Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

Infoblad

E6

Laatste update
01-09-2018

Waarover gaat dit infoblad?

U bent betrokken indien u sommige oudere werknemers ontslaat.

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, afgekort ‘SWT, is een stelsel van volledige werkloosheid aangevuld met een bedrijfstoeslag.

Die bedrijfstoeslag:

  • wordt toegekend aan sommige oudere werknemersin geval van ontslag;
  • is ten laste van u of ten laste van een in uw plaats tredend Fonds;
  • moet gebaseerd zijn op een cao afgesloten bij de NAR, de sector (paritair (sub)comité) of uw onderneming.

 Welke zijn de huidige verschillende stelsels?

Hieronder vindt u tabellen met de mogelijke leeftijdsgrenzen en het aantal jaar beroepsverleden dat de werknemer dient te bewijzen.

Welk stelsel?

Voorwaarden vanaf 2015?

Algemeen stelsel (cao 17)

Leeftijd: 62 jaar

Beroepsverleden:

  • mannen: 40 jaar
  • vrouwen: 34 jaar (2018), 35 jaar (2019),…

Stelsel vanaf 58 jaar in een zwaar beroep

Leeftijd: 59 jaar

Beroepsverleden: 35 jaar waaronder 5 jaar in de laatste 10 jaar of 7 jaar in de laatste 15 jaar in een zwaar beroep

Stelsel vanaf 58 jaar met medische redenen

Leeftijd: 59 jaar

Beroepsverleden: 35 jaar (mindervaliden en personen met ernstige lichamelijke problemen) 

Stelsel met 40 jaar beroepsverleden

Leeftijd: 59 jaar

Beroepsverleden: 40 jaar

Stelsel met 33 jaar beroepsverleden

Leeftijd: 59 jaar

Beroepsverleden: 33 jaar waaronder 5 jaar in de laatste 10 jaar of 7 jaar in de laatste 15 jaar in een zwaar beroep of waarvan 20 jaar nachtarbeid 

Stelsel met 33 jaar beroepsverleden in de bouwsector

Leeftijd: 59 jaar

Beroepsverleden: 33 jaar met attest van de arbeidsgeneesheer

Erkenning van het bedrijf als zijnde in moeilijkheden of in herstructurering

Leeftijd: 56 jaar (indien er in de cao wordt verwezen naar  de CAO nr. 126 van de NAR)

Beroepsverleden: 10/20 jaar

Wanneer is het SWT van de cao 17 van toepassing?

Het SWT is van toepassing:

  • in alle ondernemingen van de privésector;
  • op de ontslagen mannelijke werknemer van 62 jaar die 40 jaar beroepsverleden bewijst;
  • op de ontslagen vrouwelijke werknemer van 62 jaar die 33 jaar beroepsverleden bewijst.

De voorwaarde van het beroepsverleden voor de vrouwelijke werknemers wordt verstrengd in 2018 en stijgt tot 34 jaar. De vrouwelijke werknemer die in 2017 ten minste 62 jaar is en 33 jaar beroepsverleden heeft, kan ook na 31.12.2017 nog toetreden tot het SWT onder de in 2017 geldende voorwaarden.

De werknemer kan na 31.12.2014 nog op SWT vertrekken vanaf 60 jaar indien hij voldoet aan één van de overgangsmaatregelen voorzien door het KB van 30.12.2014.

Dat zal het geval zijn wanneer:

  • de werknemer ten laatste op 31.12.2014 ten minste 60 jaar is en 35 jaar beroepsverleden heeft (voor de mannelijke werknemer) of 28 jaar beroepsverleden (voor de vrouwelijke werknemer);
  • de werknemer die is ontslagen vóór 01.01.2015, 60 jaar is op het einde van de arbeidsovereenkomst en ten laatste op 31.12.2016 (of op het einde van de arbeidsovereenkomst als de wettelijke theoretische opzeggingstermijn eindigt na 31.12.2016) en ten minste 40 jaar beroepsverleden heeft (voor de mannelijke werknemer) of 32, 33, 34..jaar beroepsverleden (voor de vrouwelijke werknemer) op het einde van de arbeidsovereenkomst;
  • de werknemer wordt ontslagen tijdens de geldigheidsduur van een cao die 60 jaar voorziet, die ten laatste op 30.06.2015 wordt neergelegd en die ten laatste op 01.01.2015 aanvangt, en hij ten minste 60 jaar is in de geldigheidsduur van die cao en op het einde van de arbeidsovereenkomst en hij ten minste 40 jaar beroepsverleden heeft (voor de mannelijke werknemer) of 32, 33, 34..beroepsverleden (voor de vrouwelijke werknemer) aan het einde van de arbeidsovereenkomst;
  • de werknemer wordt ontslagen na de geldigheidsduur van een cao die 60 jaar voorziet, die ten laatste op 30.06.2015 wordt neergelegd en die ten laatste op 01.01.2015 aanvangt, en hij ten minste 60 jaar is in de geldigheidsduur van die cao en op het einde van de arbeidsovereenkomst en hij ten minste 40 jaar beroepsverleden heeft (voor de mannelijke werknemer) of 32, 33, 34..beroepsverleden (voor de vrouwelijke werknemer) in de geldigheidsduur van die cao en aan het einde van de arbeidsovereenkomst.

Wanneer is het SWT op 59 jaar (zwaar beroep) van toepassing?

Dit SWT:

  • moet worden voorzien in een cao die wordt afgesloten op het niveau van de sector (paritair (sub)comité) of van de onderneming;
  • is van toepassing op de ontslagen werknemer van 59 jaar die 35 jaar beroepsverleden bewijst;
  • is van toepassing op de werknemer die 5 jaar in een zwaar beroep bewijst in de laatste 10 jaar of 7 jaar in de laatste 15 jaar (zie de onderrichtingen van de RVA op www.rvatech.be voor het begrip ‘zwaar beroep’).

De leeftijd moet ten laatste bereikt zijn op het einde van de arbeidsovereenkomst en binnen de geldigheidsperiode van de cao.

Het beroepsverleden moet ten laatste op het einde van de arbeidsovereenkomst bereikt zijn.

Wanneer is het SWT op 59 jaar (erkende medische problemen) van toepassing?

Dit SWT:

  • is voorzien in de cao nr. 123 afgesloten op het niveau van de NAR (van toepassing op alle ondernemingen van de privésector) en is van kracht tot 31.12.2018;
  • is van toepassing op de ontslagen werknemer van 59 jaar die 35 jaar beroepsverleden bewijst;
  • is van toepassing op de werknemer die erkend is als mindervalide werknemer of die erkende medische problemen bewijst (zie de onderrichtingen van de RVA op www.rvatech.be voor het begrip ‘erkende medische problemen’).

De leeftijd moet ten laatste bereikt zijn op het einde van de arbeidsovereenkomst en binnen de geldigheidsperiode van de cao.

Het beroepsverleden moet ten laatste op het einde van de arbeidsovereenkomst bereikt zijn.

Wanneer is het SWT op 59 jaar (met 40 jaar beroepsverleden) van toepassing?

Dit SWT:

  • is voorzien in een cao afgesloten op het niveau van de NAR (van toepassing op alle ondernemingen van de privésector) en is van kracht tot 31.12.2018;
  • is van toepassing op de ontslagen werknemer van 59 jaar die 40 jaar beroepsverleden bewijst;

De leeftijd moet ten laatste bereikt zijn op het einde van de arbeidsovereenkomst en binnen de geldigheidsperiode van de cao.

Het beroepsverleden moet ten laatste op het einde van de arbeidsovereenkomst bereikt zijn.

De werknemer kan na 31.12.2014 nog toetreden tot het stelsel vanaf de leeftijd van 56 jaar indien hij ontslagen wordt vóór 01.01.2016, 56 jaar is op het einde van zijn arbeidsovereenkomst en ten laatste op 31.12.2015 en ten minste 40 jaar beroepsverleden heeft op het einde van de arbeidsovereenkomst.

Wanneer is het SWT op 58 jaar (met 33 jaar beroepsverleden) van toepassing?

Dit SWT:

  • moet worden voorzien in een cao die wordt afgesloten op sectoraal niveau (paritair (sub)comité);
  • is van toepassing op de ontslagen werknemer van 58 jaar die 33 jaar beroepsverleden bewijst;
  • is van toepassing op de werknemer die ofwel 20 jaar arbeid bewijst met nachtprestaties in de zin van de cao nr. 46 of 5 jaar in de laatste 10 jaar of 7 jaar in de laatste 15 jaar in een zwaar beroep (zie de onderrichtingen van de RVA op www.rvatech.be voor het begrip ‘zwaar beroep’).

De leeftijd moet ten laatste bereikt zijn op het einde van de arbeidsovereenkomst en binnen de geldigheidsperiode van de cao.

Het beroepsverleden moet ten laatste op het einde van de arbeidsovereenkomst bereikt zijn.

De werknemer kan na 31.12.2014 nog toetreden tot het stelsel vanaf de leeftijd van 56 jaar indien hij ontslagen werd vóór 01.01.2015, 56 jaar is op het einde van zijn arbeidsovereenkomst en ten laatste op 31.12.2014 en ten minste 33 jaar beroepsverleden heeft en 20 jaar arbeid met nachtprestaties heeft op het einde van de arbeidsovereenkomst.

Wanneer is het SWT op 59 jaar (in de bouwsector) van toepassing?

Dit SWT:

  • is voorzien in een cao afgesloten op het niveau van de bouwsector; 
  • is van toepassing op de ontslagen werknemer van 59 jaar die 33 jaar beroepsverleden bewijst;
  • is van toepassing op de werknemer die een attest voorlegt van de arbeidsgeneesheer waaruit blijkt dat hij zijn beroepsactiviteiten niet meer kan voortzetten.

De leeftijd moet ten laatste bereikt zijn op het einde van de arbeidsovereenkomst en binnen de geldigheidsperiode van de cao.

Het beroepsverleden moet ten laatste op het einde van de arbeidsovereenkomst bereikt zijn.

De werknemer kan na 31.12.2014 nog toetreden tot het stelsel vanaf de leeftijd van 56 jaar indien hij ontslagen werd vóór 01.01.2015, 56 jaar is op het einde van zijn arbeidsovereenkomst en ten laatste op 31.12.2014 en ten minste 33 jaar beroepsverleden heeft op het einde van de arbeidsovereenkomst en beschikt over het attest van de arbeidsgeneesheer.

Wat is een erkenning als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering?

Uw onderneming kan bij beslissing van de minister van Werk het statuut van onderneming in moeilijkheden of in herstructurering bekomen (met betrekking tot de vereiste voorwaarden en de te volgen procedure kunt u zich wenden tot de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel
(tel.: 02 233 41 11) - e-mail: fod@werk.belgie.be.

In het kader van die erkenning en voor de werknemers ontslagen tijdens de erkenningsperiode, kan u aan de minister vragen om de leeftijd van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag te verlagen tot 56 jaar voor zover de ondernemings-cao verwijst naar de cao nr 126 van de NAR.

Wanneer u overgaat tot een collectief ontslag moet u een tewerkstellingscel oprichten of samenwerken met een bestaande cel.

Voor meer inlichtingen, raadpleeg de internetsite www.werk.belgie.be >Thema’s> Herstructurering.

Lees ook het infoblad ‘Wat zijn uw rechten en verplichtingen in het kader van de herstructurering van een onderneming?’ nr E32. Dat infoblad kunt u krijgen bij het werkloosheidsbureau van de RVA of downloaden van de website www.rva.be.

Wat zijn de voorwaarden voor het SWT wanneer u overgaat tot een collectief ontslag?

Wanneer u overgaat tot een collectief ontslag en een tewerkstellingscel opricht (of samenwerkt met een bestaande cel) zijn de voorwaarden voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag de volgende:

  • de werknemer moet ontslagen zijn tijdens de erkenningsperiode (die een aanvang neemt op de dag van de aankondiging van het collectief ontslag);
  • de werknemer moet ten laatste op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag voldoen aan de leeftijdsvoorwaarde;
  • de werknemer moet gedurende ten minste 6 maanden ingeschreven zijn geweest in de tewerkstellingscel die u moet oprichten (of waarmee u samenwerkt);
  • de opzeggingstermijn (of de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding) kan worden ingekort tot minimum 26 weken mits een schriftelijk akkoord tussen de werkgever en de werknemer. Die inkorting van de opzeggingstermijn is slechts mogelijk na de betekening van de wettelijke opzeggingstermijn.
    Die inkorting heeft (ten vroegste) uitwerking vanaf het akkoord omtrent die inkorting;
  • de werknemer moet slechts 20 jaar beroepsverleden bewijzen als loontrekkende of 10 jaar arbeid als loontrekkende in dezelfde bedrijfstak gedurende de laatste 15 jaar;
  • de werknemer moet niet worden vervangen.

Wanneer u overgaat tot een collectief ontslag zonder een tewerkstellingscel op te richten, zijn de voorwaarden voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag de volgende:

  • de werknemer moet ontslagen zijn tijdens de erkenningsperiode (die een aanvang neemt op de dag van de aankondiging van het collectief ontslag);
  • de werknemer moet ten laatste op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag voldoen aan de leeftijdsvoorwaarde;
  • de opzeggingstermijn (of de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding) kan worden ingekort tot minimum 26 weken mits een schriftelijk akkoord tussen de werkgever en de werknemer. Die inkorting van de opzeggingstermijn is slechts mogelijk na de betekening van de wettelijke opzeggingstermijn;
    Die inkorting heeft (ten vroegste) uitwerking vanaf het akkoord omtrent die inkorting;
  • de werknemer moet slechts 20 jaar beroepsverleden bewijzen als loontrekkende of 10 jaar arbeid als loontrekkende in dezelfde bedrijfstak gedurende de laatste 15 jaar;
  • de werknemer moet niet worden vervangen.

Wat zijn de voorwaarden voor het SWT wanneer u niet overgaat tot een collectief ontslag?

Wanneer u in het kader van de erkenning van onderneming in herstructurering of in moeilijkheden  niet overgaat tot collectief ontslag, zijn de voorwaarden voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag de volgende:

  • de werknemer moet ontslagen zijn tijdens de erkenningsperiode (periode van maximum 2 jaar);
  • de werknemer moet ten laatste voldoen aan de leeftijdsvoorwaarde op het einde van de arbeidsovereenkomst;
  • de opzeggingstermijn (of de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding) kan worden ingekort tot minimum 26 weken mits een schriftelijk akkoord tussen de werkgever en de werknemer. Die inkorting van de opzeggingstermijn is slechts mogelijk na de betekening van de wettelijke opzeggingstermijn. Die inkorting heeft (ten vroegste) uitwerking vanaf het akkoord omtrent die inkorting;
  • de werknemer moet slechts 20 jaar beroepsverleden bewijzen als loontrekkende of 10 jaar arbeid als loontrekkende in dezelfde bedrijfstak gedurende de laatste 15 jaar;
  • de werknemer moet niet worden vervangen.

Waaruit is het beroepsverleden samengesteld?

Het beroepsverleden bestaat uit periodes van arbeid als loontrekkende. Talrijke periodes kunnen worden gelijkgesteld met arbeidsperiodes. Het betreft periodes van ziekte of tijdelijke werkloosheid, maar ook periodes van volledige werkloosheid of loopbaanonderbreking met of zonder onderbrekingsuitkeringen of nog, arbeidsperiodes als statutair leerkracht. Bovendien kunnen periodes van deeltijdse arbeid gunstiger worden meegerekend en dus gelijkgesteld worden met periodes van voltijdse arbeid.

Gezien de complexiteit van de regels van gelijkstelling, heeft de werknemer de mogelijkheid om de berekening van zijn beroepsverleden ‘vooraf’ te vragen.

‘Vooraf’ betekent ten vroegste 6 maanden vóór de kennisgeving van het ontslag (= de betekening van de opzeggingstermijn of de onmiddellijke beëindiging met betaling van een verbrekingsvergoeding).

De werknemer wendt zich tot een uitbetalingsinstelling naar keuze en vult het gepaste formulier ‘C17 Beroepsverleden’ in.

Er zijn 4 uitbetalingsinstellingen: de hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen, de kas voor de betaling van uitkeringen opgericht door de ACLVB, het ACV of het ABVV.

Wat zijn uw verplichtingen in het kader van SWT?

U moet:

  • bepaalde formulieren afleveren aan de werknemer;
  • de bedrijfstoeslag betalen aan de werknemer (behalve indien een sectoraal Fonds in uw plaats treedt);
  • een inhouding afhouden op de bedrijfstoeslag (er bestaan uitzonderingen);
  • de bijzondere werkgeversbijdrage storten aan de RSZ (er bestaan uitzonderingen);
  • de werknemer in SWT geldig vervangen (er bestaan vrijstellingsmogelijkheden).

Welke formulieren moet u afleveren?

Indien u een werknemer ontslaat die voldoet aan de voorwaarden voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag moet u een formulier C4–SWT (of C4ASR– SWT) overhandigen.

Daarnaast moet u uit eigen beweging het document C17 (attest betreffende het bedrag van de bedrijfstoeslag in geval van SWT) aan de werknemer afgeven.

De werkloze met bedrijfstoeslag dient de C4–SWT en het document C17 in bij zijn uitbetalingsinstelling. Dit is zijn vakbond of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen.

Hoeveel bedraagt de bedrijfstoeslag?

U moet maandelijks een bedrijfstoeslag aan de werknemer in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag betalen.

Het wettelijk minimumbedrag van de bedrijfstoeslag is gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto-referteloon (begrensd tot een brutoloon) en de werkloosheidsuitkering. U kunt het huidige begrensde bedrag op de site van de Nationale arbeidsraad terugvinden:  http://www.cnt-nar.be ---> Cao-bedragen ---> cao 17.

Bij bepaalde bedrijfstakken wordt die toeslag betaald door een Fonds voor Bestaanszekerheid. In geval van sluiting van de onderneming of faillissement kan die toeslag worden betaald door het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen.

Welke inhouding wordt verricht op het bedrag van het SWT?

De debiteur van de bedrijfstoeslag moet op deze toeslag een inhouding verrichten van 6,5% en moet het ingehouden bedrag driemaandelijks storten aan de RSZ.

De inhouding wordt berekend op het totaalbedrag van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (werkloosheidsuitkering + bedrijfstoeslag).

De inhouding moet worden verricht door de debiteur van de bedrijfstoeslag. Wordt de bedrijfstoeslag betaald door meerdere debiteurs, dan moet de inhouding worden verricht door de debiteur die het grootste deel van de bedrijfstoeslag betaalt.

Die inhouding mag niet tot gevolg hebben dat het totale bedrag van het SWT zakt onder een bepaald bedrag. Dat bedrag verschilt naargelang de werknemer een met gezinslast, alleenwonende of samenwonende werknemer is. Meer uitleg over die bedragen vindt u op de portaalsite van de Sociale Zekerheid (https://www.socialsecurity.be).

Welke werkgeversbijdrage is verschuldigd inzake SWT?

Een bijzondere werkgeversbijdrage is verschuldigd voor elke werknemer in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Die maandelijkse bijdrage moet driemaandelijks aan de RSZ worden gestort tot aan de pensioenleeftijd van de werkloze.

Die maandelijkse bijdrage moet worden betaald door de debiteur van de bedrijfstoeslag. Wordt de bedrijfstoeslag betaald door meerdere debiteurs, dan moet de bijdrage worden betaald door de debiteur die het grootste deel van de bedrijfstoeslag betaalt.

De werkgeversbijdrage stemt overeen met een percentage van de bedrijfstoeslag, dat varieert naargelang de leeftijd van de werkloze.

Voor de non-profitsector en de erkende ondernemingen zijn er specifieke percentages voorzien.

Meer uitleg over die bedragen vindt u op de portaalsite van de Sociale Zekerheid (https://www.socialsecurity.be).

In welke situaties moet u de werknemer in SWT vervangen?

U moet elke werknemer vervangen die ontslagen is en die het recht op werkloosheidsuitkeringen bekomt in het kader van SWT.

Er bestaan mogelijkheden om daarvan vrijgesteld te worden.

Binnen welke termijn moet u de werknemer vervangen?

U bent verplicht om de werknemer in SWT te vervangen door een geldige vervanger en dat gedurende minstens 3 jaar.

De vervanger moet in dienst treden tijdens een reglementaire vervangingsperiode die loopt vanaf de eerste van de vierde maand voorafgaand aan de maand waarin het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag een aanvang neemt tot de eerste van de derde maand volgend op de maand waarin het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag een aanvang neemt.

U moet het werkloosheidsbureau van de werknemer in SWT het bewijs leveren (C63 SWT) dat de vervanger een geldige vervanger is. Dat attest C63 SWT kunt u bekomen bij het werkloosheidsbureau bevoegd voor de woonplaats van de vervanger.

Wanneer de vervanger het bedrijf zou verlaten, moet u een nieuwe geldige vervanger in dienst nemen binnen een periode van 30 kalenderdagen en er het bevoegde werkloosheidsbureau van op de hoogte stellen.

Wie komt in aanmerking voor een vervanging?

De werknemer in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag moet worden vervangen door één (of twee) uitkeringsgerechtigde volledige werkloze(n).

Worden gelijkgesteld met een uitkeringsgerechtigde volledige werkloze:

  • een jonge werknemer die zijn studies beëindigd heeft en die zich in zijn beroepsinschakelingstijd bevindt;
  • een deeltijdse werknemer die de inkomensgarantie-uitkering geniet (aanvullend stempelgeld naast het loon);
  • een volledig werkloos geworden vrijwillig deeltijdse werknemer die als dusdanig uitkeringen geniet;
  • een werkzoekende die het bestaansminimum geniet sedert minstens 6 maanden (attest OCMW nodig);
  • een werkzoekende die als dusdanig ingeschreven is en die zich opnieuw beschikbaar stelt voor de arbeidsmarkt na een onderbreking van zijn beroepsloopbaan omwille van familiale redenen;
  • een mindervalide werknemer tewerkgesteld in een beschutte werkplaats;
  • de werkzoekenden waarvan het recht op uitkeringen werd geschorst wegens langdurige werkloosheid en die gedurende minstens 24 maanden zonder onderbreking geen uitkeringen meer genoten hebben in het kader van de werkloosheidsreglementering.

De vervanger mag bovendien niet tewerkgesteld zijn geweest bij de werkgever in de 6 maanden die het begin van de vervanging voorafgaan, behalve als:

  • jongere aangeworven in het kader van een startbaanovereenkomst;
  • vervanger (SWT, tijdskrediet, loopbaanonderbreking of vervangingsovereenkomst);
  • leerling;
  • deeltijdse werknemer die de inkomensgarantie-uitkering geniet;
  • werknemer tewerkgesteld met een contract van bepaalde duur (maximum 1 jaar);

Voor die categorieën van werknemers die van de ene dag op de andere kunnen worden aangeworven als vervanger zonder voorafgaandelijk werkloosheidsuitkeringen aan te vragen, is vereist dat zij aangeworven worden met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.

  • uitzendkracht.

Opgelet! De werknemer kan als vervanger niet worden tewerkgesteld in het kader van een uitzendovereenkomst. De werknemer kan als vervanger eveneens niet worden tewerkgesteld in het kader van een startbaanovereenkomst tenzij hij van buitenlandse afkomst is.

Welke vrijstellingen en afwijkingen van de vervangingsplicht bestaan er?

Deze vervangingsplicht geldt niet:

  • indien de werknemer op het einde van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt;
  • indien de arbeidsovereenkomst effectief een einde neemt vóór 01.01.2015 en de werknemer op het einde van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt;
  • indien de arbeidsovereenkomst effectief een einde neemt na 31.12.2014 en de werknemer minstens 60 jaar is op 31.12.2014;
  • indien de arbeidsovereenkomst effectief een einde neemt na 31.12.2014 en de werknemer geniet van een van de overgangsbepalingen van artikel 2 van het KB van 03.05.2007 zoals gewijzigd door het KB van 30.12.2014;
  • wanneer de onderneming wordt erkend als zijnde in moeilijkheden of in herstructurering;
  • indien u vrijgesteld wordt van de vervangingsplicht:
    • door de minister van Werk:
      • voor de toekomstige werknemers in het SWT in geval van structurele vermindering van het personeelsbestand;
        Opgelet! de aanvraag om vrijstelling moet toekomen bij de minister binnen de maand die volgt op de reglementaire vervangingsperiode.
      • er bestaat ook een vrijstelling van vervanging voor de lopende SWT of in geval van sluiting van de onderneming. Die aanvragen om vrijstelling moeten ook binnen zeer korte termijnen worden ingediend.
      • (voor meer inlichtingen kunt u zich wenden tot de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen, Ernest Blerotstraat 1, 1070 Brussel (tel.: 02 233 41 11).
    • door de directeur van het werkloosheidsbureau van de RVA wanneer u bewijst dat er op de arbeidsmarkt geen vervangers zijn die beantwoorden aan de criteria vereist door de reglementering. Dat kan worden bewezen aan de hand van een attest van de plaatsingsdiensten (VDAB in Vlaanderen, ACTIRIS in Brussel, ADG voor de Duitstalige Gemeenschap of FOREM in Wallonië).

Welke zijn de gevolgen van niet-naleving van de vervangingsplicht?

Indien u de bepalingen inzake vervanging niet naleeft:

  • kunt u een geldboete oplopen overeenkomstig de bepalingen van het sociaal strafwetboek;
  • zal u een forfaitaire compensatoire vergoeding oplopen opgelegd door de directeur van het werkloosheidsbureau. Het bedrag daarvan is gelijk aan 15,82 euro per dag en dat voor de periode van niet of ongeldige vervanging. Die boete kan worden opgelegd voor de ganse periode gedekt door het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, in geval van manifeste onwil tot vervanging over te gaan.

Wat gebeurt er als een werkloze met bedrijfstoeslag een beroepsactiviteit hervat?

Indien de werknemer die u hebt ontslagen en die werkloze met bedrijfstoeslag is geworden, het werk hervat als loontrekkende bij een andere werkgever of als zelfstandige, moet u hem de bedrijfstoeslag verder doorbetalen.

Dezelfde principes gelden ook indien de werknemer het werk hervat gedurende de periode die door een verbrekingsvergoeding gedekt is. De werknemer heeft recht op de bedrijfstoeslag zodra hij recht zou hebben gehad op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag indien hij het werk niet had hervat.