Privésector - Tijdskrediet - landingsbanen

Met tijdskrediet landingsbaan kan je jouw prestaties met 1/5 of 1/2 verminderen tot wanneer je met pensioen gaat. Vanaf 60 jaar of onder bepaalde voorwaarden al vanaf 55 jaar kan je bij je werkgever recht hebben op dat tijdskrediet.

De uitkeringen van de RVA kunnen pas vanaf 60 jaar worden toegekend volgens de algemene regel. Als uitzondering op die regel kunnen de uitkeringen worden toegekend van 55 jaar tot en met 59 jaar, als een intersectoriële en sectoriële cao het gebruik van de afwijkende voorwaarden mogelijk maakt. […]

  • Een onderbreking tot 1/2. Dat biedt je de mogelijkheid om je prestaties (van minstens 3/4 van een voltijdse betrekking) te verminderen om halftijds te gaan werken tot aan je pensioen. Die vorm van onderbreking moet je nemen per minimumperiode van 3 maanden.

  • Een onderbreking met 1/5. Je kunt je (voltijdse) prestaties verminderen  om 4/5 te gaan werken tot aan je pensioen. Die vorm van onderbreking moet je nemen per minimumperiode van 6 maanden.

Zie infoblad T163.

Bij het begin van het tijdskrediet moet je ten minste 60 jaar oud zijn en op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever voldoen aan deze 3 voorwaarden:

1.  De voorwaarde van het beroepsverleden

Ben je 60 jaar of ouder in 2026? Dan moet je als vrouw 26 jaar beroepsverleden bewijzen en als man 31 jaar. Dat aantal jaren beroepsverleden wordt jaarlijks verhoogd, om in 2030 te komen tot 30 jaar voor vrouwen en 35 jaar voor mannen.

Ben je tussen de 55 en 59 jaar en val je onder een van de uitzonderingsbepalingen (zwaar beroep, onderneming in moeilijkheden/herstructurering, ongeschiktheid in de bouwsector of maatwerkbedrijven en beschutte werkplaatsen)? Dan is het vereiste beroepsverleden 25 jaar.

2.    De anciënniteitsvoorwaarde

Je moet minstens 2 jaar anciënniteit hebben bij de werkgever bij wie je de landingsbaan vraagt. Die periode van 2 jaar kan worden verminderd in onderling overleg met je werkgever.

3.  De tewerkstellingsvoorwaarde

  • voor een halftijdse landingsbaan moet je gedurende 24 maanden ten minste 3/4 gewerkt hebben bij je huidige werkgever;
  • voor een 1/5 landingsbaan moet je bij je huidige werkgever een gewoonlijke arbeidsregeling van 5 dagen of meer hebben én gedurende 24 maanden ofwel:
    • voltijds hebben gewerkt; 
    • ofwel 4/5 in het kader van het algemeen stelsel van het 1/5 tijdskrediet

Deeltijdse tewerkstellingen bij verschillende werkgevers mogen voor de beoordeling van de tewerkstellingsvoorwaarde worden samengeteld . Maar dan moet de werkgever bij wie je 1/5 tijdskrediet neemt daar wel mee akkoord gaan.

Opmerking: als de anciënniteitsvoorwaarde van 2 jaar in onderling akkoord met je werkgever wordt verminderd, kunnen we ook rekening houden met de tewerkstellingen bij je vorige werkgevers om aan de tewerkstellingsvoorwaarde van 24 maanden te voldoen.

Meer informatie vind je in het infoblad T193 - Tijdskrediet landingsbaan – Recht op verlof bij de werkgever en recht op onderbrekingsuitkeringen toegekend door de RVA (Van toepassing op werknemers die de schriftelijke kennisgeving aan hun werkgever hebben gericht vanaf 01.01.2026)

Stuurde je je schriftelijke kennisgeving vóór 01.01.2026 naar je werkgever? Lees dan  T161 - Het tijdskrediet landingsbaan - Recht bij de werkgever & T162 - Het tijdskrediet landingsbaan - Recht op onderbrekingsuitkeringen

Je kunt tijdskrediet landingsbaan nemen vanaf de leeftijd van 55 jaar als je voldoet aan een van deze situaties op jou van toepassing is:

  • Op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan je werkgever ben je actief geweest in een zwaar beroep gedurende ten minste 5/7 jaar tijdens de 10/15 voorgaande jaren.
  • De arbeidsarts bevestigt dat je ongeschikt bent om je beroepsactiviteit voort te zetten in je oorspronkelijke uurregeling bij een werkgever uit de bouwsector.
  • Je bent een doelgroep-medewerker bij een beschutte werkplaats, een sociale werkplaats of een maatwerkbedrijf. 
  • Je hebt een lange loopbaan.

Er bestaan 3 categorieën van zware beroepen:

  • werk in wisselende ploegen: het gaat om werk in minstens 2 ploegen met minstens 2 werknemers. Die werknemers moeten hetzelfde werk verrichten qua inhoud en omvang en moeten elkaar opvolgen in de loop van de dag. Daarbij mag er geen onderbreking zijn tussen de opeenvolgende ploegen en de overlapping mag niet langer duren dan een kwart van hun dagelijkse opdrachten. Tot slot moeten de werknemers ook beurtelings van ploeg veranderen.
  • werk in onderbroken diensten: het gaat om werk waarbij je permanent werkt in dagprestaties waarvan de begintijd en eindtijd minimum 11 uur uit elkaar liggen, met een onderbreking van minstens 3 uur en minimumprestaties van 7 uur.
  • tewerkstelling in een arbeidsregime met nachtprestaties: prestaties die gewoonlijk worden verricht in arbeidsregimes met prestaties tussen 20 uur en 6 uur 's ochtends (artikel 1 van collectieve arbeidsovereenkomst (cao) nr. 46 betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met nachtprestaties), behalve voor:
    • personen die werken in een familieonderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen arbeid verrichten onder het uitsluitend gezag van de vader, de moeder of de voogd;
    • het varend personeel van de visserijbedrijven en van de koopvaardij en het varend personeel in het luchtvervoer.

Ja, je kan je 1/5 landingsbaan vroeger stoppen met het akkoord van je werkgever. Je moet dan nadien een nieuwe aanvraag voor een halftijdse landingsbaan indienen en voldoen aan alle voorwaarden.

Meer informatie daarover vind je in infoblad T193 - Tijdskrediet landingsbaan – Recht op verlof bij de werkgever en recht op onderbrekingsuitkeringen toegekend door de RVA (van toepassing op werknemers die de schriftelijke kennisgeving aan hun werkgever hebben gericht vanaf 01.01.2026)

Stuurde je de schriftelijke kennisgeving aan je werkgever vóór 01.01.2026? Lees dan infoblad  T161 - Het tijdskrediet landingsbaan - Recht bij de werkgever & T162 - Het tijdskrediet landingsbaan - Recht op onderbrekingsuitkeringen

Meer informatie daarover vind je in infoblad T193 - Tijdskrediet landingsbaan – Recht op verlof bij de werkgever en recht op onderbrekingsuitkeringen toegekend door de RVA (Van toepassing op werknemers die de schriftelijke kennisgeving aan hun werkgever hebben gericht vanaf 01.01.2026).

Stuurde je vóór 01.01.2026 de schriftelijke kennisgeving naar je werkgever? Lees dan infoblad  T161 - Het tijdskrediet landingsbaan - Recht bij de werkgever & T162 - Het tijdskrediet landingsbaan - Recht op onderbrekingsuitkeringen.

 

Als werknemer die tijdskrediet aanvraagt, heb je de verantwoordelijkheid om de berekening van je beroepsverleden uit te voeren.

In theorie moet je dus je beroepsverleden als loontrekkende kunnen bewijzen en daarvan het bewijs leveren aan de RVA. Je bent evenwel vrijgesteld van de indiening van verantwoordingsstukken over de gegevens die onze dienst kan bekomen bij andere socialezekerheidsinstellingen, met andere woorden de loopbaangegevens in België, beheerd door SIGEDIS.

NB: SIGEDIS is de instelling die de sociale gegevens over je loopbaan beheert, door ze te verzamelen en te registreren in haar databanken. Die databanken worden ter beschikking gesteld van openbare instellingen zoals de RVA, opdat ze kunnen worden gebruikt. Als je meer uitleg wil over dat onderwerp, kun je hun website raadplegen: www.sigedis.be.

Aangezien SIGEDIS geen afrekening bezorgt van de dagen doorgebracht onder de wapens naar aanleiding van een oproeping of een wederoproeping bij het leger, noch de dagen als gewetensbezwaarde of de prestaties als dienstplichtige gelijkgesteld aan militaire dienst, moet je, als je je in een van die situaties bevond, de RVA een bewijs leveren dat het aantal dagen vermeldt die in aanmerking kunnen worden genomen.

Aangezien SIGEDIS evenmin de afrekening bezorgt van de dagen tewerkstelling in het buitenland, moet je, als je hebt gewerkt als loontrekkende in een ander land van de Europese Economische Ruimte, het schriftelijk bewijs daarvan bezorgen aan de RVA, via alle nodige middelen (bijvoorbeeld: het Europees formulier U1 ingevuld door de bevoegde buitenlandse instelling of elk ander bewijs).

Ja, je kan aan je RVA-kantoor vragen om je beroepsverleden als loontrekkende te berekenen. Je moet dan het formulier “C61 beroepsverleden landingsbanen” invullen.

Op basis van die aanvraag zal het RVA-kantoor je beroepsverleden berekenen met behulp van de gegevens die beschikbaar zijn bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. We zullen je dan op de hoogte brengen van het resultaat.

Als je niet genoeg beroepsverleden hebt, dan kan je eventueel een nieuwe aanvraag tot berekening indienen met bijkomende bewijsstukken (bijvoorbeeld het bewijs van jaren loopbaan als loontrekkende in een ander Europees land).

Als uit het antwoord van je RVA-kantoor blijkt dat:

  • je niet de vereiste jaren beroepsverleden als loontrekkende hebt (zelfs na een eventuele nieuwe berekening op basis van bijkomende bewijsstukken), kun je geen tijdskrediet landingsbaan krijgen bij je werkgever en heb je dus geen recht op een uitkering van de RVA;
  • je de vereiste jaren beroepsverleden als loontrekkende hebt, kan je dat bewijs aan je werkgever bezorgen samen met je vraag om jouw recht op tijdskrediet landingsbaan op te nemen. Wanneer je dan daarna de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen indient, moet je dat antwoord ook bijvoegen bij je aanvraag.

Nee, je moet ten minste 26 of 31 jaar beroepsverleden als werknemer in loondienst bewijzen voor een landingsbaan. Als je de maximumduur van het tijdskrediet met motief nog niet hebt uitgeput, zou wel je een onderbreking kunnen aanvragen in dat stelsel bij je werkgever als je een motief kunt inroepen.

Je hebt recht op onderbrekingsuitkeringen vanaf 60 jaar.

Onder bepaalde voorwaarden kan je ook uitkeringen aanvragen tussen 55 tot en met 59 jaar. Er moet in je onderneming een intersectoriële cao zijn die dat mogelijk maakt.

Momenteel is dat de interprofessionele cao nr. 179 die het mogelijk maakt om onderbrekingsuitkeringen te verkrijgen bij een landingsbaan vanaf de leeftijd van 55 jaar voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2027 en de cao nr.180 voor de periode van 01.01.2028 tot 30.06.2029.

Er moet ook  een sectorale cao zijn afgesloten in toepassing van de interprofessionele cao nr. 179 of 180.  

Werk je in een onderneming die erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering? Dan moet er een ondernemings-cao zijn afgesloten.

Werk je bij een werkgever die niet afhangt van een paritair comité of waar het paritair comité niet werkzaam is? Dan is een toetredingsakte tussen de werkgever en de werknemers of een wijziging van het arbeidsreglement van de onderneming vereist om cao nr. 179 of 180 toe te passen.

Als de cao’s het mogelijk maken (zie de vraag/het antwoord hierboven) kun je de uitkeringen krijgen vóór 60 jaar wanneer je voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

1. Je werkt in een onderneming die erkend is als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden op de begindatum van je tijdskrediet landingsbaan en je bewijst een loopbaan van 25 jaar als loontrekkende.

2. Op de datum van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever kun je 35 jaar beroepsloopbaan in loondienst bewijzen volgens de regels rond werkloosheid met bedrijfstoeslag.

3. Op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever bewijs je een loopbaan van 25 jaar als loontrekkende en werkte je ofwel:

a.    minstens 5 jaar, gedurende de 10 voorgaande jaren in een zwaar beroep;

b.    minstens 7 jaar, gedurende de 15 voorgaande jaren in een zwaar beroep;

c.     minstens 20 jaar in een stelsel van nachtarbeid (artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46);

d.    voor een werkgever die afhangt van het paritair comité van de bouwsector en beschik je over een attest dat werd afgeleverd door een arbeidsarts waarin wordt bevestigd dat je ongeschikt bent om je beroepsactiviteit voort te zetten. 

4. Je werkt bij een werkgever van het paritair comité 327 voor een beschutte werkplaats, een sociale werkplaats of een maatwerkbedrijf en je hebt minstens 25 jaar beroepsverleden als loontrekkende op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever. Je behoort in dat geval niet tot het kaderpersoneel.

Die afwijking geldt van 01.01.2026 tot en met 30.06.2029.