Hebt u recht op werkloosheidsuitkeringen na een tewerkstelling – situatie vanaf 01.03.2026?

T200

Laatste update : 2.03.2026

Waarover gaat dit infoblad?

De werkloosheidsreglementering is fundamenteel gewijzigd vanaf 01.03.2026. De werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in de tijd. Zie het infoblad "Ik heb werkloosheidsuitkeringen gevraagd na 28.02.2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?", nr. T202. Daarnaast zijn de voorwaarden om toegelaten te worden tot het recht op werkloosheidsuitkeringen sterk gewijzigd.

Opgelet In dit infoblad leggen we u uit onder welke voorwaarden u kunt worden toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen indien u:

  • ofwel voor het eerst werkloosheidsuitkeringen vraagt na 28.02.2026;
  • ofwel al werkloosheidsuitkeringen genoot vóór 01.03.2026, maar na een onderbreking van minstens 4 weken een uitkeringsaanvraag indient en voldoet aan de voorwaarden die in dit infoblad worden uiteengezet.

Het principe

U wordt toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen indien u het bewijs levert van:

  • een aantal arbeidsdagen in loondienst en/of daarmee gelijkgestelde dagen (wat we wachttijd  noemen);
  • gedurende een bepaalde periode (wat we referteperiode noemen) onmiddellijk voorafgaand aan de uitkeringsaanvraag. Die referteperiode kan in bepaalde gevallen verlengd worden.

U moet 312 arbeidsdagen en/of gelijkgestelde dagen bewijzen tijdens een (eventueel verlengde) referteperiode van 36 maanden, en dit ongeacht uw leeftijd.

Opgelet: dagen die gelegen zijn voor een eerdere toelating, kunt u niet meer opnieuw in rekening laten brengen.

Voorbeeld:

U hebt voltijds gewerkt vanaf 01.06.2026 tot en met 30.09.2027 (= 16 maanden of 416 dagen). Deze periode is volledig samengesteld uit arbeids- en gelijkgestelde dagen. U dient een uitkeringsaanvraag in en wordt vanaf 01.10.2027 toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen. Stel dat uw recht op uitkeringen eindigt op 01.01.2029.

U hebt in de periode vanaf 01.10.2027 tot en met 31.12.2028 niet gewerkt, maar u hervat het werk vanaf 02.04.2029 tot en met 30.06.2029 (= 3 maanden of 78 dagen).

U dient een nieuwe uitkeringsaanvraag in vanaf 02.07.2029 en roept in dat u in de 36 maanden voorafgaand aan deze datum (= periode 02.07.2026 – 01.07.2029) minstens 312 arbeids- of gelijkgestelde dagen bewijst, nl. 15 maanden of 390 dagen in de periode vanaf 02.07.2026 tot en met 30.09.2027 én 3 maanden of 78 dagen in de periode vanaf 02.04.2029 tot en met 30.06.2029.

De 390 dagen in de periode vanaf 02.07.2026 tot en met 30.09.2027 zijn evenwel gelegen vóór uw eerdere toelating op 01.10.2027 en tellen dus niet mee. U bewijst slechts 78 dagen, minder dan de vereiste 312 dagen, en kunt dus niet opnieuw worden toegelaten tot de werkloosheidsuitkeringen.

Om werkloosheidsuitkeringen te kunnen genieten moet u ook nog aan bepaalde toekenningsvoorwaarden voldoen, zo moet u bijvoorbeeld wegens omstandigheden onafhankelijk van uw wil zonder arbeid en zonder loon zijn en mag u slechts onder bepaalde voorwaarden een nevenactiviteit cumuleren met de werkloosheidsuitkeringen.

Welke dagen tellen mee?

Arbeidsdagen

Arbeidsdagen zijn dagen waarop werd gewerkt,

  • met een loon dat volgens de wetgeving als voldoende wordt beschouwd
  • en waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid inbegrepen, werden verricht.

Dat betekent dat enkel dagen in loondienst in rekening worden gebracht, maar bv. niet arbeidsprestaties als zelfstandige.

Gelijkgestelde dagen

De volgende dagen worden met arbeidsdagen gelijkgesteld:

  • vakantiedagen gedekt door vakantiegeld;
  • feest- en vervangingsdagen waarvoor een loon werd betaald;
  • dagen inhaalrust;
  • niet gepresteerde dagen tijdens een arbeidsovereenkomst waarvoor een minstens minimumloon werd betaald waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid inbegrepen, werden verricht;
  • dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, een arbeidsongeval of een beroepsziekte, waarvoor de werkgever een gewaarborgd loon of een aanvulling bovenop een uitkering van de mutualiteit betaalde (normaal de eerste dertig dagen);
  • dagen waarvoor een moederschapsuitkering is genoten, de periode van verplichte moederschapsrust en de periodes van geboorte- en adoptieverlof;
  • vergoede dagen wegens tijdelijke werkloosheid (bv. wegens economische redenen of slecht weer);
  • dagen van staking, lock-out en de dagen van tijdelijke werkloosheid wegens staking of lock-out (deze dagen moeten niet noodzakelijk vergoed worden in het kader van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid);
  • dagen waarop werd gewerkt als rechter in sociale zaken;
  • dagen van afwezigheid op het werk om pleegzorgen te verstrekken.

Opgelet: dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, een arbeidsongeval of een beroepsziekte, waarvoor de werkgever géén gewaarborgd loon of een aanvulling bovenop een uitkering heeft betaald, zijn géén gelijkgestelde dagen meer.

In welke gevallen kan de referteperiode worden verlengd?

De volgende periodes verlengen de referteperiode:

  • dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, een arbeidsongeval of een beroepsziekte, gedekt door een uitkering

BEHALVE: wanneer die uitkeringen werden betaald in de vorm van moederschapsuitkeringen of in het kader van moederschapsrust, geboorte- of adoptieverlof. Dat zijn immers gelijkgestelde dagen.

  • periodes van minstens 3 maanden van uitoefening van een beroep dat niet onder de sociale zekerheid, sector werkloosheid valt.

Voorbeeld: periodes van zelfstandige activiteit, als statutair ambtenaar of van tewerkstelling in het buitenland die niet in rekening kan worden gebracht.

Voorwaarde is evenwel dat u tijdens die periode geen werkloosheidsuitkeringen werden toegekend.

De verlenging mag bovendien niet meer dan 15 jaar bedragen;

  • periodes van loopbaanonderbreking of tijdskrediet met onderbrekingsuitkeringen;
  • periodes van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving.

Hoe worden de arbeidsdagen en gelijkgestelde dagen berekend?

Indien u ononderbroken voltijds bent tewerkgesteld, dan telt de RVA 78 arbeidsdagen per trimester.

In de andere gevallen van voltijdse tewerkstelling is het aantal in aanmerking genomen arbeidsdagen gelijk aan het aantal arbeidsdagen verricht tijdens de tewerkstelling, vermenigvuldigd met 6, en gedeeld door het gemiddeld wekelijks aantal arbeidsdagen.

Voor de periodes van deeltijdse arbeid is het aantal in aanmerking genomen arbeidsdagen gelijk aan het aantal arbeidsuren verricht tijdens de tewerkstelling, vermenigvuldigd met 6, en gedeeld door het gemiddeld wekelijks aantal arbeidsuren voor een voltijdse tewerkstelling in dezelfde functie.

Voorbeeld: een werknemer verricht arbeidsprestaties van 7 juli 2025 tot 29 augustus 2025 (= 8 weken), ten belope van 19 uren per week, hetzij een totaal van 8 x 19 = 152 arbeidsuren. De voltijdse uurregeling voor deze tewerkstelling bedraagt 38 uren. Voor deze tewerkstellingsperiode zal de RVA 152 x 6 / 38 = 24 dagen in aanmerking nemen.

Opmerking: Indien u in het onderwijs hebt gewerkt en een uitgestelde bezoldiging hebt ontvangen, komt de periode gedekt door deze bezoldiging eveneens in aanmerking. Deze periode dekt een deel van de zomervakantie (of de gehele periode indien u het hele schooljaar voltijds hebt gewerkt).