Bronnen

Uitstroom einde recht

De programmawet van 18 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 juli 2025, hertekent de werkloosheidsverzekering grondig door een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkering. De nieuwe regelgeving gaat in voor nieuwe uitkeringsaanvragen vanaf 1 maart 2026. Personen die reeds werkloos zijn, kennen vanaf 1 juli 2025 een overgangsperiode die uiterlijk eindigt op 30 juni 2030.

De statistieken betreffende de uitstroom einde recht betreffen (voorlopig) enkel de werklozen die als gevolg van de overgangsmaatregelen in de Programmawet hun werkloosheidsuitkering verliezen. Meer informatie hierover vindt u hier.

Omdat de RVA zich voor zijn statistieken steeds baseert op betaalgegevens, wordt de uitstroom einde recht in refertemaand X als volgt gedefinieerd:

  • alle personen die in maand X-1 nog een werkloosheidsuitkering hadden, en in maand X niet meer

EN

  • de datum waarop het recht vervalt – hierna “datum einde recht” genoemd – situeert zich ten vroegste op de 2de dag van maand X-1, en ten laatste op de laatste dag van maand X.

 

Enkele voorbeelden:

Voorbeeld

Geteld als uitstroom
 einde recht in januari 2026?

Waarom (niet)?

Persoon ontvangt in refertemaand december 2025 een uitkering, maar niet in januari 2026; De datum einde recht is 01/01/2026

Ja

Voorwaarden zijn vervuld

Persoon ontvangt in refertemaand december 2025 een uitkering, maar niet in januari 2026; De datum einde recht is 10/01/2026

Ja

Voorwaarden zijn vervuld

Persoon ontvangt in refertemaand december 2025 een uitkering, maar niet in  januari 2026 ; De datum einde recht is 01/03/2026

Nee

De datum einde recht valt in maart 2026. Persoon wordt geteld als natuurlijke uitstroom in januari 2026, maar niet als uitstroom einde recht.

Persoon ontvangt in refertemaand december 2025 een uitkering, en ook in januari 2026, maar niet in februari 2026; De datum einde recht is 25/01/2026

Nee

Krijgt nog uitkering in januari 2026; zal geteld worden als uitstroom einde recht in februari 2026

Nog enkele opmerkingen:

1. Voor de werklozen die onder de overgangsmaatregelen van de beperking in de tijd vallen, werd de (vroegst mogelijke) datum einde recht in de eerste plaats bepaald in functie van de basis van toelaatbaarheid (arbeid of studies).

Voor werklozen met een inschakelingsuitkering (dit zijn de werklozen toegelaten na studies) bestond reeds een beperking in de tijd. De nieuwe regelgeving is echter strenger, en voorziet nog in een maximale duur van 1 jaar. Zij die volgens de oude reglementering nog recht hadden op een uitkering na 31.12.2025, verloren als gevolg van de overgangsmaatregelen hun uitkering ten vroegste op 1 januari 2026 indien hun 1ste uitkeringsaanvraag dateert van vóór 1 januari 2025.

Voor werklozen die toegelaten werden op basis van arbeidsprestaties varieert de datum einde recht in de eerste plaats in functie van de periode volgens dewelke zij vergoed werden op datum van 30 juni 2025, of op de datum waarop zij (opnieuw) toegelaten werden tot de werkloosheidsverzekering tijdens de periode 1 juli 2025 – 28 februari 2026. Immers, de werkloosheidsuitkering neemt af naarmate men langer werkloos is. In de oude werkloosheidsreglementering onderscheidde men voor de werklozen die toegelaten werden op basis van arbeidsprestaties volgende vergoedingsperiodes:

  • Eerste vergoedingsperiode: 1ste jaar
  • Tweede vergoedingsperiode: na 1 jaar, minimaal 2 maanden, maximaal 36 maanden (duur van de 2de periode is afhankelijk van het beroepsverleden van de werkloze)
  • Derde vergoedingsperiode: na uitputting van de 2de periode, onbeperkt (forfaitair bedrag)

De beperking in de tijd werd gefaseerd ingevoerd voor verschillende groepen werklozen die onder de overgangsmaatregelen vallen. Dat zijn de zogenaamde golven. Afhankelijk van de basis van toelaatbaarheid (arbeid of studies), en de vergoedingsperiode, situeert de datum einde recht zich ten vroegste op / in:

1 januari 2026

Inschakelingsuitkeringen (golf 1)

1 januari 2026

3de vergoedingsperiode, met meer dan 20 jaar volledige werkloosheid tijdens de loopbaan (golf 1)

1 maart 2026

3de vergoedingsperiode, 8 tot 20 jaar volledige werkloosheid tijdens de loopbaan (golf 2)

1 april 2026

3de vergoedingsperiode, < 8 jaar volledige werkloosheid tijdens de loopbaan (golf 3)

1 juli 2026

2de vergoedingsperiode (golf 4)

1 juli 2026 – 30 juni 2027

1ste vergoedingsperiode, bewijst < 5 jaar beroepsverleden (golf 5)

1 juli 2027

1ste vergoedingsperiode, bewijst minstens 5 jaar beroepsverleden (golf 5)

2. We spreken steeds over het feit dat de datum einde recht zich ‘ten vroegste’ situeert op een bepaalde datum. Dat komt omdat er zich steeds gebeurtenissen kunnen voordoen die  kunnen leiden tot verlenging of uitbreiding van het recht (opleidingen, tewerkstellingen,..), waardoor de datum einde recht kan opschuiven (tot uiterlijk 30 juni 2030).

3. Omdat de RVA zich baseert op de betaalgegevens, en omdat de uitstroom einde recht wordt bepaald op basis van refertemaanden (en niet op basis van indieningsmaanden, zoals de gebruikelijke RVA-statistieken), zijn de gegevens van de uitstroom einde recht in maand X pas beschikbaar tegen het begin van de maand X+3.

Voor meer informatie over de overgangsmaatregelen, kunt u de video’s raadplegen: Hervorming van de werkloosheidsverzekering