Follow us on twitter

U bent hier

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening 

Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek of op de site : www.rva.be

Delen

Waarborgen voor de uitoefening van het recht op tijdskrediet

Infoblad

E69

Laatste update
19-07-2016

De sociale partners hebben een aantal garanties voorzien om de werknemer de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van zijn recht op tijdskrediet.

In dit infoblad vindt u de bepalingen hieromtrent, maar ook de modaliteiten van toepassing in geval van eventueel ontslag van de werknemer tijdens zijn tijdskrediet.

Werkhervatting na het tijdskrediet

Na zijn tijdskrediet (voltijds, deeltijds of 1/5-tijds) heeft de werknemer het recht zijn arbeidsplaats opnieuw in te nemen of, als dat niet mogelijk is, een werk te krijgen dat gelijkwaardig is met of gelijkaardig is aan het werk dat in zijn arbeidsovereenkomst is vastgelegd.

Bescherming tegen ontslag

Principe

Om de uitoefening van het recht op tijdskrediet te waarborgen, hebben de sociale partners voozien in een bescherming tegen ontslag.

Normaal gezien mag u de arbeidsovereenkomst niet eenzijdig ontbinden tijdens deze beschermde periode.

Duur van de bescherming

De bescherming gaat in op de dag waarop u van de werknemer de schriftelijke kennisgeving hebt ontvangen, waarin hij zijn wens kenbaar maakt om het tijdskrediet te bekomen.

Zij eindigt 3 maanden na de einddatum van het tijdskrediet.

Deze bescherming dekt ook de periode van eventueel uitstel van het recht op tijdskrediet, namelijk:

  • om ernstige interne of externe redenen;
  • in geval van uitoefening van een sleutelfunctie door een werknemer van 55 jaar of ouder die een 1/5-tijds tijdskrediet aanvraagt;
  • in geval van toepassing van het voorkeur- en planningsmechanisme van de afwezigheden als de drempel van de gelijktijdige afwezigheden is bereikt.

Gevallen waarin de bescherming niet van toepassing is

De bescherming is niet van toepassing als het ontslag gerechtvaardigd is door een dringende of voldoende reden.

Voor de toepassing van die maatregel:

  • wordt beschouwd als dringende reden in de zin van de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, elke zware fout die elke professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt (voorbeeld: diefstal met geweld ...);
  • wordt als voldoende reden beschouwd, een door de rechter van een arbeidsrechtbank als zodanig erkende reden waarvan de aard en de oorzaak vreemd zijn aan het tijdskrediet.

NB : het ontslag omwille van volledige werkloosheid met bedrijfstoeslag (dit wil zeggen het vroegere conventionele brugpensioen) wordt beschouwd als een voldoende reden.

Vergoeding verschuldigd aan de werknemer in geval van ontslag tijdens de beschermingsperiode

Als u de werknemer tijdens de beschermingsperiode ontslaat om een andere dan een dwingende of een voldoende reden, moet u hem een forfaitaire vergoeding betalen gelijk aan 6 maanden loon, bovenop zijn opzeggingsvergoeding.

Deze forfaitaire vergoeding van 6 maanden loon mag niet worden gecumuleerd met:

  • de vergoeding wegens ongerechtvaardigd ontslag;
  • de bijzondere ontslagvergoeding tijdens de beschermde moederschapsperiode;
  • de vergoeding verschuldigd in geval van bijzonder ontslag van de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid en hygiëne en verfraaiing van de werkplaatsen, alsook voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden;
  • de vergoeding verschuldigd in geval van het ontslag van een vakbondsafgevaardigde.

Procedure gevolgd in geval van betwisting

In geval van betwisting ingevolge een ontslag tijdens de beschermingsperiode zijn de arbeidsrechtbanken bevoegd.

Indien het geval zich voordoet en indien de rechter oordeelt dat het ontslag niet gerechtvaardigd is door een dwingende reden of door een reden waarvan de aard en de oorzaak niet vreemd zijn aan het tijdskrediet, kan hij u veroordelen tot het betalen van een forfaitaire vergoeding van 6 maanden loon.

Modaliteiten van toepassing in geval van ontslag

Los van de bescherming en van de eventuele betaling van de forfaitaire vergoeding gelijk aan 6 maanden loon, kunt u als u de werknemer tijdens het tijdskrediet ontslaat, hem ofwel een opzeggingstermijn betekenen, ofwel de arbeidsovereenkomst verbreken met onmiddellijke ingang, mits betaling van een verbrekingsvergoeding.

Betekening van een opzeggingstermijn

In geval van voltijds tijdskrediet

De opzeggingstermijn heeft pas uitwerking na afloop van de schorsing van de prestaties.

Bijgevolg loopt het voltijds tijdskrediet verder tot de einddatum ervan en tijdens die periode betaalt de RVA de werknemer de wettelijke voorziene onderbrekingsuitkeringen verder.

In geval van halftijds of 1/5-tijds tijdskrediet

De opzeggingstermijn heeft uitwerking vanaf de betekening ervan.

Bijgevolg presteert de werknemer de opzeggingstermijn deeltijds, dit wil zeggen halftijds of 4/5-tijds, naargelang het geval. Dat betekent dat de werknemer tijdens deze opzeggingstermijn recht heeft op zijn loon op basis van zijn deeltijdse prestaties en dat de RVA hem de onderbrekingsuitkeringen verder blijft uitbetalen volgens de breuk waarmee hij zijn prestaties vermindert.

Compenserende opzeggingsvergoeding

Als het ontslag wordt gegeven zonder dat een opzeggingstermijn betekend wordt of als de opzeggingstermijn ontoereikend is, wordt de arbeidsovereenkomst onmiddellijk verbroken.

In dat geval moet u de werknemer een compenserende opzeggingsvergoeding betalen gedurende een periode die ofwel gelijk is aan de duur van de opzeggingstermijn die had moeten betekend worden, ofwel gelijk aan het verschil tussen de betekende termijn en de verschuldigde termijn.

De compenserende opzeggingsvergoeding wordt berekend op basis van het loon dat aan de werknemer verschuldigd zou zijn geweest als hij zijn opzeggingstermijn had gepresteerd. Dat betekent dat bij een halftijds of een 1/5-tijds tijdskrediet de vergoeding wordt toegekend op basis van het deeltijdse loon als gevolg van de verminderde prestaties.

Aangezien de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang wordt verbroken, houdt het tijdskrediet op en worden de uitkeringen van de RVA aan de werknemer dus niet meer betaald vanaf de datum van die verbreking.

Recht op werkloosheidsuitkeringen

Na de periode gedekt door de opzeggingstermijn of de compenserende opzeggingsvergoeding heeft de werknemer recht op werkloosheidsuitkeringen, berekend op basis van het loon waarop hij recht had gehad als hij geen tijdskrediet had aangevraagd.

Top