Welke gevolgen kan een werkverlating zonder geldige reden hebben voor uw recht op uitkeringen?

T175

Laatste update : 1.03.2026

Wat verstaat men onder een werkverlating?

Er is sprake van werkverlating wanneer:

  • u zelf het initiatief neemt om uw werk te beëindigen:
    • hetzij door ontslag te nemen;
    • hetzij door zonder geldige reden afwezig te blijven op het werk;
  • u in onderling akkoord met uw werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt.

Wat verstaat men onder een geldige reden?

De regelgeving definieert dit begrip niet expliciet. De geldigheid van de reden wordt onder meer beoordeeld in functie van het passend karakter van de betrekking, waarvan de criteria in de regelgeving zijn vastgelegd.

Indien u overweegt uw werk te verlaten wordt steeds aangeraden vooraf advies te vragen aan uw werkloosheidsbureau

Lees voor meer informatie hierover het infoblad T91 “Ruling: Kan u vooraf informatie inwinnen omtrent de beslissing die de RVA zal nemen?”

Wat riskeert u?

Indien u uw werk zonder geldige reden verlaat, kunt u een waarschuwing krijgen of worden uitgesloten van het recht op uitkeringen gedurende minstens 4 weken en maximaal 52 weken. Een deel of het geheel van deze periode kan met uitstel worden opgelegd. Het recht op uitkeringen blijft behouden tijdens de periode van uitstel.

Indien u uw werk verlaat om een andere betrekking op te nemen, hebt u bovendien gedurende 4 weken vanaf de werkhervatting geen recht op uitkeringen, behalve in geval van tijdelijke werkloosheid of indien u deze nieuwe betrekking verliest wegens overmacht.

U kunt voor onbepaalde duur worden uitgesloten van het recht op uitkeringen:

  • als u uw werk zonder geldige reden hebt verlaten met de uitdrukkelijke bedoeling om uitkeringen aan te vragen en werkloos te blijven;
  • als er sprake is van herhaling. U hebt uw werk zonder geldige reden verlaten binnen de 12 maanden na een eerder feit van vrijwillige werkloosheid (werkverlating, werkweigering, …) waarvoor u een beslissing tot uitsluiting hebt ontvangen.

Indien u voor onbepaalde duur wordt uitgesloten, moet u opnieuw een aantal arbeidsdagen of gelijkgestelde dagen bewijzen om opnieuw te worden toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen.

Lees voor meer informatie hierover het infoblad T200 “Hebt u recht op werkloosheidsuitkeringen na een tewerkstelling – situatie vanaf 01.03.2026?”.

Uitzonderingen

Er is geen uitsluiting:

  • indien u uw werk verlaat om uw kind op te voeden gedurende minstens 6 maanden vóór het indienen van een aanvraag om uitkeringen én u bewijst dat uw vorige werkgever niet bereid is u opnieuw tewerk te stellen;
  • indien u uw werk verlaat om een zelfstandige activiteit uit te oefenen gedurende minstens 6 maanden vóór het indienen van een aanvraag om uitkeringen én u bewijst dat uw vorige werkgever niet bereid is u opnieuw tewerk te stellen;
  • indien u uw werk verlaat en vervolgens minstens 13 weken werkt vóór u een aanvraag om uitkeringen indient.

Bent u uitgesloten na een werkverlating en wenst u gebruik te maken van het “recht op doorstart”?

Wat is het “recht op doorstart”?

Indien u voor een bepaalde duur werd uitgesloten naar aanleiding van een werkverlating, kunt u vragen om die uitsluiting te laten vervangen door een recht op werkloosheidsuitkeringen dat beperkt is tot maximaal 6 maanden.

Welke voorwaarden moet u vervullen?

Om gebruik te kunnen maken van het “recht op doorstart”, moet u gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen: :

  • De werkverlating moet hebben plaatsgevonden na 28.02.2026;
  • De uitsluiting die u wenst te vervangen, moet van bepaalde duur zijn. U kunt geen gebruik maken van het recht op doorstart indien u voor onbepaalde duur werd uitgesloten omdat u werkloos bent geworden na werkverlating met de bedoeling uitkeringen aan te vragen, of indien er sprake is van herhaling;
  • U moet op het ogenblik van de werkverlating een beroepsverleden van minstens 3.120 arbeidsdagen of gelijkgestelde dagen (ongeveer 10 jaar) bewijzen ;
  • U hebt in het verleden nog nooit gebruik gemaakt van het “recht op doorstart”.

Hoe vraagt u het “recht op doorstart” aan?

Uw aanvraag moet gebeuren via het formulier C109 – Doorstart, in te dienen bij uw uitbetalingsinstelling (HVW, ACLVB, ACV of ABVV).

Dit formulier moet binnen de 30 dagen vanaf de dag volgend op de kennisgeving van de administratieve beslissing tot uitsluiting toekomen bij het werkloosheidsbureau van de RVA.

Opgelet: deze aanvraag is definitief. Dit betekent dat u zich niet kunt bedenken en alsnog kunt vragen om de uitsluiting van bepaalde duur toe te passen.

Hoe lang hebt u recht op uitkeringen?

Indien u aan alle voorwaarden voldoet, hebt u recht op werkloosheidsuitkeringen gedurende maximaal 6 maanden.

Deze periode kan echter nooit langer zijn dan de duur van het recht op uitkeringen die u zou hebben gehad indien u geen gebruik had gemaakt van het “recht op doorstart”.

Kan de periode van 6 maanden worden verlengd ?

De periode van 6 maanden kan éénmalig worden verlengd met een bijkomende periode van maximaal 6 maanden indien:

  • u met succes
  • een opleiding beëindigt die voorbereidt op een knelpuntberoep (zie de lijst van knelpuntberoepen bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling (VDAB, Actiris, Forem, ADG));
  • die u bent gestart binnen de eerste 3 maanden van de periode waarin het recht op doorstart werd toegekend.

Uw aanvraag tot verlenging moet gebeuren via het formulier C109 – Doorstart, in te dienen bij uw uitbetalingsinstelling.

Dit formulier moet uiterlijk binnen de 2 maanden na de datum van het slagen voor de opleiding toekomen bij het werkloosheidsbureau van de RVA.

Welke verplichtingen hebt u tijdens het recht op doorstart ?

Tijdens de volledige periode van het recht op doorstart (initiële periode en eventuele verlenging) moet u:

  • ingeschreven zijn als werkzoekende
    Tenzij u om een andere reden bent vrijgesteld, moet u ingeschreven zijn als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling (VDAB, Actiris, Forem of ADG).
  • beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt
    Tenzij u om een andere reden bent vrijgesteld, moet u beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. De controle op uw beschikbaarheid voor de algemene arbeidsmarkt behoort tot de bevoegdheid van de gewestinstellingen (VDAB, Actiris, Forem of ADG)
  • in het bezit zijn van een controlekaart en deze correct invullen
    Tenzij u om een andere reden bent vrijgesteld, moet u beschikken over een controlekaart en deze invullen overeenkomstig de richtlijnen die erop vermeld staan. Indien u niet over een controlekaart beschikt en een situatie zonder recht op uitkeringen moet aangeven (werk, ziekte, vakantie, …), gebruikt u bij voorkeur het aangifteformulier C99, dat beschikbaar is bij uw uitbetalingsinstelling.