Follow us on twitter

U bent hier

Trimestriële indicatoren van de arbeidsmarkt - Situatie op 30 september 2019

Daling van de vergoede werkloosheid in het 1e trimester van 2019

Daling van het aantal werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (1)

Voor het 21trimester op rij daalt het aantal werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (UVW WZ): gemiddeld waren er 329.464 in het 3trimester van 2019. De daling ten opzichte van het 2trimester van 2018 bedraagt 5,0% ( 17.353 eenheden).

Voor de interpretatie van de statistieken is het van belang om een aantal reglementaire wijzigingen in gedachten te houden, met name:

  • De beperking van het recht op inschakelingsuitkeringen:
    Volgens voorlopige cijfers verloren in T3 2019 1.259 werklozen het recht op inschakelingsuitkeringen. Een aantal onder hen is echter uitgestroomd uit de werkloosheid omwille van andere redenen, zoals bv. een werkhervatting. In de loop van de 4 laatste trimesters werd het recht op inschakelingsuitkeringen voor 4.167 eenheden beëindigd.
  • Het optrekken van de leeftijdsvereiste voor een vrijstelling van IWZ:
    Sinds 1 januari 2015 werden de mogelijkheden om die vrijstelling aan te vragen ingeperkt voor de nieuwe intreders van 60 jaar of ouder. In 2017 werd de minimumleeftijd voor het verkrijgen van de vrijstelling opgetrokken van 61 tot 62 jaar, in 2018 van 62 tot 63 jaar en in 2019 van 63 tot 64 jaar. In vergelijking met het 3e trimester van 2018 is het aantal UVW-WZ van 60 jaar en ouder op die manier gestegen met 7.536 eenheden (+21,3%). In die leeftijdsklasse van 60 jaar en ouder noteren we niettemin, en voor dezelfde reden, een daling van 8.964 eenheden bij de niet-werkzoekende uitkeringsgerechtigde volledig werklozen (zie verder). Het betreft dus geen verhoging van het aantal werklozen in die leeftijdsklasse, maar een verschuiving tussen categorieën.

De hierna volgende vaststellingen dienen dan ook in het licht van deze reglementaire wijzigingen te worden geïnterpreteerd.

Grafiek: variatie van het aantal UVW-WZ op jaarbasis

T3 2018=-7,0% T4 2018=-7,3% T1 2019=-6,0% T2 2019=-6,3% T43 2019=-5,0%

Tussen het 3trimester van 2018 en het 3trimester van 2019 noteren we:

  • een daling van het aantal UVW-WZ in elk van de drie gewesten: -6,5% in het Vlaams, -5,0% in het Waals en -1,7% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Voor T3 2019 noteren we 130.386 UVW-WZ in het Vlaams, 134.265 in het Waals en 64.814 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • een daling van 3,9% bij de mannelijke en van 6,3% bij de vrouwelijke UVW WZ;
  • een daling van 7,2% bij UVW-WZ jonger dan 25 jaar, van 6,4% in de leeftijdsklasse van 25-49 jaar en van 11,9% in de leeftijdsklasse van 50-59 jaar en een stijging van 21,3% in de leeftijdsklasse van 60 jaar en ouder ingevolge  de eerder genoemde optrekking van de leeftijdsgrens voor het aanvragen van een vrijstelling van IWZ.

De recentste geharmoniseerde werkloosheidsgraad, die wordt gepubliceerd door Eurostat, bedraagt 5,5% in België tegenover gemiddeld 6,3% voor de Europese Unie (EU-28) en 7,6% voor de Eurozone.

Het aantal niet-werkzoekende werklozen daalt verder

Het aantal niet-werkzoekende werklozen blijft afnemen ( 33,5%). Ook die daling is grotendeels toe te schrijven aan de hoger genoemde reglementaire wijzigingen m.b.t. de leeftijdsgrens voor het aanvragen van een vrijstelling van IWZ, evenals aan de opeenvolgende beperkingen aangebracht aan het stelsel van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) (meer bepaald het optrekken van de leeftijds- en loopbaanvereisten). Verder speelt ook het effect van de uitstroom van de ‘babyboom-generatie’ naar het pensioen.

Sinds 01/01/2019 kunnen de werklozen met bedrijfstoeslag (SWT) eveneens opteren voor het stelsel van vervroegd pensioen vóór 65 jaar (sindsdien hebben 7.510 personen van die mogelijkheid gebruik gemaakt).

Bij de vrijgestelde oudere werklozen bedraagt die daling 50,6%, t.t.z. 9.164 eenheden, waarvan 8.964 werklozen van 60 jaar en ouder. De daling bedraagt 30,7% bij de SWT’ers met vrijstelling van inschrijving als werkzoekende: tussen T3 2018 en T3 2019 is hun aantal gedaald van 64.281 naar 44.562 (-19.720).

Onder invloed van de verschillende hierboven aangehaalde factoren bedraagt de totale vergoede werkloosheid (werkzoekenden en niet-werkzoekenden met inbegrip van de werkloosheid met bedrijfstoeslag) in T3 2019 388.092 eenheden, d.i. een daling met 10,8% op jaarbasis. Ten opzichte van hun aantal in precrisisjaar 2007 (T3) noteren we een daling met 44,2%.

Daling van de tijdelijke werkloosheid

De tijdelijke werkloosheid betrof gemiddeld 69.838 betalingen, wat overeenkomt met 12.807 budgettaire eenheden (+/- voltijdse equivalenten). Daarmee daalt de tijdelijke werkloosheid in budgettaire eenheden in T3 2019 met 0,2% op jaarbasis.

 Het aantal dagen tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen, die beter de evolutie van de conjunctuur weergeeft, is gestegen met 3,2% op jaarbasis. Het is desalniettemin, 2018 uitgezonderd, het laagste cijfer sinds 2007. Het aantal dagen tijdelijke werkloosheid omwille van slecht weer is gedaald met 2,0% op jaarbasis. Ook de tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht laat een daling noteren met 0,2% op jaarbasis.

Afname van het aantal betalingen in het kader van IGU

Het totale aantal betalingen in het kader van de inkomensgarantie-uitkering (IGU) voor deeltijds werkenden laat een daling van 7,6% op jaarbasis noteren. Deze tendens laat zich verklaren door de combinatie van het effect van enerzijds een aantal reglementaire wijzigingen ingevoerd in 2015 m.b.t. de berekeningswijze en toekenningsvoorwaarden van het IGU en anderzijds van de daling van het aantal UVW (wat een daling impliceert van het werklozenbestand dat in dit stelsel kunnen intreden).

Daling van het aantal betalingen in het kader van de tewerkstellingsmaatregelen

In T3 2019 bedraagt de daling 8,6% voor de werk- en activeringsmaatregelen en er is een stijging van 1,2% voor de vrijstellingen.

De evoluties in het kader van de tewerkstellingsmaatregelen worden echter beïnvloed door de bevoegdheidsoverdracht naar de gewesten. (2) In T3 2019 blijft de RVA evenwel verantwoordelijk voor het uitvoeren van de betalingen voor bepaalde overgedragen tewerkstellingsmaatregelen.

Daling van het aantal uitkeringstrekkers in loopbaanonderbreking en tijdskrediet en een  stijging van het thematisch verlof

In het 3trimester van 2019 stellen we op jaarbasis een daling vast van 1,7% van het totale aantal uitkeringstrekkers in loopbaanonderbreking, tijdskrediet of thematisch verlof (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en verlof voor palliatieve zorgen).

Ook het aantal betalingen voor werknemers die hun loopbaan onderbreken in het kader van een tijdskrediet neemt af met 3,8% op jaarbasis.

Evenzo, en dit voor het 11trimester op rij, stellen we op jaarbasis een daling vast van het aantal betalingen in het kader van de gewone loopbaanonderbreking. In T3 2019 bedraagt die daling 9,1%. Deze daling is deels het gevolg van het feit dat de Vlaamse regering deze bevoegdheid sinds 2 september 2016 heeft overgenomen. Daardoor zijn er sindsdien geen nieuwe gevallen van loopbaanonderbreking meer in dat gewest.

De betalingen voor thematische verloven laten een stijging noteren van 5,9%.

Sinds 1 juni 2019 werd ook het 1/10 ouderschapsverlof mogelijk. Die ging vooral van start bij het begin van het nieuwe schooljaar met 2.652 betalingen voor de maand september.

Op te volgen indicatoren

Nog steeds in vergelijking met het 3trimester van 2018, daalde het totale aantal uitkeringsgerechtigden in het kader van de voornaamste opdrachten van de RVA met 6,2%.

De belangrijkste indicatoren voor de arbeidsmarkt blijven een positieve tendens tonen: de evolutie van de economische groei op trimestriële basis is positief sinds 26 trimesters. De jongerenwerkloosheid neemt af, net zoals, de werkloosheid van korte duur en de volledige werkloosheid in het algemeen.

Niettemin zien we een vermindering van de uitzendarbeid. De tijdelijke werkloosheid om economische redenen stijgt daarentegen opnieuw, net zoals het aantal faillissementen (zelfs indien een deel ervan verklaard kan worden door de uitbreiding van de faillissementsprocedure naar de ondernemingen van de non-profitsector als gevolg van de hervorming van het faillissementsrecht en de gerechtelijke reorganisatie, die in werking is getreden op 1 mei 2018). Die evolutie moet de komende kwartalen worden opgevolgd.

-------------------------------

(1) Als federale instelling bevoegd voor de werkloosheidsverzekering publiceert de RVA statistieken over de vergoede werklozen. De statistieken gepubliceerd in de brochure ‘Trimestriële indicatoren van de arbeidsmarkt’ zijn gebaseerd op betalingen van werkloosheidsuitkeringen die uitgevoerd werden in de loop van het trimester.

(2) De RVA heeft een aparte publicatie voorzien om de specifieke aard, impact en timing van de diverse overdrachten gedetailleerder in kaart te brengen, cf. de Spotlight ‘Tewerkstellings- en opleidingsmaatregelen onderhevig aan de Zesde Staatshervorming’ – augustus 2017. In maart 2019 werd een update versie gepubliceerd op de RVA-website om de situatie begin 2019 toe te lichten.

Een RVA-kantoor zoeken

Top