Follow us on twitter

U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Ouderschapsverlof

Infoblad

T19

Laatste update
22-05-2019

Wat is ouderschapsverlof?

Ouderschapsverlof is een thematisch verlof. Het is een specifieke vorm van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking die je de mogelijkheid biedt je arbeidsprestaties tijdelijk te schorsen of te verminderen met het oog op de opvoeding van je jonge kinderen.

Tijdens die onderbreking kan je maandelijkse uitkeringen krijgen die door de RVA worden betaald.

NB In de privésector, mag het ouderschapsverlof niet worden verward met het tijdskrediet voor het motief 'zorg dragen voor je kind jonger dan 8 jaar’. Raadpleeg infoblad nr. T160 voor meer informatie over het tijdskrediet met motief. Een vergelijkende tabel tussen het ouderschapsverlof en het tijdskrediet met motief 'zorg dragen voor je kind jonger dan 8 jaar' kan worden geconsulteerd in onze FAQ, via deze link.

Welke reglementering is van toepassing?

De reglementering is afhankelijk van de sector waartoe je werkgever behoort.

Privésector, gemeenten en provincies

Voor de toepassing van de reglementering:

  • De werknemers uit de privésector zijn diegenen die tewerkgesteld zijn bij een werkgever die onder de toepassing valt van de wet van 05.12.1968 betreffende de cao's en de paritaire comités. Het gaat om:
    • de werknemers van de privésector in de strikte zin (nv, bvba, vzw enz.);
    • het personeel van de vrije universiteiten (ULB, KUL, enz.);
    • de werknemers van gemengde ondernemingen;
    • de niet-gesubsidieerde contractuele personeelsleden van het vrij onderwijs;
    • de werknemers van de gemengde intercommunales voor gas- en elektriciteitsvoorziening;
    • de werknemers van gewestelijke en plaatselijke openbare vervoersmaatschappijen = tram, bus en metro (MIVB, TEC, De Lijn);
    • de contractuele personeelsleden tewerkgesteld in een buitenlandse ambassade, een buitenlands consulaat, een diplomatieke missie of een missie bij een internationale instelling met zetel in België ;
    • enz.
  • met de werknemers van de gemeenten en provincies worden de contractuele en statutaire werknemers bedoeld die tewerkgesteld zijn in een gemeente- of provinciaal bestuur of in een dienst die ervan afhangt (OCMW, openbare ziekenhuizen ...)

Voor die twee categorieën van werknemers is het recht op ouderschapsverlof voorzien in het koninklijk besluit van 29.10.1997. Dat besluit werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 05.05.2019 tot wijziging van diverse bepalingen houdende thematische verloven. Dat wijzigende besluit voert de mogelijkheid in om een onderbreking met 1/10 te nemen en de flexibilisering van de volledige en halftijdse onderbrekingen. Het treedt in werking op 01.06.2019.

Het recht op onderbrekingsuitkeringen is voorzien in het koninklijk besluit van 02.01.1991 en, enkel voor de werknemers uit de privésector, in het koninklijk besluit van 12.12.2001.

  • Het koninklijk besluit van 02.01.1991 wordt gewijzigd door het koninklijk besluit van 05.05.2019 tot wijziging van diverse bepalingen houdende de thematische verloven. Dat wijzigende besluit vermeldt het bedrag van de uitkering bij een onderbreking met 1/10 en de manier waarop de uitkering wordt berekend in geval van flexibilisering van de volledige onderbreking tijdens de week. Het treedt in werking op 01.06.2019 
  • Het koninklijk besluit van 12.12.2001 (enkel voor de privésector) wordt gewijzigd door het koninklijk besluit van 22.04.2019. Dat wijzigende besluit voorziet in een nieuwe verhoging van de onderbrekingsuitkering voor de werknemers die een eenoudergezin vormen. Het treedt in werking op 01.05.2019.

 Overheidssector

De werknemers uit de overheidssector zijn de contractuele en statutaire werknemers die tewerkgesteld zijn bij een federale, regionale of gemeenschapsadministratie of bij een dienst die ervan afhangt (politie, rechterlijke orde, instellingen van openbaar nut ...)

Het recht op ouderschapsverlof is voorzien door het besluit waarvan de voogdijoverheid van de administratie afhangt of van de openbare dienst die ervan afhangt, dat wil zeggen, naargelang van het geval de federale overheid, de regionale overheid of de gemeenschapsoverheid.

Het recht op onderbrekingsuitkeringen is naargelang van het geval vermeld in het koninklijk besluit van 19.11.1998 (voor de statutairen van de Staat) of door het koninklijk kaderbesluit van 07.05.1999 (voor de andere categorieën).

Onderwijssector

De werknemers uit de onderwijssector zijn de werknemers die onderworpen zijn aan een statuut (benoemd, definitief of tijdelijk aangeworven) op een school of een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB).

Het recht op ouderschapsverlof is voorzien door het besluit dat van kracht is binnen de gemeenschap waarvan de school of het CLB afhangt, dat wil zeggen, naargelang van het geval, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap (ook Fédération Wallonie-Bruxelles genoemd) of de Duitstalige Gemeenschap.

Het recht op onderbrekingsuitkeringen is voorzien door het koninklijk kaderbesluit van 12.08.1991.

Sector van de autonome overheidsbedrijven

Voor de toepassing van de reglementering wordt met de werknemers uit de sector van de autonome overheidsbedrijven de statutaire en contractuele werknemers bedoeld van Proximus, de NMBS, B-Post of Skeyes (het vroegere Belgocontrol).

Het recht op ouderschapsverlof en het recht op onderbrekingsuitkeringen zijn voorzien in het koninklijk besluit van 10.06.2002.

Werkgevers die afhangen van een andere sector

  • Het koninklijk besluit van 16.11.2009 is van toepassing op de werknemers van de Belgische Technische Coöperatie
  • Het koninklijk besluit van 24.09.2013 is van toepassing op de werknemers van de Cel voor Financiële Informatieverwerking
  • Het koninklijk besluit van 12.05.2014 is van toepassing op de contractuele werknemers van de Ombudsdienst voor Energie
  • Het koninklijk besluit van 10.04.2014 is van toepassing op de werknemers tewerkgesteld binnen de banden van een arbeidsovereenkomst bij een werkgever die niet onder het toepassingsgebied valt van een ander besluit.Worden met name beoogd: de contractuele werknemers van de gemeenschapsuniversiteiten enz. Dat besluit werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 05.05.2019 tot wijziging van diverse bepalingen houdende thematische verloven. Dat wijzigende besluit voert de mogelijkheid in voor een onderbreking met 1/10 en de flexibilisering van de volledige en halftijdse onderbrekingen in het kader van ouderschapsverlof. Het treedt in werking op 01.06.2019.

Wie kan ouderschapsverlof genieten?

Om een ouderschapsverlof te kunnen genieten, moet er een verwantschapsband zijn met het kind voor wie de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de prestaties wordt gevraagd.

Concreet hebben de volgende werknemers recht op ouderschapsverlof:

  • de biologische moeder en de biologische vader van het kind
  • de persoon die het kind heeft erkend waardoor de afstamming langs vaderszijde komt vast te staan
  • de echtgenote of de partner van de biologische moeder van het kind die meemoeder is geworden
  • de adoptieouders

Voor hetzelfde kind kunnen de twee biologische ouders of adoptieouders, ouderschapsverlof krijgen. Elk van de twee ouders heeft recht op ouderschapsverlof voor hetzelfde kind.

Als de echtgenote of de partner van de moeder van het kind in een lesbisch koppel – als de biologische vader van het kind het niet erkend heeft – bewijst dat ze wordt beschouwd als meemoeder dan kan zij ook aanspraak maken op ouderschapsverlof (net zoals de biologische moeder). Dat bewijs kan worden geleverd via de huwelijksakte, een bewijs van wettelijke samenwoonst of een uittreksel van het bevolkingsregister dat bewijst dat de betrokkenen op hetzelfde adres zijn ingeschreven sinds een ononderbroken periode van drie jaar die de geboorte van het kind voorafgaat.

Opmerking

Wanneer een van de twee ouders van het kind zijn recht op ouderschapsverlof niet opneemt, dan kan dat recht niet worden overgedragen aan de andere ouder van het kind.

Bijvoorbeeld: de vader van het kind wenst geen ouderschapsverlof te bekomen bij zijn werkgever. In dat geval kan het ouderschapsverlof van de vader van het kind niet worden opgenomen door de moeder van dat kind, zodat zij twee ouderschapsverloven geniet voor hetzelfde kind.

Welke zijn de voorwaarden om het recht op ouderschapsverlof te bekomen?

Anciënniteitsvoorwaarde bij de werkgever

Indien je in de privésector werkt of bij een lokaal of provinciaal bestuur

Het recht op ouderschapsverlof wordt je toegekend indien je in de loop van de 15 maanden die aan de aanvraag voorafgaan gedurende 12 maanden (niet noodzakelijk opeenvolgend) door een arbeidsovereenkomst met je werkgever verbonden was.

Indien je voor de openbare sector of in het onderwijs werkt

Je moet enkel in dienstactiviteit zijn, ongeacht je anciënniteit.

Leeftijdsvoorwaarde voor het kind

Bij de geboorte van een kind 

Het recht op ouderschapsverlof wordt je toegekend, zolang het kind de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt op de ingangsdatum van de gevraagde onderbreking.

Bij de adoptie van een kind

Het recht op ouderschapsverlof wordt je toegekend gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als lid van het gezin in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente waar je je verblijfplaats hebt en dat, zolang het kind de leeftijd van 12 jaar niet bereikt heeft op de ingangsdatum van de gevraagde onderbreking.

Als je kind een fysieke of mentale ongeschiktheid heeft

Als je kind een handicap heeft, wordt het recht op ouderschapsverlof je toegekend zolang het de leeftijd van 21 jaar
niet heeft bereikt op de ingangsdatum van de gevraagde onderbreking.

Sinds 01.01.2019 is de notie 'gehandicapt kind' uitgebreid. Sindsdien moet het kind tussen 12 en 21 jaar voor wie je een ouderschapsverlof wil verkrijgen:

  • ofwel een fysieke of mentale handicap hebben van ten minste 66%
  • ofwel een aandoening hebben die tot gevolg heeft dat minstens 4 punten worden toegekend in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de zin van de reglementering van de kinderbijslag
  • ofwel een aandoening hebben die tot gevolg heeft dat minstens 9 punten worden toegekend in de 3 pijlers samen van de medisch-sociale schaal, in de zin van de kinderbijslagreglementering

NB. Bij de indiening van een vraag voor ouderschapsverlof moet je het bewijs leveren van de handicap van het kind tussen 12 en 21 jaar voor wie je een onderbreking vraagt. Meer informatie over de aanvraagprocedure vind je in het infoblad T14.

Opmerking voor de personeelsleden van het onderwijs en de openbare sector tewerkgesteld bij het gewest of de gemeenschap of in een dienst die ervan afhangt.

Om het recht op ouderschapsverlof voor je kind te kunnen genieten tot de leeftijd van 12 jaar / 21 jaar (in geval van handicap), is het nodig dat je overheid die maatregel heeft voorzien in de wetgeving die van toepassing is op haar personeelsleden. Om te weten of dat het geval is, moet je contact opnemen met de personeelsdienst van de school of van het CLB waarvan je afhangt.

Welke zijn de verschillende vormen van onderbreking voorzien in het kader van ouderschapsverlof?

In alle sectoren (privésector, overheidssector, onderwijs enz.) bestaan er 3 vormen van onderbreking.

1. De volledige onderbreking

Het gaat om een schorsing van de prestaties. Je kan er aanspraak op maken ongeacht je arbeidsregime (voltijds of deeltijds).

2. De halftijdse onderbreking

Het gaat om een schorsing van je prestaties. Je kan er enkel aanspraak op maken als je voltijds bent tewerkgesteld.

Dankzij die vorm van gedeeltelijke onderbreking, kan je je prestaties verminderen om halftijds te blijven werken, dat betekent 50% van het aantal uren van een voltijdse betrekking.

3. De onderbreking met 1/5

Het gaat om een schorsing van je prestaties. Je kan er enkel aanspraak op maken als je voltijds bent tewerkgesteld.

Dankzij die vorm van gedeeltelijke onderbreking, kan je je prestaties verminderen om 4/5 te blijven werken, dat betekent 80% van het aantal uren van een voltijdse betrekking.

Opmerking voor de personeelsleden van het onderwijs

De toegangsvoorwaarden tot de verschillende onderbrekingsvormen worden bepaald door de bevoegde gemeenschap van de school of het CLB waar je statutair of tijdelijk bent aangesteld.

Voor de gedeeltelijke onderbrekingen is het niet noodzakelijk dat je voltijds werkt om de prestaties te verminderen tot 1/2 of met 1/5. Al naargelang de voorziene bepalingen moet je vastbenoemd of definitief aangeworven zijn voor minstens de helft van een voltijdse aanstelling en na de vermindering van de prestaties, al naargelang het geval, de helft of 4/5 van een voltijdse aanstelling blijven presteren.

Voorbeeld: je bent vastbenoemd voor 18/20. Aangezien je minstens de helft van een volledig uurrooster werkt, kan je een gedeeltelijke onderbreking vragen.

  • In geval van 1/2 loopbaanonderbreking moet je de helft van een voltijds uurrooster blijven presteren, namelijk 10/20. In dat geval verminder je 8/20.
  • In geval van loopbaanonderbreking met 1/5 moet je 4/5 van een voltijds uurrooster blijven presteren, namelijk 16/20. In dat geval verminder je 2/20.

Indien je in het onderwijs werkt, informeer dan bij de bevoegde gemeenschap voor bijkomende inlichtingen over de toegangsvoorwaarden en andere bijzonderheden van jouw sector.

4. De onderbreking met 1/10

Dit is een prestatievermindering die bestemd is voor werknemers die voltijds werken.

Met deze nieuwe vorm van gedeeltelijke onderbreking is het mogelijk om tijdelijk 90% van een voltijdse betrekking te werken. Dankzij de onderbreking met 1/10 kan je bijvoorbeeld je voltijdse prestaties verminderen met één dag om de twee weken of met een halve dag per week.

Opgelet! Voor deze vorm van gedeeltelijke onderbreking is het akkoord van de werkgever nodig.

Toepassingsgebied en inwerkingtreding

Momenteel is het 1/10 ouderschapsverlof enkel mogelijk:

  • in de privésector,
  • in de gemeente- en provinciale besturen en de diensten die ervan afhangen (OCMW, openbare ziekenhuizen of rusthuizen die afhangen van een OCMW enz.).
  • bij de werkgevers die werknemers tewerkstellen met een arbeidsovereenkomst, voor zover ze niet beoogd worden door een andere reglementering die het recht op ouderschapsverlof opent. Worden met name beoogd: de contractuele werknemers van de gemeenschapsuniversiteiten enz.

Die nieuwe vorm van gedeeltelijke onderbreking treedt in werking op 01.06.2019. Concreet is ze enkel van toepassing op aanvragen die worden ingediend bij de werkgever vanaf die datum.

NB. de werknemers van de federale, regionale en gemeenschapsadministraties, de werknemers van de autonome overheidsbedrijven, de werknemers van het onderwijs en het CLB ... hebben (nog) geen toegang tot een onderbreking met 1/10.

Wat is de duur van het ouderschapsverlof?

De duur van het ouderschapsverlof verschilt afhankelijk van de gevraagde onderbreking. Hieronder vind je de verschillende duurtijden. Ze kunnen worden verkregen voor elk kind dat voldoet aan de leeftijdsvoorwaarden.

1. In geval van volledige onderbreking

De volledige onderbreking kan worden verkregen tijdens maximum 4 maanden.

Volgens de algemene regel mogen die 4 maanden worden opgesplitst in periodes van 1 maand of een veelvoud daarvan. Daardoor kan je dus 1, 2, 3 of 4 maanden volledig ouderschapsverlof aanvragen. Als je de maximale duur niet ineens aanvraagt, kan je het saldo later nog opgebruiken. Dat kan zolang je kind jonger is dan 12 jaar (of jonger dan 21 jaar als het gehandicapt is).

Flexibilisering van de volledige onderbreking

De maximale periode van 4 maanden volledige onderbreking mag, in afwijking van de algemene regel en met akkoord van de werkgever, in weken worden opgesplitst. Daardoor kan je maximaal 16 weken volledige onderbreking verkrijgen.

Voor de toepassing van die maatregel is een week gelijk aan 7 kalenderdagen. Dat betekent dat de weekenddagen inbegrepen zijn in de week volledige onderbreking die kan worden aangevraagd.

Elke aanvraag bij de werkgever kan betrekking hebben op meerdere al dan niet opeenvolgende periodes van een week of een veelvoud daarvan. De voorwaarde is dat die weken verspreid zijn over een periode van maximum 3 maanden.

Aangezien het akkoord van de werkgever vereist is voor elke aanvraag om volledige onderbreking voor minder dan een maand of een veelvoud daarvan, is die flexibilisering per week geen recht, maar enkel een mogelijkheid.

Voorbeelden:

  • Je vraagt aan de werkgever 2 weken volledige onderbreking om bij je kind te blijven tijdens de kerstvakantie. Die twee weken ouderschapsverlof zijn geen recht. De werkgever moet dus akkoord gaan.
  • In je aanvraag bij de werkgever vraag je 3 weken volledige onderbreking aan, verspreid in de tijd: de eerste en de laatste week van juli en de tweede week van augustus. Voor elk van die weken ouderschapsverlof moet de werkgever akkoord gaan.

Als het gevolg van het verkrijgen van de volledige onderbreking in periodes van een week of een veelvoud daarvan is dat het saldo van de maximale duur van 16 weken minder bedraagt dan 4 weken, dan kan dat saldo zonder akkoord van de werkgever worden verkregen.

Toepassingsgebied en inwerkingtreding

Let op! momenteel is de flexibilisering van het voltijds ouderschapsverlof enkel mogelijk:

  • in de privésector;
  • in de gemeente- en provinciale besturen en de diensten die ervan afhangen (OCMW's, openbare ziekenhuizen of rusthuizen die afhangen van een OCMW enz.);
  • bij de werkgevers die werknemers tewerkstellen met een arbeidsovereenkomst, voor zover ze niet beoogd worden door een andere reglementering die het recht op ouderschapsverlof opent. Worden met name beoogd: de contractuele werknemers van de gemeenschapsuniversiteiten enz.

Inwerkintreding op 01.06.2019 Concreet is ze enkel van toepassing op aanvragen die worden ingediend bij de werkgever vanaf die datum.

NB. de werknemers van de federale, regionale en gemeenschapsadministraties, de werknemers van de autonome overheidsbedrijven, de werknemers van het onderwijs en het CLB ... hebben (nog) geen toegang tot die flexibilisering.

2. In geval van halftijdse onderbreking

De halftijdse onderbreking kan worden verkregen tijdens maximum 8 maanden.

Volgens de algemene regel mogen die 8 maanden worden opgesplitst in periodes van 2 maanden of een veelvoud daarvan. Daardoor kan je dus 2, 4, 6 of 8 maanden halftijds ouderschapsverlof aanvragen. Als je de maximale duur niet in een keer aanvraagt, kan je het onderbrekingssaldo later nog opgebruiken. Dat kan zolang je kind jonger is dan 12 jaar (of jonger dan 21 jaar als het gehandicapt is).

Flexibilisering van de halftijdse onderbreking

De 8 maanden halftijdse onderbreking mogen, in afwijking van de algemene regel en met akkoord van de werkgever, in periodes van een maand of een veelvoud worden opgesplitst. Je kan dus 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8 maanden krijgen.

Aangezien het akkoord van de werkgever vereist is voor elke aanvraag voor een duur die geen 2 maanden of een veelvoud is daarvan, is die flexibilisering geen recht, maar enkel een mogelijkheid.

Voorbeeld:

  • Je vraagt halftijds ouderschapsverlof aan voor slechts één maand, van 15 juli tot 14 augustus. Aangezien die periode minder dan 2 maanden bedraagt, is het geen recht, maar enkel een mogelijkheid waarvoor het akkoord van de werkgever nodig is.

Als het gevolg van het verkrijgen van de halftijdse onderbreking in periodes van een maand is dat het saldo van de maximale duur van 8 maanden minder bedraagt dan 2 maanden, dan kan dat saldo zonder akkoord van de werkgever worden verkregen.

Toepassingsgebied en inwerkingtreding

Let op! momenteel is de flexibilisering van het halftijds ouderschapsverlof enkel mogelijk:

  • in de privésector;
  • in de gemeente- en provinciale besturen en de diensten die ervan afhangen (OCMW, openbare ziekenhuizen of rusthuizen die afhangen van een OCMW enz.);
  • bij de werkgevers die werknemers tewerkstellen met een arbeidsovereenkomst, voor zover ze niet beoogd worden door een andere reglementering die het recht op ouderschapsverlof opent. Worden met name beoogd: de contractuele werknemers van de gemeenschapsuniversiteiten enz.

Inwerkintreding op 01.06.2019 Concreet is ze enkel van toepassing op aanvragen die worden ingediend bij de werkgever vanaf die datum.

NB. de werknemers van de federale, regionale en gemeenschapsadministraties, de werknemers van de autonome overheidsbedrijven, de werknemers van het onderwijs en het CLB ... hebben (nog) geen toegang tot die flexibilisering.

3. In geval van onderbreking met 1/5

De onderbreking met 1/5 kan worden verkregen tijdens maximum 20 maanden.

Die 20 maanden kunnen worden opgesplitst in periodes van 5 maanden of een veelvoud daarvan. Daardoor kan je dus 5, 10, 15 of 20 maanden ouderschapsverlof met 1/5 aanvragen. Als je de maximale duur niet in een keer aanvraagt, kan je het onderbrekingssaldo later nog opgebruiken. Dat kan zolang je kind jonger is dan 12 jaar (of jonger dan 21 jaar als het gehandicapt is).

4. In geval van onderbreking met 1/10

In de sectoren waar deze mogelijkheid is voorzien (privésector, gemeenten en provincies enz.) en voor zover de werkgever akkoord gaat, kan de onderbreking met 1/10 worden verkregen tijdens maximum 40 maanden.

Die 40 maanden kunnen worden opgesplitst in periodes van 10 maanden of een veelvoud daarvan. Daardoor kan je dus 10, 20, 30 of 40 maanden ouderschapsverlof met 1/10 aanvragen. Als je de maximale duur niet ineens aanvraagt, kan je het onderbrekingssaldo later nog opgebruiken. Dat kan zolang je kind jonger is dan 12 jaar (of jonger dan 21 jaar als het gehandicapt is).

Let op! Als je beslist om de maximumduur op te splitsen, moet je werkgever, aangezien de onderbreking met 1/10 geen recht is, akkoord gaan voor elke aanvraag om een nieuwe periode van 10 maanden of een veelvoud daarvan te verkrijgen.

Opmerking voor de personeelsleden van het onderwijs en van de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB).

Indien je een personeelslid van het onderwijs of van een CLB bent, raadpleeg dan de gemeenschap waarvan je afhangt om te weten of het ouderschapsverlof kan worden opgesplitst, aangezien die mogelijkheid reglementair niet voorzien is in je sector.

Is het mogelijk de verschillende vormen van onderbreking te combineren?

Ja. Je kan overstappen van de ene vorm van ouderschapsverlof naar een andere, behalve in het onderwijs.

Daartoe is de volgende regel van toepassing: 1 maand volledige onderbreking = 2 maanden halftijdse onderbreking = 5 maanden onderbreking met 1/5 en bij de werkgevers waar die mogelijkheid bestaat = 10 maanden onderbreking met 1/10.

Indien je voltijds werkt, kan je voor hetzelfde kind bijvoorbeeld het volgende bekomen:

  • 1 maand volledige onderbreking en 6 maanden halftijdse onderbreking
  • 2 maanden volledige onderbreking en 10 maanden onderbreking met 1/5
  • 2 maandenhalftijdse onderbreking en 15 maanden onderbreking met 1/5
  • in de sectoren waar deze mogelijkheid er is, 2 maanden volledige onderbreking, 5 maanden onderbreking met 1/5 en met akkoord van de werkgever, 10 maanden onderbreking met 1/10
  • enz.

NB. Als je in de openbare sector werkt (met uitzondering van de lokale en provinciale besturen), neem je best contact op met je overheid om te weten of de mogelijkheid bestaat om de verschillende vormen van onderbreking te combineren.

Wat met de combinatie van de verschillende vormen van onderbreking in geval de volledige onderbreking in weken wordt opgesplitst?

In de sectoren waar die mogelijkheid er is (privésector, gemeenten, provincies enz.) en met akkoord van de werkgever wanneer de volledige onderbreking wordt opgesplitst in weken, moet rekening worden gehouden met het principe dat 4 weken volledige onderbreking gelijk zijn aan één maand volledige onderbreking. Als het overblijvende deel door een opsplitsing in weken minder dan 4 weken volledige onderbreking bedraagt, heb je het recht om dat saldo zonder akkoord van je werkgever op te nemen.

Aangezien je enkel een maand volledige onderbreking kunt omzetten in een andere prestatieverminderingsbreuk (halftijds, met 1/5 of 1/10) is het zo dat bij het opdelen van de volledige onderbreking per week, enkel het resterende saldo gelijk aan een maand of een veelvoud ervan kan worden omgezet.

Voorbeeld 1:

Je hebt 7 weken volledige onderbreking gekregen met akkoord van de werkgever. Je hebt dus nog 9 weken over van de maximumduur van 4 maanden (16 weken volledige onderbreking). Aangezien 4 weken gelijk zijn aan een maand, betekent dat dat je nog 2 maanden en week volledige onderbreking over hebt. Als je wil veranderen van onderbrekingsvorm, kan je vragen om 1 of 2 maanden volledige onderbreking om te zetten in:

  • 2 of 4 maanden halftijdse onderbreking
  • 5 of 10 maanden onderbreking met 1/5
  • 10 of 20 maanden onderbreking met 1/10

In dat geval mag het saldo van een week volledige onderbreking worden gebruikt voordat je kind 12 jaar is (of 21 jaar als het gehandicapt is), zonder dat je werkgever akkoord moet gaan.

Voorbeeld 2:

Je hebt 13 weken volledige onderbreking gekregen met akkoord van de werkgever. Je hebt dus nog maar een saldo van 3 weken over. Aangezien dat geen maand is, kan dat saldo niet worden omgezet in een halftijdse onderbreking, een onderbreking met 1/5 of met 1/10. Dat saldo kan je enkel opnemen als volledige onderbreking. Je hebt daarvoor geen akkoord van je werkgever nodig.

Wat met de combinatie van de verschillende vormen van onderbreking als de halftijdse onderbreking in maanden wordt opgesplitst?

In de sectoren waar die mogelijkheid er is (privésector, gemeenten en provincies enz.) en met akkoord van de werkgever, is het zo dat als het ouderschapsverlof genomen wordt in periodes van een maand, het saldo minstens gelijk moet zijn aan 2 maanden of een veelvoud ervan om het te kunnen omzetten in een andere vorm van onderbreking. Als het resterende deel door een opsplitsing in maanden minder bedraagt dan 2 maanden halftijdse onderbreking, heb je wel het recht om dat saldo halftijds op te nemen zonder akkoord van je werkgever.

Voorbeeld: Je hebt al 5 maanden halftijds ouderschapsverlof gekregen met akkoord van je werkgever. Je hebt dus nog een saldo van 3 maanden over (ten opzichte van de maximumduur van 8 maanden). Van dat saldo kunnen 2 maanden deeltijdse onderbreking worden omgezet in een maand (dat betekent 4 weken) volledige onderbreking of in 5 maanden onderbreking met 1/5 en in 10 maanden onderbreking met 1/10. De laatste maand halftijdse onderbreking kan niet worden omgezet. Je kan die echter wel nemen zonder akkoord van de werkgever.

Kan het ouderschapsverlof je worden geweigerd?

Privésector en lokale en provinciale besturen

Deze vorm van loopbaanonderbreking kan je niet geweigerd worden als je voldoet aan de toegangsvoorwaarden bepaald door de reglementering. Ter herinnering, het gaat om de volgende voorwaarden:

  • minstens 12 maanden anciënniteit bij de werkgever hebben
  • het kind is jonger dan 12 jaar (of jonger dan 21 jaar als het gehandicapt is) op de aanvangsdatum van de onderbrekingsperiode
  • de maximumduur van het ouderschapsverlof voor het betrokken kind is nog niet helemaal opgebruikt
  • in geval van aanvraag om ouderschapsverlof, in de vorm van een gedeeltelijke onderbreking tot halftijds, met 1/5 of met 1/10, een voltijdse betrekking hebben

Het gaat om een recht voor elk kind dat voldoet aan de leeftijdsvoorwaarde. Je krijgt het recht één keer per kind.

Als je het ouderschapsverlof aanvraagt in de vorm van een onderbreking met 1/10 of de flexibilisering in weken van de volledige onderbreking of in maanden van de halftijdse onderbreking, heb je wel het akkoord van de werkgever nodig. Dat betekent dat de werkgever bij die aanvragen het gevraagde ouderschapsverlof kan weigeren.

Openbare sector en onderwijs

Dit thematisch verlof kan je niet worden geweigerd indien de overheid of de gemeenschap (voor het onderwijs) waarvan je afhangt, dat reglementair heeft voorzien. Je moet ook voldoen aan de voorwaarden van de overheid of de gemeenschap.

Welke formaliteiten moet je vervullen om ouderschapsverlof te verkrijgen?

Bij elke aanvraag voor thematisch verlof moet je 2 aparte onderdelen voltooien:

  1. De werkgever schriftelijk van je aanvraag verwittigen
  2. Een aanvraag indienen bij de RVA

De 2 onderdelen van die procedure en het vervolg van je aanvraag bij de RVA, worden uitgelegd in het infoblad T14.

Kan je werkgever je ouderschapsverlof uitstellen?

Indien je deel uitmaakt van de privésector of van een lokaal of provinciaal bestuur

Ja, je werkgever kan, binnen de maand die volgt op de schriftelijke kennisgeving, het begin van het ouderschapsverlof uitstellen omwille van de goede werking van de dienst. Toch zal het ouderschapsverlof, als de voorwaarden vervuld zijn, ingaan ten laatste 6 maanden na de maand waarin de werkgever gebruik heeft gemaakt van zijn recht op uitstel.

Indien je deel uitmaakt van de openbare sector, het onderwijs of het personeel van een autonoom overheidsbedrijf 

Informeer bij je personeelsdienst om te weten of de overheid waarvan je afhangt de toelating heeft om de ingangsdatum van je ouderschapsverlof uit te stellen.

Kan je het ouderschapsverlof vervroegd beëindigen?

Met akkoord van de werkgever kan je het ouderschapsverlof stopzetten voor de einddatum van de duur die je had aangevraagd. De werkgever moet akkoord gaan met het principe en de datum van het vroegtijdige einde.

Als je je ouderschapsverlof vervroegd wil stopzetten, dan moet je dat aanvragen bij de werkgever en hem laten weten vanaf welke datum je het wil stopzetten.

Als de werkgever akkoord gaat, moet je het RVA-kantoor waarvan je afhangt schriftelijk op de hoogte brengen van de datum van dat vroegtijdige einde. Daartoe gebruik je de 'Aangifte van een wijziging betreffende de gegevens'. Je kan dat document downloaden op onze website. Raadpleeg voor meer informatie het infoblad T14 over de procedure rond thematische verloven.

Let op! De datum van het vervroegde einde van het ouderschapsverlof kan gevolgen hebben op het onderbrekingssaldo waarop je later aanspraak kan maken voor hetzelfde kind (zie hierna).

Wat is het gevolg van een vervroegd einde van het ouderschapsverlof?

Als het ouderschapsverlof wordt stopgezet vóór het einde van de gevraagde periode (ofwel met het akkoord van de werkgever ofwel bij verbreking van de overeenkomst) moet je de onderbrekingsuitkeringen die je ontving vóór de vervroegde einddatum niet terugbetalen aan de RVA.

Dat vervroegde einde kan wel gevolgen hebben op het onderbrekingssaldo dat je kan verkrijgen voor hetzelfde kind.

Algemene regel

Als het toepasselijke ‘vaste blok’ niet wordt gerespecteerd, verlies je in principe een deel van het aangevraagde, maar niet opgebruikte ouderschapsverlof.

Indien je de gevraagde periode niet respecteert, verlies je het saldo van het verplichte deel van één maand (volledig ouderschapsverlof), 2 maanden (halftijds ouderschapsverlof) 5 maanden (ouderschapsverlof 1/5).

Als een onderbreking met 1/10 (in de sectoren waar dat mogelijk is) wordt stopgezet vóór de einddatum van een periode van 10 maanden, verlies je het overblijvende saldo van die periode.

Je kan later de eventueel resterende periodes aanvragen van 1 maand, 2 maanden of 5 maanden.

Voorbeeld: je verkrijgt ouderschapsverlof met 1/5 voor 20 maanden. Met akkoord van je werkgever beëindig je het na 4 maanden. De eerste periode van 5 maanden is dus niet nageleefd. Je behoudt de uitkeringen gestort tijdens de eerste 4 maanden, maar verliest het saldo van 1 maand. Je kan later de onderbreking met 1/5 tijdens 15 maanden nog vragen of een gelijkaardige periode in de vorm van een volledige of halftijdse onderbreking, of met 1/10 als dat mogelijk is.

Uitzonderingen

In de sectoren waar de flexibilisering van de volledige of halftijdse onderbreking mogelijk is

Als je de flexibele vorm van het voltijds of halftijds ouderschapsverlof gebruikt, dan moeten die vaste blokken per week (voltijds) en per maand (halftijds) worden nageleefd.

Voorbeeld 1:

Je vraagt aan de werkgever 5 weken volledige onderbreking om bij je kind te blijven tijdens de zomervakantie. Na 3 weken beëindig je je volledige onderbreking al met akkoord van je werkgever. Het gevraagde, maar niet gebruikte deel van het ouderschapsverlof bedraagt 2 weken. De periode van een week of een veelvoud daarvan is dus nageleefd. Je verliest die 2 weken dus niet en kan ze later nog nemen.

Voorbeeld 2:

Je vraagt 3 maanden halftijds ouderschapsverlof aan. Het gaat om de flexibele vorm in maanden. Na 1 maand en 2 weken beëindig je je halftijds ouderschapsverlof, met akkoord van je werkgever. Het gevraagde, maar niet gebruikte deel van het ouderschapsverlof bedraagt dus 1 maand en 2 weken. Je verliest 2 weken, maar niet de overblijvende maand, aangezien je de periode van een maand hebt nageleefd.

Andere uitzonderingen

Er zijn andere uitzonderingen. Voorbeeld: De werknemer die een ouderschapsverlof geniet, kan dat vroegtijdig stopzetten (op voorwaarde dat zijn werkgever akkoord gaat) en een aanvraag indienen voor één week verlof voor medische bijstand aan een gehospitaliseerd zwaar ziek minderjarig kind (onmiddellijk verlengbaar met één bijkomende week).

Wanneer de werknemer zijn ouderschapsverlof tijdens de aangevraagde periode stopzet omwille van die reden, verliest hij niet het saldo van het verplichte blok van één maand volledige onderbreking of 2 maanden halftijdse onderbreking of 5 maanden onderbreking met 1/5 of, in de sectoren waar dat mogelijk is, 10 maanden onderbreking met 1/10. Het feit dat hij de aangevraagde periode niet respecteert, is namelijk het gevolg van een bijzondere omstandigheid (gehospitaliseerd minderjarig kind) die als overmacht moet worden erkend.

Het saldo van het aangevatte, maar nog niet beëindigde blok van het ouderschapsverlof kan later worden opgenomen, op voorwaarde dat:

  • alle voorwaarden eigen aan het ouderschapsverlof worden nageleefd (leeftijdsvoorwaarde, anciënniteitsvoorwaarde, arbeidsregime) op het ogenblik dat de aanvraag wordt ingediend
  • EN de werknemer binnen dezelfde vorm van loopbaanonderbreking blijft (volledig, halftijds, met 1/5 of met 1/10 in de sectoren waar dat mogelijk is).

Het saldo mag, maar moet niet noodzakelijk, worden opgenomen na het verlof voor medische bijstand aan een gehospitaliseerd minderjarig kind. De verplichting om binnen hetzelfde vorm van loopbaanonderbreking dezelfde vorm van loopbaanonderbreking blijven, gaat enkel om het opnemen van het saldo van het aangevatte blok dat niet beëindigd werd omwille van de aanvraag van een verlof voor medische bijstand aan een gehospitaliseerd minderjarig kind.

Indien het ouderschapsverlof nog niet is uitgeput, kan de werknemer de eventuele resterende periodes aanvragen in de door hem gekozen vorm van ouderschapsverlof (volledig, halftijds; 1/5 of met 1/10 in de sectoren waar die mogelijkheid is voorzien).

Voorbeeld: je hebt 4 maanden halftijds ouderschapsverlof gevraagd van 01.06.2019tot 30.09.2019 (2 x een periode van 2 maanden). Je zet je ouderschapsverlof stop om een verlof van één week te nemen voor medische bijstand aan je gehospitaliseerd minderjarig kind, vanaf 02.07.2019 (dus vóór het einde van de eerste periode van 2 maanden halftijds).

In dat geval kan je:

  • het saldo van het aangevatte blok (van 03.07.2019 tot 31.07.2019) later opnemen, op voorwaarde dat je binnen dezelfde vorm van onderbreking(halftijds) blijft
  • de eventuele resterende periodes vragen in de vorm van je keuze (volledig, halftijds, met 1/5 of, bij de werkgevers waar dat mogelijk is, met 1/10).

Heb je recht op een onderbrekingsuitkering?

Tijdens het ouderschapsverlof kan je een maandelijkse onderbrekingsuitkering krijgen van de RVA. Om die uitkering te krijgen, moet je werkgever voldoen aan de toegangsvoorwaarden. Ook andere regels moeten worden nageleefd. Die regels zijn:

  • niet cumuleren met een activiteit of een verboden pensioen
  • je woonplaats behouden in België of in een ander land van de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland

NB. Verderop in dit infoblad vind je meer informatie over de regels rond cumulatie en woonplaats.

Bovendien moet je de aanvraag ten laatste 2 maanden na de ingangsdatum bezorgen aan ons opdat we de uitkering kunnen toekennen vanaf het begin van de onderbreking. Je vindt alle details in verband met de termijn en het gevolg op de toekenning van de onderbrekingsuitkering in geval van laattijdige indiening in het infoblad T14.

Aanvragen voor een kind dat geboren of geadopteerd is vóór 08.03.2012

Als het kind vóór 08.03.2012 geboren of geadopteerd is, wordt de 4de maand volledige onderbreking of de 7de of 8ste maand halftijdse onderbreking of de 16de of 20ste maand onderbreking met 1/5 of, in de sectoren waar dat mogelijk is, de 30ste of 40ste maand onderbreking met 1/10 toegekend zonder onderbrekingsuitkeringen.

Verduidelijking

De 4de maand volledige onderbreking of het equivalent van een halftijdse, met 1/5 of met 1/10 moet letterlijk worden geïnterpreteerd. Op de maximumduur voorzien voor elk kind dat aan de leeftijdsvoorwaarde voldoet, gaat het dus om de laatste maand volledige onderbreking of de laatste 2 maanden halftijdse of de laatste 5 maanden onderbreking met 1/5 of de laatste 10 maanden onderbreking met 1/10.

Dat betekent dat als je de 4de maand volledige onderbreking of het equivalent van een halftijdse, met 1/5 of met 1/10 aanvraagt voor een kind geboren vóór 08.03.2012, je geen uitkeringen van de RVA zal ontvangen. En dat ongeacht of je voor hetzelfde kind al uitkeringen ontving in eerdere ouderschapsverlofperiodes.

Hoeveel bedraagt de onderbrekingsuitkering betaald door de RVA?

Principe

De onderbrekingsuitkering is forfaitair. Het bedrag wordt niet berekend in functie van je loon.

Vermeerdering voor de werknemers die een eenoudergezin vormen

Werknemers uit de privésector

Als je werkt bij een werkgever uit de privésector (nv, bvba, vzw …) en je een eenoudergezin vormt, kan je een vermeerdering van de uitkering genieten.

Die vermeerdering geldt voor de 4 vormen van onderbreking voorzien in het kader van het ouderschapsverlof, namelijk de volledige onderbreking, de halftijdse onderbreking,  de onderbreking met 1/5 en met 1/10.

Om die vermeerdering te genieten, moet je gelijktijdig voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • je moet uitsluitend samenwonen met een of meerdere van je kinderen ten laste
  • je moet verwant zijn in de 1ste graad met het kind voor wie je het ouderschapsverlof aanvraagt en je moet met het kind onder hetzelfde dak wonen

Werknemers uit andere sectoren (administraties en diensten die ervan afhangen, autonome overheidsbedrijven enz.)

Je kan enkel een vermeerdering genieten van de uitkering in geval van onderbreking met 1/5, op voorwaarde dat je uitsluitend onder hetzelfde dak woont met een of meerdere kinderen ten laste en op de aanvangsdatum van het ouderschapsverlof jonger dan 50 jaar bent.

Wat betekent het begrip 'kinderen ten laste'?

Om de vermeerdering te kunnen genieten, moet het begrip 'kinderen ten laste' worden begrepen in de zin van de fiscale reglementering. Contacteer voor meer informatie daarover de FOD Financiën: https://financien.belgium.be/nl/Contact.

In geval van co-ouderschap, dat wil zeggen wanneer de huisvesting van een minderjarig kind (niet vrijgesteld van voogdij) gelijk verdeeld is over de ouders op basis van een overeenkomst die geregistreerd is of gehomologeerd is door een rechter of op basis van een gerechtelijke beslissing, kunnen de twee ouders de vermeerdering van de uitkering genieten.

Waar kan je de geldende bedragen raadplegen?

Om het bedrag van de onderbrekingsuitkeringen te kennen, kan je de rubriek 'Barema's raadplegen. Die rubriek staat onder 'Documentatie' op onze site.

Je kan die bedragen ook berekenen in de toepassing 'BreakatWork'.

Kan je het ouderschapsverlof bekomen zonder uitkeringen?

Ja. In dit geval ben je niet onderworpen aan de regels inzake woonplaats of cumulatie die gelden om de uitkeringen van de RVA te krijgen.

Als je de 4de maand volledig ouderschapsverlof aanvraagt, krijg je de 7de en 8ste maand halftijds ouderschapsverlof of de 16de tot de 20ste maand ouderschapsverlof met 1/5, of bij de werkgevers waar dat mogelijk is, de 31ste tot de 40ste maand onderbreking met 1/10 zonder uitkeringen als je kind vóór 08.03.2012 is geboren of geadopteerd.

Wat is de rol van de RVA in geval van ouderschapsverlof zonder uitkeringen?

De RVA moet de gevraagde periodes op naam van het betrokken kind berekenen. Indien je het ouderschapsverlof aanvraagt zonder uitkeringen, moet je dus toch een aanvraagformulier naar de RVA sturen (zie infoblad T14).

Waar moet je wonen tijdens het ouderschapsverlof?

Om een onderbrekingsuitkering te kunnen krijgen, moet je wonen:

  • in België
  • in een ander land van de Europese Economische Ruimte (dat wil zeggen de 28 landen van de Europese Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein)
  • of in Zwitserland

Uitzondering

Indien je je echtgeno(o)t(e) of je partner met wie je wettelijk samenwoont volgt die tijdelijk en beroepshalve voor rekening van zijn/haar werkgever naar een land vertrekt dat gelegen is buiten de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan mag je voor de duur van die opdracht daar gedomicilieerd zijn.

NB. Onder wettelijke samenwoning wordt verstaan de samenlevingsvorm van 2 personen (ongeacht de aard van de relatie en het geslacht van de personen) die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats.

In dat geval moet je een attest van de werkgever van je echtgeno(o)t(e) of van de werkgever van je partner met wie je wettelijk samenwoont toevoegen, waaruit blijkt dat de professionele opdracht niet vereist dat je je definitief in het buitenland vestigt.

Als je je partner met wie je wettelijk samenwoont volgt, moet je eveneens een bewijs van wettelijke samenwoning voegen bij je uitkeringsaanvraag.

Waar mogen de onderbrekingsuitkeringen worden betaald?

De onderbrekingsuitkeringen kunnen met een circulaire cheque of bankoverschrijving worden betaald.

In het geval van een bankoverschrijving, kan de betaling gebeuren op een financiële rekening in:

  • België
  • een land dat behoort tot de gemeenschappelijke betalingsruimte voor de euro, of SEPA ( = Single Euro Payments Area)

NB. Het gaat om de volgende landen: België, Frankrijk (inclusief Guadeloupe, Martinique, Frans Guyana en Réunion), Italië, Spanje (inclusief Canarische Eilanden, Ceuta en Melilla), Verenigd Koninkrijk (inclusief Gibraltar en Noord-Ierland), Duitsland, Oostenrijk, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Denemarken, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal (inclusief Azoren en Madeira), Tsjechië, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Zweden, Zwitserland.

Welke activiteiten kunnen worden gecumuleerd met een uitkering?

De onderbrekingsuitkering kan onder bepaalde voorwaarden gecumuleerd worden met:

  • de uitoefening van een politiek mandaat
  • een nevenactiviteit in loondienst die al gedurende minstens de 3 maanden vóór je ouderschapsverlof werd uitgeoefend. Voor de toepassing van deze bepaling is een nevenactiviteit een activiteit die niet meer uren telt dan de activiteit die wordt onderbroken.

Als er een toegelaten cumulatie is met een nevenactiviteit die al bestond vóór het ouderschapsverlof, dan mag het aantal uren ervan niet worden verhoogd tijdens de onderbreking. Als dat wel gebeurt, verlies je de uitkering vanaf de dag van de uitbreiding van de activiteit.

Alleen in geval van volledige loopbaanonderbreking mag de uitkering worden gecumuleerd met de inkomsten uit de uitoefening van een zelfstandige activiteit gedurende een maximumperiode van 12 maanden. In geval van vermindering tot een halftijdse betrekking, met 1/5 of in de sectoren waar het mogelijk is, met 1/10, is die cumulatie niet mogelijk. Als je een ouderschapsverlof aanvraagt in de vorm van een gedeeltelijke onderbreking terwijl je een zelfstandige nevenactiviteit hebt, heb je dus geen recht op onderbrekingsuitkeringen.

Indien je bij een autonoom overheidsbedrijf werkt en statutair bent

Kan je de onderbrekingsuitkeringen cumuleren met een mandaat van gemeenteraadslid of OCMW-raadslid, met uitsluiting van elk ander politiek mandaat. Je kan die ook cumuleren met de inkomsten uit een nevenactiviteit als loontrekkende, op voorwaarde dat die gedurende minstens 12 maanden vóór het ingaan van de loopbaanonderbreking/verminderde prestaties werd uitgeoefend.

In geval van volledige loopbaanonderbreking kan je de uitkeringen cumuleren met de inkomsten uit een nevenactiviteit als zelfstandige, indien je die minstens gedurende de 12 maanden vóór de onderbreking hebt uitgeoefend. In dat laatste geval is de cumulatie toegelaten gedurende een periode van maximum één jaar.

Zijn de onderbrekingsuitkeringen cumuleerbaar met een pensioen?

Principe

Je kan je uitkeringen niet cumuleren met een pensioen.

Worden voor de toepassing van deze bepaling als een pensioen beschouwd de ouderdoms-, rust-, anciënniteits- of overlevingspensioenen, en andere als dusdanig geldende voordelen, toegekend:

  • door of krachtens een Belgische of buitenlandse wet
  • door een Belgische of een buitenlandse socialezekerheidsinstelling, een openbaar bestuur of een instelling van openbaar nut

Uitzondering in geval van overlevingspensioen

De uitkeringen kunnen worden gecumuleerd met een overlevingspensioen gedurende een (al dan niet opeenvolgende) periode van maximaal 12 kalendermaanden.

Die periode van 12 maanden moet worden verminderd met het aantal maanden waarin een overlevingspensioen (zonder uitkeringen) reeds werd gecumuleerd met werkloosheidsuitkeringen en/of uitkeringen in het kader van arbeidsongeschiktheid.

Mag je een overgangsuitkering cumuleren met onderbrekingsuitkeringen?

Wie weduwe / weduwnaar wordt na 31.12.2014 en op dat ogenblik jonger is dan 45 jaar, heeft vanaf 01.01.2015 recht op een overgangsuitkering in plaats van een overlevingspensioen. De leeftijd van 45 jaar wordt tegen 2025 opgetrokken tot 50 jaar, met 6 maanden per jaar.

De overgangsuitkering is beperkt in de tijd en wordt toegekend voor een periode van 12 of 24 maanden, al naargelang er kinderen zijn of niet.

Je mag een overgangsuitkering onbeperkt cumuleren met onderbrekingsuitkeringen. Je moet aan de RVA niet aangeven dat je een overgangsuitkering ontvangt.

Wanneer verlies je je recht op onderbrekingsuitkeringen?

Je verliest je recht op onderbrekingsuitkeringen:

  • aan het einde van de maximale vergoedbaarheidstermijn of aan het einde van de termijn vermeld in de overeenkomst met je werkgever, behalve als die termijn in onderling overleg wordt verlengd
  • vanaf de dag waarop je het werk hervat bij dezelfde of bij een andere werkgever
  • vanaf de dag waarop je arbeidsovereenkomst eindigt
  • vanaf de dag waarop je een pensioen ontvangt
  • vanaf de dag waarop je een zelfstandige activiteit aanvat tijdens een periode van gedeeltelijke loopbaanonderbreking
  • vanaf de dag waarop je gedurende meer dan 12 maanden een volledige loopbaanonderbreking cumuleert met een zelfstandige activiteit
  • vanaf de dag waarop je een nevenactiviteit in loondienst aanvat
  • vanaf de dag waarop je het aantal uren van je nevenactiviteit in loondienst uitbreidt

Opmerking: wanneer je geen recht (meer) hebt op onderbrekingsuitkeringen, zal de RVA je het recht op ouderschapsverlof zonder uitkeringen toekennen wanneer je dat wil. Ook de periode van ouderschapsverlof zonder uitkeringen wordt aangerekend op het krediet van ouderschapsverlof per kind, voorzien door de reglementering. 

Wanneer worden je onderbrekingsuitkeringen teruggevorderd?

Alle onrechtmatig ontvangen onderbrekingsuitkeringen worden teruggevorderd. Dat gebeurt onder meer wanneer je het RVA-kantoor niet vooraf schriftelijk op de hoogte brengt dat je een nevenactiviteit aanvangt of het aantal uren ervan verhoogt, of dat je een zelfstandige activiteit uitoefent tijdens een gedeeltelijke onderbreking.

Komen de periodes van ouderschapsverlof in aanmerking voor de berekening van de totale duur van de gewone loopbaanonderbreking of van het tijdskrediet?

NEEN. De onderbrekingsperiodes die je verkregen hebt in het kader van een ouderschapsverlof worden niet afgetrokken van de onderbrekingsperiodes die je al hebt genomen in het kader van een tijdskrediet met motief, in de privésector of van een gewone loopbaanonderbreking in de openbare sector.

Ben je beschermd tegen ontslag tijdens een ouderschapsverlof?

JA. De wetgeving voorziet in een bescherming tegen ontslag. Het doel daarvan is je het recht te garanderen om gebruik te maken van het ouderschapsverlof en na afloop daarvan de betrekking die je volledig of gedeeltelijk onderbroken had opnieuw op te nemen.

Die bescherming gaat in op de dag van het akkoord of, indien je gebruikmaakt van een recht op ouderschapsverlof, op de dag van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever. Ze eindigt 3 maanden na de einddatum van het ouderschapsverlof.

Dankzij die bescherming kan je werkgever je arbeidsovereenkomst niet éénzijdig opzeggen. De bescherming is echter niet van toepassing indien het ontslag gerechtvaardigd wordt door een dringende of voldoende reden. Voor de toepassing van die maatregel:

  • wordt beschouwd als dringende reden, elke zware fout die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt
  • als voldoende reden geldt een door de rechter als zodanig erkende reden waarvan de aard en de oorzaak vreemd zijn aan de loopbaanonderbreking. Zo wordt het ontslag wegens conventioneel brugpensioen beschouwd als voldoende reden.

Wat gebeurt er indien de werkgever je ondanks de bescherming toch ontslaat?

Ontslaat je werkgever je tijdens de beschermde periode zonder dringende of voldoende reden, dan moet hij je - bovenop de normale opzeggings- of verbrekingsvergoeding - een forfaitaire vergoeding betalen die gelijk is aan 6 maanden loon.

Welke modaliteiten zijn van toepassing in geval van ontslag?

Los van de bescherming voorzien door de wetgeving en van de eventuele betaling van de forfaitaire vergoeding gelijk aan 6 maanden loon, kan de werkgever, indien hij je tijdens het ouderschapsverlof ontslaat, je ofwel een opzeggingstermijn betekenen, ofwel de arbeidsovereenkomst verbreken met onmiddellijke ingang, met betaling van een verbrekingsvergoeding.

Indien de werkgever je een opzeggingstermijn betekent

Wanneer het ontslag wordt gegeven door middel van een opzeggingstermijn, loopt de arbeidsovereenkomst verder gedurende een periode, de opzeggingstermijn genoemd, waarvan de duur varieert naargelang je anciënniteit.

  • In geval van volledige onderbreking kan de opzeggingstermijn pas beginnen lopen vanaf het einde van het ouderschapsverlof. Dat betekent dat het ouderschapsverlof verder loopt tot de einddatum ervan en dat de RVA je gedurende die periode verder de uitkeringen betaalt die de wetgeving voorziet. Op het einde van de volledige onderbreking zal de opzeggingstermijn beginnen lopen en zal de werkgever je je loon betalen gedurende de periode gedekt door de opzeggingstermijn.
  • In geval van vermindering van de prestaties met 1/2 of 1/5, presteer je de opzeggingstermijn deeltijds (naargelang het geval, halftijds of 4/5). Dat betekent dat de werkgever je tijdens die opzeggingstermijn betaalt op basis van je deeltijdse prestaties en dat de RVA je verder de uitkeringen voor het ouderschapsverlof blijft betalen, in functie van de fractie van de verminderde prestaties.

Indien de werkgever je overeenkomst verbreekt met betaling van een verbrekingsvergoeding

Wanneer het ontslag wordt gegeven zonder dat een opzeggingstermijn wordt betekend of als de opzeggingstermijn niet volstaat, wordt de arbeidsovereenkomst onmiddellijk verbroken. In dat geval moet de werkgever je een vergoeding betalen, de verbrekingsvergoeding genoemd, gedurende een periode die ofwel gelijk is aan de duur van de opzeggingstermijn die je had moeten worden betekend, ofwel aan het verschil tussen de betekende termijn en de verschuldigde termijn.

Aangezien de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang wordt verbroken, houdt het ouderschapsverlof op en worden de uitkeringen van de RVA dus niet meer betaald vanaf de datum van die verbreking.

Dat betekent dat je enkel de verbrekingsvergoeding ontvangt, betaald door de werkgever. Die vergoeding wordt echter berekend op basis van het loon dat je ontvangen had indien je je prestaties niet had onderbroken of verminderd. In geval van halftijds of 1/5 ouderschapsverlof, wordt die vergoeding dus berekend op basis van je voltijdse loon.

Wat moet je doen indien je werkgever je ontslaat tijdens het ouderschapsverlof?

Je moet onmiddellijk het RVA-kantoor waarvan je afhangt schriftelijk op de hoogte brengen van de datum van de verbreking van je arbeidsovereenkomst.

Recht op werkloosheidsuitkeringen

Na de periode gedekt door de opzeggingstermijn of de verbrekingsvergoeding, heb je recht op werkloosheidsuitkeringen, berekend op basis van het loon waarop je recht had gehad indien je het ouderschapsverlof niet had aangevraagd.

Welke invloed hebben de onderbrekingsuitkeringen op je belastingen?

De onderbrekingsuitkering is belastbaar. Fiscaal gezien wordt ze beschouwd als een vervangingsinkomen.

Inhouding van een bedrijfsvoorheffing

De onderbrekingsuitkeringen zijn onderworpen aan een bedrijfsvoorheffing.

Door die inhouding aan de bron daalt het bedrag van je onderbrekingsuitkering, maar het voordeel daarvan is dat je minder belastingen zal moeten bijbetalen na de definitieve berekening ervan.

De bedrijfsvoorheffing die ingehouden wordt op je uitkering bedraagt

  • 10,13% indien je in volledige loopbaanonderbreking bent
  • 17,15% indien je in halftijdse onderbreking bent in onderbreking met 1/5 of, in de sectoren waar het mogelijk is, in onderbreking met 1/10.

Eventuele vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing

Indien je een Franse grensarbeider bent of een fiscale inwoner van Frankrijk met de Franse nationaliteit die wordt betaald door een Belgische openbare werkgever, kan je vrijgesteld worden van de bedrijfsvoorheffing.

Indien je tijdens de loopbaanonderbreking dat statuut verliest, moet je het RVA-kantoor daarvan op de hoogte brengen, omdat je dan geen recht meer hebt op de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing.

Indien je daarover meer informatie wenst, kan je het infoblad T119 raadplegen 'Kunt u vrijgesteld worden van de bedrijfsvoorheffing ingehouden op de onderbrekingsuitkeringen?'.

Fiscale fiche

Met de fiche 281.18, waarop het totaal van de ontvangen uitkeringen vermeld staat en, in voorkomend geval, het totaal van de bedrijfsvoorheffing ingehouden tijdens het belastingjaar kan je je belastingaangifte invullen.

In geval van laattijdige betaling zullen de ontvangen sommen vermeld staan op de fiche 281.18 van het jaar van de betaling.

Die fiche wordt je elektronisch toegestuurd. Je kan de fiche raadplegen in je ‘e-Box’ (zie hierna) of via je dossier ‘loopbaanonderbreking/tijdskrediet’. Dat kan ook via ‘Tax-on-web/My Minfin’.

Als je toch nog een papieren exemplaar van je fiscale fiche wenst te ontvangen, dan kan je dat vragen aan het RVA-kantoor dat bevoegd is voor je woonplaats.

Wat is de ‘e-Box’?

De e-Box is de onlinedienst van de sociale zekerheid. Het is een persoonlijke en beveiligde mailbox waarmee elke burger op een gecentraliseerde manier officiële documenten kan ontvangen van de verschillende diensten van de sociale zekerheid, waaronder de RVA.

Je e-Box is beschikbaar op de site https://www.mysocialsecurity.be. Om hem te activeren, hoef je enkel je e-mailadres mee te delen. Vervolgens zal je per mail worden verwittigd zodra een mededeling beschikbaar is in je e-Box.

Om in te loggen en de documenten die beveiligd werden doorgestuurd te raadplegen, moet je je enkel aanmelden met je elektronische identiteitskaart (ook 'eID' genoemd) of via de toepassing 'Itsme'.

Bijkomende informatie?

Voor alle bijkomende vragen over de invloed van de onderbrekingsuitkeringen op de berekening van je belastingen, neem je best contact op met de FOD Financiën: https://financiën.belgium.be.

Welke invloed heeft het ouderschapsverlof op je pensioen?

Voor alle vragen over de eventuele gelijkstelling van periodes van loopbaanonderbreking voor de toekenning van je pensioen moet je contact opnemen met de Federale Pensioendienst (FPD), aangezien die dienst er uitsluitend voor bevoegd is.

FPD: Zuidertoren 1060 BRUSSEL // Tel: (gratis nummer): 1765 // Internet: www.sfpd.fgov.be.

Heb je recht op een aanmoedigingspremie?

In sommige gevallen en onder bepaalde voorwaarden, betaalt de Vlaamse Gemeenschap een aanmoedigingspremie bovenop de uitkering van de RVA.

Je vindt alle nuttige informatie over die Vlaamse aanmoedigingspremies op de website van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap: http://www.werk.be. Voor meer informatie en voorwaarden, kan je gratis bellen naar 1700 (de voormalige Vlaamse Infolijn) .

Bestaan er andere vormen van loopbaanonderbreking naast diegene die voorzien zijn in het kader van het ouderschapsverlof?

Ja. Naast het ouderschapsverlof kan je je prestaties onderbreken of verminderen in het kader van andere thematische verloven of van een tijdskrediet (in de privésector) of een gewone loopbaanonderbreking (in de openbare sector).

De thematische verloven

De thematische verloven zijn specifieke vormen van loopbaanonderbreking om te voldoen aan precieze behoeften. Naast het ouderschapsverlof bestaan er twee andere thematische verloven:

  • het verlof voor medische bijstand: dat maakt het je mogelijk om te zorgen voor een zwaar ziek familielid of een zwaar ziek gezinslid
  • het palliatief verlof: dat maakt het je mogelijk om een persoon bij te staan die ongeneeslijk ziek en terminaal is.

Het tijdskrediet in de privésector

Naast de thematische verloven heb je, indien je in de privésector werkt, ook de mogelijkheid om een tijdskrediet te bekomen.

Het tijdskrediet kan worden aangevraagd voor een van de motieven bepaald door de reglementering en met uitkeringen. Het tijdskrediet kan gevraagd worden voor de volgende motieven:

  • 'zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar'
  • ‘zorg of medische bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid’
  • 'palliatieve zorgen'
  • ‘zorgen voor zijn zwaar ziek minderjarig kind of voor een kind dat deel uitmaakt van het gezin’
  • 'zorgen voor zijn gehandicapt kind jonger dan 21 jaar'
  • 'een erkende opleiding volgen'

OPGELET! De toelatingsvoorwaarden, de duur, de aanvraagprocedure en het bedrag van de onderbrekingsuitkeringen in geval van tijdskrediet met motief zijn verschillend van diegene voorzien in het kader van het ouderschapsverlof.

In het infoblad T160 vind je meer informatie over het tijdskrediet met motief (recht bij de werkgever, uitkeringen van de RVA enz.).

In geval van tijdskrediet voor het motief 'zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar' kan je ook een tabel raadplegen waarin het recht op ouderschapsverlof en het recht op tijdskrediet met elkaar worden vergeleken. De tabel is beschikbaar in onze FAQ Loopbaanonderbreking / Tijdskrediet.

De gewone loopbaanonderbreking in de openbare sector

Naast de thematische verloven heb je, indien je in de openbare sector werkt (dat wil zeggen in een autonoom overheidsbedrijf, in een administratie of een dienst die ervan afhangt of in het onderwijs) ook de mogelijkheid om een gewone loopbaanonderbreking te bekomen.

De gewone loopbaanonderbreking kan voor om het even welk motief worden gevraagd.

OPGELET! De toelatingsvoorwaarden, de duur en het bedrag van de uitkeringen voor de gewone loopbaanonderbreking verschillen van diegene voorzien in het kader van het ouderschapsverlof. Bovendien:

  • variëren in de administraties en de diensten die ervan afhangen de regels, naargelang van de bevoegde overheid (federale, regionale, communautaire overheid ...)
  • variëren in het onderwijs en de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) de regels, naargelang van de bevoegde gemeenschap (Vlaamse, Franse of Duitstalige Gemeenschap).

Bijkomende informatie

Indien je meer informatie wenst over het palliatief verlof, het verlof voor medische bijstand, het tijdskrediet (in de privésector) of de gewone loopbaanonderbreking (in de openbare sector), kan je daarover de verschillende infobladen raadplegen. Je vindt ze op onze website.

Top