Follow us on twitter

U bent hier

Fiche C 5 : Wat moet u doen wanneer meerdere onthaalouders samenwerken?

Principe

Wanneer meerdere onthaalouders samenwerken en kinderen opvangen op dezelfde opvangplaats, gebeurt de berekening van de opvanguitkeringen voor elk van hen alsof zij afzonderlijk zouden werken.

Ziekte van de onthaalouder bij wie de opvang gebeurt

Wanneer de opvang onmogelijk is omwille van de ziekte (met medisch attest) of de hospitalisering van de onthaalouder bij wie de opvang thuis gebeurt, heeft de onthaalouder die wel arbeidsgeschikt is recht op opvanguitkeringen wegens overmacht gedurende de eerste 4 weken.

De zieke onthaalouder geniet dan weer ziekte-uitkeringen.

Alternatieve berekeningswijze

Indien meerdere onthaalouders samenwerken kan de berekening zoals hierboven voorgesteld ongelijke opvanguitkeringen bij gelijke prestaties opleveren. De volgende alternatieve berekeningswijze komt daaraan tegemoet.

De berekening bestaat uit 2 gedeeltes (hierna A en B genoemd)

 A. IC berekening voor alle onthaalouders samen

Dit is het resultaat van alle opvangplannen, zonder toewijzing van welbepaalde kinderen per onthaalouder (fictief is er dus slechts 1 onthaalouder actief voor alle opvangplannen).

M.a.w. = IC van alle ingeschreven kinderen zoals uitgelegd in deze fiches.

B. Berekening per onthaalouder

B1) IC wordt bepaald voor elke onthaalouder, procentueel volgens het totaal aantal dagen waarop de onthaalouders normaal gezien werkzaam zullen zijn in de maand. Er kan hierbij uiteraard geen gebruik worden gemaakt van het rooster in het rekenblad, het resultaat wordt ingebracht in ‘eenmalige aanpassing - regelmatige’.

Het aantal voorziene tewerkstellingsdagen wordt ingebracht in de kolom ‘aanpassing D’.

B2)  de berekening gebeurt op de gewone wijze, behalve dat de werkelijke opvang per onthaalouder procentueel verdeeld wordt volgens het aantal effectief gewerkte dagen.

Voorbeeld van berekening:

  • Samenwerkingsverband van 3 onthaalouders (alle erkend voor 4 kinderen)
  • Maand met 22 dagen (R5) (4 maandagen, 4 dinsdagen, 4 woensdagen, 5 donderdagen, 5 vrijdagen)
  • Resultaat van de verschillende opvangplannen:
 

ma

di

wo

do

vr

9

9

6

10

9

  • onthaalouders F en G werken voltijds, onthaalouder H halftijds (11 dagen in de maand)
  • onthaalouder F neemt 1 dag verlof in januari, G is 3 dagen ziek
  • Werkelijke opvang = 150

 A) IC voor de maand = 191

In het rekenblad (enkel voor de berekening, dus niet over te maken aan RSZ) kan dit nagegaan worden bij inbreng in het basisrooster onder een niet met naam vermelde onthaalouder.

B) berekening per onthaalouder

B1) voor alle onthaalouders samen zijn er 22 + 22 + 11 = 55  tewerkstellingsdagen voorzien.

  • Procentuele berekening IC:
    • Voor F en G: 22/55x191 = 76,4
    • Voor H : 11/55 x 191 = 38,2

Deze resultaten in te brengen in de kolom ‘eenmalige aanpassing – regelmatige opvang’ voor elke betrokken onthaalouder.

B2) F werkte 21 dagen, G werkte 19 dagen, H werkte 11 dagen, in totaal 51 effectieve tewerkstellingsdagen

  • Procentueel voor de berekening van de werkelijke opvang:
    •  F = 41,18% (zijnde 21/51); G 37,25% (zijnde 19/51); H = 21,57% (zijnde 11/51)
    • Berekening werkelijke opvang: F = 61,77 (zijnde 150 x 41,18%); G = 55,88 (zijnde 150 x 41,18%); H =  32,35 (zijnde 150 x 21,57%)
    • Na inbreng van de verdere gegevens (verlof, ziekte, …) wordt WU op de gewone wijze berekend.
    • WU voor F = 21,21, voor G = 19,21, voor H = 11,11

Een RVA-kantoor zoeken

Top