Follow us on twitter

U bent hier

Jaarverslag RVA 2018

Synthese

De vergoede werkloosheid daalt voor het vijfde jaar op rij. In 2018 bedroeg het totale aantal werkzoekende en niet-werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen 438.477 eenheden, een daling van 10% of 48.814 eenheden tegenover 2017.

In 2018 stellen we ook een daling vast in de volledige en de tijdelijke werkloosheid.

Wat de volledige werkloosheid betreft, dient men twee groepen te onderscheiden:

  1. De uitkeringsgerechtigde werkzoekenden. Hun aantal (348.221) daalt met 6,8% in vergelijking met 2017.
  2. De uitkeringsgerechtigde niet-werkzoekenden. Hun aantal daalde in 2018 zowel bij de vrijgestelde oudere werklozen (-37,1%) als bij de vrijgestelde SWT’ers (-14,6%).

In de laatste vijf jaar daalde het jaargemiddelde van het aantal vergoede volledig werklozen met 212.583 eenheden.

Die evolutie kan hoofdzakelijk aan de hand van 3 factoren worden uitgelegd:

  • voor het vijfde jaar op rij kende België een matige groei van 1,4% in 2018. Volgens de Nationale Bank nam de werkgelegenheid toe met 59.000 eenheden in 2018 en 243.000 eenheden over de laatste vijf jaar;
  • het demografische effect speelt ook een rol. De actieve bevolking en de bevolking op werkleeftijd verhogen minder dan voordien en de uitstromers naar het pensioen zijn talrijker;
  • ten slotte is er het effect van meerdere hervormingen voor het ondersteunen van de werkgelegenheid of voor het hervormen van de werkloosheidsverzekering. Bij dit laatste gaat het vooral over het einde recht op inschakelingsuitkeringen. Tussen 1 januari en 31 december 2018 zijn 5.123 personen aan het einde van hun vergoedingsperiode gekomen, zijnde 3 jaar of 3 jaar vanaf 30 jaar naargelang de gezinssituatie. In 2016 waren ze met 7.857 en in 2017 met 6.404.

Wat de tijdelijke werkloosheid betreft, zien we een daling van 7,2% van het aantal dagen werkloosheid in 2018. Het aantal dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge gebrek aan werk als gevolg van economische redenen, reflecteert de evolutie van de conjunctuur het meest en is forser gezakt (-11,5%).

Het aantal werknemers dat onderbrekingsuitkeringen krijgt (254.541), is gedaald met 6,4% ten opzichte van 2017. Deze daling betreft vooral het stelsel van loopbaanonderbreking in de publieke sector (-18,1%). Die daling is hoofdzakelijk het gevolg van de gedeeltelijke bevoegdheidsoverdracht in het kader van de Zesde Staatshervorming. Ook het tijdskrediet kende een daling, zij het in mindere mate (-5,5%), zelfs al steeg het aantal intreders door de aankondiging van het verstrengen van de reglementering voor eindeloopbaners in 2019. Het aantal thematische verloven (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of palliatieve zorgen) steeg dan weer met 2,5%.

De totale uitgaven van de RVA, buiten de aan de gewesten overgedragen bevoegdheden, zijn verminderd met 503 miljoen euro in 2018. Over de laatste 5 jaar bedraagt de daling 2,6 miljard of -27,5%, ook omwille van de hiervoor aangehaalde redenen.

De vergoede werkloosheid blijft dalen

Voor het vijfde jaar op rij kende België in 2018 een gestage economische groei. Het bbp nam in 2018 toe met 1,4% op jaarbasis. Volgens de Nationale Bank nam ook de totale werkgelegenheid toe met 59.000 eenheden. De vergoede werkloosheid nam opnieuw af in 2018, en zelfs in iets sterkere mate dan in 2017.

De totale groep van werkzoekende en niet-werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (met of zonder bedrijfstoeslag) is afgenomen met 10%. Dit is een daling van 48.814 eenheden. Hiermee zakt het aantal UVW met een gemiddelde van 438.477 per maand voor het eerst sinds 1981 onder de  grens van de 450.000 uitkeringsgerechtigden.

Eerste daling: de werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen

De RVA telde in 2018 maandelijks gemiddeld 348.221 werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (UVW-WZ). Dit is 6,8% minder dan in 2017 (-25.480). De dalende tendens van de voorbije jaren (2016: -5,3% en 2017: -5,4%) heeft zich dus ook in 2018 voortgezet, en zelfs in versterkte mate.

Die evolutie is echter beïnvloed door het effect van twee reglementaire wijzigingen:

  • De beperking van het recht op inschakelingsuitkeringen:

Deze wijziging deed het aantal UVW-WZ afnemen. Het recht op inschakelingsuitkeringen werd naargelang de gezinscategorie immers beperkt tot 36 maanden of tot 36 maanden na de 30e verjaardag. In 2018 zijn 5.123 werklozen die in de loop van de voorgaande maanden een inschakelingsuitkering ontvingen aan het einde van hun recht gekomen. Dit aantal kent een dalende trend. In 2015 waren dat er 29.021, in 2016 7.857 en in 2017 6.404. Er werden in de loop van 2015 bovendien ook strengere toelatingsvoorwaarden van kracht. De leeftijdsgrens voor het indienen van een uitkeringsaanvraag is verlaagd van 30 naar 25 jaar en voor jongeren onder de 21 geldt voortaan een diplomavereiste.;

Deze wijziging voorziet dat de leeftijdsvoorwaarde – 60 jaar in 2015 – telkens met één jaar wordt opgetrokken tot 65 jaar in 2020. In 2018 bedroeg de leeftijdsgrens dan ook 63 jaar. Hierdoor nam het aantal UVW-WZ toe omdat nieuwe intreders in deze leeftijdsklasse zich dienden in te schrijven als werkzoekenden. In vergelijking met 2017 is het maandelijks gemiddeld aantal UVW-WZ van 60 jaar en ouder zo met 8.690 eenheden toegenomen, d.i. +33,8%.

De hiernavolgende vaststellingen dienen dan ook te worden geïnterpreteerd in het licht van die reglementaire wijzigingen.

Het totale aantal werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (UVW-WZ) is ook in 2018 in de drie gewesten afgenomen. De grootste daling situeert zich in het Vlaams Gewest (-8,4%), gevolgd door het Waals Gewest (-7,4%) en ten slotte het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (-1,9%).

Het aantal UVW-WZ daalde iets meer bij de mannen (-7,0%) dan bij de vrouwen (-6,6%).

Er valt een sterke daling te noteren bij de jongeren (-15,0% bij de <25-jarigen). Ook in de leeftijdsklassen van 25-49 jaar en van 50-59 jaar nam het aantal UVW-WZ af met respectievelijk 8,0% en 2,8%.

In 2018 nemen we de grootste daling waar bij de werkloosheid van middellange duur (1 tot 2 jaar), nl. -13,7%. De werkloosheid van korte duur daalde toch ook nog met 4,4%. De langdurige werkloosheid (2 jaar of langer) daalde afgelopen jaar eveneens met 6,0%.

Volgens studieniveau nam de werkloosheid het sterkst af bij de laaggeschoolden (-7,9%). Voor de houders van een diploma van het secundair onderwijs en voor de hooggeschoolden noteren we dalingen van respectievelijk 6,6% en 4,3%.

Volgens Eurostat bedraagt de geharmoniseerde werkloosheidsgraad in 2018 voor België 6,0% (1,1 procentpunt minder dan in 2017).

Ook het aantal niet-vergoede niet-werkende werkzoekenden (NVNW-WZ) evolueert gunstig. Na meerdere jaren van opeenvolgende stijgingen en een stabilisatie in 2017, daalt het aantal NVNW-WZ in 2018 met 1,7%.

Tweede daling: de niet-werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen

Het aantal vrijgestelde oudere werklozen en het aantal vrijgestelde werklozen met een bedrijfstoeslag (voorheen brugpensioen) nam in 2018 verder af met respectievelijk 37,1% en 14,6%. De evolutie in die groepen wordt enerzijds beïnvloed door een striktere reglementering, die het aantal nieuwe intreders doet afnemen, en anderzijds door de vergrijzing, die een omvangrijkere uitstroom naar het pensioenstelsel veroorzaakt.

Derde daling: de tijdelijk werklozen

Voor het tweede jaar op rij zakt het jaargemiddelde van het aantal tijdelijk werklozen onder de grens van 100.000 fysieke eenheden. We telden in 2018 gemiddeld 93.397 fysieke eenheden per maand, d.i. een daling met 4,0% ten opzichte van 2017. Die daling komt overeen met 19.157 budgettaire eenheden (of voltijds equivalenten) (-7,2%).

In dagen uitgedrukt zien we een daling van de tijdelijke werkloosheid voor alle redenen (-7,2%), behalve voor tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer (+2,8%). Het aantal dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge werkgebrek door economische redenen is voor het zesde opeenvolgende jaar gedaald (-11,5%).

Daling van het aantal werknemers in loopbaanonderbreking of tijdskrediet

In 2018 ontvingen gemiddeld 254.541 werknemers per maand een onderbrekingsuitkering. Dat is een daling met 6,4% ten opzichte van 2017.

De afname situeerde zich vooral in het stelsel van loopbaanonderbreking (-18,1%), dat van toepassing is in de openbare sector. Die sterke daling is hoofdzakelijk het gevolg van de gedeeltelijke bevoegdheidsoverdracht in het kader van de Zesde Staatshervorming.

Het tijdskrediet – van toepassing in de privésector en federale bevoegdheid gebleven – daalde in 2018 met 5,5%. Dat is het gevolg van de strikter geworden toelatingsvoorwaarden voor het tijdskrediet en de eindeloopbaanstelsels, die sinds 2015 leidden tot een gevoelige afname van de nieuwe intredes. Het aantal intredes steeg daarentegen sterk in 2018 (+37,8%) door de aankondiging van de strengere reglementering in 2019 voor de eindeloopbanen. Deze stijging is niet zichtbaar in het jaarlijks gemiddelde van het aantal uitkeringstrekkers in tijdskrediet, dat een daling kent, aangezien de stijging zich enkel voordoet in de laatste maanden van het jaar en ze deels gecompenseerd wordt door de stijging van het aantal uittreders naar pensioen.

Enkel bij de thematische verloven (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en verlof voor palliatieve zorgen) wordt een stijging waargenomen (+2,5%), maar die toename is gevoelig kleiner dan deze die in 2017 genoteerd werd (+6,5%).

Bij de 254.541 werknemers die gemiddeld maandelijks een onderbrekingsuitkering ontvangen, moet men nog 17.659 werknemers bijtellen in onderbreking zonder uitkering. Dat maandelijks gemiddelde vertegenwoordigt 392.188 verschillende personen die in 2018 een onderbreking namen.

Een disproportionele evolutie van de werklast bij de RVA

In totaal is het aantal uitkeringen in beheer van de RVA (934.409) met 7,6% gedaald. Die daling van het gemiddelde aantal maandelijkse betalingen heeft echter de werkdruk zeker niet in gelijke mate verminderd. Door het feit dat er meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt bestaat, kennen de werknemers meer transities in hun professioneel traject, wat het aantal aanvragen om werkloosheidsuitkeringen verhoogt. Dat hogere aantal transities en dus ook het hogere aantal uitkeringsaanvragen komt eveneens voort uit het feit dat de ratio van de werkzoekende werklozen ten opzichte van de werklozen die zijn vrijgesteld van het zoeken naar werk elk jaar stijgt. Daarnaast werd de behandeling van de uitkeringsaanvragen veel ingewikkelder sinds het invoeren van de hervormingen met betrekking tot de degressiviteit van de werkloosheids- en inschakelingsuitkeringen. Bovendien zijn de rechten met betrekking tot de werkloosheids- en onderbrekingsuitkeringen steeds meer gekoppeld aan voorwaarden op het vlak van de beroepsloopbaan. Daardoor wordt het, om rechten te fixeren, noodzakelijk om rekening te houden met veel langere referentieperiodes en moeten er meer berekeningen en verificaties worden uitgevoerd.

Daarnaast stellen we ook vast dat de reglementering die de RVA toepast sinds 2009 253 keer gewijzigd is, waarvan 15 in 2018.

De RVA heeft in 2018 in totaal aan 1.459.697 verschillende werknemers uitkeringen toegekend. Rekening houdend met het feit dat een werknemer meerdere verschillende soorten uitkeringen kan ontvangen in de loop van eenzelfde jaar (bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen en loopbaanonderbrekingsuitkeringen of uitkeringen betaald door het FSO), vertegenwoordigt dat 1.706.375 verschillende statuten waarbinnen die werknemers werden vergoed.

Ten slotte moet men ook rekening houden met de bijkomende werklast van de preventieve controles die voortaan worden uitgevoegd vóór de opening van het recht op uitkeringen (verificatie van het adres, de gezinssituatie, het niet-krijgen van andere inkomsten …).

Daling van de globale uitgaven met bijna 2,7 miljard EUR op vijf jaar

De gemiddelde maandelijkse werkloosheidsuitkering voor de werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen na voltijdse arbeidsprestaties bedroeg in 2018 1.098,23 EUR per maand (+3,1% ten opzichte van 2017). De gemiddelde maandelijkse inschakelingsuitkering bedroeg 803,20 EUR (+4,2% ten opzichte van 2017). Er dient echter aan te worden herinnerd dat er in de loop van 2018 nog een indexering heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn de evoluties ook beïnvloed door de opwaardering van de uitkeringen in het kader van de welvaartsaanpassing en door verschuivingen binnen de werklozenpopulatie.

De uitgaven voor de globale werkloosheid (zijnde de UVW met uitzondering van de werklozen met bedrijfstoeslag, de tijdelijke werkloosheid, de inkomensgarantie- uitkering, de vrijstellingen voor opleidingen of studies en de niet bezoldigde periode in het onderwijs) daalden in 2018 met 6,4% op jaarbasis. Uitgedrukt als ratio ten opzichte van het bbp vertegenwoordigen ze 1,07%. Dat is minder dan in 2017 (1,13%), en meteen ook het laagste cijfer sedert het precrisisjaar 2007.

 Het totaal van de uitgaven voor sociale prestaties van de RVA, die niet tot de uitgavenposten behoren die in het kader van de Zesde Staatshervorming werden overgedragen, is in 2018 gedaald met 503 miljoen EUR (-6,8%) op jaarbasis. Op vijf jaar tijd namen die uitgaven af met 2,6 miljard EUR, d.i. -27,5%.

In 2018 vertegenwoordigden de totale uitgaven voor sociale prestaties op RVA-budget 1,56% van het bbp (tegenover 1,74% in 2017). Die daling is het gevolg van de gunstigere economische conjunctuur van de voorbije vijf jaar, van de demografische evolutie en in het bijzonder van verschillende structurele hervormingen die de voorbije jaren werden ingevoerd in het werkloosheidstelsel, en aan de hervormingen om de economische bedrijvigheid en de tewerkstelling te ondersteunen. Ze werd ook versterkt door het uitblijven van een indexering in 2014 en 2015.

 In 2019 zou de werkloosheid nog verder moeten krimpen

 In 2019 zou de Belgische economie volgens de laatste publicaties van het Federaal Planbureau groeien met 1,3%. Rekening houdend met de evolutie van de conjunctuur, de evolutie van de beroepsbevolking en het effect van de hervormingen, zou het aantal werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen toegelaten op basis van arbeid of studies in 2019 verder moeten dalen, zij het minder uitgesproken dan in 2018 (-24.750 eenheden).

Uitdagingen die belangrijk blijven

Met een tewerkstellingsgraad van 69,2% (in 2018) zijn we echter nog ver verwijderd van de doelstelling van 73,2% in 2020 die voor België werd vastgelegd in het kader van de Europese werkgelegenheidsstrategie. Toch brengen we in herinnering dat de bevolking op arbeidsleeftijd in ons land eerder is toegenomen, terwijl ze in verschillende landen zelfs aangenomen is.

Voor 2019 zijn er een aantal factoren van onzekerheid die de groei van het BBP en de jobcreatie kunnen beïnvloeden, zoals de Brexit, budgettaire problemen van enkele landen uit de eurozone en het risico op handelsspanningen tussen grote spelers als de VS, China, Europa,…

Een belangrijke uitdaging vormt de toenemende digitalisering op de arbeidsmarkt. Een studie[1] toont aan dat men snel maatregelen zal moeten nemen op enerzijds het vlak van de competenties en de opleiding van de actieve bevolking, en anderzijds op de uitbreiding van de beroepsbevolking door het mobiliseren van de inactieve beroepsbevolking en het stimuleren van mobiliteit en economische migratie. Deze uitdaging wordt nog versterkt door de demografische evolutie waardoor de komende jaren de uitstroom uit de arbeidsmarkt (naar pensioen) groter zal zijn dan de instroom.

Ook blijft het verschil inzake werkloosheids- en werkgelegenheidsgraden tussen de gewesten hoog. Voor die domeinen is het belangrijk te herinneren aan de genoemde overdrachten van verschillende federale bevoegdheden met betrekking tot de werkgelegenheid naar de gewesten. Het gaat daarbij voornamelijk om de dienstencheques, de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, de activeringsmaatregelen en de controle op de actieve en passieve beschikbaarheid van werkzoekenden. Het merendeel van deze bevoegdheden werd ondertussen effectief overgedragen naar de Gewesten. De gewesten beschikken op die manier over alle instrumenten voor het beheren van een geïntegreerd en efficiënt tewerkstellings-, en (her-)inschakelingsbeleid.

De uittredende federale regering heeft eveneens maatregelen genomen om tegemoet te komen aan hogervermelde uitdagingen. Deze werden vervat in een akkoord dat tijdens de zomer van 2018 werd bereikt, de zgn. jobsdeal. Alle maatregelen van dat akkoord zouden in de loop van 2019 concreet moeten uitgewerkt worden.

Besparingen en structurele veranderingen

Zoals veel andere federale openbare instellingen wordt de RVA sinds 2015 geconfronteerd met drastische besparingen. In 2018 werd het federale werkingsbudget van de RVA (informatica, meubilair, leveringen, verbruiksgoederen, onroerende goederen ...) met 26% verminderd ten opzichte van hetzelfde budget in 2014.

Tussen december 2014 en december 2018 daalde het personeelsbestand van de RVA met 13,2%, zijnde 640 personen (bovenop de personeelsleden die werden overgedragen naar de gewesten in het kader van de Zesde Staatshervorming). Na meerdere jaren van aanwervingsstop en sterke beperkingen bij de aanwervingen, heeft de RVA wel meer personeelsleden kunnen aanwerven in 2018. 284 nieuwe medewerkers traden in dienst. Dankzij een goed beheer van het budget, lag het aantal aanwervingen in 2018 voor het eerst sinds 2009 hoger dan het aantal uitdiensttredingen (275).

In die context van budgettaire beperkingen ging de RVA in 2018 verder met het doorvoeren van de hervormingen die de laatste jaren werden aangevat:

  • De bevoegdheidsoverdrachten die werden beslist in het kader van de Zesde Staatshervorming werden voortgezet. Voor sommige materies ligt de beslissingsbevoegdheid voortaan bij een gewestelijke dienst, en de uitvoeringsbevoegdheid bij de RVA. Die materies vereisen dan ook een permanente intensieve samenwerking.
  • De reorganisatie van de diensten, gestart in 2015, werd bestendigd. De backofficeactiviteiten worden geleidelijk gecentraliseerd in de 16 hoofdbureaus terwijl de frontofficeactiviteiten zo dicht mogelijk bij de sociaal verzekerden en de werkgevers blijven, in de 30 kantoren. De RVA zette ook zijn inspanningen verder om de procedures verder te uniformiseren.  
  • Na veel voorbereidend werk en een testperiode van meerdere maanden, heeft de RVA in oktober 2018 zijn klantencontactcenter gelanceerd. De eerste stap is het unieke telefoonnummer. Het doel is om de verschillende informatiekanalen te optimaliseren.

Een kwaliteitsvolle dienstverlening

In 2018 heeft de RVA alle 127 verbintenissen van zijn bestuursovereenkomst nageleefd.

Alle kwaliteits- en dienstverleningsnormen alsook de behandelings- en betalingstermijnen werden nageleefd, wat een goede dienstverlening aan de sociaal verzekerden en aan de werkgevers garandeert. In 2018 bedroeg de gemiddelde behandelingstermijn van de aanvragen om werkloosheidsuitkeringen bijvoorbeeld 6,1 dagen, wat de kortste termijn ooit was.

Die resultaten worden bevestigd door de verschillende tevredenheidsenquêtes bij onze klanten. In 2018 werden verschillende enquêtes georganiseerd voor het meten van de tevredenheid over de elektronische toepassingen die ter beschikking worden gesteld van werkgevers en werknemers, over de dienstverlening inzake loopbaanonderbreking en tijdskrediet, over de RVA-website en over de geschreven antwoorden van de RVA op vragen van burgers via mail of brief. De resultaten uit deze enquêtes zijn erg positief te noemen.  

Voortzetting van de modernisering

De RVA investeert elk jaar in de ontwikkeling of de verbetering van de elektronische toepassingen ten behoeve van de werkgevers, de werknemers en de werkzoekenden. Dat met het oog op een kwaliteitsvollere dienstverlening aan de klant, die sneller en minder duur is.

In 2018 ging de RVA verder met de werken rond de migratie van de mainframetoepassingen naar een nieuw, modern informaticaplatform, dat compatibel is met de G-cloudomgeving. Die migratie zal worden voortgezet in 2019.

De digitalisering van de processen is ook erg belangrijk voor de RVA. De performantie van de RVA op het vlak van de digitalisering van een volledig vergoedbaarheidsproces is vooral zichtbaar in het domein van de loopbaanonderbreking. Alle fasen van dat proces werden geïnformatiseerd om te zorgen voor een  waliteitsvolle, snelle en moderne dienstverlening aan de klant.

De elektronische procedure voor het aanvragen van uitkeringen loopbaanonderbreking (met inbegrip van het ouderschapsverlof en het verlof voor medische bijstand) vindt steeds meer ingang bij werknemers en werkgevers. In 2018 werden 58.861 elektronische aanvragen ingediend (49.998 in 2017).

Er is ook vooruitgang in de toepassing Break@Work. Die toepassing maakt het sinds begin 2018 mogelijk om snel het bedrag te berekenen van de uitkering tijdskrediet of loopbaanonderbreking en te berekenen wat de duur is waar men nog recht op heeft. Een jaar na de lancering ervan werden er bijna 400.000 simulaties uitgevoerd door ongeveer 130.000 bezoekers. Dankzij een nieuwe functionaliteit kan de toepassing vandaag meteen het attest voor de werkgever genereren.

In 2018 werd een nieuwe dienst opgericht op het hoofdbestuur: de dienst OCR voor Optical Character Recognition, een systeem waarmee de tekst van een gescand document kan worden geconverteerd naar een digitaal document dat kan worden ingevoerd in de informaticatoepassing. Momenteel behandelt die dienst de aanvraagformulieren voor ouderschapsverlof voor het hele land.

De RVA was de eerste die de eBox gebruikte en blijft ook de belangrijkste gebruiker ervan. De eBox is de elektronische mailbox voor de sociaal verzekerden. Eind 2018 waren 530.832 elektronische mailboxen geactiveerd (tegenover 428.909 in 2017). De RVA heeft 854.375 documenten naar de eBox'en gestuurd in 2018.

Het gebruik van de elektronische controlekaart breidt ook uit. Die toepassing, toegankelijk op pc, tablet of smartphone, werd al door meer dan 162.218 werklozen gebruikt, onder wie 40.652 nieuwe gebruikers geregistreerd in 2018.

Er zijn ook steeds meer elektronische dienstverleningen voor de werkgevers. In 2018 werden bijna 1 miljoen aangiftes tijdelijke werkloosheid elektronisch ingediend (zijnde meer dan 98%). Het gebruik van de elektronische aangiftes van sociaal risico werd in 2018 nog uitgebreid, en heeft de kaap van 6,8 miljoen elektronische aangiften overschreden. De RVA bezorgde, ontving en raadpleegde eveneens, via het netwerk van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, tientallen miljoenen attesten.

Doelgerichte controles

De RVA is bekommerd om zo efficiënt mogelijk fraude en oneigenlijk gebruik te verminderen en zet de informatisering van zijn controleprocedures verder. Datamatching, zowel vooraf als achteraf, wordt verder veralgemeend. Meer dan 40 soorten kruisingen van gegevens worden zo systematisch uitgevoerd. De technieken van datamining worden steeds meer gebruikt om de onderzoeken beter toe te spitsen op de risicosituaties en maken het mogelijk om de ratio's van vastgestelde inbreuken ten opzichte van het aantal uitgevoerde controles te doen toenemen.

De afgelopen jaren was de inspanning vooral gericht op de preventieve acties die het mogelijk maakten om onterechte betalingen te vermijden. Dat preventieve luik werd aanzienlijk uitgebreid sinds 2014 in samenwerking met de uitbetalingsinstellingen.

In het kader van een actieplan van de regering voor het bestrijden van fraude, werden in 2018 bijzondere inspanningen geleverd om de strijd tegen domiciliefraude en zwartwerk op te voeren.

Duurzame ontwikkeling en maatschappelijke verantwoordelijkheid

De directie en het personeel van de RVA zijn zich bewust van het belang van het milieubeheer van hun activiteiten en ondernemen concrete acties om hun impact op het milieu te verminderen.

Sinds 2012 beschikt de RVA over een systeem van milieubeheer om zijn milieuprestaties continu te evalueren en te verbeteren.

In 2018 werd er een cel ECO opgericht om alle acties te coördineren die worden genomen ten voordele van het milieu. Audits hebben bevestigd dat de RVA de milieuwetgeving minutieus naleeft en dat hij zijn brandstof- en papierverbruik en zijn afvalproductie aanzienlijk heeft verminderd. Dat afval wordt bovendien grondig gesorteerd. Het voltallige personeel werd gesensibiliseerd en opgeleid om de juiste houding aan te nemen en het milieu te respecteren.

De RVA heeft, zoals hierboven beschreven, sinds verschillende jaren geleidelijk ook een elektronische variant ontwikkeld voor alle werkgeversformulieren. De elektronische formulieren en aangiftes werden steeds meer gebruikt, wat het papierverbruik doet dalen.

De RVA voert in het kader van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid, ook verschillende acties uit om de dienstverlening aan de klant te verbeteren. Enkele van de lopende acties zijn de betere toegankelijkheid tot informatie, de vernieuwing van de deontologische codes, het opstellen van een diversiteitscode en een uitgebreide actie in het kader van armoedebestrijding.

Na het ontwikkelen en uitvoeren van de diversiteitscode in 2017, organiseerde de RVA in 2018 een grote sensibiliserings- en opleidingsactie bij zijn personeel om een zo goed mogelijke dienstverlening te kunnen garanderen aan een publiek dat zich in een kwetsbare situatie of in armoede kan bevinden.

Ook in het kader van de maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft de RVA opnieuw stagiairs, zowel studenten als werkzoekenden, onthaald. In 2018 liepen 294 personen stage bij de RVA.

De RVA heeft ook een 'testteam' opgericht binnen zijn ICT-afdeling. Meerdere testers werken bij de RVA via de organisatie Passwerk, die mensen met autisme helpt om werk te vinden.

Partnerschappen en synergieën

De RVA is ervan overtuigd dat een goede samenwerking met zijn partners leidt tot een optimalisering van de resultaten van zijn acties op de maatschappij en van de tevredenheid van zijn klanten. De RVA onderhoudt gestructureerde partnerschappen, vooral met de uitbetalingsinstellingen, de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling, de diensten voor beroepsopleiding, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de werkgeversorganisaties en de sociaal secretariaten.

In 2018 heeft de RVA zijn samenwerking met de uitbetalingsinstellingen versterkt op het vlak van het voorkomen van agressief gedrag van de sociaal verzekerden.

De RVA neemt actief deel aan de synergieën met de andere openbare instellingen van sociale zekerheid (OISZ), zowel op het vlak van het beheer van human resources (waar de RVA een gemeenschappelijke loonmotor deelt met de andere OISZ), op het vlak van informatica (integratie van de G-Cloud...), als op logistiek vlak en op het vlak van audit (secretariaat van het gemeenschappelijk auditcomité...).

Op internationaal vlak neemt de RVA ook al meerdere jaren het voorzitterschap op zich van de Commissie werkloosheidsverzekering en werkgelegenheidsbeleid van de Internationale Vereniging voor de Sociale Zekerheid, die 340 instellingen van 157 landen samenbrengt.

--------------------------------

1] Berger R. op vraag van Agoria, in samenwerking met de VDAB, de Forem en Actiris, Shape the future, The Future of Work, september 2018. 

Een RVA-kantoor zoeken

Top