Follow us on twitter

U bent hier

Nieuwsbrief FSO nr 57 - Aanvangspunt verjaringstermijn (art. 72 van de Sluitingswet 26.06.2002)

Juridische vraag

Voor de werknemer is het moeilijk om te bepalen wanneer deze verjaringstermijn zijn aanvangspunt kent. Wanneer staat vast dat het FSO in het bezit is van alle nodige bewijstukken om een beslissing te nemen? Wat is met andere woorden, het aanvangspunt voor de verjaringstermijn voorzien in artikel 72 van de Sluitingswet?

Standpunt FSO

De verjaringstermijn gaat in op het ogenblik van de datum van betaling of van de notificatie van de negatieve beslissing.

Motivering

Algemeen principe

De verjaringstermijn van artikel 72 van de Sluitingswet neemt aanvang op de dag dat het dossier van de werknemer volledig is en bovendien is goedgekeurd door het Beheerscomité van het FSO.

Artikel 49 van het Koninklijk Besluit van 23 maart 2007 tot uitvoering van de Sluitingswet voorziet wat begrepen moet worden onder een volledig dossier.

Voor de vergoedingen, andere dan deze bedoeld in artikel 33 van de Sluitingswet, is er sprake van een volledig dossier van zodra een verzoek tot tussenkomst aan de hand van de gegevens en bewijsstukken, zoals gevraagd op het aanvraagformulier, werd ingediend of met andere woorden van zodra het FSO in het bezit is van het aanvraagformulier F1 en alle nodige bewijsstukken om een beslissing te nemen inzake de te verlenen tussenkomst.

De wettekst veroorzaakt toepassingsproblemen voor wat de aanvang van de termijn betreft. Een dossier is volledig wanneer het FSO ofwel de aanvraag tot tegemoetkoming ofwel bijkomende stukken wanneer deze laatste onvolledig is, mocht ontvangen. Deze bijkomende stukken ontvangt het FSO niet altijd via de werknemer, waardoor het in bepaalde situaties heel moeilijk is om te weten wanneer de verjaring begint te lopen. Daarom heeft het FSO beslist om de verjaring steeds te laten ingaan op de datum van betaling of van de notificatie van de negatieve beslissing.

Arbeidshof Antwerpen dd. 09.11.2017, ongepubliceerd

De verjaringstermijn van één jaar voorzien in artikel 72 van de Sluitingswet liep vanaf de betaling verricht door het FSO omdat vaststaat dat alleszins op dat ogenblik het FSO in het bezit was van het volledig dossier, bestaande uit het aanvraagformulier en alle nodige bewijsstukken zodat het FSO in staat was een beslissing te nemen betreffende de te verlenen tussenkomst.

Het FSO ging in casu over tot betaling op 23 mei 2014. De verjaringstermijn van één jaar liep bijgevolg vanaf 23 mei 2014, omdat vaststaat dat alleszins op dat ogenblik het FSO in het bezit was van het volledig dossier, bestaande uit het aanvraagformulier en alle nodige bewijsstukken, zodat zij in staat was een beslissing te nemen betreffende de door het FSO te verlenen tussenkomsten.

De werknemer stelde echter dat de verjaringstermijn pas was beginnen lopen vanaf de datum van de brief van het FSO waarbij het FSO liet weten dat zij voor bepaalde vergoeding geen tussenkomst zou verlenen. Deze brief werd verstuurd als antwoord op een vraag die de werknemer had gesteld.

Artikel 72 van de Sluitingswet voorziet dat de verjaringstermijn kan worden geschorst door een ingebrekestelling, waarbij gespecifieerd wordt dat de Koning zal bepalen wat verstaan moet worden onder ingebrekestelling. Dit is tot op heden niet gebeurd. Noch de brief van de werknemer, noch de antwoordbrief van het FSO stuit deze verjaring.

Dit betekent dat de verjaringstermijn enkel gestuit of geschorst kan worden op de wijze voorzien in het gemeen recht (artikelen 2242 en volgende Burgerlijk Wetboek).

Een gewone brief, al dan niet aangetekend verzonden, waarbij het FSO in gebreke gesteld wordt om te betalen, bij gebreke aan wettelijke bepaling, kan niet in aanmerking komen als een ingebrekestelling die de verjaringstermijn zou stuiten of schorsen (*) .

Enkel het verzoekschrift waarbij de vordering aanhangig werd gemaakt heeft derhalve een stuitende werking.

In de praktijk

De administratieve praktijk van het FSO werd bevestigd door de rechtspraak. Het FSO is net als het Arbeidshof te Antwerpen van mening dat de verjaringstermijn bepaald in artikel 72 van de Sluitingswet begint te lopen van datum van betaling of van de notificatie van de negatieve beslissing.

(*) Vanaf 11.07.2013 kan de verjaringstermijn eenmalig gestuit worden door een verzending van een aangetekende ingebrekestelling met ontvangstbewijs vanwege een advocaat, gerechtsdeurwaarder of afgevaardigde van een representatieve vakorganisatie. Een nieuwe termijn van één jaar zal ingaan zonder dat de vordering voor de vervaldag van de initiële verjaringstermijn kan verjaren.

Een RVA-kantoor zoeken

Top