U bent hier

Het financieel beheer van de RVA

De jaarlijkse begroting van de RVA bestaat uit een opdrachtenbegroting en een beheersbegroting.

  • De opdrachtenbegroting bevat de ontvangsten en uitgaven betreffende de wettelijke opdrachten van de instelling. Die kredieten zijn voornamelijk niet-limitatief, dat wil zeggen dat ze betrekking hebben op onze opdrachten, met andere woorden de verplichte uitgaven.
  • De beheersbegroting bevat de kredieten die betrekking hebben op de werking van de instelling. Die kredieten zijn allemaal limitatief, op enkele uitzonderingen na. De beheersbegroting is opgedeeld in drie grote rubrieken: personeelsuitgaven, werkingsuitgaven (gewone en informatica-uitgaven) en investeringsuitgaven (informatica, roerende en onroerende goederen).

Beheersbegroting

Het strikte beheer van de beheersbegroting die werd toegekend, heeft de RVA in staat gesteld substantiële besparingen door te voeren. Zo heeft de Rijksdienst 48,25 miljoen EUR bespaard op de beheersbegroting die in 2020 werd toegekend.

In 2020 gebruikten de RVA en het FSO 83,27% van de beheersbegroting
Totaal = RVA + FSO Enveloppe 2020 Uitgaven Verschil % van de uitgaven in vergelijking met de RVA-begroting % van de uitgaven in vergelijking met de TOTALE OISZ-begroting
Personeel 206.330.000 186.592.988 19.737.012 90,43% 93,85%
Gewone werking 22.294.371 15.874.334 6.420.037 71,20% 80,05%
Informaticawerking instelling 12.257.496 10.632.882 1.624.614 86,75% 85,23%
Informaticawerking SMALS 23.083.733 15.566.499 7.517.234 67,43% 92,25%
Informatica-investering 1.632.400 1.470.885 161.515 90,11% 64,49%
Investering roerende goederen 1.296.113 628.264 667.849 48,47% 39,64%
Investering onroerende goederen 21.509.887 9.387.269 12.122.618 43,64% 67,69%
Totaal 288.404.000 240.153.121 48.250.879 83,27% 88,38%

Overigens wordt er een maandelijkse monitoring gerealiseerd door het College van OISZ, de regeringscommissaris van de minister van Begroting en de FOD BOSA. 

Focus op de werkingsuitgaven van de RVA over de laatste 3 jaar

De onderstaande tabel bevat de cijfers van de beheersbegroting van de laatste 3 jaar (x 1000 EUR)
  2018 2019 2020 Verschil
2018-2020
Verschil
2019-2020
1. Personeelsuitgaven 177.893 179.897 186.311 4,73% 3,57%
2. Verbruikskosten 39.250 43.222 36.857 -6,10% -14,73%
kosten van lokalen 6.456 6.478 5.737 -11,14% -11,44%
informatiseringskosten 26.927 30.200 26.199 -2,70% -13,25%
bureaukosten en andere 5.867 6.544 4.921 -16,12% -24,80%
3. Investeringskosten 8.511 6.123 11.487 34,97% 87,60%
gebouwen 3.348 3.702 9.387 180,38% 153,57%
meubilair, materieel, machines 569 806 628 10,37% -22,08%
informatica 4.594 1.615 1.471 -67,98% -8,92%
TOTAAL 225.654 229.242 234.655 3,99% 2,36%

Werkingsuitgaven 2020 - in duizend EUR

1.  Personeelsuitgaven

De personeelsuitgaven vertegenwoordigen 77,70% van de totale uitgaven voor het jaar 2020.

In die periode werden de personeelsuitgaven sterk beïnvloed door verschillende factoren:

  • de budgettaire beperkingen die de Rijksdienst, als ook andere openbare instellingen de voorbije jaren opgelegd kreeg, verplichten ons om een zeer strikt aanwervingsbeleid te voeren.
  • tussen december 2018 en december 2020 nam het personeelsbestand van de RVA toe met 4,52%, zijnde 123 personen. Deze stijging is enerzijds te wijten aan de aanwervingen als vervanging van natuurlijke afvloeiingen en anderzijds door de bijkomende personeelsleden aangeworven in het kader van corona om het gestegen werkvolume te kunnen opvangen en de dienstverlening te kunnen blijven verzekeren.

2.  Verbruikskosten

De belangrijkste posten zijn, in dit geval, de informatiseringskosten en de kosten voor gebouwen (huur van gebouwen, energiekosten) die respectievelijk 11,16% en 2,44% van de totale beheersbegroting uitmaken.

Die uitgaven werden in 2020 sterk beïnvloed door de coronamaatregelen waardoor deze daalden ten opzichte van 2019. De grootste uitgaven omvatten:

  • de modernisering op vlak van informatica infrastructuur;
  • het onderhoud van gebouwen en energiekosten.

3.  Investeringsuitgaven

Het aandeel van de investeringsuitgaven in de totale beheersuitgaven bedraagt 4,78% in 2020. Deze post kan naar boven of beneden evolueren, afhankelijk van de realisaties van de investeringen in gebouwen, meubels en informatica. In 2020 kende vooral de investering in gebouwen een stijging door de aankoop van een terrein en de oprichting van gebouwen.

Werkingsuitgaven 2020 - in duizend EUR

Opdrachtenbegroting

Evolutie van de belangrijkste niet-overgedragen uitgaveposten voor sociale prestaties in lopende prijzen (in miljoen EUR) - zonder achterstallige betalingen

Evolutie van de belangrijkste niet-overgedragen uitgaveposten voor sociale prestaties in lopende prijzen (in miljoen EUR)

Het totaal van uitgaven voor sociale prestaties van de RVA bedroeg in 2020 10,9 miljard EUR. Een vergelijking met de begroting gemaakt in 2019, die rekening hield met andere demografische en conjuncturele invloeden in 2020 (zoals bv. de Brexit) maar nog niet met de coronacrisis, leert dat de coronacrisis resulteerde in een meeruitgave van 4,7 miljard EUR. De grootste meeruitgave situeert zich in het stelsel van de tijdelijke werkloosheid, waarvoor we een meeruitgave van 4,0 miljard EUR noteren. De uitgaven aan tijdelijke werkloosheidsuitkeringen bedroegen meer dan het tienvoudige van het geraamde bedrag indien de coronacrisis niet had toegeslagen. 16,8% van deze meerkost is te wijten aan de specifieke hierboven beschreven maatregelen, waarmee het beleid extra ondersteuning biedt aan wie door deze uitzonderlijke tijden wordt getroffen.

Uitgedrukt als percentage t.o.v. het bbp bedragen de uitgaven voor sociale prestaties 2,61%, d.i. een meeruitgave van 1,12 procent van het bbp. Ondanks de veel grotere omvang van de coronacrisis, liggen de uitgaven voor de RVA-stelsels als aandeel van het bbp verhoudingsgewijs niet veel hoger dan het geval was in de jaren van de bankencrisis.

Een RVA-kantoor zoeken

Top