Nieuwsbrief FSO nr. 89: Schadevergoeding wegens discriminatie - het FSO is niet gebonden door de opname van de schuldvordering in het passief door de curator
Inhoud van deze pagina
Juridische vraag
Is het FSO verplicht een schadevergoeding wegens discriminatie op grond van de gezondheidstoestand te betalen wanneer een dergelijke schuldvordering door de curator in het passief van het faillissement is opgenomen, zonder dat de discriminatie vooraf bij gerechtelijke uitspraak werd vastgesteld?
Standpunt FSO
Het FSO is van oordeel dat het niet gehouden is door opname van een schuldvordering in het passief van het faillissement door de curator. Het FSO beschikt over een wettelijke verplichting om na te gaan of de gevorderde vergoedingen daadwerkelijk verschuldigd zijn en beoordeelt zelf of aan de voorwaarden voor toekenning ervan is voldaan.
Om ervoor te zorgen dat het FSO kan tussenkomen in de betaling van een schadevergoeding wegens discriminatie, moet de werknemer beschikken over een gerechtelijke uitspraak waarin wordt vastgesteld dat sprake is van discriminatie en waarin de werkgever tot betaling van een schadevergoeding wordt veroordeeld.
Motivering
Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt (1ste k.), 27 oktober 2025, AR 24/1184/A
-
Feiten
In deze zaak rijst de vraag of sprake is van discriminatie op grond van de gezondheidstoestand van een werknemer.
De discriminatie zou erin hebben bestaan dat de werknemer, nadat hij zijn werkgever in kennis had gesteld van zijn ziekte, door zijn werkgever werd ontslagen met een opzeggingstermijn van zes weken. Aangezien hij op dat ogenblik arbeidsongeschikt was wegens ziekte, werd deze opzeg geschorst.
Vervolgens verduidelijkte de werkgever dat de werknemer de onderneming zou moeten verlaten omwille van reorganisatie, nadat hij zijn opzeg zou doen na de ziekteperiode.
Uiteindelijk kwam er pas naar aanleiding van het faillissement van de onderneming een definitief einde aan de arbeidsovereenkomst.
De werknemer diende, in het kader van het faillissement, een schuldvordering in voor zowel een verbrekingsvergoeding als een vergoeding wegens discriminatie op grond van zijn gezondheidstoestand.
Daarna werd er door de werknemer een aanvraagformulier F1 bij het FSO ingediend, waarbij hij om een tussenkomst voor beide vergoedingen verzocht.
Het FSO betaalde vervolgens de verbrekingsvergoeding uit, maar weigerde tussen te komen voor de schadevergoeding wegens discriminatie wegens zijn gezondheidstoestand omdat niet aan de voorwaarden voor toekenning was voldaan. Volgens het FSO moet het bestaan van deze discriminatie en het recht op de daaruit voortvloeiende schadevergoeding door een rechter worden vastgesteld. De loutere bewering van de werknemer dat hij werd gediscrimineerd, volstaat niet. De curator kan evenmin door de opname van de schuldvordering in het passief van het faillissement het recht op een dergelijke schadevergoeding vaststellen t.a.v. het FSO.
Daarnaast was het FSO van oordeel dat de opname van de schuldvordering in het passief van het faillissement niet tegenstelbaar is aan het FSO. Het FSO heeft immers de wettelijke verplichting om zelf na te gaan of de gevorderde vergoedingen daadwerkelijk verschuldigd zijn. Het FSO betaalt immers niet de schulden van de werkgever, maar wel zijn eigen schulden.
De werknemer kon zich hierbij niet neerleggen en startte een gerechtelijke procedure op bij de arbeidsrechtbank.
-
Beslissing van de rechtbank
Op 27 oktober 2025 stelde de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt het FSO in het gelijk.
De rechter stelde dat het FSO niet gebonden is door de opname van de schadevergoeding wegens discriminatie in het passief door de curator. Bovendien bepaalde de rechter dat het FSO de wettelijke plicht heeft om na te gaan of de gevorderde vergoedingen effectief verschuldigd zijn.
Daarnaast oordeelde de rechter dat het loutere feit dat het ontslag enkele weken na de aankondiging van een medische ingreep en een periode van arbeidsongeschiktheid heeft plaatsgevonden, niet volstaat om discriminatie op grond van de gezondheidstoestand te doen vermoeden. In dit geval voert de werknemer geen concrete elementen aan die een vermoeden van discriminatie kunnen doen ontstaan, zoals vereist door de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie.
De rechter verwijst daarbij in het bijzonder naar de volgende feiten:
- Drie andere werknemers werden in dezelfde periode ontslagen;
- De werkgever verwees naar slechte financiële resultaten en het begin van de coronacrisis ter rechtvaardiging van deze ontslagen;
- Het ontslag volgde ongeveer zes weken nadat de werknemer zijn werkgever had geïnformeerd over de medische ingreep en de daaropvolgende revalidatieperiode.
- De werknemer heeft niet gereageerd op zijn ontslag en heeft dit gedurende meerdere jaren niet betwist, terwijl de arbeidsovereenkomst formeel pas ongeveer drie jaar later werd beëindigd.
Conclusie
Deze beslissing bevestigt het standpunt van het FSO dat het niet gebonden is door de opname van een schuldvordering in het passief van een faillissement door de curator. Het FSO beschikt over een eigen beoordelingsbevoegdheid en moet zelf nagaan of de gevorderde vergoeding daadwerkelijk verschuldigd is en of aan de wettelijke voorwaarden voor tussenkomst is voldaan.
Een loutere bewering van discriminatie of de loutere opname van een dergelijke schuldvordering in het passief van het faillissement volstaat niet om het recht op een schadevergoeding wegens discriminatie wegens gezondheidstoestand vast te stellen waardoor het FSO niet gehouden is om hiervoor een tussenkomst te verlenen.
