U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken als gevolg van de Brexit

Infoblad

E18

Laatste update
12-03-2021

Inleiding

De wet van 6 maart 2020 tot behoud van tewerkstelling na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (BS 25.03.2020) bevat drie maatregelen die bedoeld zijn om het banenverlies te beperken bij werkgevers die, door de aard van hun (uitvoer)activiteiten, getroffen zijn door de gevolgen van de Brexit.

Die maatregelen kunnen gelijktijdig worden toegepast. Ze zorgen ervoor dat het tewerkstellingsvolume tijdelijk kan afnemen om de loonkosten voor de werkgever te doen dalen, maar dat het loonverlies voor de betrokken werknemers wel beperkt blijft.

Het gaat om de volgende maatregelen:

  • een specifiek systeem van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken voor arbeiders en een specifiek systeem van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken voor bedienden;
  • een tijdelijke individuele vermindering van de arbeidsprestaties;
  • een tijdelijke collectieve vermindering van de arbeidstijd.

Die maatregelen mogen alleen worden gebruikt als de werkgever door de minister van Werk erkend is als werkgever in moeilijkheden als gevolg van de Brexit en enkel tijdens de periode van de erkenning.

De maatregelen gaan in op 22 maart 2021 en treden buiten werking op 21 maart 2022 (KB van 31 januari 2021 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding en buitenwerkingtreding van de titels 1 en 2 van de wet van 6 maart 2020 tot behoud van tewerkstelling na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, BS 15.02.2021).

Dit infoblad geeft uitleg over de specifieke regeling tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken als gevolg van de Brexit.  

Wanneer kunt u een beroep doen op de regeling tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken als gevolg van de Brexit?

U moet aan onderstaande voorwaarden voldoen:

  • U valt onder het toepassingsgebied van de wet van 05.12.1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. Het betreft dus voornamelijk ondernemingen uit de privésector.
  • U bent gebonden door een sectorale cao, een ondernemings-cao of een aanvraag tot erkenning als werkgever in moeilijkheden.
  • U bent door de minister van Werk erkend als onderneming in moeilijkheden als gevolg van de Brexit.

Wat is de procedure om erkend te worden als onderneming in moeilijkheden als gevolg van de Brexit?

 U moet een aanvraag tot erkenning als werkgever in economische moeilijkheden als gevolg van de Brexit indienen, elektronisch of via de post, bij de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel.

De erkenningsaanvraag moet het volgende bevatten:

  • de vermelding dat ze in toepassing van de wet van 6 maart 2020 is opgesteld;
  • de maatregelen om de tewerkstelling maximaal te behouden;
  • de maatregelen die u wenst in te voeren (zie inleiding) en de duur ervan;
  • het bedrag van het supplement boven op de uitkeringen tijdelijke werkloosheid.

In de aanvraag tot erkenning moet u het bewijs leveren dat u getroffen bent door een daling van ten minste 5% van de omzet, van de productie of van het aantal bestellingen als gevolg van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Voor de daling van de omzet, de productie of de bestellingen maakt u de vergelijking tussen de gegevens van een van de twee maanden die de aanvraag tot erkenning voorafgaan en de overeenstemmende maand van een van de twee kalenderjaren die de aanvraag voorafgaat.

De aanvraag tot erkenning als werkgever in moeilijkheden wordt voor advies voorgelegd aan de Commissie Ondernemingsplannen. De Commissie Ondernemingsplannen neemt binnen de twee weken na ontvangst van de aanvraag een advies. Dat advies wordt overgemaakt aan de minister van Werk en aan de werkgever, die het meedeelt aan de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging.

Na ontvangst van het advies neemt de minister van Werk een gemotiveerde beslissing over de erkenning als werkgever in economische moeilijkheden als gevolg van de Brexit.

De periode van erkenning eindigt ten laatste op 21 maart 2022 (de datum waarop de wet van 6 maart 2020 buiten werking treedt).

De werkgever wordt in kennis gesteld van de beslissing van de minister van Werk.

Er wordt tevens aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid meegedeeld:

  • welke werkgevers door de minister van Werk zijn erkend als werkgever in economische moeilijkheden als gevolg van de Brexit;
  • van welke maatregelen de werkgevers gebruik kunnen maken;
  • de begin- en einddatum van de erkenning.

De werkgever maakt een kopie van de erkenning over aan de ondernemingsraad of aan de vakbondsafvaardiging en deelt de economische redenen mee die het gebruik van de regeling tijdelijke werkloosheid als gevolg van de Brexit rechtvaardigen.

Voor meer uitleg over de erkenningsprocedure, zie https://werk.belgie.be/nl.

Welke regeling van tijdelijke werkloosheid als gevolg van de Brexit kunt u aanvragen?

Regeling voor arbeiders

Gedurende de periode dat u erkend bent als onderneming in moeilijkheden als gevolg van de Brexit en uiterlijk tot 21 maart 2022, kunt u voor uw arbeiders gebruik maken van de volgende regeling van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken als gevolg van de Brexit:

U kunt:

  • een regeling van volledige schorsing aanvragen voor maximum 8 weken (in plaats van 4 weken);
  • een regeling van gedeeltelijke arbeid (*) aanvragen voor maximum 6 maanden (in plaats van 3 maanden).

(*) Dat is een regeling van grote schorsing waarbij er minder dan drie arbeidsdagen per week of minder dan één week op twee gewerkt wordt.

In de elektronische mededeling van de voorziene economische werkloosheid aan de RVA (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch) vermeldt u als economische reden ‘BREXIT’.

Een regeling die is aangevraagd en ingegaan uiterlijk op 20 maart 2022, kan ook nog na die datum doorlopen tot afloop van de gevraagde regeling.

 Opmerkingen

  •  Als u geen erkenning hebt als onderneming in moeilijkheden als gevolg van de Brexit en u niet valt onder een afwijkende sectorale regeling vastgelegd in een KB, dan gelden de wettelijke termijnen van maximum 4 weken volledige schorsing of 3 maanden grote schorsing (artikelen 51,§ 2 en 51,§ 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten).
  •  Als u onder een afwijkende sectorale regeling valt die soepeler is dan de Brexit-regeling, kunt u verder gebruik maken van die soepele regeling. Bijvoorbeeld: voor PC 302 (horeca) kan een volledige schorsing worden aangevraagd voor 3 maanden.
  •  Als u onder een afwijkende sectorale regeling valt die strenger is dan de Brexit-regeling, kunt u gebruik maken van de termijnen voorzien in de Brexit-regeling op voorwaarde dat u erkend bent als onderneming in moeilijkheden als gevolg van de Brexit. U vermeldt in de voorafgaande mededeling aan de RVA dan expliciet dat het gaat om gebrek aan werk als gevolg van de Brexit.

 Verder gelden de gewone procedures en formaliteiten voor het invoeren van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken. Meer info vindt u in de volgende infobladen:

 Regeling voor bedienden

Gedurende de periode dat u erkend bent als onderneming in moeilijkheden ten gevolge van de Brexit en tot en met uiterlijk 20 maart 2022, kunt u voor uw bedienden gebruik maken van de volgende regeling van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken als gevolg van de Brexit:

U kunt:

  • een regeling van volledige schorsing aanvragen voor maximaal 8 kalenderweken per kalenderjaar;
  • een regeling van gedeeltelijke arbeid aanvragen voor maximaal 13 kalenderweken per kalenderjaar.

 In de elektronische mededeling van de voorziene economische werkloosheid aan de RVA (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch) vermeldt u als economische reden ‘BREXIT’.

Elke mededeling van de voorziene werkloosheid moet betrekking hebben op één kalenderweek of meerdere kalenderweken.
Als de regeling van volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst en de regeling van gedeeltelijke arbeid met mekaar gecombineerd worden, vormen twee weken van de regelingen van gedeeltelijke arbeid het equivalent van een week volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst.

Opmerking

Het krediet per kalenderjaar dat geldt voor de tijdelijke werkloosheid als gevolg van de Brexit (het Brexit-krediet) is een bijkomend krediet en wordt niet aangerekend op het wettelijk krediet van 16 weken volledige schorsing of 26 weken gedeeltelijke arbeid per kalenderjaar (artikel 77/7, eerste lid van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten).

Dat betekent het volgende:

  • Als u al erkend bent als onderneming in moeilijkheden zoals bepaald in artikel 77/1 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, kunt u gebruik maken van beide kredieten (het wettelijk krediet en het Brexit-krediet).
  • Als u tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken als gevolg van de Brexit inroept, moet u in de voorafgaande mededeling van de economische werkloosheid aan de RVA melden dat het gebrek aan werk het gevolg is van de Brexit, zodat de gevraagde periode van tijdelijke werkloosheid wordt aangerekend op het Brexit-krediet. 
  • Als u in het verleden nog geen beroep gedaan hebt op economische werkloosheid voor bedienden kunt u, als u erkend bent als onderneming in moeilijkheden als gevolg van de Brexit, gebruik maken van het Brexit-krediet.

Daarnaast kun u ook nog een erkenning aanvragen als onderneming in moeilijkheden op grond van het wettelijk stelsel.  

Verder gelden de gewone procedures en formaliteiten voor het invoeren van tijdelijke werkloosheid wegens economische oorzaken voor bedienden. Meer info vindt u in het infoblad E55 schorsing bedienden ingevolge werkgebrek – uitleg over de schorsingsregeling.

Hoeveel bedraagt het supplement boven op de werkloosheidsuitkering?

 Arbeiders hebben voor elke dag waarop ze niet gewerkt hebben ten gevolge van de Brexit recht op een supplement boven op de werkloosheidsuitkeringen, betaald door de werkgever. Het minimumbedrag van het supplement bedraagt 5,63 euro per dag.

Bedienden hebben voor elke dag waarop ze niet werken ten gevolge van de Brexit recht op een supplement boven op de werkloosheidsuitkeringen, betaald door de werkgever. Dat supplement is minstens gelijk aan het supplement voor arbeiders. Als u geen arbeiders tewerkstelt, is het supplement minstens gelijk aan het supplement voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in het paritair orgaan waaronder u zou ressorteren als u arbeiders zou tewerkstellen. Het minimumbedrag van het supplement bedraagt 5,63 euro per dag.

De betaling van het supplement kan ten laste worden gelegd van het Fonds voor Bestaanszekerheid door een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

Top