Follow us on twitter

U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Wat is de invloed van een artistieke activiteit op uw volledige werkloosheid?

Infoblad

T53

Laatste update
01-01-2019

Wat is een artistieke activiteit?

Dit infoblad heeft op u betrekking als u artistieke activiteiten uitoefent.

Artistieke activiteiten bestaan uit de creatie en/of de uitvoering of interpretatie van artistieke werken:

  • in de audiovisuele of beeldende kunsten,
  • in de muziek,
  • in de literatuur,
  • in de podiumkunsten,
  • in het theater,
  • in de choreografie.

Als u technische activiteiten in een van deze gebieden uitoefent, lees dan het infoblad “Wat is het gevolg van een technische activiteit in de artistieke sector?” nr. T146, beschikbaar bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA. U kan het ook het downloaden van de website www.rva.be.

U oefent artistieke activiteiten uit die zijn onderworpen aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden?

Kunnen uw artistieke activiteiten als loontrekkende het recht openen op werkloosheidsuitkeringen en kan u genieten van een bijzondere regeling?

Om werkloosheidsuitkeringen te kunnen genieten, moet u een bepaald aantal arbeidsdagen (daaronder begrepen ook interimarbeid) bewijzen in de loop van een referteperiode:

  • 312 dagen over een periode van 21 maanden als u jonger bent dan 36 jaar,
  • 468 dagen over een periode van 33 maanden als u tussen de 36 en de 50 jaar bent,
  • 624 dagen over een periode van 42 maanden als u minstens 50 jaar bent.

Als werknemer die artistieke activiteiten uitoefent die worden bezoldigd per prestatie (per stuk of per taak), geniet u een méér voordelige berekeningsregel om het aantal arbeidsdagen te bereiken dat nodig is om het recht op werkloosheidsuitkeringen te openen.

U geniet een bezoldiging per prestatie als er geen rechtstreeks verband is tussen uw vergoeding en het aantal uur dat nodig is voor de prestatie.

Als die bijzondere regel wordt toegepast, worden uw taaklonen gedeeld door 1/26 van het referteloon. Het resultaat is een aantal arbeidsdagen.

Dat referteloon bedraagt 1.593,81 euro.

Bijvoorbeeld: U hebt na een bezoldigde artistieke tewerkstelling, een vergoeding per prestatie gekregen van 300 euro. Om te bepalen met hoeveel arbeidsdagen die tewerkstelling overeenstemt, wordt het bedrag van uw bezoldiging per prestatie gedeeld door 1/26 van 1.593,81 euro:

(1.593,81/26) = 61,30

300 / 61,30 = 4,89 arbeidsdagen

Die tewerkstelling komt dus overeen met 4,89 arbeidsdagen van de vereiste 312 om het recht op werkloosheidsuitkeringen te openen.

Het resultaat is echter begrensd tot maximum 156 dagen per kwartaal.

Het aantal arbeidsdagen dat zo wordt verkregen, wordt verhoogd met de eventuele andere arbeidsdagen die volgens de gewone regels worden berekend.

Om in staat te zijn die voordelige regel op u te kunnen toepassen, vraagt de RVA u om het bewijs in te dienen van uw artistieke prestaties en de bezoldiging per prestatie ervan. Anders zal de gewone regel op u worden toegepast.

U vindt meer uitleg over de toelaatbaarheid tot werkloosheidsuitkeringen in de infobladen betreffende de toelaatbaarheidsvoorwaarden. Die kan u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of het werkloosheidsbureau van de RVA, of kan downloaden van de website www.rva.be.

Hoe moet u uw artistieke activiteiten als loontrekkende aangeven?

Op het ogenblik van uw uitkeringsaanvraag

U moet die activiteiten aangeven op het moment waarop u uw uitkeringsaanvraag doet of later, wanneer u die activiteiten voor het eerst aanvat.

Die aangifte gebeurt door middel van een formulier C1-Artiest dat u bij uw uitbetalingsinstelling indient.

Op uw papieren of elektronische controlekaart

U moet de dagen waarop u de hierna vermelde activiteiten verricht, aanduiden op uw controlekaart als arbeidsdagen:

  • de publieke vertolkingen of opvoeringen;
  • de aanwezigheid op een tentoonstelling van uw kunstwerken, indien u zich zelf met de verkoop bezighoudt, of indien die aanwezigheid vereist is op basis van een overeenkomst met een derde die uw creaties commercialiseert;
  • de aanwezigheid bij de opnames of de voorstelling van audiovisuele werken;
  • de prestaties tegen een betaling van een bezoldiging anders dan in loondienst;
  • de activiteiten verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst of een aanwervingscontract.

Voor de voormelde dagen wordt geen uitkering betaald.

U moet op de controlekaart vermelden of deze prestaties werden vergoed per prestatie (per taak of per stuk). In dat geval moet u omtrent deze prestaties een formulier C3-Artiest invullen en indienen bij uw uitbetalingsinstelling. Indien u een papieren controlekaart gebruikt, voegt u dat formulier C3-Artiest bij die controlekaart.

Vermeld op uw controlekaart zo nodig ook de andere redenen van niet-vergoedbaarheid (andere arbeid, ziekte, betaalde vakantie, verblijf in het buitenland ...) overeenkomstig de uitleg op die kaart.

Voor zaterdagen geldt een bijzondere regeling. Zaterdagen die volgen op een niet-vergoedbare week of zaterdagen die liggen tussen een niet-vergoedbare vrijdag en een niet-vergoedbare maandag, zijn niet vergoedbaar. Zaterdagen die voorafgegaan worden door 2 of 3 activiteitsdagen zijn halftijds vergoedbaar.

Hoe worden uw werkloosheidsuitkeringen berekend?

Het bedrag van uw werkloosheidsuitkeringen hangt af van de bezoldiging die in aanmerking wordt genomen, van uw gezinssituatie en van uw beroepsverleden. De uitkeringen zijn bovendien onderworpen aan bedrijfsvoorheffing.

Het bedrag van uw uitkering wordt, ook in geval van interimarbeid, in principe berekend op basis van de bezoldiging die u hebt ontvangen tijdens uw laatste tewerkstelling van minstens 4 opeenvolgende weken bij dezelfde werkgever. Die bezoldiging is echter begrensd.

Als werknemer die artistieke activiteiten uitoefent die worden bezoldigd per prestatie (per stuk of per taak), geniet u in bepaalde gevallen van een specifieke regeling voor het bepalen van de in aanmerking genomen bezoldiging.

De bezoldiging die in aanmerking wordt genomen om het bedrag van uw werkloosheidsuitkeringen te berekenen, wordt bepaald door de optelling van de brutobedragen van alle bezoldigingen per prestatie die u als loontrekkende hebt ontvangen tijdens het kalenderkwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin u uitkeringen aanvraagt.

Om in staat te zijn die specifieke regel op u te kunnen toepassen, vraagt de RVA u om het bewijs in te dienen van uw artistieke prestaties en de bezoldiging per prestatie ervan.

Als u meer informatie wenst over het bedrag van uw uitkeringen, lees dan het infoblad nr. T67 "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?". Dat kan u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA, of kan u downloaden van onze website www.rva.be.

Hoe zal het bedrag van uw uitkeringen evolueren?

Het bedrag van uw uitkeringen vermindert geleidelijk (degressiviteit) in functie van de duur van uw werkloosheidsperiode en uw beroepsverleden als loontrekkende.

De degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen bestaat erin de duur van de werkloosheid te verdelen in verschillende periodes, die elk worden opgedeeld in fases. Met elke fase komen in principe een vergoedbaarheidspercentage en een loonplafond overeen, die elk geleidelijk verminderen tot aan de derde vergoedingsperiode (forfaitair bedrag).

Als werknemer die artistieke prestaties uitvoert, geniet u een gunstigere regeling voor de bepaling van het bedrag van uw uitkering.

U behoudt op het einde van de eerste 12 maanden werkloosheid het hoogste vergoedingspercentage van 60% gedurende 12 maanden en enkel het loonplafond zal worden aangepast.

Om in staat te zijn die voordelige regel op u te kunnen toepassen, vraagt de RVA u om het bewijs in te dienen van uw artistieke prestaties. Anders zal de gewone regel op u worden toegepast.

Als u meer informatie wil over de evolutie van het bedrag van uw werkloosheidsuitkeringen, lees dan het infoblad nr. T67 "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?”. Dat kan u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA, of kan u downloaden van onze website www.rva.be.

Voorwaarden voor de toekenning van het voordeel

Om dat voordeel te krijgen, moet u 156 arbeidsdagen in loondienst bewijzen (berekend in een 6-dagenstelsel) over een periode van 18 maanden (er wordt eveneens rekening gehouden met interimarbeid). Van die 156 dagen moeten ten minste 104 dagen (berekend in een 6-dagenstelsel) bestaan uit artistieke prestaties. Dat betekent dat maximum 52 niet-artistieke activiteitsdagen (berekend in een 6-dagenstelsel) in aanmerking kunnen worden genomen.

De berekening van het aantal dagen waarop u een artistieke activiteit hebt uitgeoefend, zal kunnen gebeuren op basis van de bijzondere regel voor de opening van het recht op werkloosheidsuitkeringen (zie rubriek "Kan uw artistieke activiteit het recht openen op werkloosheidsuitkeringen en kan u genieten van een bijzondere regeling?" van dit infoblad).

Voorwaarde voor het hernieuwen van het voordeel

Zodra het voordeel is verkregen, kan het worden hernieuwd voor een nieuwe periode van 12 maanden, op voorwaarde dat 3 artistieke prestaties kunnen worden bewezen in de voorbije 12 maanden (er wordt eveneens rekening gehouden met interimarbeid).

Kan u een méér voordelige regeling genieten voor een terugkeer naar de eerste vergoedbaarheidsperiode?

De volledig werkloze die het werk hervat gedurende een voldoende aantal dagen en die opnieuw werkloos wordt, kan opnieuw hogere uitkeringen ontvangen. Dat noemt men een "terugkeer naar de eerste vergoedingsperiode".

Als werknemer die artistieke activiteiten uitoefent, geniet u een méér voordelige mogelijkheid voor de terugkeer naar de eerste vergoedingsperiode (nieuwe start van het vergoedingstraject).

Om die specifieke terugkeer naar de eerste periode te krijgen, moet u minstens 156 nieuwe dagen arbeid in loondienst (berekend in een 6-dagenstelsel) bewijzen binnen de 18 maanden (er wordt eveneens rekening gehouden met interimarbeid). De dagen die al werden meegeteld om u toe te laten tot het recht op uitkeringen, kunnen geen tweede keer worden meegeteld. Van die 156 dagen moeten er minstens 104 (berekend in een 6-dagenstelsel) bestaan uit artistieke prestaties. Dat betekent dat hoogstens 52 niet-artistieke activiteitsdagen (berekend in een 6-dagenstelsel) in aanmerking kunnen worden genomen.

De berekening van het aantal dagen waarop u artistieke activiteiten hebt uitgeoefend, zal kunnen gebeuren op basis van de bijzondere regel voor de opening van het recht op werkloosheidsuitkeringen (zie rubriek - Kan uw artistieke activiteit het recht openen op werkloosheidsuitkeringen en kan u genieten van een bijzondere regeling? van dit infoblad).

Om in staat te zijn die voordelige regel op u te kunnen toepassen, vraagt de RVA u om het bewijs in te dienen van uw artistieke prestaties. Anders zal de gewone regel op u worden toegepast.

Als u meer informatie wil, lees dan het infoblad nr. T67 "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?”. Dat kan u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA, of kan u downloaden van onze website www.rva.be.

Wat is de impact van uw artistieke activiteiten als loontrekkende op uw recht op werkloosheidsuitkeringen?

U hebt een voltijdse of daarmee gelijkgestelde arbeidsovereenkomst

U hebt geen recht op werkloosheidsuitkeringen tijdens de volledige periode gedekt door deze arbeidsovereenkomst (of aanwervingscontract).

U moet die periode volledig vermelden op uw controlekaart.

Dat geldt voor alle soorten voltijdse tewerkstelling (contract van bepaalde duur, contract van (zeer) korte duur, contract voor een productie met een bepaald aantal voorstellingen en repetities gedurende een bepaalde periode, ...).

Als u in een periode van aanwerving voor een productie met een bepaald aantal voorstellingen en repetities gedurende een bepaalde periode, slechts enkele dagen bent tewerkgesteld, informeer u dan bij uw uitbetalingsinstelling.

Opgelet! Op het einde van de arbeidsovereenkomst of het aanwervingscontract moet de werkgever u een C4-formulier overhandigen waarop hij de totale periode vermeldt die is gedekt door de overeenkomst of de aanwerving.

U bent verbonden met een deeltijdse arbeidsovereenkomst

De mogelijkheid bestaat om, ter aanvulling van uw loon, een inkomensgarantie-uitkering te verkrijgen indien u bij de aanvang van de tewerkstelling een voltijds vergoedbare werkloze bent. Raadpleeg daarvoor uw uitbetalingsinstelling.

Wat is de impact van uw inkomsten als loontrekkende uit artistieke activiteiten op uw vergoeding?

U hebt geen recht op werkloosheidsuitkeringen voor de periodes gedekt door een arbeidsovereenkomst (of een aanwervingscontract).

Die periodes moeten worden vermeld op uw controlekaart.

Bovendien moet u, indien u een bezoldiging voor een prestatie (taakloon of loon per stuk) heeft ontvangen,

  • dat vermelden op uw controlekaart;
  • een formulier C3-Artiest invullen.

Indien u een papieren controlekaart gebruikt, voegt u het formulier C3-Artiest bij die controlekaart en bezorgt u die documenten aan uw uitbetalingsinstelling. Indien u een elektronische controlekaart gebruikt, bezorgt u na de bevestiging van de gegevens van de elektronische controlekaart het formulier C3-Artiest aan uw uitbetalingsinstelling.

Wanneer de artistieke prestatie wordt verricht met een arbeidsovereenkomst met een bezoldiging per prestatie, of wanneer de bezoldiging onderworpen is aan de sociale zekerheid in toepassing van artikel 1bis van de wet van 27.06.1969, is er geen rechtstreeks verband tussen de bezoldiging en de arbeidstijd.

De niet-vergoede periode ten gevolge van dergelijke bezoldiging stemt niet overeen met de werkelijke arbeidsperiode (die werd gecumuleerd met de uitkeringen), noch met de gevaloriseerde periode (in het algemeen veel langer, bekomen door het gegenereerd inkomen te delen door het referteloon) die toelaat arbeidsdagen mee te tellen in het kader van de verschillende voordelige regels, of van het beroepsverleden.

Duidelijkere regels maken het mogelijk om de invloed ervan op uw maandelijkse vergoeding te bepalen, via de bepaling van een niet-vergoedbare periode.

De duur van die niet-vergoedbare periode is bepaald door de bezoldiging per prestatie (of de bezoldiging die is onderworpen krachtens artikel 1bis) te delen door een referteloon van 91,95 euro.

De arbeidsdagen die u al op uw controlekaart hebt vermeld als arbeidsdagen worden afgetrokken van die berekening.

Het eindresultaat van die berekening geeft een bezoldigde periode die niet kan worden gecumuleerd met werkloosheidsuitkeringen. Die in de toekomst gelegen periode kan niet groter zijn dan 156 dagen.

Voorbeeld 1: na een arbeidsovereenkomst van 2 dagen hebt u een honorarium gekregen van 300 euro. Op uw controlekaart hebt u 2 arbeidsdagen geschrapt.

Krachtens de conversieregel, komt dat honorarium overeen met een niet-vergoedbare kalenderperiode die als volgt zal worden bepaald:

[300-(2 x 91,95)] / 90,15 = 1 dag

De niet-vergoedbare periode bedraagt dus 1 dag.

Voorbeeld 2: u verkoopt een schilderij voor een prijs van 2.000 euro. U onderwerpt dat inkomen aan de sociale zekerheid (artikel 1bis) en u schrapt een arbeidsdag op uw controlekaart.

Krachtens de conversieregel, komt dat honorarium overeen met een niet-vergoedbare kalenderperiode die als volgt zal worden bepaald:

[2.000-(1 x 91,95)] / 91,95 = 21 dagen

De niet-vergoedbare periode bedraagt dus 21 dagen.

Oefent u uw artistieke activiteiten uit als zelfstandige in hoofdberoep?

Indien u uw artistieke activiteiten als zelfstandige in hoofdberoep uitoefent, hebt u geen recht op werkloosheidsuitkeringen. U moet dan ook niet meer ingeschreven zijn als werkzoekende of beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Oefent u uw artistieke activiteiten uit als zelfstandige in bijberoep?

Indien u uw artistieke activiteiten uitoefent als zelfstandige in bijberoep, mag u dat combineren met uw statuut van uitkeringsgerechtigde werkloze.

U kan uw artistieke activiteiten als zelfstandige in bijberoep in de loop van uw werkloosheid beginnen.

U moet ingeschreven blijven als werkzoekende en beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt (behalve indien u daarvan bent vrijgesteld).

Hoe moet u deze artistieke activiteiten als zelfstandige in bijberoep aangeven?

Op het ogenblik van uw uitkeringsaanvraag

U moet aangifte doen van deze activiteiten op het ogenblik van uw uitkeringsaanvraag of later, op het ogenblik dat u voor het eerst die activiteiten aanvat of, op het ogenblik dat u uw werken commercialiseert.

Deze aangifte gebeurt bij uw uitbetalingsinstelling door middel van de formulieren C1 en C1-Artiest.

Op uw papieren of elektronische controlekaart

U moet de dagen waarop u de hierna vermelde activiteiten verricht, aanduiden als arbeidsdagen op uw controlekaart:

  • de publieke vertolkingen of opvoeringen;
  • de aanwezigheid op een tentoonstelling van uw kunstwerken, indien u zich zelf met de verkoop bezighoudt, of indien die aanwezigheid vereist is op basis van een overeenkomst met een derde die uw creaties commercialiseert;
  • de aanwezigheid bij de opnames of de voorstelling van audiovisuele werken;
  • de prestaties tegen een betaling van een bezoldiging anders dan in loondienst.

Voor de voormelde dagen wordt geen uitkering betaald.

Eventuele activiteiten onderworpen aan de sociale zekerheid van de loontrekkenden moeten eveneens worden vermeld (zie rubriek “Wat is de impact van uw artistieke activiteiten als loontrekkende op uw recht op werkloosheidsuitkeringen?” op dit infoblad).

Vermeld op uw controlekaart zo nodig ook de andere redenen van niet-vergoedbaarheid (andere arbeid, ziekte, betaalde vakantie, verblijf in het buitenland …) overeenkomstig de uitleg op die kaart.

Voor zaterdagen geldt een bijzondere regeling. Zaterdagen die volgen op een niet-vergoedbare week of zaterdagen die liggen tussen een niet-vergoedbare vrijdag en een niet-vergoedbare maandag, zijn niet vergoedbaar. Zaterdagen die voorafgegaan worden door 2 of 3 activiteitsdagen zijn halftijds vergoedbaar.

Indien uw bijberoep de kenmerken aanneemt van een hoofdberoep (rekening houdend met onder meer het aantal uren dat u eraan besteedt en met de inkomsten die het u verschaft), kan het recht op uitkeringen u worden ontnomen. In dat geval zal het werkloosheidsbureau u eerst uitnodigen, zodat u de gelegenheid krijgt om uw argumenten uiteen te zetten.

De inkomsten van uw artistieke activiteiten kunnen aanleiding geven tot een vermindering van het bedrag van de uitkeringen (zie punt betreffende de aangifte van de inkomsten en de berekening van de uitkering).

Indien u bestuurder bent van een commerciële vennootschap of een vzw, lees dan het betreffende punt.

Indien u ook prestaties verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst of een statuut, lees dan het betreffende punt.

Wat is de impact van de inkomsten van uw zelfstandige artistieke activiteit in bijberoep op het bedrag van uw werkloosheidsuitkeringen?

De inkomsten (andere dan loontrekkende of statutaire) die voortvloeien uit uw artistieke activiteiten, kunnen het bedrag van uw uitkering beïnvloeden, zelfs indien u die activiteiten heeft stopgezet. U moet die inkomsten dus aangeven op het formulier C1-artiest. Die inkomsten hebben evenwel geen invloed (een aangifte is dus niet vereist) indien u definitief een einde hebt gesteld aan al uw artistieke activiteiten vóór uw allereerste werkloosheidsperiode, of sinds ten minste twee opeenvolgende kalenderjaren.

Voorbeeld: Bij stopzetting van de artistieke activiteiten vanaf 1 december 2013, zal in 2014 en 2015 nog rekening gehouden worden met de inkomsten die u dan ontvangt voor vroegere activiteiten. Vanaf 2016 zullen eventuele inkomsten niet meer in rekening worden gebracht.

Indien het jaarlijkse netto-belastbaar bedrag van die inkomsten niet hoger ligt dan 4.446,00 euro (geïndexeerd bedrag), zal het bedrag van uw uitkering niet worden beïnvloed.

Indien het jaarlijkse netto-belastbaar bedrag van die inkomsten daarentegen hoger ligt dan het voormelde jaarbedrag, zal het bedrag van uw uitkering worden verminderd. In geval van uitoefening van de activiteit gedurende een volledig kalenderjaar, zal uw uitkering worden verminderd met 1/312 van het overschreden bedrag. 

Op het formulier C1-artiest wordt u gevraagd een schatting te maken van het jaarlijkse netto-belastbaar bedrag van de inkomsten uit uw artistieke activiteiten (niet onderworpen aan RSZ), zodat het werkloosheidsbureau kan bepalen op welk (eventueel verminderd) uitkeringsbedrag u recht heeft.

Verdient u meer dan voorzien, dan kan u een wijzigende aangifte indienen. De RVA zal uw uitkering dan onmiddellijk aanpassen om zo te vermijden dat u later grote bedragen moet terugbetalen.

De RVA zal jaarlijks een definitieve berekening maken op basis van het netto belastbaar inkomen (andere dan de inkomsten die aanleiding hebben gegeven tot bijdragen voor de sociale zekerheid van de loontrekkenden) dat de werkloosheidssector bij de FOD Financiën kan raadplegen. Het is mogelijk dat de RVA u in bepaalde omstandigheden, via uw uitbetalingsinstelling, zal vragen om toch gegevens in te dienen of bijkomende bewijzen omtrent de inkomsten uit uw artistieke activiteiten.

Het is mogelijk dat u dan achterstallige uitkeringen ontvangt. Het is eveneens mogelijk dat u een gedeelte van de ontvangen uitkeringen moet terugbetalen.

Opmerking: het formulier C3-artiest betreft enkel vergoedingen per prestatie onderworpen aan de RSZ en niet de inkomsten uit uw zelfstandige activiteit.

Bent u bestuurder van een commerciële vennootschap of van een vzw die artistieke activiteiten beheert?

Indien u mandataris (zaakvoerder, bestuurder, ...) bent van een commerciële vennootschap, heeft u in principe geen recht op werkloosheidsuitkeringen.

Indien u mandataris (zaakvoerder, bestuurder, ...) bent van een commercieel bedrijf dat artistieke activiteiten beheert, moet u daarvan aangifte doen op het formulier C1-Artiest.

Indien uw activiteit als bestuurder van gering belang is en zich beperkt tot het administratieve beheer van uw eigen artistieke activiteiten, kan u wel het recht op uitkeringen behouden. De eventuele inkomsten afkomstig van uw mandaat als bestuurder kunnen echter een invloed hebben op het bedrag van uw uitkering (zie het punt betreffende de aangifte van de inkomsten en de berekening van de uitkering).

Indien uw activiteit van bestuurder niet van gering belang is (bijvoorbeeld, u bent bestuurder van een vennootschap die de belangen van een professioneel artistiek gezelschap behartigt), verliest u het recht op uitkeringen. In dat geval zal het werkloosheidsbureau u eerst uitnodigen, zodat u de gelegenheid krijgt om uw argumenten uiteen te zetten.

U beoefent uw artistieke activiteiten als hobby?

Artistieke activiteiten worden als hobby beschouwd zolang u ze uitoefent zonder enige verkoop.

U kan als uitkeringsgerechtigd werkloze uw hobby uitoefenen wanneer u wil (overdag en ’s avonds, tijdens de week en tijdens het weekend), u moet daarvan geen aangifte doen. U kan dus een boek schrijven, schilderijen maken, optreden in een amateurtoneelgezelschap, deelnemen aan een niet-commerciële expositie en aan cursussen…

Wil u later toch uw werken commercialiseren - u wil uw boek uitgeven of uw schilderijen te koop aanbieden in een galerij-  dan kan dat. Volg dan de werkwijze vermeld in de hierboven betreffende punten.

Oefent u uw artistieke activiteiten uit tegen de betaling van een "kleine vergoeding"?

Deze regeling kan toepasselijk zijn indien u voor uw artistieke prestaties of werken slechts een vergoeding ontvangt van ten hoogste 128,93 euro per dag - met een maximum van 2.578,51 euro per kalenderjaar (bedragen voor 2019). Meer uitleg over die regeling vindt u op de portaalsite van de Sociale Zekerheid (www.socialsecurity.be).

Geldt die regeling, dan moeten geen socialezekerheidsbijdragen worden betaald en moeten die artistieke prestaties niet aan de RSZ worden aangegeven.

Deze prestaties worden wat de werkloosheidsverzekering betreft echter wel als arbeid beschouwd. U moet de dagen waarvoor u een dergelijke “kleine vergoeding” ontvangt dus als arbeid vermelden op uw controlekaart en u zal voor die dagen geen uitkering ontvangen. Die “kleine vergoeding” moet echter niet worden aangegeven via het formulier C1-artiest en evenmin ter gelegenheid van de jaarlijkse aangifte van de inkomsten (zie het punt “De aangifte van de inkomsten en de berekening van de uitkering”).

Ontvangt u een “kleine vergoeding” voor prestaties die kaderen in vrijwilligerswerk dat door het werkloosheidsbureau werd aanvaard (bv. deelname aan culturele activiteiten georganiseerd ten voordele van kansarmen), dan moet u geen melding maken van die prestaties op uw controlekaart en behoudt u uw uitkering. Voor meer inlichtingen, lees het infoblad " Mag u vrijwilligerswerk verrichten voor een privépersoon of een organisatie? nr. T42. Dat infoblad kan u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA, of downloaden van de website www.rva.be.

De verplichting om beschikbaar te zijn voor de algemene arbeidsmarkt

Om werkloosheidsuitkeringen te genieten, moet u beschikbaar zijn voor de algemene arbeidsmarkt.

De controle van uw beschikbaarheid voor de algemene arbeidsmarkt valt voortaan onder de bevoegdheid van de gewestelijke diensten (ACTIRIS, ADG, Forem, VDAB).

Wenst u meer informatie?

Voor meer informatie kan u zich rechtstreeks tot uw uitbetalingsinstelling richten of tot het werkloosheidsbureau van de RVA. Daar kan u infobladen verkrijgen die ingaan op de verschillende aspecten van de werkloosheidsverzekering.

Voor meer informatie en voor het formulier C1-artiest kan u eveneens terecht op de website van de RVA (www.rva.be).

Over het sociaal statuut van de kunstenaars vindt u informatie op de website van het RSVZ (http://www.rsvz-inasti.fgov.be/nl/selfemployed/artist.htm).

Top