Follow us on twitter

U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Wat is het gevolg van een technische activiteit in de artistieke sector?

Infoblad

T146

Laatste update
29-07-2020

Zie ook...

Bijlage T53

Wat is een technische activiteit in de artistieke sector?

Dit infoblad heeft op u betrekking als u een activiteit uitvoert als technicus, of in een ondersteunende functie, die bestaat in de medewerking aan:

  • de voorbereiding of de voorstelling voor een publiek van een creatief werk waaraan fysiek ten minste één podiumartiest deelneemt of aan de opname van een dergelijk werk;
  • de voorbereiding of de voorstelling van een cinematografisch werk;
  • de voorbereiding of de verspreiding van een radio- of televisieprogramma van artistieke aard;
  • de voorbereiding of de uitvoering van een publieke tentoonstelling van een artistiek werk in het domein van de beeldende kunsten.

Covid-19 – Gevolgen op de specifieke bepalingen die van toepassing zijn op werknemers met een technische activiteit in de artistieke sector

Bovenop de maatregelen rond tijdelijke werkloosheid – zie de FAQ Corona en het infoblad T2 'Tijdelijke werkloosheid – Covid 19 (coronavirus)' op de website www.rva.be –zijn verschillende maatregelen genomen in verband met de evolutie van het bedrag van uw uitkeringen.

Zie de uitleg onder de titel 'Hoe zal het bedrag van uw uitkeringen evolueren?'

Hoe zal het bedrag van uw uitkeringen evolueren?

Het bedrag van uw uitkeringen vermindert geleidelijk (degressiviteit) in functie van de duur van uw werkloosheidsperiode en uw beroepsverleden als loontrekkende.

Voor de impact van de covid-19-maatregelen (coronavirus) op de degressiviteit, kunt u de FAQ raadplegen op de website www.rva.be.

De degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen bestaat erin de duur van de werkloosheid te verdelen in verschillende periodes, die elk worden opgedeeld in fases. Met elke fase komen in principe een vergoedbaarheidspercentage en een loonplafond overeen, die elk geleidelijk verminderen tot aan de derde vergoedbaarheidsperiode (forfaitair bedrag).

Als werknemer die technische activiteiten uitvoert in de artistieke sector in het kader van arbeidsovereenkomsten van zeer korte duur, geniet u een meer voordelige regeling voor de bepaling van het bedrag van uw uitkering.

U behoudt op het einde van de eerste 12 maanden werkloosheid het hoogste vergoedingspercentage van 60% gedurende 12 maanden en enkel het loonplafond zal worden aangepast.

Als die periode van het voordeel van 12 maanden zou aflopen tussen 13 maart 2020 en 31 december 2020, zal ze worden verlengd tot en met 31 december 2020.

Om in staat te zijn die voordelige regel op u te kunnen toepassen vraagt de RVA u om uw uitbetalingsinstelling op de hoogte te brengen van de aard van uw activiteit en het bewijs in te dienen van uw prestaties. Anders zal de gewone regel op u worden toegepast.

Als u meer informatie wil over de evolutie van het bedrag van uw werkloosheidsuitkeringen, lees dan het infoblad nr. T67 "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?”. Dat kunt u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of werkloosheidsbureau van de RVA of kan u downloaden van onze website www.rva.be.

Voorwaarden voor de toekenning van het voordeel

Om dat voordeel te krijgen, moet u 156 arbeidsdagen in loondienst bewijzen (berekend in een 6-dagenstelsel) over een periode van 18 maanden (er wordt eveneens rekening gehouden met interimarbeid). Van die 156 dagen moeten ten minste 104 dagen (berekend in een 6-dagenstelsel) bestaan uit technische prestaties in de artistieke sector in het kader van arbeidsovereenkomsten van zeer korte duur. Dat betekent dat hoogstens 52 activiteitsdagen in een andere dan de artistieke sector (berekend in een 6-dagenstelsel) in aanmerking kunnen worden genomen.

Wanneer die referteperiode van 18 maanden minstens gedeeltelijk gelegen is in de periode van 13 maart 2020 tot en met 31 december 2020, wordt geen rekening gehouden met die periode.

Voorbeeld:

Uw eerste vergoedingsperiode loopt effectief af op 15 december 2020. Om het voordeel te genieten, moet u 156 werkdagen in loondienst bewijzen in een referteperiode die in principe loopt van 15 juni 2019 tot 14 december 2020.

Om die referteperiode te bepalen, zal er wel geen rekening worden gehouden met de periode van 13 maart 2020 tot 14 december 2020.

U moet dus de 156 werkdagen in loondienst bewijzen in de periode van 13 september 2018 tot 14 december 2020.

Voorwaarde voor het hernieuwen van het voordeel

Zodra het voordeel is verkregen, kan het worden hernieuwd voor een nieuwe periode van 12 maanden, op voorwaarde dat 3 overeenkomsten van zeer korte duur ingevolge technische activiteiten in de artistieke sector kunnen worden bewezen in de voorbije 12 maanden (er wordt eveneens rekening gehouden met interimarbeid).

Wanneer die referteperiode van 12 maanden minstens gedeeltelijk gelegen is in de periode van 13 maart 2020 tot en met 31 december 2020, wordt geen rekening gehouden met die periode.

Voorbeeld:

Uw voordeel loopt effectief af op 15 januari 2021. Om de hernieuwing van het voordeel te genieten, moet u het bewijs voorleggen van 3 overeenkomsten van zeer korte duur ingevolge technische activiteiten in de artistieke sector in een referteperiode die in principe loopt van 15 januari 2020 tot 14 januari 2021.

Om die referteperiode te bepalen, zal er wel geen rekening worden gehouden met de periode van 13 maart 2020 tot 31 december 2020.

U moet dus de 3 overeenkomsten bewijzen in de periode van 27 maart 2019 tot 14 januari 2021

Kan u een méér voordelige regeling genieten voor een terugkeer naar de eerste vergoedbaarheidsperiode?

De volledig werkloze die het werk hervat gedurende een voldoende aantal dagen en die opnieuw werkloos wordt, kan opnieuw hogere uitkeringen ontvangen. Dat noemt men een "terugkeer naar de eerste vergoedingsperiode".

Als werknemer die technische activiteiten uitvoert in de artistieke sector in het kader van arbeidsovereenkomsten van zeer korte duur, geniet u een méér voordelige mogelijkheid tot terugkeer naar de eerste periode (nieuwe start van vergoedingstraject).

Om een terugkeer naar de eerste periode te verkrijgen, moet u binnen de 18 maanden 156 nieuwe arbeidsdagen in loondienst bewijzen (berekend in een 6-dagenstelsel) (er wordt eveneens rekening gehouden met interimarbeid). De dagen die reeds in aanmerking werden genomen om u toe te laten tot het recht op uitkeringen kunnen geen tweede keer in aanmerking worden genomen. Van die 156 dagen moeten ten minste 104 dagen (berekend in een 6-dagenstelsel) bestaan uit technische prestaties in de artistieke sector in het kader van arbeidsovereenkomsten van zeer korte duur. Dat betekent dat hoogstens 52 activiteitsdagen in een andere dan de artistieke sector (berekend in een 6-dagenstelsel) in aanmerking kunnen worden genomen.

Om in staat te zijn die voordelige regel op u te kunnen toepassen, vraagt de RVA u om het materiële bewijs in te dienen van uw prestaties. Anders zal de gewone regel op u worden toegepast.

Als u meer informatie wil, lees dan het infoblad nr. T67 "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?”. Dat kunt u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA, of u kan downloaden van onze website www.rva.be.

Wenst u meer informatie?

Ga voor meer informatie rechtstreeks naar uw uitbetalingsinstelling of het werkloosheidsbureau van de RVA. Daar kunt u infobladen verkrijgen met gedetailleerde informatie over de verschillende aspecten van de werkloosheidsverzekering.

Top