Het tijdskrediet eindeloopbaan
Inhoud van deze pagina
E72
Laatste update : 1.01.2026
Dit type van tijdskrediet biedt de werknemers die aan het einde van hun loopbaan zijn de mogelijkheid om hun prestaties te verminderen tot aan hun pensioen.
In overeenstemming met de bepalingen die de sociale partners hebben opgenomen in de cao nr. 103 kunnen de werknemers tijdskrediet landingsbaan nemen vanaf 60 jaar.
Er zijn echter uitzonderingen waarbij sommige categorieën van werknemers het tijdskrediet eindeloopbaan kunnen bekomen vanaf de leeftijd van 55 jaar.
Het tijdskrediet eindeloopbaan kan gevraagd worden voor om het even welke reden. De werknemer moet zijn aanvraag dus niet rechtvaardigen bij de onderneming.
Tijdens het tijdskrediet eindeloopbaan kan de werknemer eventueel bij wijze van vervangingsinkomen uitkeringen krijgen van de RVA (zie het infoblad T193).
Op wie is de inhoud van dit infoblad van toepassing?
Dit infoblad is enkel van toepassing in geval van een schriftelijke kennisgeving door de werknemer aan de werkgever vanaf 01.01.2026. Werknemers die een schriftelijke kennisgeving doen tot en met 31.12.2025 vallen onder de ‘oude’ reglementering. Meer informatie daarover vindt u in het infoblad E63.
Dit infoblad is van toepassing voor de werkgevers in de privésector die werknemers tewerkstellen die een tijdskrediet eindeloopbaan willen opnemen.
Het is niet van toepassing:
- in de overheidssector (een administratie of een dienst die daarvan afhangt, de rechterlijke orde, enz.),
- in het onderwijs,
- in een autonoom overheidsbedrijf (Proximus, Bpost, NMBS of Belgocontrol).
Wat zijn de verschillende vormen van tijdskrediet eindeloopbaan?
Er bestaan 2 vormen van tijdskrediet eindeloopbaan
- Halftijds tijdskrediet
Dit biedt de werknemers die minstens 3/4-tijds werken de mogelijkheid om hun arbeidsprestaties te verminderen en aan 50% van een voltijds arbeidsregime te blijven werken.
- 1/5-tijds tijdskrediet
Dit biedt de werknemers die voltijds werken hebben de mogelijkheid om hun arbeidsprestaties te verminderen met één dag of twee halve dagen per week. Het tijdskrediet met een vijfde is enkel toegankelijk indien de werknemer voltijds is tewerkgesteld. Dit voltijdse arbeidsregime moet verdeeld zijn over 5 dagen of meer. Indien het arbeidsregime niet verdeeld is over 5 dagen of meer kan de werknemer enkel een tijdskrediet met een vijfde nemen als deze mogelijkheid voorzien is in een cao op sector- of ondernemingsniveau of in een schriftelijk akkoord.
Het is eventueel mogelijk een andere vermindering van hun voltijdse arbeidsregeling te voorzien zodat ze 4/5-tijds kunnen gaan werken. In die mogelijkheid moet verplicht worden voorzien:
- door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sector- of ondernemingsniveau;
- of, bij afwezigheid van een vakbondsafvaardiging in de onderneming (of vzw, ...), door middel van het arbeidsreglement en op voorwaarde dat u en de werknemer een onderling akkoord sluiten.
NB : het tijdskrediet eindeloopbaan voorziet niet de mogelijkheid om de prestaties volledig te schorsen. De werknemers die aan het einde van hun loopbaan een voltijds tijdskrediet wensen, moeten dit dus aanvragen met motief voor een bepaalde periode (zie het infoblad E59).
Wat is de minimum- en maximumduur?
Minimumduur
- In geval van halftijds tijdskrediet is de minimumduur 3 maanden;
- In geval van 1/5-tijds tijdskrediet is de minimumduur 6 maanden.
Deze minimumduur moet nageleefd worden bij elke aanvraag om tijdskrediet, ook in geval van verlenging.
Maximumduur
Het halftijds of 1/5-tijds tijdskrediet eindeloopbaan kan bekomen worden tot de datum waarop de werknemer met pensioen gaat.
De werknemer is niet verplicht om het tijdskrediet eindeloopbaan in één keer tot aan zijn pensioen aan te vragen. Indien hij het voor een bepaalde duur vraagt, moet hij na afloop van de gevraagde periode ofwel opnieuw in zijn initiële arbeidsregime beginnen werken, ofwel een verlenging van zijn tijdskrediet aanvragen.
Wat zijn de toegangsvoorwaarden?
Om het tijdskrediet eindeloopbaan te bekomen, moet de werknemer cumulatief de toegangsvoorwaarden vervullen.
1. Leeftijdsvoorwaarde
Algemene regel vanaf 60 jaar
De werknemer moet minstens 60 jaar zijn op de aanvangsdatum van het tijdskrediet.
Uitzonderingen vanaf 55 jaar
De werknemer moet minstens 55 jaar zijn op de aanvangsdatum van het tijdskrediet en vallen onder één van de 5 uitzonderingsregimes:
1. Werken in een onderneming die erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering
Voor deze uitzondering moet de onderneming op de begindatum van uw tijdskrediet landingsbaan ofwel erkend zijn als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden.
Om te worden erkend als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden, moet:
- de onderneming aantonen dat haar aanvraag tot erkenning gedaan wordt in het kader van een herstructureringsplan en het zo mogelijk maakt ontslagen te vermijden;
- en de minister van Werk in zijn beslissing tot erkenning uitdrukkelijk hebben gepreciseerd dat deze voorwaard vervuld is.
2. Minstens 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende hebben
Voor deze uitzondering moeten de werknemer 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende hebben op de datum van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever.
3. Een zwaar beroep uitoefenen
Voor deze uitzondering moet de werknemer op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever een zwaar beroep hebben uitgeoefend:
- ofwel gedurende minstens 5 jaar in de voorafgaande 10 jaar;
- ofwel gedurende minstens7 jaar in de voorafgaande 15 jaar.
Er zijn drie categorieën van zware beroepen: arbeid in opeenvolgende ploegen, arbeid in onderbroken diensten en arbeid met nachtprestaties.
Meer informatie over wat een zwaar beroep is, vindt u in infoblad T193.
4. Ongeschikt zijn om de activiteit in de bouwsector te blijven uitoefenen
Voor deze uitzondering moet de werknemer werken bij een werkgever die valt onder het paritair (sub)comité van de bouwsector en moet een arbeidsarts een attest hebben afgeleverd dat bevestigt dat de werknemer ongeschikt is om zijn beroepsactiviteit voort te zetten in de oorspronkelijke uurregeling.
5. Een doelgroepwerknemer zijn van het PC 327
Voor de toepassing van deze uitzondering (van toepassing sinds 01.07.2023), moet de werknemer tewerkgesteld zijn bij een werkgever van een paritair comité 327 voor een beschutte werkplaats, een sociale werkplaats of een maatwerkbedrijf.
Voorwaarden voor het recht op uitkeringen op basis de uitzonderingen
Uitzonderingen
Als de werknemer aanspraak wil maken op een van de uitzonderingen:
- moeten de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad een interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst hebben afgesloten en;
- moet er in toepassing van die interprofessionele overeenkomst een collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal of ondernemingsniveau zijn afgesloten.
De interprofessionele overeenkomst en de overeenkomsten op sectoraal of op ondernemingsniveau mogen slechts voor een duur van hoogstens 2 jaar worden afgesloten. Ze kunnen wel worden verlengd met dezelfde of met andere voorwaarden.
CAO 179 en 180
De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 179 heeft een geldigheidsduur van 01.01.2026 tot en met 31.12.2027 en legt het interprofessioneel kader vast om de toegangsleeftijd te verlagen naar 55 jaar voor het recht op uitkeringen voor werknemer met een lange loopbaan, zwaar beroep of werkt bij een onderneming in moeilijkheden of herstructurering.
De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 180 van heeft een geldigheidsduur van 01.01.2025 tot en met 31.12.2027 en legt het interprofessioneel kader vast om de toegangsleeftijd te verlagen naar 55 jaar voor het recht op uitkeringen voor werknemers van de beschutte en sociale werkplaatsen en maatwerkbedrijven (PC 327) die een beroepsloopbaan hebben van minstens 25 jaar.
Dus de werknemer vanaf 55 jaar die een tijdskrediet landingsbaan begint te nemen of verlengt bij de werkgever en onder een van de uitzonderingen valt, kunt u in toepassing van deze cao onderbrekingsuitkeringen van de RVA krijgen.
Sectorale cao
Om in de periode van 01.01.2065 tot en met 31.12.2027 van de uitzonderingen gebruik te kunnen maken, moet er in toepassing van de interprofessionele cao nr. 179 een sectorale cao zijn afgesloten.
Als de werknemer werkt bij een werkgever die niet onder een paritair comité valt of als het opgerichte paritair comité niet werkt, moet de werkgever toegetreden zijn tot cao nr. 179 opdat de werknemer kan gebruikmaken van een van de uitzonderingen om vanaf 55 jaar uitkeringen te kunnen krijgen. Die toetreding kan met een ondernemings-cao, met een toetredingsakte waarvan een model voorzien is als bijlage bij de cao nr. 179, of met een vermelding in het arbeidsreglement.
Er is geen sectoriële cao of toetreding nodig om interprofessionele cao nr. 180 toe te passen, voor de werknemers in maatwerkbedrijven, sociale werkplaatsen en "maatwerkbedrijven" met ten minste 25 jaar beroepservaring (PC 327).
Ondernemings-cao nodig als uw werkgever erkend is als werkgever in moeilijkheden of in herstructurering
In de periode van 01.01.2065 tot en met 31.12.2027 moet de ondernemings-cao die is afgesloten in het kader van de maatregelen rond de moeilijkheden of de herstructurering de toepassing van de interprofessionele cao nr. 179 vermelden.
Vermelding van de cao of van de toetreding bij de uitkeringsaanvraag
De werkgever moet in zijn deel van de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen het registratienummer van de sectorale cao invullen voor de toepassing van de uitzonderingen. Als het gaat om een onderneming die erkend is als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden, moet er een kopie van de ondernemings-cao worden meegestuurd.
Als er geen paritair comité is opgericht of als het opgerichte paritair comité niet werkt, moet de werkgever een kopie van de toetreding tot de interprofessionele cao nr. 179 (in de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2027) in de bijlage bij de uitkeringsaanvraag toevoegen.
2. Beroepsverleden
Voorwaarde beroepsverleden als loontrekkende algemene regel vanaf 60 jaar
De werknemer die een tijdskrediet eindeloopbaan opneemt vanaf 60 jaar moet minstens 26 jaar als vrouw of 31 jaar als man beroepsverleden als loontrekkende hebben op het moment van de schriftelijke kennisgeving als hij zich beroept op het stelsel vanaf 60 jaar die hij u bezorgt (zie de aanvraagprocedure in het infoblad E65).
Dit beroepsverleden zal elk jaar stijgen tot en met 2030.
|
|
Mannen |
Vrouwen |
|
01.01.2027 |
32 jaar |
27 jaar |
|
01.01.2028 |
33 jaar |
28 jaar |
|
01.01.2029 |
34 jaar |
29 jaar |
|
01.01.2030 |
35 jaar |
30 jaar |
Voorwaarde beroepsverleden als loontrekkende uitzonderingsregime vanaf 55 jaar
De werknemer die een tijdskrediet eindeloopbaan opneemt vanaf 55 jaar met een uitzonderingsregime moet minstens 25 jaar beroepsverleden als loontrekkende hebben op het moment van de schriftelijke kennisgeving als hij zich beroept op een uitzonderingsregime (zwaar beroep, ongeschiktheid voor tewerkstelling in de bouwsector, onderneming in herstructurering of in moeilijkheden of werknemer tewerkgesteld bij PC 327) die hij u bezorgt (zie de aanvraagprocedure in het infoblad E65).
De werknemer kan ook een tijdskrediet eindeloopbaan opneemt vanaf 55 jaar op basis van een lange loopbaan moet 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende.
In de infobladen voor de werknemer staat:
- de bepalingen voorzien door de sociale partners in de cao nr. 103 en het koninklijk besluit voor de berekening van het beroepsverleden;
- wie moet de berekening van het beroepsverleden als loontrekkende uitvoeren en hoe gebeurt de aangifte ervan bij de RVA?
- de mogelijkheid voor de werknemer om aan de RVA te vragen om zijn beroepsverleden te berekenen via het formulier 'C61 – Beroepsverleden tijdskrediet landingsbaan'.
Berekening van het beroepsverleden van 25 jaar als loontrekkende
Meer informatie over de berekening van het 25 jaar beroepsverleden als loontrekkende kan u vinden in het infoblad T193.
Berekening van het beroepsverleden als loontrekkende 26/31/35 jaar
Meer informatie over de berekening van het 35/31/26jaar beroepsverleden als loontrekkende kan u vinden in het infoblad T193.
3. Anciënniteitsvoorwaarde
Op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving moet de werknemer sedert minstens 24 maanden door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn met uw onderneming.
De anciënniteit is van toepassing onverminderd de bepalingen betreffende de conventionele overdrachten. Voor meer informatie hierover, zie het infoblad E58 over de gevolgen van een verandering van werkgever voor het tijdskrediet, het thematisch verlof of de loopbaanonderbreking.
De termijn van 24 maanden anciënniteit kan overigens in samenspraak met de werknemer verminderd worden.
4. Tewerkstellingsvoorwaarde
In geval van halftijds tijdskrediet
Tijdens de 24 maanden vóór de schriftelijke mededeling moet de werknemer minstens 3/4-tijds gewerkt hebben.
In geval van 1/5-tijds tijdskrediet
Tijdens de 24 maanden vóór de schriftelijke mededeling moet de werknemer:
- voltijds gewerkt hebben;
- of 4/5-tijds, in het kader van een tijdskrediet zonder motief of een tijdskrediet met motief, in toepassing van de cao nr. 103;
- of 4/5-tijds, in het kader van een 1/5-tijds tijdskrediet, in toepassing van de cao nr. 77bis.
Opmerkingen
- Voor de toepassing van deze bepaling moeten de 24 maanden tewerkstelling ononderbroken zijn. Indien u aanvaard hebt om af te wijken van de voorwaarde van 2 jaar anciënniteit (zie hiervoor), moeten de 24 maanden tewerkstelling in het toegewezen arbeidsregime bijgevolg gedeeltelijk in uw onderneming bewezen worden, maar ook binnen de onderneming die de werknemer voordien tewerkstelde, op voorwaarde dat de twee tewerkstellingen elkaar van datum tot datum opvolgden. Dat betekent dat de werknemer die werkloos was voor hij in uw onderneming kwam werken, niet zal kunnen voldoen aan de tewerkstellingsvoorwaarde zolang hij geen 2 jaar anciënniteit heeft in uw bedrijf.
- Indien de werknemer niet heeft gewerkt in het toegewezen arbeidsregime gedurende de vereist 24 maanden, kunnen bepaalde periodes van schorsing van de overeenkomst of deeltijdse tewerkstelling gelijkgesteld worden met prestaties of geneutraliseerd worden. Voor meer informatie hierover, zie het Infoblad E64.over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet.
Kan de werknemer die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden van het eindeloopbaanstelsel toch een tijdskrediet bekomen?
De werknemer die niet voldoet aan de leeftijdsvoorwaarde en/of de voorwaarde inzake het beroepsverleden, bepaald in het eindeloopbaanstelsel, kan een halftijdse of 1/5-tijdse loopbaanvermindering aanvragen (zie het infoblad E59)
Mag u de aanvraag weigeren?
-
Indien u maximum 10 werknemers tewerkstelt.
U mag de aanvraag weigeren want in dit geval is het tijdskrediet geen recht.
-
Indien u meer dan 10 werknemers tewerkstelt.
Indien de toegangsvoorwaarden vervuld zijn mag u de aanvraag niet weigeren want in dit geval is het tijdskrediet een recht. Om de continuïteit van het werk te garanderen wordt het recht op het tijdskrediet echter beperkt tot een quotum van gelijktijdige afwezigheden, behalve voor de werknemers van 55 jaar of ouder die het 1/5-tijds tijdskrediet aanvragen.
Los van het aantal werknemers in de onderneming, kunnen bepaalde functies overigens uitgesloten worden van het recht op het tijdskrediet, door middel van een sectorale of ondernemings-cao.
Voor meer informatie hierover, zie het Infoblad E64 over het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet.
Kan de werknemer overstappen van een halftijds tijdskrediet naar een 1/5-tijds tijdskrediet en omgekeerd?
Twee hypothesen zijn mogelijk:
- De werknemer heeft één van de twee fracties van loopbaanvermindering gevraagd voor een bepaalde duur.
In dat geval kan de werknemer, na afloop van de gevraagde periode, een nieuwe aanvraag indienen om van fractie van loopbaanvermindering te veranderen.
- De werknemer heeft één van de twee fracties van loopbaanvermindering gevraagd tot aan zijn pensioen.
In dat geval moet hij het lopende tijdskrediet eerst voortijdig stopzetten indien hij wil veranderen van fractie van loopbaanvermindering. Voor die voortijdige stopzetting is uw akkoord vereist.
Indien u akkoord gaat, mag de werknemer vanaf de datum van de voortijdige stopzetting van de oorspronkelijk gevraagde periode een nieuwe aanvraag om tijdskrediet indienen om te veranderen van fractie van loopbaanvermindering.
In beide hypotheses zijn de bepalingen met betrekking tot het recht op en de organisatieregels van het tijdskrediet van toepassing om de nieuwe fractie van loopbaanvermindering te kunnen bekomen. Voor meer informatie hierover, zie het infoblad E64.
