Follow us on twitter

U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Aanvraagprocedure van het tijdskrediet

Infoblad

E65

Laatste update
01-06-2019

De werknemer die een tijdskrediet wenst, moet zijn werkgever hiervan voorafgaandelijk schriftelijk op de hoogte brengen.

Wanneer u de schriftelijke aanvraag hebt gekregen van de werknemer moet u in functie van het gevraagde type van tijdskrediet (zonder motief, met motief of eindeloopbaan), nagaan of de toegangsvoorwaarden vervuld zijn.

Indien dat het geval is, mag de aanvraag om tijdskrediet ingediend worden bij de RVA.

In dit infoblad vindt u de verschillende fasen van de aanvraagprocedure.

Wanneer en hoe moet de werknemer u op de hoogte brengen van zijn voornemen?

Termijn voor de kennisgeving

De kennisgeving moet gebeuren:

  • 3 maanden vooraf indien de onderneming meer dan 20 werknemers telt;
  • 6 maanden vooraf indien de onderneming 20 werknemers of minder telt.

Om te bepalen of de termijn 3 of 6 maanden bedraagt, moet u uitgaan van het aantal werknemers in de onderneming op 30 juni van het jaar dat aan de schriftelijke kennisgeving voorafgaat.

De termijn van 3 of 6 maanden is een vaste termijn. Hij wordt echter verminderd tot 2 weken als de werknemer een tijdskrediet met motief wenst te bekomen onmiddellijk nadat hij zijn recht op palliatief verlof heeft uitgeput.

In overleg met de werknemer is het mogelijk om schriftelijk andere modaliteiten overeen te komen (bijvoorbeeld: een kortere termijn voor de kennisgeving).

Vorm van de kennisgeving

De kennisgeving moet schriftelijk gebeuren:

  • ofwel met een aangetekend schrijven;
  • ofwel door overhandiging van een schrijven met een duplicaat dat u voor ontvangst moet ondertekenen.

Wat moet er in de schriftelijke kennisgeving staan?

De schriftelijke kennisgeving moet de volgende informatie bevatten:

  • het gevraagde type van tijdskrediet (met motief of eindeloopbaan);
  • de gevraagde vorm van onderbreking (voltijds, halftijds of 1/5);
  • de gewenste aanvangsdatum en de gevraagde duur;
  • de modaliteiten met betrekking tot de uitoefening van het recht op tijdskrediet, dit wil zeggen bij halftijds of 1/5 tijdskrediet, de manier waarop de werknemer zijn prestaties wenst te verminderen;
  • eventueel, in de ondernemingen met meer dan 10 werknemers, de elementen die nodig zijn voor de toepassing van het voorkeurmechanisme (zie het infoblad  E64  over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet).

Indien de werknemer een tijdskrediet met motief aanvraagt, moet hij u laten weten om welk motief het gaat. Indien het gaat om de motieven "zorgen voor zijn kind van minder dan 8 jaar", "palliatieve zorgen verstrekken", "medische bijstand verstrekken aan een zwaar ziek gezins- of familielid" of "een erkende opleiding volgen", moet hij u bovendien ook laten weten of hij een nevenactiviteit als loontrekkende of zelfstandige uitoefent (zie het infoblad  E59 over het tijdskrediet met motief).

Welke documenten moet de werknemer bij zijn kennisgeving voegen?

Het attest tijdskrediet

Om u de mogelijkheid te geven om na te gaan of de maximumduur van het tijdskrediet met motief nog niet is bereikt, moet de werknemer die tijdskrediet met motief aanvraagt, bij zijn schriftelijke kennisgeving een attest van de RVA voegen.

Het gaat om het attest tijdskrediet.

De werknemer kan gebruikmaken van de onlinedienst BreakatWork voor dat attest waarop het aantal maanden en dagen tijdskrediet wordt vermeld dat hij nog kan nemen rekening houdend met de periodes die hij al heeft genomen.

Als de werknemer geen toegang tot internet heeft, mag hij dit attest aanvragen bij het RVA-kantoor bevoegd voor zijn woonplaats of, indien hij niet in België woont, op het RVA-kantoor bevoegd voor de plaats waar uw onderneming is gevestigd.

NB: dit attest is niet vereist bij een aanvraag om tijdskrediet eindeloopbaan.

In geval van aanvraag om tijdskrediet met motief, het bewijs van het motief

De werknemer moet bij zijn kennisgeving het bewijs voegen van het bestaan van het motief waarvoor hij het tijdskrediet aanvraagt.

Informatie over welke bewijzen het gaat vindt u in het Infoblad E59 over het tijdskrediet met motief.

Verplicht te bezorgen attest

Bij een aanvraag om tijdskrediet om zorgen te verstrekken (palliatief, aan een zwaar ziek gezins- of familielid of aan zijn zwaar ziek kind), of om een erkende opleiding te volgen, heeft de RVA modellen van attest opgemaakt. Die moeten worden ingevuld door de arts van de patiënt of van het kind dat zorgen nodig heeft of door de school of de opleidingsinstelling waar de lessen zullen worden gevolgd.

Afhankelijk van het gevraagde motief, moet de werknemer u het juiste model van attest ten laatste bezorgen bij het begin van zijn tijdskrediet. Zonder dat u dat attest hebt gezien en geverifieerd, kunt u niet zeker weten of uw werknemer recht heeft op het tijdskrediet voor het gevraagde motief.

  • Als u de aanvraag elektronisch indient bij de RVA, kan de werknemer het model van attest downloaden via onze website. De werknemer moet zijn deel invullen en ondertekenen. Daarna moet hij het model van attest laten invullen en ondertekenen door:
    • de behandelend arts van de patiënt of het kind (voor de motieven 'zorg')
    • de school of de opleidingsinstelling waar hij is ingeschreven (voor het motief 'opleiding'). Het gaat om de volgende vormen van tijdskrediet en de volgende attesten:
    • Tijdskrediet met motief 'palliatieve zorgen' > medisch attest – palliatief verlof;
    • Tijdskrediet met motief 'zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid' > medisch attest 1;
    • Tijdskrediet met motief 'zorg voor zijn zwaar ziek minderjarig kind of voor een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin' > medisch attest 3;
    • Tijdskrediet met motief 'een erkende opleiding volgen' > Attest inschrijving - opleiding.
  • Als de aanvraag op papier wordt ingediend, moet je geen attest downloaden. De modellen van attest maken deel uit van het formulier. Afhankelijk van de gevraagde onderbreking (volledig, halftijds of 1/5), moet het juiste formulier worden gedownload van de website van de RVA. De werknemer moet deel 1 invullen en ondertekenen. Daarna moet hij het model van attest laten invullen en ondertekenen door:
    • de behandelend arts van de patiënt of het kind (voor de motieven 'zorg')
    • de school of de opleidingsinstelling waar hij is ingeschreven (voor het motief opleiding).

Opgelet! Als de werknemer tijdskrediet vraag met motief 'zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid' of 'zorgen voor een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van zijn gezin', mag de arts het attest ten vroegste één maand voor de begindatum van het tijdskrediet invullen en ondertekenen. Hij mag het attest ook niet later invullen dan de dag vóór de begindatum. Dat attest moet namelijk het verband aantonen tussen de ernstige gezondheidsproblemen van de patiënt en het tijdskrediet dat de werknemer vraagt. Een attest dat meer dan een maand op voorhand wordt ondertekend, is dus niet geldig. Om dezelfde reden mag het attest ook niet na de begindatum van het tijdskrediet worden ondertekend.

In het infoblad T159 kan de werknemer meer informatie vinden over het model van attest dat hij u moet bezorgen.

Wat moet u doen als u de aanvraag voor tijdskrediet hebt ontvangen?

Afhankelijk van het type en de vorm van het tijdskrediet moet u nagaan of:

  • de toelatingsvoorwaarden vervuld zijn;
  • de gevraagde duur kan worden toegekend in functie van de voorziene minima en maxima.

Meer informatie hierover vindt u in:

  • het infoblad E59, voor het tijdskrediet met motief;
  • het infoblad E63, voor het tijdskrediet eindeloopbaan;

Wat indien de voorwaarden niet vervuld zijn?

Indien de toegangsvoorwaarden niet vervuld zijn, moet u de aanvraag om tijdskrediet van de werknemer weigeren.

Indien de periode niet kan worden toegekend omdat de minimumduur niet gerespecteerd wordt of omdat de maximumduur van het gevraagde type van tijdskrediet is bereikt, moet u de werknemer daarvan op de hoogte brengen. In dat geval kan de werknemer eventueel een andere periode van tijdskrediet vragen, die deze minima en/of maxima respecteert.

Wat indien de voorwaarden vervuld zijn?

  • Als er 10 werknemers of minder in de onderneming zijn of als de functie die wordt uitgeoefend door de werknemer van het recht is uitgesloten op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau moet u beslissen of u het gevraagde tijdskrediet wel of niet toestaat;
  • Als er meer dan 10 werknemers zijn in de onderneming moet u nagaan of er plaats is in het quotum van de gelijktijdige afwezigheden op de datum waarop de werknemer het tijdskrediet wil bekomen. Als dat het geval is, moet u ook beslissen of u de werknemer het tijdskrediet toestaat op de datum die hij heeft gevraagd, dan wel of u het omwille van dwingende interne of externe redenen wenst uit te stellen.

Als de werknemer aanspraak kan maken op het tijdskrediet in geval van halftijds of 1/5 tijdskrediet, moet u ook de deeltijdse arbeidsregeling bepalen en schriftelijk vastleggen in een avenant bij de arbeidsovereenkomst.

Voor meer informatie:

  • zie het infoblad E64 over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet
  • zie het infoblad E56 Naleving van de arbeidsregeling tijdens een loopbaanonderbreking (gewone loopbaanonderbreking / thematische verloven) / tijdskrediet

Wanneer en hoe moet u de werknemer antwoorden?

De sociale partners hebben de procedure die moet worden gevolgd om de werknemer die tijdskrediet heeft aangevraagd, te antwoorden, niet duidelijk vastgelegd. Uit de verschillende bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 blijkt echter dat:

  • wanneer de werkgever 10 werknemers of minder tewerkstelt, hij zijn toelating of weigering van het gevraagde tijdskrediet ten laatste op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin de schriftelijke kennisgeving wordt verricht, moet meedelen;
  • de werkgever het met de werknemer eens moet zijn over de uitoefeningsmodaliteiten van het tijdskrediet uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin de schriftelijke kennisgeving werd verricht;
  • als de drempel voor de gelijktijdige afwezigheden is bereikt, de werkgever aan de werknemer moet meedelen vanaf welke datum hij zijn recht op tijdskrediet zal kunnen uitoefenen. Zodra die datum is meegedeeld, kan hij niet meer worden gewijzigd door een latere aanvraag van een andere werknemer, ook al kan die nieuwe aanvraag in theorie een voorrang genieten die is voorzien in het planningsmechanisme van de afwezigheden. De datum vanaf wanneer de werknemer zijn recht op tijdskrediet kan gebruiken, moet worden meegedeeld op het einde van de maand, in naleving van de termijn voorzien om het eens te worden over de modaliteiten rond de uitoefening van het tijdskrediet;
  • in geval van uitstel van het recht op tijdskrediet moet de werkgever zijn beslissing aan de werknemer meedelen binnen de maand volgend op de schriftelijke kennisgeving.

Conclusie: u moet uw antwoord aan de werknemer meedelen uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op de datum waarop hij u zijn schriftelijke kennisgeving heeft bezorgd, behalve als u het recht op het tijdskrediet wil uitstellen, want in dat geval moet u hem uw voornemen meedelen binnen de maand die volgt.

Voorbeeld:

Een van uw werknemers wil vanaf 15 juli tijdskrediet genieten. Aangezien er in uw onderneming meer dan 20 werknemers zijn, brengt hij u 3 maanden vooraf, nl. op 15 april, schriftelijk op de hoogte.

  • Als u het recht op tijdskrediet echter wil uitstellen om ernstige interne of externe redenen of, in geval van een 1/5 tijdskrediet, als de werknemer 55 jaar of ouder is en een sleutelfunctie bekleedt, moet u uw voornemen uiterlijk op 14 mei meedelen aan de werknemer, dus binnen de maand die volgt op de ontvangst van de schriftelijke kennisgeving. In dat geval moet u het uitstel te motiveren en de werknemer te laten weten vanaf welke datum hij zijn recht op tijdskrediet zal kunnen uitoefenen;
  • Als er geen uitstel is, moet u uw antwoord aan de werknemer meedelen uiterlijk op 30 mei, dus op de laatste dag van de maand volgend op de maand april (de maand waarin de werknemer u zijn schriftelijke kennisgeving heeft bezorgd).
    In dat antwoord moet u de werknemer laten weten : 
    • of hij recht heeft op het tijdskrediet (naargelang voldaan is aan de toelatingsvoorwaarden)
    • en, als dat het geval is, of hij tijdskrediet kan genieten vanaf de gevraagde datum.
      Als het tijdskrediet moet worden uitgesteld door toepassing van het voorkeur- en planningsmechanisme van de afwezigheden moet u de werknemer de datum meedelen waarop hij gebruik kan maken van zijn recht.

De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 bepaalt niet hoe u uw beslissing aan de werknemer moet meedelen. Om eventuele betwistingen te voorkomen, is het wenselijk dat schriftelijk te doen.

Als u bijkomende informatie of verduidelijkingen wenst over het antwoord dat u aan de werknemer moet verstrekken, kunt u terecht bij de werkgeversfederatie waarvan u afhangt. Als u niet afhangt van een werkgeversfederatie, kunt u terecht bij een organisatie die de arbeidsovereenkomst nr. 103 heeft ondertekend.

Wat is de aanvraagprocedure bij de RVA?

Als de werknemer recht heeft op het gevraagde tijdskrediet en wanneer de begindatum van de onderbreking vastligt, moet de aanvraag worden ingediend bij de RVA.

Dat doet u bij voorkeur online. Dat is niet alleen sneller maar ook beter voor het milieu.

Als dat niet mogelijk is, mag de aanvraag ook op papier worden ingediend.

De aanvraag online indienen

Als u kiest voor een online aanvraag, laat dat dan weten aan de werknemer en vraag hem om zijn 'eBox' te activeren.

Daarna moet u verplicht als eerste uw deel van het formulier invullen en het via internet aan de RVA bezorgen. Het deel van de aanvraag dat u moet invullen, staat in de lijst ‘beheer van de arbeidsrelaties’ van het luik ‘werkgever’ (op de portaalsite van de sociale zekerheid https://www.socialsecutiry.be).

Na die eerste stap wordt de werknemer via zijn e-Box verwittigd dat hij zijn deel van de aanvraag kan invullen en kan bezorgen aan de RVA via de onlinedienst van de portaalsite van de sociale zekerheid.

Als de werknemer zijn deel niet elektronisch kan invullen, kan hij het PDF-document dat door de toepassing wordt gegenereerd, afdrukken, invullen, ondertekenen en aangetekend versturen naar het RVA-kantoor waarvan hij afhangt.

Als hij de aanvraag niet elektronisch kan doen, kan de werknemer zijn aanvraag op een papieren formulier indienen (zie infoblad T159).

Let op!

Bij een aantal motieven moet het model van attest worden opgeladen dat de werknemer u heeft bezorgd bij zijn schriftelijke kennisgeving.

Het gaat over de volgende motieven van tijdskrediet. Naast elk motief staat de naam van het model van attest dat samen met de elektronische aanvraag aan de RVA moet worden overgemaakt.

  • Tijdskrediet met motief 'palliatieve zorgen' > medisch attest – palliatief verlof;
  • Tijdskrediet met motief 'zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid' > medisch attest 1;
  • Tijdskrediet met motief 'zorg voor zijn zwaar ziek minderjarig kind of voor een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin' > medisch attest 3;
  • Tijdskrediet met motief 'een erkende opleiding volgen' > Attest inschrijving - opleiding.

Zonder dat attest is de aanvraag niet geldig en kunnen we ze niet behandelen.

De andere bewijzen die de aanvraag om tijdskrediet rechtvaardigen (bijvoorbeeld, de attesten vereist bij tijdskrediet met motief 'zorg voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar' als het kind geadopteerd is of met motief 'zorgen voor zijn gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar') moeten niet als bijlage worden gevoegd bij de aanvraag die online wordt ingediend. Toch moet de werknemer die bewijzen bijhouden. De RVA kan die opvragen om na te gaan of de aanvraag wel conform is. Let op!  Als de werknemer, in geval van controle, de vereiste attesten niet kan voorleggen aan de RVA of als die attesten niet conform de reglementering zijn, kan de RVA een beslissing tot herziening nemen en eventueel de onderbrekingsuitkeringen die hij al ontvangen heeft, terugvorderen.

Indiening van de aanvraag met het papieren aanvraagformulier

De aanvraag kan ook op papier worden ingediend.

De werknemer vult dan deel 1 in van het formulier en u vult deel 2 in.

Er zijn 3 verschillende formulieren voor tijdskrediet met motief (een voor elke vorm van onderbreking):

  • 'C61 – voltijds tijdskrediet – CAO nr. 103ter – 06/17'
  • 'C61 – 1/2-tijds tijdskrediet – CAO nr. 103ter – 06/17';
  • 'C61 – 1/5-tijds tijdskrediet – CAO nr. 103ter – 06/17'.

Let op!  Het juiste attest moet worden ingevuld en ondertekend door de behandelend arts van de patiënt voor de motieven:

  • palliatieve zorgen
  • zorgen voor een ernstig ziek gezins- of familielid
  • zorgen voor zijn ernstig ziek minderjarig kind of een ernstig ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van zijn gezin.

Bij het motief 'volgen van een erkende opleiding', moet het juiste attest worden ingevuld door de school of de opleidingsinstelling waar de lessen worden gevolgd.

Voor het tijdskrediet landingsbaan moet het formulier 'C61-tijdskrediet landingsbanen CAO nr. 103 ter – 06/17' worden gebruikt. In dat formulier kan de werknemer aanduiden of hij kiest voor een onderbreking tot de helft, of een onderbreking met 1/5. Het volstaat om het juiste vakje aan te vinken in het formulier om aan de RVA te laten weten welke vermindering van prestaties hij aanvraagt.

Het formulier moet, volledig ingevuld en ondertekend, aangetekend worden verstuurd naar het RVA-kantoor waarvan de werknemer afhangt.

Indieningstermijn

De aanvraag moet ten laatste 2 maanden na de ingangsdatum van het tijdskrediet worden ingediend bij de RVA.

Bijzonder geval bij betaling van een aanvullende vergoeding bovenop de onderbrekingsuitkering van de RVA

Enkel in geval van voltijds en halftijds tijdskrediet en als de werknemer 45 jaar of ouder is en hij naast de uitkering toegekend door de RVA, recht heeft op een vergoeding betaald door de onderneming of door een sectoraal fonds (in toepassing van een collectieve arbeidsovereenkomst of een individueel akkoord) moeten, in sommige gevallen, andere administratieve stappen worden gezet.

Let op! Die aanvragen kunnen niet via de onlinedienst worden ingediend.

De bijkomende formulieren die in dat geval moeten worden ingevuld, kunnen worden aangevraagd bij het RVA-kantoor van de werknemer of bij ons 'contactcenter', op het nummer 02.515.44.44.

Van welk RVA-kantoor hangt de werknemer af?

Het kantoor dat bevoegd is voor de woonplaats van de werknemer zal zijn dossier behandelen.

Uitzondering: als de werknemer gedomicilieerd is in een ander land van de Europese Economische Ruimte (Frankrijk, G.H.Luxemburg, Duistland, Nederland, ...) of in Zwitserland, is het het kantoor dat bevoegd is voor de gemeente van zijn onderneming, vzw ... dat het dossier behandelt.

Hoe behandelt de RVA de aanvraag om tijdskrediet?

Wanneer de RVA het aanvraagformulier heeft ontvangen, controleren onze diensten eerst of de toegangsvoorwaarden vervuld zijn.

  • Indien de toegangsvoorwaarden niet vervuld zijn:
    Het tijdskrediet wordt geweigerd. In dat geval sturen wij u een kopie van de negatieve beslissing C62.
    De weigering van het tijdskrediet betekent dat de werknemer het recht niet heeft om zijn prestaties te schorsen of te verminderen.  Bijgevolg wordt de werknemer geacht zijn functies weer op te nemen in zijn oorspronkelijke arbeidsregime. Mits uw toestemming zou de werknemer zijn tijdskrediet echter kunnen omzetten in verlof zonder wedde (in geval van schorsing van de prestaties) of in een deeltijdse arbeidsovereenkomst (in geval van vermindering van de prestaties).
  • Indien de toegangsvoorwaarden vervuld zijn:
    • Indien de werknemer het tijdskrediet vraagt zonder uitkeringen, sturen onze diensten hem een positieve beslissing C62 met de bevestiging van de gevraagde periode;
    • Indien de werknemer uitkeringen aanvraagt, gaan onze diensten na of de toekenningsvoorwaarden voor die uitkeringen vervuld zijn (voorwaarde inzake woonplaats, regels inzake cumulatie met andere activiteiten of inkomsten, enz.):
      • Indien de toekenningsvoorwaarden vervuld zijn, sturen onze diensten de werknemer een positieve beslissing C62 met de vermelding van het uitkeringsbedrag waarop hij recht heeft en vervolgens wordt die uitkering hem na elke verlopen maand betaald;
      • Indien de toekenningsvoorwaarden van de uitkeringen niet vervuld zijn, sturen onze diensten de werknemer een negatieve beslissing C62 met de vermelding dat het tijdskrediet hem wordt toegekend zonder uitkeringen.

Moet u tijdens het tijdskrediet stappen ondernemen bij de RVA?

Neen. Enkel de werknemer is er immers voor verantwoordelijk het RVA-kantoor waarvan hij afhangt op de hoogte te brengen van elke wijziging in zijn persoonlijke situatie (adreswijziging, wijziging rekeningnummer, aanvang van een nevenactiviteit als loontrekkende of als zelfstandige of de ontvangst van een inkomen in cumulatie met de onderbrekingsuitkeringen enz.).

Als de werknemer, met uw toestemming, het tijdskrediet voortijdig stopzet of als de arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd of verbroken, moet hij zijn RVA-kantoor daarvan op de hoogte brengen.

Alle kennisgevingen over een wijziging van de situatie van de werknemer moeten schriftelijk worden gericht aan de RVA.

Als er geen voorafgaande verklaring was en als het recht op de onderbrekingsuitkeringen moet worden herzien, kunnen de onterecht betaalde bedragen worden teruggevorderd. 

Wat is de procedure voor het aanvragen van een verlenging van het tijdskrediet?

De procedure om een verlenging aan te vragen is dezelfde als die voor de initiële aanvraag.

Dat betekent dat de werknemer u schriftelijk op de hoogte moet brengen van zijn voornemen om zijn tijdskrediet te verlengen:

  • 3 maanden voor de vervaldatum van de lopende periode, indien er meer dan 20 werknemers zijn in de onderneming;
  • 6 maanden voor de vervaldatum van de lopende periode, indien er 20 of minder werknemers zijn in de onderneming.

Die termijnen kunnen in overleg met de werknemer gewijzigd worden.

Top