Follow us on twitter

U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Naleving van de arbeidsregeling tijdens een loopbaanonderbreking (gewone loopbaanonderbreking / thematische verloven) / tijdskrediet

Infoblad

E56

Laatste update
15-02-2019

Voor de gemakkelijkheid gebruiken we in dit infoblad de term 'loopbaanonderbreking' voor alle vormen van loopbaanonderbreking. De term verwijst dus zowel naar het tijdskrediet (gewone onderbrekingen in de privésector), als naar de gewone loopbaanonderbrekingen (in de openbare sector, het onderwijs en de autonome overheidsbedrijven) en naar de thematische verloven (in alle sectoren).

Dit infoblad is bedoeld voor u als werkgever. Het herhaalt enerzijds de regels die meestal van toepassing zijn op alle deeltijdse werknemers en niet alleen op de werknemers in loopbaanonderbreking, alsook de gevolgen als die regels niet worden nageleefd. Anderzijds wordt het accent gelegd op bepaalde speciale regels die van toepassing zijn op de werknemers in loopbaanonderbreking die een onderbrekingsuitkering ontvangen omdat ze hun arbeidstijd effectief verminderen in situaties die de wet toestaat.

Wat zijn de verplichte regels rond deeltijdse arbeid?

Deze principes zijn van toepassing op de werknemers en werkgevers uit de privésector en ook op zij die zijn tewerkgesteld door de Staat, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de openbare instellingen die ervan afhangen, de instellingen van openbaar nut en de vrije onderwijsinstellingen gesubsidieerd door de Staat, die niet door een statuut worden geregeld.

Een werknemer die overstapt naar een deeltijdse regeling in het kader van een loopbaanonderbreking krijgt daardoor het statuut van deeltijdse werknemer.

Bijgevolg is de reglementering in verband met deeltijdse arbeid (opgenomen in artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en in de artikelen 157 tot 169 van de programmawet van 22 december 1989) op hem van toepassing tijdens de duur van de loopbaanonderbreking.

Na afloop van de periode van loopbaanonderbreking heeft de werknemer het recht om zijn functie terug te krijgen. Als dat niet mogelijk is, heeft hij het recht op een gelijkwaardige of vergelijkbare functie in overeenstemming met zijn arbeidsovereenkomst.

Schriftelijke arbeidsovereenkomst met de arbeidsregeling en het overeengekomen werkrooster

  • De arbeidsovereenkomst die wordt afgesloten voor een deeltijdse job moet schriftelijk worden vastgelegd ten laatste op het moment waarop de werknemer begint met de uitvoering van zijn deeltijds contract.

Als de werknemer vóór de loopbaanonderbreking tewerkgesteld was met een schriftelijke arbeidsovereenkomst, dan moet daar een addendum worden bijgevoegd dat de hele periode van de loopbaanonderbreking dekt. Het addendum is een schriftelijke overeenkomst, ondertekend door beide betrokken partijen (werknemer en werkgever) met als bedoeling de voorwaarden of de modaliteiten van de verbintenissen in het oorspronkelijke contract te wijzigen.

Als de werknemer daarentegen tewerkgesteld was via een mondelinge arbeidsovereenkomst (omdat hij voltijds werkte voor onbepaalde duur) dan moet dat schriftelijk worden opgenomen in een overeenkomst ten laatste op het moment waarop de werknemer zijn deeltijdse prestaties begint.

  • De schriftelijke arbeidsovereenkomst of het addendum dat bij de initiële arbeidsovereenkomst wordt gevoegd, moet de deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster van de werknemer bevatten.

Wat is een arbeidsregeling?

Dat is de wekelijkse arbeidsduur die de werknemer moet naleven in een bepaalde periode. Die arbeidsregeling kan vast of variabel zijn.

Vaste arbeidsregeling

De arbeidsregeling is vast als de arbeidsduur altijd dezelfde is voor een week of in een cyclus langer dan een week.

Als de arbeidsregeling wordt georganiseerd volgens een cyclus die gespreid is over meer dan één week, dan moet op elk ogenblik kunnen worden vastgesteld wanneer de cyclus begint. Bij gebrek daaraan moet u de verplichtingen rond bekendmaking van variabele uurroosters respecteren.

Voorbeeld 1: in de arbeidsovereenkomst staat dat de deeltijdse werknemer 20 uur per week presteert. 

Voorbeeld 2: in de arbeidsovereenkomst staat dat de deeltijdse werknemer 30 uur presteert in een cyclus van twee weken: 20 uur in week 1 en 10 uur in week 2.

Variabele arbeidsregeling

De arbeidsregeling is variabel als de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld moet worden nageleefd gedurende een referteperiode. De referteperiode bedraagt in principe maximum 3 maanden, maar kan tot een jaar worden verlengd via een collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal niveau of op niveau van de onderneming, of bij gebrek daaraan, door het arbeidsreglement.

Voorbeeld: in de arbeidsovereenkomst staat dat de deeltijdse werknemer gemiddeld 30 uur per week presteert, en dat voor een referteperiode van een trimester. De werknemer voert zijn prestaties als volgt uit: hij werkt 30 uur/week in de eerste vijf weken, vervolgens 33 uur/week in de volgende vijf weken en 25 uur/week in de laatste drie weken

Wat is een werkrooster?

Dat is het effectieve werkrooster (dagen en uren) van de arbeidsprestaties die de werknemer moet naleven. Dat rooster kan vast of variabel zijn.

Vast werkrooster

Het werkrooster is vast als de dagen en uren van de prestaties identiek zijn voor een week of in een cyclus langer dan een week.

Voorbeeld 1: in de arbeidsovereenkomst is een vast werkrooster van 20 uur voorzien, gespreid over een week: maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag van 8 uur tot 13 uur.

Voorbeeld 2: in de arbeidsovereenkomst is een vast werkrooster voorzien dat verdeeld is over een cyclus van twee weken: 15 uur in de eerste week (maandag, woensdag en vrijdag van 9 tot 14 uur) en 20 uur in de tweede week (maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag van 9 tot 14 uur).

Variabel werkrooster

Het werkrooster is variabel als de dagen en uren van de prestaties kunnen variëren en geleidelijk worden meegedeeld door de werkgever volgens de regels die in het arbeidsreglement staan.

Voorbeeld: in de arbeidsovereenkomst staat dat de deeltijdse werknemer 20 uur per week presteert. De werkdagen en -uren worden wekelijks aan de werknemer meegedeeld.

  • Bij gebrek aan een schriftelijke arbeidsovereenkomst met de deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster, kan de werknemer kiezen voor de deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster die het best voor hem passen, zolang die van toepassing zijn in de onderneming.

Bewaren van een kopie of een uittreksel van de deeltijdse arbeidsovereenkomst

Er moet kopie van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer of een uittreksel van die overeenkomst met de identiteit van de betrokken werknemer, de arbeidsregeling, het werkrooster en de handtekening van de werknemer en van de werkgever in papieren of elektronische vorm worden bewaard op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd.

Er moet een bericht worden uitgehangen op een zichtbare en bereikbare plaats in de ruimtes waar de werknemers werken. In dat bericht moet worden vermeld waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd.

Als er geen kopie of uittreksel van de deeltijdse arbeidsovereenkomst wordt bewaard, kan een sociaal inspecteur van de RVA een pro justitia (proces-verbaal van vaststelling van inbreuk) tegen u opstellen, in overeenstemming met artikel 151, 1° en 2° van het Sociaal Strafwetboek.

Uithangen en bewaren van het variabele werkrooster

In geval van een variabel werkrooster moet u de deeltijdse werknemer vooraf informeren over zijn werkrooster met een bericht, in overeenstemming met de modaliteiten die in het arbeidsreglement van de onderneming staan.

Dat bericht:

  • moet het individuele werkrooster van elke deeltijdse werknemer met een variabel werkrooster bepalen;
  • moet schriftelijk worden vastgesteld en gedateerd door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden;
  • moet ten minste 5 werkdagen vooraf op een betrouwbare, geschikte en toegankelijke wijze ter kennis worden gebracht van de deeltijdse werknemers. De termijn van vijf dagen kan worden gewijzigd door een bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, maar mag niet korter zijn dan één werkdag.

Vanaf het moment waarop en zolang het variabele uurrooster van kracht is, moet het bericht met de individuele werkroosters of een kopie ervan op papier of elektronisch beschikbaar zijn op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd.

Het bericht met de individuele werkroosters of een kopie ervan moet één jaar worden bewaard vanaf de dag waarop het uurrooster dat erin vermeld staat niet meer van kracht is.

Als de hierboven vermelde principes niet worden nageleefd, kan een sociaal inspecteur van de RVA een pro justitia (een proces-verbaal van vaststelling van inbreuk) tegen u opstellen, in overeenstemming met artikel 151, 3 tot 5° van het Sociaal Strafwetboek.

Bijhouden en bewaren van het afwijkingsdocument

U moet als werkgever die deeltijdse werknemers tewerkstelt, beschikken over een afwijkingsdocument waarin alle afwijkingen van de afgesproken vaste of variabele werkroosters moeten staan.

Voorbeeld: de deeltijdse werknemer die werkt volgens een arbeidsregeling van 15 uur per week in een vast werkrooster (maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van 9 tot 12 uur) blijft op vraag van de werkgever tot 14 uur op vrijdag. De werkgever moet het afwijkingsdocument (laten) invullen voor de periode waarin wordt afgeweken van het oorspronkelijke rooster, namelijk van 12 tot 14 uur.

Het afwijkingsdocument moet de volgende gegevens bevatten :

  • de toepassingsperiode van het document;
  • de datum van de afwijking;
  • de contactgegevens van de werknemer op wie de afwijking van toepassing is;
  • de periode waarop de afwijking van toepassing is, d.w.z:
    • wanneer de prestaties beginnen na of eindigen voor de in het werkrooster voorziene uren, het uur van begin en einde van het werk (deze vermeldingen moeten aangegeven worden in het eerste geval bij het begin van de prestaties en in het tweede geval bij het einde van de prestaties);
    • wanneer de prestaties worden uitgevoerd buiten het voorziene werkrooster, het beginuur van het werk, het einduur ervan en de rustpauzes (deze vermeldingen moeten respectievelijk aangegeven worden op het ogenblik dat deze prestaties beginnen, op het ogenblik dat ze eindigen en bij het begin en het einde van elke rustpauze);
  • de handtekening van de werknemer, geplaatst op hetzelfde ogenblik waarop elke vermelding genoteerd wordt;
  • de handtekening van de werkgever, zijn lasthebber of aangestelde, die ten minste één maal per week geplaatst wordt.

U hoeft echter geen afwijkingsdocument bij te houden en in te vullen als er in uw onderneming een systeem voor tijdsopvolging wordt gebruikt dat de volgende gegevens bevat:

  • de identiteit van de werknemer;
  • het begin en het einde van de dagprestaties van de werknemer, en zijn rustpauzes;
  • de periode waarop de opgetekende gegevens betrekking hebben.

Het systeem voor tijdsopvolging moet de gegevens bijhouden die tijdens de betrokken periode worden opgetekend en het moet kunnen worden geraadpleegd door de deeltijdse werknemer.

Het afwijkingsdocument moet zich bevinden in alle tewerkstellingsplaatsen op een gemakkelijk bereikbare plaats en moet gedurende 5 jaar worden bewaard vanaf het einde van het trimester van de datum van inschrijving van de laatste verplichte vermelding.

Als er geen afwijkingsdocument wordt bijgehouden of bewaard volgens de hierboven vermelde principes, kan een sociaal inspecteur van de RVA een pro justitia (proces-verbaal van vaststelling van inbreuk) tegen u opstellen, in overeenstemming met artikel 152 van het Sociaal Strafwetboek.

Wat zijn de regels in verband met de cumulatie van uitkeringen met de arbeidsregeling die het gevolg is van de onderbreking?

Principe

De wetgever heeft ervoor gekozen om een maandelijkse toelage toe te kennen als compensatie voor het loonverlies dat het gevolg is van de onderbreking die de werknemer heeft gekozen.

Bijgevolg betaalt de RVA maandelijks een forfaitaire onderbrekingsuitkering die overeenstemt met de prestatieverminderingsbreuk.

Naleving van de breuk die voortvloeit uit de onderbreking

U moet erop toezien dat de werkelijk gepresteerde uren, die aanleiding geven tot een loon, overeenstemmen met de werktijd die het gevolg is van de gevraagde breuk van de loopbaanonderbreking en dat tijdens een referteperiode. Die referteperiode wordt bepaald in functie van de (vaste of variabele) deeltijdse arbeidsregeling van de werknemer en in functie van de periode van de loopbaanonderbreking.

Als de werknemer die in loopbaanonderbreking is een vaste arbeidsregeling heeft, moeten de werkelijk gepresteerde uren tijdens de periode van loopbaanonderbreking dus overeenstemmen met de breuk die het gevolg is van de loopbaanonderbreking gedurende een maand (of over een periode langer dan een maand in functie van de cyclus die van toepassing is).

Voorbeeld: een werknemer heeft halftijds ouderschapsverlof genomen van 01.01.2018 tot 28.02.2018. Hij heeft een vaste arbeidsregeling van 19 uur per week. Als de gepresteerde en betaalde uren per maand voor januari en februari 2018 meer bedragen dan 19 uur per week, is er een niet-toegelaten cumulatie van de RVA-uitkering met het loon. De uitkeringen moeten dus worden teruggevorderd voor de hele periode van loopbaanonderbreking.

Als de werknemer die in loopbaanonderbreking is daarentegen een variabele arbeidsregeling heeft, moeten de werkelijk gepresteerde uren overeenstemmen met de breuk die het gevolg is van de loopbaanonderbreking over de referteperiode die van toepassing is (in principe 3 maanden maar verlengbaar tot 1 jaar via een collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal niveau of op niveau van de onderneming of het arbeidsreglement). Als de periode van loopbaanonderbreking korter is dan de geldende referteperiode, dan moeten de werkelijk gepresteerde uren overeenstemmen met de breuk die het gevolg is van de loopbaanonderbreking over de periode van onderbreking.

Voorbeeld: een werknemer heeft halftijdse loopbaanonderbreking genomen van 01.01.2017 tot 30.06.2018. Hij heeft een variabele arbeidsregeling van 19 uur per week die moet worden nageleefd tijdens een referteperiode van 12 maanden (kalenderjaar). Als de werkelijk gepresteerde en betaalde uren in 2017 meer bedragen dan 19 uur per week, is er een niet-toegelaten cumulatie van de RVA-uitkering met het loon. Hetzelfde geldt als de gepresteerde uren van 01.01.2018 tot 30.06.2018 meer bedragen dan 19 uur per week. De uitkeringen moeten dus worden teruggevorderd voor de hele periode van loopbaanonderbreking.

Wat zijn de gevolgen als de breuk die het gevolg is van de loopbaanonderbreking niet wordt nageleefd?

Als de werkelijk gepresteerde uren die aanleiding geven tot een loon niet overeenstemmen met de breuk die het gevolg is van de loopbaanonderbreking tijdens de referteperiode die afhangt van de deeltijdse arbeidsregeling (maand, trimester of periode bepaald door een collectieve arbeidsovereenkomst of door het arbeidsreglement) en van de periode van de loopbaanonderbreking, is er een niet-toegelaten cumulatie van het loon met de toegekende onderbrekingsuitkering.

Afhankelijk van de geldende reglementering zal de RVA dan het recht op loopbaanonderbreking en/of het recht op uitkeringen weigeren.

Als de RVA tijdens een periode van onderbreking of daarna vaststelt dat er loon wordt gecumuleerd met onderbrekingsuitkeringen, zullen de reeds betaalde uitkeringen worden teruggevorderd.

Voorbeeld: een werknemer heeft halftijds ouderschapsverlof genomen van 01.03.2018 tot 30.06.2018. Hij heeft een variabele arbeidsregeling van 19 uur per week die moet worden gepresteerd in een referteperiode die voorzien is in de collectieve arbeidsovereenkomst of het geldende arbeidsreglement. Als de werkelijk gepresteerde en betaalde uren meer bedragen dan 19 uur per week in de geldende referteperiode, is er een niet-toegelaten cumulatie van de RVA-uitkering met het loon. De uitkeringen moeten dus worden teruggevorderd voor de hele periode van loopbaanonderbreking.

Specifiek geval in verband met de reglementering rond tijdskrediet (privésector) en ouderschapsverlof (alle sectoren)

Als de werkelijk gepresteerde uren die aanleiding geven tot een loon niet overeenstemmen met de breuk die het gevolg is van de onderbreking tijdens de referteperiode die werd bepaald in functie van de arbeidsregeling, maar de bepalingen van artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de cao nr. 103 wel worden nageleefd, kan de werknemer een onderbreking nemen zonder uitkeringen.

Voorbeeld: een werknemer was met halftijds tijdskrediet van 01.01.2018 tot 31.03.2018 voor het motief zorgen voor zijn ernstig ziek minderjarig kind. Hij had een vaste arbeidsregeling van 19 uur per week die moest worden gepresteerd over de gevraagde periode van tijdskrediet van 3 maanden. Als de werkelijk gepresteerde en betaalde uren meer bedragen dan 19 uur per week en de werknemer in werkelijkheid 20 uur per week heeft gepresteerd, is er een niet-toegelaten cumulatie van de RVA-uitkering met het loon. De uitkeringen moeten dus worden teruggevorderd voor de hele periode, maar de werknemer kan in tijdskrediet blijven zonder uitkeringen.

Welke regels zijn van toepassing in geval van een arbeidsduurvermindering (ADV) in de onderneming?

Toepassing op de werknemers in loopbaanonderbreking

Hoewel het systeem van ADV in principe niet van toepassing is op deeltijdse werknemers, laat de RVA toe dat een persoon in loopbaanonderbreking dat systeem kan genieten, op voorwaarde dat alle volgende voorwaarden worden vervuld:

  • de ADV-dagen worden betaald op het ogenblik waarop ze worden ingehaald (en niet op het moment waarop ze worden gepresteerd);
  • de ADV-dagen kunnen geen aanleiding geven tot de toekenning van een overloon;
  • de ADV-dagen worden in principe ingehaald tijdens de periode van loopbaanonderbreking.

Gebeurt dat niet, dan worden de reeds uitbetaalde uitkeringen teruggevorderd voor de hele periode van loopbaanonderbreking.

Hoe moet het werkgeversgedeelte van het aanvraagformulier worden ingevuld?

U moet de tewerkstellingsbreuk invullen op het aanvraagformulier op basis van de uren die vermeld staan in de arbeidsovereenkomst.

Op datzelfde formulier moet u ook de verklaringen invullen in verband met het systeem van arbeidsduurvermindering (ADV).

Door het formulier te ondertekenen, verklaart u dat u kennis heeft genomen van dit infoblad. U bevestigt bovendien dat de verklaringen op het formulier correct zijn. Is dat niet het geval, dan kan u worden vervolgd.

Welke regels zijn van toepassing in geval van prestaties van bijkomende uren of overuren?

Principes die van toepassing zijn op de werknemer in loopbaanonderbreking

Een werknemer presteert bijkomende uren als hij uren presteert boven de contractueel overeengekomen arbeidsduur, zonder evenwel de normale arbeidsduur vastgesteld door de wet of door de collectieve arbeidsovereenkomst te overschrijden.

Die uren geven in principe recht op inhaalrust en in sommige situaties op een overloon.

Een werknemer presteert overuren indien hij die uren presteert boven de 9 uur per dag of de 40 uur per week (of de lagere grenzen vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst, zelfs indien die niet bindend is verklaard door een koninklijk besluit). Die uren geven altijd recht op overloon en op inhaalrust.

Rekening houdend met de regels inzake deeltijdse arbeid, met de filosofie van het systeem van loopbaanonderbreking dat een beter evenwicht mogelijk moet maken tussen het beroeps- en het privéleven en met de regels rond cumulatie met onderbrekingsuitkeringen, moeten de volgende principes worden gerespecteerd tijdens een periode van loopbaanonderbreking met uitkeringen:

  • De werknemer mag bijkomende uren presteren, maar geen overuren.
  • Er mogen niet systematisch bijkomende uren worden gepresteerd. Er moet sprake zijn van punctuele situaties of situaties van overmacht (behalve in geval van het ADV-systeem).
  • Het verrichten van bijkomende uren op inactiviteitsdagen eigen aan de loopbaanonderbreking is slechts mogelijk met toestemming van de werknemer.
  • De bijkomende uren mogen geen aanleiding geven tot het betalen van een overloon.
  • De bijkomende uren mogen niet worden betaald, maar moeten tijdig (tijdens de geldende referteperiode) worden ingehaald, wat afhankelijk is van de deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster die zijn overeengekomen. Het inhalen moet in ieder geval gebeuren binnen de periode van de loopbaanonderbreking.

Principes van toepassing in geval van vrijwillige overuren

De werknemer kan op zijn initiatief per kalenderjaar maximum 100 vrijwillige overuren presteren die aanleiding geven tot de betaling van een overloon.

Die vrijwillige uren zijn echte overuren die niet moeten worden ingehaald. Ze moeten evenmin gemotiveerd worden door overmacht of een andere uitzonderlijke gebeurtenis (zoals een buitengewone vermeerdering van werk), wat wel het geval is voor de 'gewone' overuren.

Ze brengen een overloon met zich mee. Ze zijn bijgevolg niet verenigbaar met een loopbaanonderbreking.

Gevolgen als de principes niet worden nageleefd in geval van bijkomende uren en overuren

De RVA zal controleren of de eerder vermelde principes worden nageleefd.

Als een werknemer tijdens een periode van loopbaanonderbreking systematisch overuren of bijkomende uren presteert en ze niet worden ingehaald tijdens de geldende referteperiode, vordert de RVA de reeds betaalde onderbrekingsuitkeringen terug.

Wat zijn de regels die van toepassing zijn in geval van tewerkstelling met een glijdend uurrooster?

Definitie

Een regeling van glijdende uurroosters is een arbeidsregeling waarbij de werknemer zelf het begin en het einde van zijn arbeidsprestaties en zijn pauzes bepaalt met naleving van vastgelegde stam- en glijtijden.

In het kader van een dergelijke arbeidsregeling kan tot maximum 9 uur per dag en 45 uur per week worden gewerkt, in principe ook door deeltijdse werknemers. De werknemer moet zijn normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur naleven binnen de geldende referteperiode.

Deeltijdse arbeid op basis van een variabel uurrooster is incompatibel met een glijdend uurrooster. Een regeling van glijdende uurroosters kan wel worden toegepast op deeltijdse werknemers onderworpen aan een vast werkrooster.

Principes die van toepassing zijn op de werknemer in loopbaanonderbreking

Een werknemer in 1/5 of 1/2 loopbaanonderbreking kan worden tewerkgesteld in een glijdend uurrooster zolang:

  • de gebruikelijke regels rond de deeltijdse arbeid worden gerespecteerd;
  • de praktische toepassingsmodaliteiten (stam- en glijtijden, maximale dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur ...) van het glijdende rooster van de werknemer met 1/5 of 1/2 loopbaanonderbreking worden vastgelegd in het arbeidsreglement en in de deeltijdse arbeidsovereenkomst;
  • de regels voor de cumulatie met onderbrekingsuitkeringen worden nageleefd.

De arbeidsprestaties die de werknemer met een glijdend uurrooster in 1/5 of halftijdse loopbaanonderbreking uitoefent, worden niet beschouwd als bijkomende uren of overuren.

Wat zijn de gevolgen als de regels van dit infoblad niet worden nageleefd?

De inspectiedienst van de RVA zal controleren of de principes uit dit infoblad worden nageleefd. Als er onregelmatigheden of inbreuken worden vastgesteld, kan u of uw werknemer gerechtelijk worden vervolgd. Terugvordering van onderbrekingsuitkeringen die de werknemer onterecht heeft ontvangen, kan ook een gevolg zijn.

Het feit dat de algemene bepalingen van de reglementering over deeltijdse arbeid worden nageleefd, kan worden gecontroleerd door andere bevoegde sociale-inspectiediensten en niet alleen door de RVA.

Een RVA-kantoor zoeken

Top