U bent hier

Statuten

 

Volledige werkloosheid

Werklozen worden toegelaten tot de werkloosheidsverzekering onder bepaalde voorwaarden. Deze toelaatbaarheidsvoorwaarden verschillen naargelang de situatie. Via de variabele “statuut” kunnen we deze situaties bepalen. Daarnaast stelt de variabele statuut ons ook in staat een onderscheid te maken tussen werkzoekende en niet-werkzoekende werklozen.

Binnen de populatie van de volledige werkloosheid onderscheiden we volgende statuten

Werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen

  • Na voltijdse arbeidspretaties
    >> Cfr. infoblad T31
  • Na studies
    >> Cfr. infoblad T35
  • Vrijwillig deeltijdse werknemers: het betreft hier enkel de werkzoekende vrijwillig deeltijdse werknemers 
    >> Cfr. infoblad T34
  • Werkloosheid met bedrijfstoeslag : het betreft hier enkel de werkzoekende werklozen met bedrijfstoeslag 
    >> Cfr. infoblad T149
  • Beschermingsuitkering 
    >> Cfr. infobladen T165 - T166  

Niet-werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen

  • Vrijstelling voor mantelzorg
    Vóór 2015 konden werklozen op hun aanvraag vrijgesteld worden van inschrijving als werkzoekende op basis van sociale en familiale moeilijkheden. In 2015 werd deze vrijstelling afgeschaft, en vervangen door een vrijstelling voor mantelzorgers. De regeling mantelzorgers is van toepassing voor alle nieuwe aanvragen vanaf 2015. De lopende vrijstellingen voor sociale en familiale moeilijkheden werden nog wel tot eind 2015 toegelaten. Niettemin vindt u in de cijfers 2016 nog steeds enkele betalingen voor vrijstellingen op basis van sociale en familiale moeilijkheden terug. Het betreft betalingen voor refertemaanden in het verleden (zgn. achterstallige betalingen).
    >> Cfr. infoblad T154
  • Vrijstelling voor sociale en familiale moeilijkheden
  • Vrijstelling op basis van leeftijd en/of beroepsverleden (oudere werklozen)
    >> Cfr. infoblad T55
  • Vrijwillig deeltijdse werknemers: het betreft hier enkel de niet-werkzoekende vrijwillig deeltijdse werknemers 
    >> Cfr. infoblad T34
  • Werkloosheid met bedrijfstoeslag: het betreft hier enkel de niet werkzoekende werklozen met bedrijfstoeslag 
    >> Cfr. infoblad T149

 

Tijdelijke werkloosheid en verwante uitkeringen        

Binnen de populatie van de tijdelijke werkloosheid en de verwante uitkeringen onderscheiden we volgende statuten:

  • Tijdelijk werklozen: dit zijn werknemers van wie de arbeidsovereenkomst tijdelijk is geschorst
  • Onthaalouders: er werd een specifieke regeling ingevoerd om de onthaalouders een gedeeltelijke financiële compensatie toe te kennen voor afwezigheidsdagen onafhankelijk van de wil van de onthaalouder.T21

 >> Cfr. infoblad T21

  • Niet-vergoede periode in het onderwijs: tijdens de maanden juli en augustus zijn leerkrachten vrijgesteld van de verplichting werkzoekende te zijn en als dusdanig ingeschreven te zijn.

  >> Cfr. infoblad T86

VOOR INFO :  http://www.werk.belgie.be/

 

De opvanguitkering

De opvanguitkering is een uitkering die de RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening) toekent aan een onthaalouder, indien zijn/haar inkomsten dalen omdat bij haar ingeschreven kinderen afwezig zijn, door redenen onafhankelijk van haar wil. 
Deze reglementering geldt enkel voor de onthaalouder die: 

  • opvang in gezinsverband verzekert, van kinderen die door hun ouders worden gebracht; 
  • aangesloten is bij een dienst die door de Vlaamse of de Franse of de Duitstalige Gemeenschap is erkend; 
    niet met deze dienst verbonden is door een arbeidsovereenkomst.
  • Deze regeling geldt niet voor de onthaalouder die deze activiteit verricht als zelfstandige (en dus onderworpen is aan de sociale zekerheid der zelfstandigen) of als loontrekkende

 

Deeltijdse werknemers

Binnen de populatie van de deeltijdse werknemers onderscheiden we volgende statuten:

  • Vrijstelling deeltijdse werknemers met recht op een inkomensgarantie-uitkering
    >> Cfr. infobladen T34 en T70
  • Deeltijdse werknemers met behoud van rechten en met recht op een inkomensgarantie-uitkering (DWBR met IGU)
    >> Cfr. infobladen T30 en T70

 

Werk en activeringsmaatregelen

De bevoegdheden inzake activeringsmaatregelen werden door de 6de staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen. Er werd evenwel een overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen. De RVA blijft dus op grond van het continuïteitsbeginsel, belast met de uitvoering van deze materie tot op het tijdstip waarop het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen. De bevoegdheid om de activeringsuitkeringen uit te betalen wordt niet overgedragen aan de Gewesten en blijft toegewezen aan de RVA, in samenwerking met de uitbetalingsinstellingen.

De bestaande regelgeving en procedures blijven van kracht tot deze gewijzigd worden door een Gewest of door de Duitstalige Gemeenschap.

Binnen de populatie werk en activeringsmaatregelen onderscheiden we volgende statuten:

ACTIVA-programma's

  • Activa: recht op de werkuitkering gedurende 24 maanden
  • Activa: recht op de werkuitkering gedurende 16 maanden
  • Activa: recht op de werkuitkering gedurende 30 maanden
  • Activa, verminderde arbeidsgeschiktheid: recht op de werkuitkering gedurende 36 maanden
  • Activa, verminderde arbeidsgeschiktheid: recht op de werkuitkering gedurende 24 maanden
  • Activa, werkuitkering voor laaggeschoolde -30-jarigen gedurende 36 maanden

>> Cfr. infoblad T1

ACTIVA PVP (preventie- en veiligheidspersoneel)

Het bedrag en de duur van de doelgroepvermindering en de werkuitkering hangt af van meerdere criteria : de leeftijd van de werknemer; de duur van zijn inschrijving als niet werkend werkzoekende; en in bepaalde gevallen (enkel voor het toekennen van de werkuitkering) van zijn statuut als uitkeringsgerechtigde volledig werkloze (UVW).

>> Cfr. infoblad E4

Start- en stagebonus

Het stelsel van de overbruggingsuitkeringen werd vanaf 1 september 2006 vervangen worden door de start- en de stagebonus. Vanaf 01 september 2015 wordt het Vlaams Gewest bevoegd voor de behandeling van de dossiers start- en stagebonus die tot het Vlaams Gewest behoren. Indien iemand niet onder de bevoegdheid van het Vlaams Gewest valt, verandert er momenteel niets.

De federale  maatregel was gericht tot de jongeren die deeltijds onderwijs volgden en tot de werkgevers. Het doel van deze maatregel was, door het toekennen van premies de betrokken jongeren aan te zetten om een praktische stage te beginnen in een onderneming en deze tot het einde te volgen, en het aantal beschikbare stageplaatsen te verhogen.

De startbonus was een premie toegekend aan de jongere die deeltijds onderwijs of een opleiding in het kader van de deeltijdse leerplicht volgde, samen met een praktische opleiding in een onderneming, onder de vorm van een opleidings- of een arbeidsovereenkomst van minstens 4 maanden.

De stagebonus was een premie toegekend aan de werkgever die een jongere tewerkstelde om hem een praktische opleiding te geven in het kader van het deeltijds onderwijs, onder de vorm van een opleidings- of arbeidsovereenkomst van minstens 4 maanden. 

Doorstromingsprogramma's (programma's WEP-PLUS bij de VDAB)

De doorstromingsprogramma's geven de mogelijkheid aan langdurig werklozen werkervaring op te doen om zo hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren en eventueel door te stromen naar een regulier arbeidscontract.

Bovendien willen deze programma's een antwoord bieden op een aantal maatschappelijke behoeften waarvoor het aanbod in de reguliere arbeidsmarkt vandaag onvoldoende is.

>> Cfr. infoblad T10

Aangezien de doorstromingsovereenkomsten mogelijk zijn voor wat men noemt 'collectieve maatschappelijke noden' liggen hier bij uitstek tewerkstellings-mogelijkheden in de socioculturele sector, de sportsector, het leefmilieu en de vrijetijdssector.

In principe bedraagt de maximale tewerkstellingsduur in een doorstromings-programma 24 maanden. Indien men echter bij de aanvang van het eerste doorstromingscontract woont in een gemeente met een hoge werkloosheidsgraad (de lijst met deze gemeenten wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad) of indien men een PWA-vrijstelling geniet, bedraagt de maximale tewerkstellingsduur 36 maanden.

>> Cfr. infoblad T22

De werknemers krijgen een loon van de werkgever, die het nettoloon kan verminderen met de integratie-uitkering dat rechtstreeks door de uitbetalingsinstelling aan de werknemer betaald wordt. De bedragen die in de tabellen opgenomen worden betreffen de integratie-uitkering.

Deze bevoegdheden werden door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen.

In Vlaanderen zijn deze programma's uitgedoofd vanaf 01.10.2015; in de Duitstalige Gemeenschap werden deze programma's opgeheven vanaf 01.10.2016.

Sociale Inschakelingseconomie – SINE

Deze (federale) maatregel voorzag dat vanaf 05/06/1999 aan moeilijk te plaatsen werklozen herinschakelingsuitkeringen kunnen worden toegekend ingevolge een aanwerving in een Inschakelingsbedrijf, een Sociale Werkplaats of een Beschermde Werkplaats.

>> Cfr. infoblad E13

In het kader van de harmonisering van de banenplannen werden vanaf 2004 een aantal wijzigingen aangebracht in de regeling inzake sociale inschakelingseconomie (SINE).  Deze hadden voornamelijk betrekking op de doelgroepen en de daaraan gekoppelde voordelen.

Deze materie werd op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen.  De RVA blijft  op grond van het continuïteitsbeginsel, belast met de uitvoering van deze materie tot op het tijdstip waarop het Gewest operationeel in staat is om deze bevoegdheid uit te oefenen. De bevoegdheid om de activeringsuitkeringen uit te betalen wordt niet overgedragen aan de Gewesten en blijft toegewezen aan de RVA, in samenwerking met de uitbetalingsinstellingen. 

ACTIVA START

ACTIVA Start (of ook startbanen genoemd) was een (federale) maatregel gericht op jonge, werkzoekenden met een zwak arbeidsmarktprofiel (laaggeschoold of erg laaggeschoold en met handicap, of erg laaggeschoold en van buitenlandse afkomst). 

>> Cfr. infoblad E12

De werkgevers konden gedurende een bepaalde periode een bedrag in mindering brengen op het nettoloon. De jongeren die tewerkgesteld werden in het kader van een (voltijdse) startbaanovereenkomst kregen het ontbrekend deel van het nettoloon – werkuitkering genoemd – uitbetaald door zijn uitbetalingsinstelling.

Deze materie werd ook op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen.

PWA-Werknemers

Elke werkloze voor wie door de uitbetalingsinstellingen naast een werkloosheidsuitkering ook minstens 1 uur tewerkstelling in een PWA werd ingediend bij de RVA. De leefloners die werkzaam zijn in een PWA zijn dus niet in deze cijfers inbegrepen. 

Sedert 1 januari 2016 zijn het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk gewest bevoegd voor de PWA-materie. Vanaf 2017 zijn de gegevens over Vlaanderen afkomstig van het Vlaams Gewest.

>> Cfr. infoblad T22 

Beroepsopleiding

Hiermee bedoelen we elke vergoede werkloze die een vrijstelling van IWZ geniet omdat hij een opleiding volgt voorzien in een overeenkomst, afgesloten tussen de werkloze en de bevoegde dienst voor beroepsopleiding (VDAB, FOREM, Bruxelles-Formation of ADG).

Deze bevoegdheden werden  door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen.

De bevoegdheid inzake de toekenning van een vrijstelling voor het volgen van een beroepsopleiding werd door de 6de staatshervorming overgeheveld van de RVA naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap. De uitbetaling van de werkloosheidsuitkering blijft echter federaal.

>> Cfr. infoblad  T96

Crisispremie en ontslag (compensatie)vergoeding

De crisispremie was een tijdelijke anticrisismaatregel die van toepassing was in 2010 en 2011. In 2012 werd deze omgezet in een nieuwe regeling van onbepaalde duur, met name de ontslaguitkering. Aan het basisprincipe van de crisispremie werd niet geraakt: de ontslaguitkering is een eenmalige premie die wordt betaald aan ontslagen arbeiders. De modaliteiten ondergingen echter wel enkele wijzigingen die gevolgen hebben voor de uitgaven ten laste van de RVA. In tegenstelling tot de crisispremies zijn ontslaguitkeringen volledig ten laste van de RVA. Bovendien is de ontslaguitkering variabel in functie van de anciënniteit, waardoor het uitgekeerde bedrag soms groter is dan bij de crisispremie.

Met het oog op de verdere harmonisering van de opzegregelingen voor arbeiders en bedienden, wordt vanaf 1 januari 2014 onder bepaalde voorwaarden een ontslagcompensatievergoeding toegekend aan arbeiders bij wie de duur van de opzeggingstermijn minstens ten dele wordt gebaseerd op de anciënniteit die ze als arbeider verwierven vóór 2014. Deze vergoeding vervangt geleidelijk de ontslaguitkering. Ontslagen arbeiders die onvoldoende anciënniteit hebben om aanspraak te maken op een ontslagcompensatievergoeding kunnen wel nog een ontslaguitkering krijgen indien ze voldoen aan de voorwaarden.

>> Cfr. infobladen T128 en T145

Werkhervatting

De werkhervattingstoeslagis een vergoeding ten laste van de RVA die wordt toegekend als aanvulling op het inkomen van de oudere werkloze die het werk hervat.

De werkhervattingstoeslag kan worden toegekend voor de ganse duur van de werkhervatting of kan beperkt zijn in tijd.

De werkhervattingstoeslag ACCO is een vergoeding ten laste van de RVA die wordt toegekend als aanvulling op het inkomen van de werklozen die zich vestigt als zelfstandige na het sluiten van een overeenkomst met een activiteitencoöperatie.

>> Cfr. infoblad T92  

Overstappremie

De loontrekkende werknemer die op eigen verzoek, bij dezelfde werkgever, overstapt van zwaar werk naar lichter werk en hierbij inkomensverlies lijdt, kan aanspraak maken op een overstappremie indien aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan.

>> Cfr. infoblad T121 

Vestigingsuitering

De niet-vergoede werkzoekende die jonger is dan 30 jaar, kon vanwege de RVA een vestigingsuitkering krijgen indien hij zich onder begeleiding van het Participatiefonds (www.fonds.org) en een Steunpunt voor starters, voorbereidde op een vestiging als zelfstandige of op de oprichting van een onderneming. Het dagbedrag van de vestigingsuitkering stemde overeen met het dagbedrag van een inschakelings-uitkering.

Deze bevoegdheid  werd ook door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen.

Instapstage

De instapstages richten zich tot laaggeschoolde jongeren die zich na hun studies inschrijven als werkzoekende en laten toe om een eerste ervaring op te doen op de arbeidsmarkt. 

De regeling vóór 2013: stage-uitkeringen.

>> Cfr. infoblad T142

Deze bevoegdheid  werd ook door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen.

Opleidingsuitkering

Deze bevoegdheid  werd ook door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen. 

In het federaal kader onderscheiden we volgende artikels beroepsopleiding (al dan niet met onderscheid volgens knelpuntberoep, voltijds versus deeltijds): 

  • Individuele BO in een onderneming
  • Individuele BO in een onderwijsinrichting
  • Gemengde BO “Blended leren” (VDAB + zelfstudie)
  • OKOT (onderwijskwalificerende opleidingstrajecten VDAB)
  • Andere

Erkende beroepsopleiding: De opleiding die hier wordt bedoeld betreft de beroepsopleiding georganiseerd of gesubsidieerd door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding,  alsmede de individuele opleiding in een onderneming of in een onderwijsinstelling erkend door die gewestelijke dienst.

Deeltijdse beroepsopleiding (<17h30) zie ook info op Deeltijds leren en werken | Belgium.be

 

Vrijstellingen

Onder vrijstelling verstaan we hier de vrijstelling van de inschrijving als werkzoekende en van de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt

We onderscheiden :

  • Vrijstelling op basis van leeftijd en/of beroepsverleden
    >> Cfr. infoblad T55
  • Vrijstelling voor mantelzorg 
    >> Cfr. infoblad T154
  • Vrijstelling voor sociale en familiale moeilijkheden: deze vrijstelling werd afgeschaft in 2015 (zie ook statuut mantelzorg).
  • Vrijstelling voor het volgen van een beroepsopleiding
    >> Cfr. infoblad T96 
  • Vrijstelling voor het hervatten van studies 
    >> Cfr. infoblad T58 
  • Vrijstelling voor activiteiten in het buitenland 
    >> Cfr. infobladen T48T62T63 en T64 
  • Vrijstelling voor activiteiten in PWA of als stadswacht 
    >> Cfr. infobladen T22 en T24 

 

Verloven

Binnen de populatie van de verloven onderscheiden we volgende statuten:

 

Loopbaanonderbreking, tijdskrediet en thematische verloven

Binnen de populatie van de loopbaanonderbreking (LO) onderscheiden we volgende statuten:

  • LO met uitkeringen, volledige onderbreking
  • LO met uitkeringen, vermindering van prestaties, algemeen stelsel
  • LO met uitkeringen, vermindering van prestaties, stelsel einde loopbaan
  • LO zonder uitkeringen 

>> Cfr. infobladen T12 T13 T15 T16 

Binnen de populatie van het tijdskrediet (TKR) onderscheiden we volgende statuten:

  • TKR met uitkeringen, volledige onderbreking:
  • TKR met uitkeringen, vermindering van prestaties, algemeen stelsel
  • TKR met uitkeringen, vermindering van prestaties, stelsel einde loopbaan
  • TKR zonder uitkeringen 

>> Cfr. infobladen T131 - T132 - T138 - T139 - T141 - T150 - T151 - T160 - T161 - T162

Binnen de populatie van de thematische  verloven (THV) onderscheiden we volgende statuten:

  • THV met uitkeringen, ouderschapsverlof
  • THV met uitkeringen, medische bijstand
  • THV met uitkeringen, palliatieve zorgen
  • THV met uitkeringen, verlof voor mantelzorg
  • THV zonder uitkeringen 

>> Cfr. infobladen T18 T19 T20 - T164


Andere statuten    

Binnen de populatie andere onderscheiden we volgende statuten:

Halftijdsbrugpensioen

Het halftijds brugpensioen is een uitdovend stelsel. Het betrof een regeling waarbij aan sommige oudere werknemers de mogelijkheid geboden werd met de werkgever een akkoord te ondertekenen om hun arbeidsprestaties tot een halftijdse dienstbetrekking te herleiden. Zij kregen naast de werkloosheidsuitkeringen als halftijds bruggepensioneerde nog een aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever of van een in de plaats tredend Fonds. Het halftijds brugpensioen werd afgeschaft in 2012. Lopende regelingen blijven nog van toepassing tot de datum waarop de gerechtigde zijn rustpensioen kan opnemen.

Grensarbeiders

Het betreft hier eveneens een stelsel in uitdoving. Hiermee verwijzen we naar een vergoeding, toegekend aan de in Frankrijk tewerkgestelde grensarbeiders, om de loonderving te compenseren die voortvloeit uit de schommelingen van de wisselkoers tussen de Belgische en de Franse munt die zich voordeden vóór de invoering van de euro en tot vaststelling van de wisselkoerstoeslag in euro.

Vanaf 1 januari 1999 wordt een vergoeding toegekend aan de Belgische grensarbeiders tewerkgesteld in Nederland of in Frankrijk ter compensatie van het inkomensverlies dat zij lijden ten gevolge van het feit dat zij hun belastingen in België en hun sociale zekerheidsbijdragen in het werkland betalen. In 2009 * werden de regels voor de Belgische grensarbeiders in Frankrijk echter gewijzigd, en verloren zij hun recht op compenserende vergoedingen.

* Het Avenant bij de overeenkomst over de dubbele belasting - Wet van 7 mei 2009 - , gesloten tussen België en Frankrijk, wijzigde de regels van toepassing op de Belgische grensarbeiders tewerkgesteld in Frankrijk. Door de overeenkomst werden deze werknemers voortaan belast in Frankrijk. Bijgevolg voldeden de grensarbeiders niet meer aan de voorwaarde "belastingplichtig zijn in België", zoals bepaald in het KB van 09.06.1999 en verloren zij op die manier hun recht op compenserende vergoedingen.

Toeslag voor beroepsopleiding

Bij de beëindiging van een beroepsopleiding kon de werkloze onder bepaalde voorwaarden een toeslag bovenop de werkloosheidsuitkering krijgen. De bevoegdheid inzake de toeslag voor beroepsopleiding werd ingevolge de 6de staatshervorming overgeheveld naar de Gewesten. De Gewesten hebben deze toeslag afgeschaft.

Mobiliteitstoeslag

Indien men het werk hervat in loondienst en voldoet aan een aantal voorwaarden, had men recht op een mobiliteitstoeslag. De bevoegdheid inzake de mobiliteitstoeslag werd ingevolge de 6de staatshervorming overgeheveld naar de Gewesten

>> Cfr. infoblad T120

PWA-opleidingstoeslag

Werklozen die recht hadden op de PWA-vrijstelling en die een vormings- of inschakelingsactie (gesubsideerd door het PWA) of een beroepsopleiding volgden, konden vanaf 1 april 2002 onder bepaalde voorwaarden ter aanvulling van de werkloosheids-uitkering een niet-geïndexeerde opleidingstoeslag genieten van 8 euro per dag. De bevoegdheid inzake de PWA-opleidingstoeslag werd ingevolge de 6de staatshervorming overgeheveld naar de Gewesten. 

Kinderopvangtoeslag

Deze bevoegdheid werd door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap overgedragen.

De alleenstaande ouder met kinderen die vergoed volledig werkloos is en aan het werk gaat als werknemer of als zelfstandige in hoofdberoep, kan gedurende 12 maanden een kinderopvangtoeslag ontvangen. Deze premie wordt door de RVA toegekend en door de uitbetalingsinstelling uitbetaald. Zij bedraagt 84,47 euro per maand.

>> Cfr. infoblad T113

 

Een RVA-kantoor zoeken

Top