Follow us on twitter

U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Tijdskrediet met motief

Infoblad

E59

Laatste update
01-08-2019

Wat is tijdskrediet met motief?

Het tijdskrediet kadert in de reglementering op de loopbaanonderbreking. Het is enkel van toepassing voor de werknemers tewerkgesteld bij een werkgever van de privésector.

Als een werknemer van uw onderneming, van uw vzw, enz. in dat kader zijn aanvraag kan rechtvaardigen met een van de reglementair bepaalde motieven, kan hij zijn prestaties tijdelijk geheel of gedeeltelijk onderbreken. Daartoe moet hij het bewijs leveren van het bestaan van het motief en voldoen aan de toegangsvoorwaarden vastgelegd door de sociale partners in de cao nr. 103, zoals gewijzigd door de cao nr. 103 ter.

Afhankelijk van het motief kunnen de minimum- en maximumduur van het tijdskrediet variëren (zie hierna).

Tijdens het tijdskrediet met motief kan de werknemer onderbrekingsuitkeringen krijgen van de RVA, bij wijze van vervangingsinkomen.

Op wie is de inhoud van dit infoblad van toepassing?

Op de werkgevers die na 31.03.2017een schriftelijke kennisgeving hebben ontvangen, waarin de werknemer een tijdskrediet met motief aanvraagt. Worden hier bedoeld de schriftelijke kennisgevingen betreffende de eerste aanvragen of verlengingen van het tijdskrediet met motief.

Wat zijn de verschillende vormen van onderbreking ?

Ongeacht de leeftijd van de werknemer voorziet het tijdskrediet met motief 3 vormen van onderbreking: voltijds, halftijds en met een vijfde.

Als de werknemer de voorziene toegangsvoorwaarden vervult, kan hij de vorm van onderbreking kiezen die hij wenst te genieten.

Voltijds tijdskrediet.

Het betreft een volledige onderbreking die het de werknemer mogelijk maakt om zijn prestaties volledig te schorsen, ongeacht zijn arbeidsregeling (voltijds of deeltijds).

Halftijds tijdskrediet

Het betreft een gedeeltelijke onderbreking die het de werknemer, die minstens 3/4 werkt mogelijk maakt zijn prestaties te verminderen, mogelijk maakt om te blijven werken aan 50% van een voltijds arbeidsregime.

Tijdskrediet tot een vijfde.

Het betreft een gedeeltelijke onderbreking die het de werknemer, die voltijds tewerkgesteld is in een wekelijkse arbeidsregeling gespreid over minstens 5 dagen, mogelijk maakt om zijn prestaties te verminderen met één dag of twee halve dagen per week.

Bij wijze van uitzondering op dat principe, is het eventueel mogelijk om een andere manier te voorzien om de voltijdse arbeidsregeling te verminderen om 4/5 te werken. Die mogelijkheid moet echter verplicht voorzien worden door:

  • een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sector- of ondernemingsniveau;
  • of, indien er geen vakbondsafvaardiging is, door het arbeidsreglement en op voorwaarde dat u en de werknemer een onderling akkoord sluiten.

Welke zijn de motieven voor tijdskrediet?

1. Zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar

Onder zorgen voor zijn kind(eren) wordt verstaan dat de werknemer dit motief inroept om zich bezig te houden met zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar. In dit kader moet de term 'zorg' niet worden begrepen in de medische zin van het woord.

Om het tijdskrediet voor dit motief te krijgen, moet de werknemer verwant zijn met het kind voor wie dat tijdskrediet wordt gevraagd. Concreet betekent dat dat de werknemer/werkneemster het tijdskrediet voor dit motief kan bekomen als hij/zij:

  • de biologische moeder of vader is van het kind;
  • de persoon is die het kind heeft erkend waardoor de afstamming langs vaderszijde komt vast te staan;
  • de echtgenote of de partner is geworden van de biologische moeder en meemoeder is geworden;

NB: Als de echtgenote of de partner van de biologische moeder van het kind in een lesbisch koppel – als de biologische vader van het kind het niet erkend heeft – bewijst dat ze wordt beschouwd als meemoeder dan kan zij ook aanspraak maken op het tijdskrediet voor dat motief.

  • het kind heeft geadopteerd.

Om het tijdskrediet met dit motief te rechtvaardigen, moet de aanvangsdatum ervan gelegen zijn vóór de 8ste verjaardag van het kind. Indien het om een geadopteerd kind gaat, mag het tijdskrediet beginnen vanaf de inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer woont en vóór de 8ste verjaardag van het kind.

 Opmerking

In geval van een nieuwe aanvraag of een aanvraag om verlenging, moet het kind altijd jonger zijn dan 8 jaar op de begindatum van het tijdskrediet.

Indien het recht op tijdskrediet wordt uitgesteld omwille van dwingende of externe redenen (zie het infoblad E64 over het recht en de organisatieregels van het tijdskrediet), mag de datum van de 8ste verjaardag overschreden worden.

NB: Dit motief voor het aanvragen van tijdskrediet mag niet worden verward met het ouderschapsverlof, dat een thematisch verlof is (zie de vraag van de FAQ daarover en het infoblad T19 dat beschikbaar is op onze website).

2. Palliatieve zorgen verlenen

Deze vorm van tijdskrediet kan worden verkregen om palliatieve zorgen te verstrekken aan iemand die lijdt aan een ongeneeslijke ziekte en terminaal is. Die palliatieve zorgen beogen het instaan voor de globale begeleiding van de patiënt op het einde van zijn leven, zowel op het vlak van het omgaan met de fysieke symptomen en de pijn als een psychologische of spirituele ondersteuning of een administratieve of familiale bijstand.

NB: dit motief voor tijdskrediet mag niet worden verward met het palliatief verlof (zie het infoblad T20).

3. Zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid

Om het tijdskrediet voor dit motief te kunnen rechtvaardigen, moet de geneesheer van de zwaar zieke persoon van mening zijn dat naast de eventuele professionele hulp die betrokkene krijgt, de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de prestaties van de werknemer nodig is inzake verzorging, voor het herstel van de patiënt.

In dat kader wordt beschouwd als 'zware ziekte', elke ziekte of medische ingreep die de behandelend geneesheer van de patiënt als dusdanig beoordeelt.

Onder zorgen moet men elke vorm van medische of sociale, familiale of mentale/morele bijstand verstaan die helpt bij het herstel van het zwaar zieke gezins- of familielid.

Wat de werknemer betreft, mogen de zorgen worden verstrekt:

  • aan de leden van zijn gezin, d.w.z. de personen die onder zijn dak wonen (daarvoor hoeft er geen familieverband te zijn);
  • aan de leden van zijn familie tot de 2de graad, d.w.z.:
    • zijn vader, moeder, kinderen (1ste graad);
    • <>zijn grootouders, zijn kleinkinderen, zijn broers en zussen (2de graad).

  • aan zijn aanverwanten tot de 1ste graad, d.w.z.:
    • de ouders van zijn echtgeno(o)t(e);
    • de nieuwe echtgenoten van zijn ouders;
    • de ouders van zijn echtgeno(o)t(e);
    • de echtgenoten van zijn kinderen;
  • aan de volgende familieleden van zijn wettelijke partner:
    • de vader en/of moeder van zijn wettelijke partner;
    • de kinderen van zijn wettelijke partner.

 NB: dit motief voor tijdskrediet mag niet worden verward met het thematisch verlof voor medische bijstand (zie de vraag van de FAQ over dat onderwerp en het infoblad T18 op onze website).

4. Zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar

Om het tijdskrediet met dit motief te kunnen rechtvaardigen:

  • moet het kind van de werknemer:
    • een fysieke of mentale ongeschiktheid vertonen van ten minste 66%
    • of een aandoening die voor gevolg heeft dat er minstens 4 punten worden toegekend in pijler I van de medisch-sociale schaal, in de zin van de reglementering op de kinderbijslag;
    • of een aandoening die voor gevolg heeft dat ten minste 9 punten toegekend worden in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag.
  • moet de aanvangsdatum waarop het tijdskrediet begint of verlengd wordt, gesitueerd zijn voor het moment waarop het gehandicapte kind de leeftijd van 21 jaar bereikt.

Indien het recht op tijdskrediet wordt uitgesteld omwille van dwingende of externe redenen (zie het infoblad E64 over het recht en de organisatieregels van het tijdskrediet), mag de datum van de 21ste verjaardag overschreden worden.

Opmerking

Dit motief voor tijdskrediet mag niet worden verward met het verlof voor medische bijstand (zie het infoblad T18) of het ouderschapsverlof (zie het infoblad T19), noch met het motief voor tijdskrediet zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid.

 5. 'Zorg verlenen aan zijn zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin'

Om het tijdskrediet met dit motief te kunnen rechtvaardigen:

  • moet de ernst van het gezondheidsprobleem als dusdanig erkend zijn door de geneesheer van het betrokken kind;
  • moet aanvangsdatum waarop het tijdskrediet begint of verlengd wordt, gesitueerd zijn vóór het kind meerderjarig wordt, dat wil zeggen 18 jaar;

Indien het recht op tijdskrediet wordt uitgesteld omwille van dwingende of externe redenen (zie het infoblad E64 over het recht en de organisatieregels van het tijdskrediet), mag de datum van de 18de verjaardag overschreden worden.

  • indien het zwaar zieke kind niet het kind van de werknemer is, moet het, om beschouwd te worden als lid van zijn gezin, als medebewoner ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van de gemeente waar hij zijn woonplaats heeft.

NB: dit motief voor tijdskrediet mag niet worden verward met het verlof voor medische bijstand (zie het infoblad T18) of het ouderschapsverlof (zie het infoblad T19).

6. Een erkende opleiding volgen

Om het tijdskrediet met dit motief te kunnen rechtvaardigen, moet de werknemer:

  • een opleiding volgen die erkend is door de gemeenschappen (Vlaamse, Franse of Duitstalige Gemeenschap) of door de sector, van minstens 360 uur of 27 studiepunten per jaar of 120 uur of 9 studiepunten per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden;
  • onderwijs volgen dat verstrekt wordt in een Centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het behalen van een diploma of getuigschrift van het secundair onderwijs, waarbij de grens wordt vastgesteld op 300 uur per jaar of 100 uur per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden.

Wat zijn de toegangsvoorwaarden?

Om het tijdskrediet met motief te bekomen, moet de werknemer verplicht en cumulatief de hierna beschreven voorwaarden vervullen.

Deze voorwaarden moeten vervuld zijn op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving die de werknemer u moet overmaken om u op de hoogte te brengen van zijn wens om tijdskrediet te nemen (zie het infoblad E65 over de aanvraagprocedure).

Anciënniteitsvoorwaarde

De werknemer moet sinds minstens 24 maanden door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn binnen uw onderneming.

De anciënniteit is van toepassing onverminderd de bepalingen betreffende de conventionele overdrachten, in toepassing van de Europese richtlijn 2001/23/EG. Indien de werknemer naar uw onderneming werd overgedragen overeenkomstig de bepalingen van die richtlijn en nog geen 24 maanden anciënniteit heeft op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving, moet u de aangifte van overdracht invullen, die u kunt vinden op onze website, en aan de werknemer overhandigen. Voor meer informatie hierover, zie het infoblad E58 over de gevolgen van een verandering van werkgever voor het tijdskrediet [...].

Deze voorwaarde geldt voor de drie vormen van onderbreking voorzien in het kader van tijdskrediet met motief (voltijds, halftijds en met 1/5).

Uitzondering

Indien de werknemer nog geen 24 maanden anciënniteit heeft, kan hij het tijdskrediet met motief toch bekomen als hij het onmiddellijk neemt nadat hij zijn recht op ouderschapsverlof heeft uitgeput voor alle rechthebbende kinderen. Voor de toepassing van deze uitzondering is het absoluut noodzakelijk dat:

  • de werknemer heeft het ouderschapsverlof genomen voor al zijn kinderen in de leeftijdsvoorwaarde (dat wil zeggen jonger dan 12 jaar volgens de algemene regel of jonger dan 21 jaar in geval van lichamelijke of mentale ongeschiktheid van minstens 66%);
  • de werknemer de maximumduur van het ouderschapsverlof met betaling van uitkeringen heeft uitgeput, dat wil zeggen:
    • indien het kind geboren of geadopteerd is vanaf 08.03.2012:
      • ofwel 4 maanden volledige onderbreking;
      • ofwel 8 maanden vermindering van de prestaties tot een halftijdse betrekking;
      • ofwel 20 maanden vermindering van prestaties met 1/5;
      • ofwel 40 maanden vermindering van de prestaties met 1/10 in de sectoren waar deze mogelijkheid is voorzien (privé, lokale en provinciale besturen) ;
      • ofwel een combinatie van de 4 vormen van ouderschapsverlof tot 4 maanden voltijds equivalent;
    • indien het kind geboren of geadopteerd is vóór 08.03.2012:
      • ofwel 3 maanden volledige onderbreking;
      • ofwel 6 maanden vermindering van de prestaties tot een halftijdse betrekking;
      • ofwel 15 maanden vermindering van de prestaties met 1/5;
      • ofwel 30 maanden vermindering van de prestaties met 1/10 in de sectoren waar deze mogelijkheid is voorzien (privé, lokale en provinciale besturen) ;
      • ofwel een combinatie van de 4 vormen van ouderschapsverlof tot 3 maanden voltijds equivalent;
  • het tijdskrediet met motief van datum tot datum volgt op het ouderschapsverlof.

Meer informatie over het ouderschapsverlof vindt u in het infoblad T19.

Tewerkstellingsvoorwaarden

In geval van een gedeeltelijke onderbreking, moet de werknemer naast de voorwaarde van 24 maanden anciënniteit, ook een tewerkstellingsvoorwaarde vervullen tijdens de 12 maanden die de schriftelijke kennisgeving voorafgaan.

  • In geval van halftijds tijdskrediet moet hij minstens 3/4 gewerkt hebben.
  • In geval van tijdskrediet met een vijfde, moet hij voltijds gewerkt hebben

Indien de werknemer niet heeft gewerkt in het toegewezen arbeidsregime gedurende de vereiste 12 maanden, kunnen bepaalde periodes van schorsing van de overeenkomst of deeltijdse tewerkstelling gelijkgesteld worden met prestaties of geneutraliseerd worden. Voor meer informatie hierover, zie het infoblad E64.

Noodzaak van een cao voor bepaalde motieven in geval van voltijds of halftijds tijdskrediet

Er moet verplicht een sectorale of ondernemings-cao gesloten zijn die het mogelijk maakt een voltijds of halftijds tijdskrediet te bekomen voor de volgende motieven:

  • zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar;
  • palliatieve zorgen verlenen;
  • zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid;
  • een erkende opleiding volgen.

Dat betekent dat het recht op voltijds of halftijds tijdskrediet omwille van deze motieven niet bij alle werkgevers kan bekomen worden.

NB: Indien vóór 01.09.2012 in toepassing van de cao nr. 77bis een sectorale of ondernemings-cao was gesloten om het recht op het voltijdse of halftijdse tijdskrediet uit te breiden tot meer dan een jaar, maakt die cao het, zolang hij van kracht is, mogelijk om het bijkomende recht op het voltijdse of het halftijdse tijdskrediet te bekomen omwille van de voormelde motieven, zonder de duur vastgelegd in de cao 103 (zie hierna) te overschrijden.

Indien daaromtrent geen sectorale of ondernemings-cao is afgesloten binnen het paritair comité waarvan u afhangt of binnen uw onderneming of vzw, kunnen uw werknemers het voltijds of halftijds tijdskrediet omwille van die motieven niet bekomen, zelfs niet indien ze aan de andere toegangsvoorwaarden voldoen. In die hypothese moet u de aanvraag van de werknemer weigeren.

Opmerkingen

  • Om toegang te krijgen tot het voormelde tijdskrediet met 1/5 omwille van de voormelde redenen is er geen sectorale of ondernemings-cao nodig. Het kan dus bekomen worden bij alle werkgevers.
  • Om toegang te krijgen tot de drie vormen van tijdskrediet (voltijds, halftijds of met 1/5) voor de motieven 'zorgen voor zijn gehandicapt kind jonger dan 21 jaar' en 'zorgen voor zijn zwaar ziek minderjarig kind of een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin'), is er geen sectorale of ondernemings-cao nodig. Ze kunnen dus worden bekomen bij alle werkgevers, ongeacht de gevraagde vorm (voltijds, halftijds of met 1/5).

Geen toelating om te cumuleren met een activiteit als loontrekkende of als zelfstandige

De werknemer heeft geen recht op het voltijds, halftijds of 1/5 tijdskrediet voor de hieronder opgesomde motieven, indien hij een nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende aanvat of uitbreidt die niet met de onderbrekingsuitkeringen mag worden gecumuleerd.

 Voor de toepassing van deze bepaling:

  •  is een activiteit in loondienst een activiteit die wordt uitgeoefend voor een werkgever. Ze geeft recht op een loon dat onderworpen is aan socialezekerheidsbijdragen voor de RSZ;
  •  is een nevenactiviteit als zelfstandige elke activiteit die de betrokken werknemer verplicht om ingeschreven te zijn onder het zelfstandigenstatuut, overeenkomstig de reglementering van het RSVZ.

Voor welke motieven is de cumulatie verboden?

  • Zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar;
  • Palliatieve zorg verlenen;
  • Zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid;
  • Een erkende opleiding volgen.

Wat moet u concreet doen?

Vooraleer u het tijdskrediet toekent voor de voormelde motieven, moet u nagaan of de werknemer geen nevenactiviteit als zelfstandige of loontrekkende verricht waarmee cumulatie verboden is. Indien dat het geval is, moet u de aanvraag van de werknemer weigeren, zelfs indien hij voldoet aan de andere toegangsvoorwaarden.

Wat gebeurt er indien de werknemer een nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende uitoefent waarmee cumulatie verboden is?

Indien u het tijdskrediet voor de voormelde motieven toekent en de RVA een verboden cumulatie vaststelt, zal het recht op het tijdskrediet met motief en op de bijbehorende onderbrekingsuitkeringen door onze diensten worden geweigerd.

Verder verliest de werknemer het recht op het tijdskrediet met motief en op de bijbehorende onderbrekingsuitkeringen, indien hij een nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende aanvat of een activiteit als loontrekkende die al minstens 12 maanden bestond, uitbreidt.

In deze twee hypothesen bezorgt de RVA u een kopie van de beslissing C62 tot weigering of tot herziening, zodat de administratieve toestand van de werknemer binnen uw onderneming (of vzw, enz.) kan worden geregulariseerd.

Voorbeeld: Een voltijdse werknemer vraagt een halftijds tijdskrediet met motief 'zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar'. Op het ogenblik dat hij zijn aanvraag indient, heeft hij geen nevenactiviteit als zelfstandige of als loontrekkende.

Tijdens dat tijdskrediet vat hij een activiteit als zelfstandige aan. Via de kruising met de gegevens van het RSVZ ontdekt de RVA die cumulatie. Vermits die cumulatie verboden is, zal de RVA de werknemer het recht op het tijdskrediet met motief en op de bijbehorende onderbrekingsuitkeringen afnemen en u een kopie van zijn beslissing overmaken. In dat geval moet de werknemer:

  • ofwel, opnieuw voltijds gaan werken;
  • ofwel vragen om halftijds te werken in het kader van een vrijwillig deeltijdse arbeidsovereenkomst.

Welke bewijzen moet de werknemer u bezorgen om het ingeroepen motief te rechtvaardigen?

1. Zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar

 De werknemer moet u de identiteit geven van het kind jonger dan 8 jaar voor wie hij het tijdskrediet met dit motief aanvraagt. Indien u dat document nog niet bezit, moet de werknemer u eveneens een kopie bezorgen van de geboorteakte van het betrokken kind.

NB: bij een lesbisch koppel moet de werknemers, wanneer een meemoeder het tijdskrediet vraagt voor dit motief, haar hoedanigheid van meemoeder bewijzen door u een kopie te bezorgen van de geboorteakte van het kind, zoals opgenomen in de akten van de burgerlijke stand.

Indien het om een geadopteerd kind gaat, moet de werknemer u een attest bezorgen dat de adoptie bewijst, alsook een gezinssamenstelling waaruit blijkt dat het kind onder zijn dak woont. 

2. Palliatieve zorgen verlenen

Ten laatste op het moment waarop het tijdskrediet aanvangt, moet de werknemer u een attest bezorgen, afgeleverd door de behandelend geneesheer van de persoon die de palliatieve zorgen nodig heeft, waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard om hem die palliatieve zorgen te verstrekken.

De identiteit van de patiënt die de palliatieve zorgen nodig heeft, moet niet op het attest vermeld staan.

De RVA heeft een model van attest gemaakt dat de werknemer zelf kan invullen en dat hij kan laten invullen door de arts van de patiënt. In dat model staat alle informatie die wij nodig hebben om de aanvraag te kunnen behandelen. Aan de hand van dat ingevulde en ondertekende attest, kunt u gemakkelijk nagaan of de werknemer recht heeft op het tijdskrediet dat hij vraagt. De RVA kan zo ook controleren of hij recht heeft op de onderbrekingsuitkering.

De werknemer moet eerst met u overleggen of hij zijn aanvraag bij de RVA elektronisch of op papier zal indienen (zie infoblad E65) voordat de behandelend arts van de patiënt het attest invult.

  • Wanneer de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen elektronisch wordt overgemaakt aan de RVA, moet de werknemer het model van attest downloaden via de website van de RVA.

Opmerking! Dit attest is hetzelfde als het attest dat moet worden gebruikt voor het (thematisch) verlof voor palliatieve zorgen. De titel van het attest is: 'medisch attest – verlof voor palliatieve zorgen of tijdskrediet met motief zorg'.

  • Wanneer de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen met een papieren formulier wordt ingediend bij de RVA, moet het model van attest worden gebruikt dat in dat formulier zit. Dat formulier kan ook worden gedownload van de website van de RVA.

Opgelet! Het attest van de geneesheer is een absolute voorwaarde om het recht op tijdskrediet voor dit motief te krijgen. Dat betekent dat als de werknemer u dat attest niet bezorgt voor de overeengekomen aanvangsdatum, de volledige of gedeeltelijke onderbreking hem niet kan worden toegekend.

3. Zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid

De werknemer moet u laten weten dat hij gaat zorgen voor of medische bijstand gaat verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid. Hij moet daarbij preciseren welke band hij heeft met de zwaar zieke patiënt, te weten:

  • indien het een familielid of aanverwante familie is, om welk familielid het gaat (bv. vader, moeder, broer, zus, kind, vader van de echtgeno(o)t(e);
  • of het de vader, moeder of het kind is van zijn wettelijke partner is;
  • indien het een lid van zijn gezin is, zijn identiteit.

Ten laatste op het ogenblik waarop het tijdskrediet aanvangt, moet de werknemer u een attest van de behandelend geneesheer van de patiënt bezorgen, waaruit blijkt:

  • dat hij de ziekte als ernstig beschouwt;
  • en dat hij van mening is dat naast de eventuele professionele hulp die de patiënt geniet, de volledige of gedeeltelijke onderbreking van de prestaties van de werknemer om medische, sociale, familiale of morele/psychologische bijstand te verlenen aan de patiënt, nodig is voor het herstel van die laatste.

De RVA heeft een model van attest gemaakt dat de werknemer en de arts van de patiënt moeten invullen. In dat model staat alle informatie die wij nodig hebben om de aanvraag te kunnen behandelen.

Aan de hand van dat ingevulde en ondertekende attest, kunt u gemakkelijk nagaan of de werknemer recht heeft op het tijdskrediet dat hij vraagt. De RVA kan zo ook controleren of hij recht heeft op de onderbrekingsuitkering.

De werknemer moet eerst met u overleggen of hij zijn aanvraag bij de RVA elektronisch of op papier zal indienen (zie infoblad E65) voordat de behandelend arts van de patiënt het attest invult.

  • Wanneer de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen elektronisch wordt overgemaakt aan de RVA, moet de werknemer het model van attest downloaden via de website van de RVA.

Opmerking! Dit attest is hetzelfde als het attest dat moet worden gebruikt voor het (thematisch) verlof voor medische bijstand. De titel van het attest is: 'medisch attest 1 – verlof voor medische bijstand of tijdskrediet met motief zorg'.

  • Wanneer de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen met een papieren formulier wordt ingediend bij de RVA, moet het model van attest worden gebruikt dat in dat formulier zit. Dat formulier kan ook worden gedownload van de website van de RVA.

Opgelet! Het attest van de geneesheer is een absolute voorwaarde om het recht op tijdskrediet voor dit motief te krijgen. Dat betekent dat als de werknemer u dat attest niet bezorgt voor de overeengekomen aanvangsdatum, de volledige of gedeeltelijke onderbreking hem niet kan worden toegekend.

Dat attest moet u worden voorgelegd bij elke vraag om tijdskrediet voor dat motief, ook in geval van verlenging of latere hernieuwing voor dezelfde patiënt. De werknemer moet immers bij elke aanvraag het bewijs leveren dat de patiënt nog steeds zwaar ziek is en nog steeds bijstand nodig heeft voor zijn herstel.

Bovendien mag er, om een redelijke termijn te respecteren, niet meer dan 1 maand liggen tussen de datum van het door de behandelend geneesheer afgeleverde attest en de aanvangsdatum van het tijdskrediet voor dit motief. Dat geldt zowel voor een eerste aanvraag als voor een verlenging. Opdat de aanvragen kunnen worden behandeld volgens die regel, moet de behandelend geneesheer het attest verplicht van een datum voorzien, anders kan het tijdskrediet niet worden toegekend

Bijvoorbeeld: In geval van tijdskrediet voor dit motief met een aanvangsdatum of datum van verlenging op 05.07.2019, mag de behandelend geneesheer het attest ten vroegste op 04.06.2019 opstellen.

Indien de zwaar zieke patiënt geen familielid is, moet de werknemer u eveneens een gezinssamenstelling bezorgen waaruit blijkt dat betrokkene onder zijn dak woont.

4. Zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar

Ten laatste op het moment dat het tijdskrediet aanvangt, moet de werknemer u een attest bezorgen dat het volgende bewijst:

  • de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66% van zijn kind;
  • of een attest met de vermelding dat de aandoening waaraan het kind lijdt voor gevolg heeft dat het minstens 4 punten toegekend krijgt in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de reglementering op de kinderbijslag;
  • of een attest waarop vermeld staat dat de aandoening die het kind heeft aanleiding geeft tot de erkenning van minstens 9 punten in de drie pijlers samen van de medisch-sociale schaal, in de zin van reglementering over de kinderbijslag.

Indien u dat document nog niet bezit, moet de werknemer u eveneens een kopie bezorgen van de geboorteakte van het betrokken kind.

Indien het om een geadopteerd kind gaat, moet de werknemer u eveneens een attest bezorgen dat de adoptie bewijst, alsook een gezinssamenstelling waaruit blijkt dat het kind onder zijn dak woont.

5. Zorgen voor zijn minderjarig zwaar ziek kind of een minderjarig zwaar ziek kind dat deel uitmaakt van het gezin.

Ten laatste op het ogenblik waarop het tijdskrediet aanvangt, moet de werknemer u een attest van de behandelend geneesheer van het minderjarige kind bezorgen, waaruit blijkt:

  •  dat hij de ziekte waaraan het kind lijdt, als ernstig beschouwt;
  • en dat hij van mening is dat medische, sociale, familiale of mentale bijstand door de werknemer noodzakelijk is voor het herstel.

De RVA heeft een model van attest gemaakt dat de werknemer en de arts van het kind moeten invullen. In dat model staat alle informatie die wij nodig hebben om de aanvraag te kunnen behandelen. Aan de hand van dat ingevulde en ondertekende attest, kunt u gemakkelijk nagaan of de werknemer recht heeft op het tijdskrediet dat hij vraagt. De RVA kan zo ook controleren of hij recht heeft op de onderbrekingsuitkering.

De werknemer moet eerst met u overleggen of hij zijn aanvraag bij de RVA elektronisch of op papier zal indienen (zie infoblad E65) voordat de behandelend arts van het kind het attest invult.

  • Wanneer de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen elektronisch wordt overgemaakt aan de RVA, moet het model van attest worden gedownload via de website van de RVA.

Opmerking! Dit attest is hetzelfde als het attest dat moet worden gebruikt voor het (thematisch) verlof voor medische bijstand. De titel van het attest is: 'medisch attest 3 – Verlof voor medische bijstand of tijdskrediet met motief zwaar ziek minderjarig kind'.

  • Wanneer de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen met een papieren formulier wordt ingediend bij de RVA, moet het model van attest worden gebruikt dat in dat formulier zit. Dat formulier kan ook worden gedownload van de website van de RVA.

Indien het gaat om:

  • zijn kind, moet de werknemer u eveneens een kopie bezorgen van de geboorteakte (indien u die nog niet heeft);
  • een geadopteerd kind gaat, moet de werknemer u eveneens een attest bezorgen dat de adoptie bewijst, alsook een gezinssamenstelling waaruit blijkt dat het kind onder zijn dak woont.

Indien het niet om zijn kind gaat, maar om een kind dat deel uitmaakt van zijn gezin, moet de werknemer u zijn identiteit vermelden en u een gezinssamenstelling bezorgen waaruit duidelijk blijkt dat dat kind onder zijn dak woont.

6. Een erkende opleiding volgen

De werknemer moet u een attest van de opleidingsinstelling bezorgen dat, naargelang het geval, vermeldt dat hij geldig is ingeschreven voor:

  • een opleiding erkend door de (Vlaamse, Franse of Duitstalige) Gemeenschap van minstens 360 uur of 27 studiepunten per jaar of 120 uur of 9 studiepunten per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden;
  • onderwijs gegeven in een centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het bekomen van een diploma of attest van het secundair onderwijs, waarvan de limiet is vastgesteld op 300 lesuren per jaar of 100 lesuren per kwartaal of per ononderbroken periode van 3 maanden.

De RVA heeft een model van attest gemaakt dat de werknemer en de school of de onderwijsinstelling moeten invullen. In dat model staat alle informatie die wij nodig hebben om de aanvraag te kunnen behandelen.

De werknemer moet eerst met u overleggen of hij zijn aanvraag bij de RVA elektronisch of op papier zal indienen (zie infoblad E65) voordat de school of de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven het attest invult.

  • Wanneer de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen elektronisch wordt overgemaakt aan de RVA, moet het model attest inschrijving - opleiding worden gedownload via de website van de RVA.
  • Wanneer de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen met een papieren formulier wordt ingediend bij de RVA, gebruik je het model van attest dat in dat formulier zit. Dat formulier kan ook worden gedownload van de website van de RVA.

Bovendien zal hij u (en de RVA) op het einde van elk trimester binnen de 20 kalenderdagen een attest moeten bezorgen van regelmatige aanwezigheid op de opleiding. Voor de toepassing van deze bepaling:

  • mag de werknemer in de loop van het trimester niet meer dan 1/10 van de opleidingsduur ongewettigd afwezig zijn;
  • worden de dagen schoolvakantie tijdens de opleidingsperiode of na die periode, gelijkgesteld met dagen van regelmatige aanwezigheid.

Indien de werknemer een opleiding volgt in een instelling waar de aanwezigheid tijdens de lessen niet wordt gecontroleerd (Bv. universiteit, hogeschool, etc.), is het mogelijk dat de instelling weigert het attest van regelmatige aanwezigheid af te leveren. Om dat probleem op te lossen, zal de werknemer een attest moeten afleveren waarin vermeld staat dat de instelling de regelmatige aanwezigheid tijdens de opleiding niet controleert en dat hij tijdens het afgelopen trimester nog steeds geldig was ingeschreven bij de instelling.

Indien dat attest u niet wordt afgeleverd of indien het buiten de termijn van 20 kalenderdagen na het einde van het afgelopen trimester aankomt, verliest de werknemer het recht op tijdskrediet met motief 'een erkende opleiding volgen'.

Let op! Aangezien het attest van regelmatige aanwezigheid zowel vereist is om het recht op tijdskrediet binnen uw onderneming of vzw te behouden als om het recht op de onderbrekingsuitkeringen te behouden, moet de werknemer dat document ook bezorgen aan het RVA-kantoor dat zijn dossier behandelt, d.w.z. over het algemeen het RVA-kantoor dat bevoegd is voor zijn woonplaats. De termijn waarbinnen het attest moet worden bezorgd aan de RVA bedraagt ook 20 kalenderdagen na het einde van elk trimester.

Voor welke duur kan het tijdskrediet met motief toegekend?

De duur per aanvraag varieert in functie van het ingeroepen motief.  Verder kan ook de maximumduur variëren in functie van het motief.

Opmerking: Indien u uw loopbaan wenst te onderbreken met volledige maanden, dan moet u een periode aanvragen die loopt van datum tot de dag voor datum. Bijvoorbeeld: 3 maanden van 1 maart tot en met 31 mei (en niet tot 1 juni) of 10 maanden van 15 mei tot en met 14 maart van het jaar dat volgt (en niet tot 15 maart).

Duur per aanvraag

1. Zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar

  • In geval van voltijds of halftijds tijdskrediet is de minimumduur per aanvraag 3 maanden;
  • In geval van tijdskrediet 1/5 is de minimumduur per aanvraag 6 maanden.

De minimumduur van 3 maanden of van 6 maanden moet worden gerespecteerd bij elke aanvraag om tijdskrediet met dit motief, ook in geval van verlenging.

Voor de maximumduur, zie verder.

2. Palliatieve zorgen

Per patiënt die palliatieve zorgen nodig heeft, kan de werknemer slechts een periode van 1 maand bekomen, verlengbaar met 1 bijkomende maand.

Indien later andere personen terminaal zijn en palliatieve zorg nodig hebben, kan de werknemer opnieuw tijdskrediet met dit motief bekomen voor een duur van 1 maand per patiënt, verlengbaar met 1 maand, tot de maximumduur is bereikt (zie verder). 

3. Zorg voor een zwaar ziek gezins- of familielid

 De werknemer kan het tijdskrediet omwille van dit motief bekomen per periode van minimum 1 tot maximum 3 maanden per aanvraag.

Ongeacht of het om dezelfde of om een andere patiënt gaat, kan het tijdskrediet omwille van dit motief vernieuwd worden, al dan niet op ononderbroken wijze, tot de maximumduur bereikt wordt (zie verder).

4. Zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar

  • In geval van voltijds of halftijds tijdskrediet is de minimumduur per aanvraag 3 maanden;
  • In geval van tijdskrediet 1/5 is de minimumduur per aanvraag 6 maanden.

De minimumduur van 3 maanden of van 6 maanden moet worden gerespecteerd bij elke aanvraag om tijdskrediet met dit motief, ook in geval van verlenging.

Voor de maximumduur, zie verder.

5. Zorg verlenen aan zijn zwaar ziek minderjarig kind of aan een zwaar ziek minderjarig kind dat deel uitmaakt van het gezin

De werknemer kan het tijdskrediet omwille van dit motief bekomen per periode van minimum 1 tot maximum 3 maanden per aanvraag.

Het tijdskrediet omwille van dit motief kan al dan niet op ononderbroken  wijze verlengd worden, tot de maximumduur bereikt wordt (zie verder).

6. Een erkende opleiding volgen

  • In geval van voltijds of halftijds tijdskrediet is de minimumduur per aanvraag 3 maanden;
  • In geval van tijdskrediet 1/5 is de minimumduur per aanvraag 6 maanden.

De minimumduur van 3 maanden of van 6 maanden moet worden gerespecteerd bij elke aanvraag om tijdskrediet met dit motief, ook in geval van verlenging.

Bovendien moet de duur van de aanvraag beperkt zijn tot de duur van de opleiding.

Voorbeeld: indien de opleiding 9 maanden duurt, mag de werknemer het tijdskrediet met dit motief niet aanvragen voor meer dan 9 maanden.

Voor de maximumduur, zie verder.

Wat met het eventuele saldo?

Indien de werknemer het tijdskrediet aanvraagt omwille van verschillende motieven en indien het resterende saldo van de maximumduur lager is dan de minimumduur voorzien per aanvraag, kan dat saldo toch nog worden toegestaan.

Maximumduur

De werknemer beschikt over een maximumduur van tijdskrediet met motief over zijn hele loopbaan. Die duur wordt uitgedrukt in kalendermaanden. Dat betekent dat ze niet varieert in functie van de aangevraagde vorm van onderbreking (voltijds, halftijds of met 1/5).

Die duur bedraagt 51 maanden voor de motieven 'zorg', d.w.z. de motieven:

  • zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar;
  • palliatieve zorgen;
  • zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid;
  • zorgen voor zijn gehandicapte kind dat jonger is dan 21 jaar;
  • zorgen voor zijn minderjarig zwaar ziek kind of een minderjarig zwaar ziek kind dat deel uitmaakt van het gezin.

Voor het motief 'een erkende opleiding volgen', is de maximumduur beperkt tot 36 maanden.

Kan de maximumduur van de verschillende motieven worden samengeteld?

Nee. De maximumduur is immers voorzien voor de hele loopbaan, ongeacht het gevraagde motief.   Bijgevolg worden de maximumduur van 51 maanden voor de motieven 'zorg' en die van 36 maanden voor het motief 'een erkende opleiding volgen' niet samengeteld.

Bijvoorbeeld: De werknemer vraagt een tijdskrediet met motief 'zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar' gedurende 51 maanden.  Als hij nadien een aanvraag indient met als motief 'erkende opleiding', kunt u hem dat tijdskrediet niet voor 36 bijkomende maanden toekennen. 

Kan de maximumduur voor elk motief worden verkregen of worden vernieuwd?

Nee. Ongeacht het motief waarvoor het tijdskrediet wordt aangevraagd, kan het niet vernieuwd worden wanneer de maximumduur van 51 of 36 maanden is uitgeput.

Voorbeelden:

  • Indien de werknemer 2 kinderen heeft die jonger zijn dan 8 jaar, beschikt hij geen 2 keer over 51 maanden tijdskrediet met motief 'zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar';
  • Als de werknemer de 51 maanden tijdskrediet voor het motief 'zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar' heeft uitgeput, kunt u hem niet opnieuw 51 maanden tijdskrediet toekennen voor het motief 'zorgen voor een zwaar ziek minderjarig kind'.

Eventuele beperking van de maximumduur van het voltijdse of halftijdse tijdskrediet voor bepaalde motieven

Een van de verschillende toegangsvoorwaarden is de vereiste dat er een sectorale of ondernemings-cao is afgesloten om een voltijdse en/of halftijdse onderbreking te krijgen voor de volgende motieven van tijdskrediet:

  • 'zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar';
  • 'palliatieve zorgen';
  • 'Zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid';
  • 'Een erkende opleiding volgen'.

In geval van een aanvraag om voltijds of halftijds tijdskrediet voor en van die motieven, is de maximumduur waar de werknemer aanspraak kan op maken vastgelegd in de sectorale of ondernemings-cao die van toepassing is, zonder de 51 of 36 maanden, voorzien volgens de algemene regel, te overschrijden.

Bijgevolg kan de maximumduur in functie van de akkoorden afgesloten door de sociale partners in de toepasselijke cao minder bedragen dan 51 maanden voor de motieven 'zorg' of minder dan 36 maanden voor het motief 'erkende opleiding'.

Bijvoorbeeld: Uw onderneming of vzw hangt af van een sectoraal paritair comité dat een cao heeft afgesloten waarom voor die motieven een maximumduur van voltijds of halftijds tijdskrediet is voorzien van 24 maanden voor de werknemer die minder dan 5 jaar anciënniteit hebben en 36 maanden voor de werknemers die 5 jaar anciënniteit hebben of meer.  In dat geval kunnen uw werknemers geen 51 maanden voltijds of halftijds tijdskrediet krijgen voor de voormelde motieven, maar enkel de maximumduur voorzien in functie van hun anciënniteit.

Dat betekent dat voordat u een eerste periode of een vernieuwing van een voltijds of halftijds tijdskrediet toekent voor de voormelde motieven, u eerst moet nagaan of er daarover een collectieve arbeidsovereenkomst werd afgesloten en indien ja, of de maximumduur die erin is vastgelegd nog niet is bereikt.

Welke periodes moeten worden afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet met motief?

De periodes van tijdskrediet en loopbaanonderbreking die de werknemer in het verleden bekomen heeft, moeten worden afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet met motief. 

De periodes van thematisch verlof en de eerste 12 maanden voltijds equivalent van het tijdskrediet zonder motief of loopbaanonderbreking worden echter niet aangerekend op de maximumduur van het tijdskrediet met motief.

De periodes van tijdskrediet of loopbaanonderbreking verkregen zonder motief (bovenop de eerste 12 maanden voltijds equivalent die niet worden afgetrokken) worden proportioneel aangerekend, d.w.z. in voltijds equivalent.  De periodes verkregen in het kader van een tijdskrediet met motief worden echter aangerekend in kalendermaanden.

Voorbeeld 1:

De werknemer heeft al een tijdskrediet met 1/5 zonder motief gekregen van 01.01.2010 tot 31.12.2015 en hij heeft nog geen tijdskrediet met motief gekregen. 

De 60 maanden vermindering met een vijfde zonder motief komen overeen met 12 maanden voltijds.  Bijgevolg wordt die periode zonder motief niet afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet met motief waarop hij aanspraak kan maken.  In dat geval heeft de periode zonder motief dus geen invloed op de maximumduur van het tijdskrediet met motief.

Voorbeeld 2:

De werknemer heeft al 3 maanden ouderschapsverlof gekregen van 01.10.2008 tot 31.12.2008 + 12 maanden tijdskrediet zonder motief van 01.01.2009 tot 31.12.2009 + 60 maanden tijdskrediet met een vijfde zonder motief van 01.01.2010 tot 31.12.2015 + 12 maanden tijdskrediet met een vijfde met motief 'zorgen voor zijn kind(eren) jonger dan 8 jaar' van 01.01.2016 tot 31.12.2016.

De periode van 3 maanden ouderschapsverlof en de eerste periode van 12 maanden tijdskrediet zonder motief worden niet afgetrokken van de maximumduur van het tijdskrediet met motief.  De 60 maanden tijdskrediet met 1/5 zonder motief die nadien werden genomen moeten echter proportioneel worden afgetrokken, d.w.z. in maanden voltijds equivalent.  Bijgevolg moet er 12 maanden (60/5) worden aangerekend op de maximumduur van 51 of 36 maanden tijdskrediet met motief.  Van het resterende saldo van 39 of 24 maanden moeten nog 12 maanden tijdskrediet met 1/5 met motief worden afgetrokken, verkregen in de loop van 2016.  Aangezien het om een tijdskrediet met motief gaat, moet die periode worden aangerekend in kalendermaanden, ook al werd ze gevraagd in de vorm van een vermindering met een vijfde.  Bijgevolg beschikt de werknemer in geval van een aanvraag om tijdskrediet voor een van de motieven 'zorg' over een saldo van 27 maanden (39 - 12).  Als hij tijdskrediet met motief opleiding vraagt, bedraagt dat saldo 12 maanden (24 - 12).

Hoe weet u voor welke duur de werknemer tijdskrediet met motief kan nemen?

De RVA heeft een online toepassing ontwikkeld waarmee de werknemer kan zien voor welke duur hij recht heeft op tijdskrediet met motief en/of thematisch verlof.

Dat is de toepassing 'BreakatWork'. Ze is beschikbaar via pc, tablet of smartphone. Om zich aan te melden, kan de werknemer zijn elektronische identiteitskaart (eID) of de toepassing 'Itsme' gebruiken.

Als de werknemer in het verleden al onderbrekingsperiodes heeft genomen, berekent die toepassing het resterende saldo op basis van de gegevens waarover de RVA beschikt.

Nadat de werknemer de duur van de onderbreking heeft berekend die hij mag nemen, kan hij het attest tijdskrediet afdrukken dat hij bij zijn schriftelijke kennisgeving moet voegen (zie de procedure in het infoblad E65).

Mag u de aanvraag weigeren?

Indien u maximum 10 werknemers tewerkstelt.

U mag de aanvraag weigeren want in dit geval is het tijdskrediet geen recht.

Indien u meer dan 10 werknemers tewerkstelt.

Indien de toegangsvoorwaarden vervuld zijn, mag u de aanvraag niet weigeren want in dit geval is het tijdskrediet een recht.  Om de continuïteit van het werk te garanderen, is het recht op het tijdskrediet evenwel beperkt tot een quotum van gelijktijdige afwezigheden.

Los van het aantal werknemers in de onderneming,

  • kunnen bepaalde functies overigens worden uitgesloten van het recht op het tijdskrediet, door middel van een sectorale of ondernemings-cao;
  • kunt u, in geval van tijdskrediet met een vijfde of halftijds van een werknemer die deeltijds tewerkgesteld is in uw onderneming en ook deeltijds tewerkgesteld is bij een andere werkgever en van wie de globale tewerkstelling gelijk is aan een voltijdse voor de 1/5 vermindering en minstens 3/4 van een voltijdse tewerkstellijg voor een halftijdse vermindering, de aanvraag om vermindering van de prestaties weigeren en dat ongeacht of de verminderde prestaties enkel in uw onderneming werden gevraagd (voor een dag per week) of in de twee ondernemingen, want in dat geval gaat het niet om een recht.  

Voor meer informatie hierover, zie het infoblad E64. over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet.

Wat zijn de verschillen tussen de thematische verloven en het tijdskrediet met motief?

De thematische verloven (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof) zijn specifieke vormen van loopbaanonderbreking. De toegangsvoorwaarden voor de thematische verloven zijn anders dan die voor het tijdskrediet met motief.

  • Om het ouderschapsverlof te bekomen, moet de werknemer slechts 1 jaar anciënniteit hebben in de onderneming (in plaats van 2 voor het tijdskrediet met motief).  Bovendien kan het ouderschapsverlof bekomen worden voor een kind jonger  dan 12 jaar (in plaats van een kind jonger dan 8 jaar wanneer tijdskrediet wordt gevraagd om ervoor te zorgen). Om alle verschillen te kennen tussen het ouderschapsverlof en het tijdskrediet met motief 'zorgen voor zijn kind dat jonger is dan 8 jaar', kunt u de vergelijkende tabel  raadplegen in onze FAQ;
  • Om het verlof voor medische bijstand en/of het palliatief verlof te bekomen, is geen enkele anciënniteit vereist (in tegenstelling tot het tijdskrediet met motief, waarvoor 24 maanden anciënniteit in de onderneming nodig is). Om alle verschillen te kennen tussen het verlof voor medische bijstand en het tijdskrediet voor dat motief, kunt u de vergelijkende tabel raadplegen in onze FAQ.

 Daarnaast:

  • verschilt de duur van de thematische verloven van die van het tijdskrediet met motief;
  • vormen de thematische verloven individuele rechten (in tegenstelling tot het tijdskrediet, waarvan het recht in ondernemingen van meer dan 10 werknemers beperkt is tot een quotum van gelijktijdige afwezigheden, zie het infoblad E64  over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet);
  • zijn de aanvraagtermijnen van de thematische verloven korter dan die van het tijdskrediet (zie het infoblad E65  over de aanvraagprocedure);
  • zijn de uitkeringsbedragen van de thematische verloven hoger dan die voorzien in het kader van het tijdskrediet met motief (zie het infoblad E67 over de uitkeringen tijdskrediet).

Moet de werknemer eerst zijn recht op thematisch verlof hebben gebruikt voor hij een tijdskrediet met motief aanvraagt?

Nee. De werknemer mag vrij bepalen in welke volgorde hij gebruik wil maken van het thematisch verlof  en/of het tijdskrediet met motief.

Voorbeeld: een voltijdse werkneemster heeft een kind van 6,5 jaar.  Zij heeft vroeger nog nooit loopbaanonderbreking en/of tijdskrediet genomen en wenst haar prestaties te verminderen met een vijfde om voor haar kind te zorgen. Bijgevolg en op voorwaarde dat alle toegangsvoorwaarden vervuld zijn, kan zij eerst gedurende maximum 51 maanden tijdskrediet aanvragen met motief  'zorgen voor zijn kind jonger dan 8 jaar' en daarna 1/5 ouderschapsverlof vragen (voorzien voor kinderen jonger dan 12 jaar) gedurende de maximumperiode van 20 maanden;

Meer informatie over de thematische verloven?

  • Voor het ouderschapsverlof, zie het infoblad T19.
  • Voor het verlof voor medische bijstand, zie het infoblad T18.
  • Voor het palliatief verlof, zie het infoblad T20.
Top