Follow us on twitter

U bent hier

Fiche B 8: Wat moet men doen indien het kind afwezig is ?

Beschrijving

Deze fiche legt uit welke procedure de dienst moet volgen in de verschillende hypothesen van afwezigheid van een kind.

Afwezigheid gedurende een periode korter dan 4 weken

Principe

Ongeacht het motief van de afwezigheid van het kind (ziekte van het kind, vakantie van de ouders, afwezigheid zonder reden…) en van het feit dat de afwezigheid voorzien was of niet, blijft het kind ingeschreven in het referteplan en blijft het dus verder opgenomen in de ingeschreven capaciteit (IC), zolang de afwezigheid korter is dan 4 opeenvolgende weken.

Voorbeeld

Kalender van de maand maart

ma

di

wo

do

vr

za

zo

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

     

 

 
Kalender van de maand april

ma

di

wo

do

vr

za

zo

       

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

 

Een kind wordt voltijds opvangen, alle dagen van de week. Het kind is afwezig van maandag 21/3 tot en met woensdag 6/4 en van maandag 11/4 tot en met donderdag 28/4.

De twee onderbrekingen zijn korter dan 4 weken zodat het referteplan normaal blijft verderlopen en het kind opgenomen blijft in de IC van de maanden maart en april.

Codering

De dienst moet voor de afwezigheid van het kind niets speciaals coderen en moet de IC niet veranderen.

De dienst codeert het totale aantal opvangdagen gerealiseerd voor alle kinderen in de rubriek “reële opvang” van het rekenblad, alsmede de eventuele sluitingsdagen (verlof van de onthaalouder, ziekte, zwangerschapsverlof, enz…) in de gepaste kolommen van de rubriek “sluitingsdagen”.

Sluitingsdagen

Aantal

Aantal

Aantal

Aantal

Aantal

Aantal

Aantal

Waarschuwing overschrijding

Feestdag

sluiting + DS (verlof)

sluiting - DS (verlof)

Ziekte

Moederschap

Arbeidsongeval

Beroepsziekte

 
             

OK

             

OK

             

OK

Op basis van de IC en van de andere gevens (onder meer de reële opvang en de sluitingsdagen) die in het rekenblad gecodeerd zijn, berekent dit het aantal ontbrekende opvangdagen waarvoor opvanguitkeringen kunnen worden toegekend.

Reële opvang (aantal)

Volle dagen

Volle dagen

Halve dagen

Halve dagen

Normale

Gehandicapte kinderen

Normale kinderen

Gehandicapte kinderen

       
       

Afwezigheid voor een periode van minstens 4 weken

Principe

Indien het kind minstens 4 weken afwezig is, is er een onderbreking van de opvang van 4 weken of meer, en blijft het kind nog in het referteplan opgenomen gedurende 4 weken, te rekenen vanaf de laatste effectieve opvangdag, nadien wordt het niet meer opgenomen in het referteplan tot de 1ste effectieve opvangdag na de onderbreking.
fiche B 5: Hoe de ingeschreven capaciteit (IC) van de maand aanpassen in geval van onderbreking van de opvang?

Uitzonderingen

1. Indien de afwezigheid van het kind gedurende minstens 4 weken veroorzaakt wordt door de ziekte van het kind, is een specifieke regel van toepassing (zie volgend punt).

2. Indien de afwezigheid van het kind gedurende minstens 4 weken volledig of gedeeltelijk het gevolg is van een andere reden dan ziekte, bijvoorbeeld vakantie, en het kind op de voorziene datum waarop de opvang hernomen wordt afwezig is omwille van ziekte (medisch attest), kan het opgenomen worden in het referteplan vanaf de voorziene datum waarop de opvang hernomen wordt.

Afwezigheid gedurende minstens 4 weken als gevolg van de ziekte van het kind

Principe

Indien het kind ziek (met medisch attest) is gedurende 4 weken of meer , kan het ingeschreven blijven in het referteplan voor een maximumduur van 3 maanden, gerekend van datum tot datum, na de laatste dag effectieve opvang, en blijft het dus opgenomen in de IC gedurende deze periode.

Van zodra de maximumduur van 3 maanden bereikt is, wordt het kind niet meer opgenomen in het referteplan tot op de 1ste effectieve opvangdag die volgt op de onderbreking en wordt de IC dus aangepast.
fiche B 5: Hoe de ingeschreven capaciteit (IC) van de maand aanpassen in geval van onderbreking van de opvang?

Voorbeeld

Kalender van de maand maart

ma

di

wo

do

vr

za

zo

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

     

 

 
Kalender van de maand april

ma

di

wo

do

vr

za

zo

       

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

 

Een kind wordt voltijds opvangen, alle dagen van de week. Het kind is afwezig wegens ziekte van woensdag 2/3 tot en met maandag 25/4.

De ziekteperiode duurt langer dan 4 weken maar heeft de 3 maanden niet bereikt, zodat het referteplan van het kind verderloopt en het kind opgenomen blijft in de IC van de maanden maart en april.

Codering

Zolang het zieke kind opgenomen is in het referteplan, moet de dienst niets speciaals coderen voor dit kind en niets veranderen aan de IC.

De dienst codeert het totale aantal opvangdagen gerealiseerd voor alle kinderen in de rubriek “reële opvang” van het rekenblad, alsmede de eventuele sluitingsdagen (verlof van de onthaalouder, ziekte, zwangerschapsverlof, enz…) in de gepaste kolommen van de rubriek “sluitingsdagen”.

Op basis van de IC en van de andere gevens (onder meer de reële opvang en de sluitingsdagen) die in het rekenblad gecodeerd zijn, berekent dit het aantal ontbrekende opvangdagen waarvoor opvanguitkeringen kunnen worden toegekend.

Vanaf het ogenblik dat het kind niet meer is opgenomen in het referteplan (na 3 maanden), moet de dienst de IC ook aanpassen.
fiche B 5: Hoe de ingeschreven capaciteit (IC) van de maand aanpassen in geval van onderbreking van de opvang?

Einde van het opvangcontract

Wanneer het opvangcontract afloopt tijdens de ziekteperiode, gaat de periode van 4 weken in vanf het einde van het contract en is zij beperkt tot 3 maanden indien de periode van 3 maanden afgelopen is vóór het einde van de periode van 4 weken.
fiche B 6: Hoe de ingeschreven capaciteit (IC) van de maand aanpassen wanneer de opvang stopt?

Voorbeelden

Een kind wordt alle dagen van de week voltijds opgevangen.

  • Het is ziek vanaf 1 april en op 15 juni delen de ouders mee dat zij het opvangcontract beëindigen. De periode van 4 weken vangt aan op 15 juni maar aangezien de periode van 3 maanden afloopt op 30 juni, wordt het kind slechts tot 30 juni opgenomen in het referteplan.
  • Het is ziek vanaf 1 april en op 3 mei delen de ouders mee dat zij het opvangcontract beëindigen. Het kind blijft nog opgenomen in het referteplan gedurende de periode van 4 weken die aanvangt op 3 mei en eindigt op 30 mei.

Vermindering van het opvangcontract

Wanneer het opvangcontract een vermindering voorziet gedurende de ziekteperiode, wordt de vermindering pas meegerekend vanaf de terugkeer van het kind na de ziekteperiode en dit, op de volgende manier:

  • Indien het kind terugkomt binnen 3 maanden, is het algemene principe in geval van vermindering van de opvang van toepassing en gaat de periode van 4 weken, tijdens dewelke het oude referteplan nog behouden blijft, in vanaf de 1ste dag na de ziekte, ongeacht of het kind aanwezig is of niet.
    fiche B 4: Hoe de ingeschreven capaciteit (IC) van de maand aanpassen in geval van vermindering van de opvang?
  • Indien het kind pas terugkomt na het einde van de 3 maanden, gaat de vermindering onmiddellijk in en is er geen toepassing van het principe van de periode van 4 weken.

Voorbeelden

Een kind wordt alle dagen van de week voltijds opgevangen.

  • Vanaf 1 april is het ziek en het komt terug bij de onthaalouder vanaf 1 juni, maar voortaan slechts 3 dagen per week. Van 1 tot 28 juni wordt het kind nog voltijds opgenomen in het referteplan (toepassing van het principe van de 4 weken), nadien wordt het voor slechts 3 dagen per week opgenomen.
  • Vanaf 1 april is het ziek en het komt terug bij de onthaalouder vanaf 1 september, maar voortaan slechts 3 dagen per week. Van 1 april tot 30 juni is het kind nog opgenomen in het referteplan. Nadien komt het kind er niet meer in voor en vanaf 1 september, wordt het opnieuw opgenomen in het referteplan ten belope van slechts 3 dagen per week.

Verhoging van het opvangcontract

Wanneer het opvangcontract een verhoging voorziet tijdens een ziekteperiode, wordt de verhoging meegerekend vanaf de aanwezigheid van het kind na de ziekte.

Voorbeeld

Een kind wordt 3 dagen per week opgevangen.

Vanaf 1 april is het ziek en het komt terug bij de onthaalouder vanaf 1 juni, maar voortaan voor 4 dagen per week.

Vanaf 1 juni wordt het kind voor 4 dagen per week opgenomen in het referteplan.

Begin van de ziekte tijdens een voorziene onderbrekingsperiode

Wanneer de ziekte van minstens 4 weken aanvangt in de loop van een onderbrekingsperiode van de opvang die gekend is (bv.: onderbreking van de opvang in juli en augustus), gaat de periode van 3 maanden in vanaf de normaal voorziene terugkeer.

Voorbeeld

Een kind wordt alle dagen van de week voltijds opgevangen.

Het kind is met vakantie van 1 juli tot 9 augustus en moet terugkomen op 10 augustus, maar op die datum is het ziek en dit tot 18 september.

Het komt terug bij de onthaalouder op 19 september.

De periode van 3 maanden gaat in op 10 augustus en aangezien het kind terugkomt tijdens deze periode van 3 maanden, wordt het opgenomen in het referteplan vanaf 10 augustus tot op de datum van zijn terugkeer.

Een RVA-kantoor zoeken

Top