, de feitelijke vereniging, de vennootschap die is erkend als sociale onderneming in de zin van artikel 8:5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarvan de statuten bepalen dat de vennoten geen enkel vermogensvoordeel nastreven, en de ziekenfondsen of landsbonden van ziekenfondsen.
-
Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)
Werknemers die vanaf 1 juli 2025 worden ontslagen, kunnen geen aanspraak meer maken op het vergoedingen in het kader van SWT. Het SWT wordt definitief afgeschaft, met uitzondering van een zeer beperkte categorie van werknemers: oudere mindervalide werknemers en oudere werknemers met ernstige fysieke problemen, die aan de voorwaarden van cao nr. 165 voldoen. Werknemers die reeds aan alle voorwaarden voldeden en al genoten van de vergoedingen in het kader van het SWT, of die nog instromen op basis van de oude regeling, behouden echter hun recht op deze vergoedingen tot aan hun pensioen.
-
Verwijzingen naar recente rechtspraak
In het elektronische boek wordt ook recente rechtspraak toegevoegd. Enkele voorbeelden:
- Het staat het Fonds vrij om de volgorde te bepalen waarin het de vergoedingen, die het betaalt, in rekening brengt en het is aan de werknemer om te bewijzen dat diens werkgever de sociale en fiscale inhoudingen heeft betaald (deel 5, hoofdstuk I, punt VIII).
- De vordering tot deconsignatie is een vordering die onderworpen is aan een eigen verjaringstermijn (10 jaar) (deel 5, hoofdstuk II, §4, punt II).
- De voorwaarden voor tussenkomst van het Fonds in het kader van een transnationale situatie (deel 7, hoofdstuk II).
- De verantwoordelijkheden van de werkgever in het kader van een conventionele overdracht (deel 2, hoofdstuk III, §4, punt B).
-
Versies
De bijgewerkte versie staat online. (https://www.rva.be/fso/documentatie/publicaties). De vorige versies zijn beschikbaar op aanvraag.
