Hoe wordt het bedrag van uw uitkering berekend na een tewerkstelling?
Inhoud van deze pagina
T67
Laatste update : 01.03.2026
Is dit infoblad op mij van toepassing?
Dit infoblad is op u van toepassing als u onder de overgangsmaatregelen van de werkloosheidshervorming valt omdat u vóór 01.03.2026 werkloosheidsuitkeringen ontving.
Die overgangsmaatregelen worden uitgelegd in het infoblad "Ik heb werkloosheidsuitkeringen genoten vóór 1 maart 2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?", nr. T33.
Waarover gaat dit infoblad?
In dit infoblad leggen we uit hoe we het dagbedrag van uw werkloosheidsuitkering als volledig werkloze berekenen.
Als u wilt weten wat de maximum- en minimumbedragen van uw werkloosheidsuitkering zijn, zie het infoblad nr. T33 "Ik heb werkloosheidsuitkeringen genoten vóór 1 maart 2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?".
U ontvangt werkloosheidsuitkeringen na een voldoende lange tewerkstelling. Zie het infoblad "Hebt u recht op uitkeringen na een tewerkstelling?", nr. T31.
We bespreken hierna enkel de situatie van de voltijdse werknemer.
In dit infoblad bespreken we de situatie van de werkloze met bedrijfstoeslag (voorheen: bruggepensioneerde) niet. Zie het infoblad: "Hoe wordt het bedrag van uw stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag berekend?", nr. T4.
Hoe berekent de RVA uw werkloosheidsuitkering?
De RVA stelt het brutodagbedrag van uw werkloosheidsuitkering vast op basis van:
- uw gezinstoestand,
- uw laatst verdiende loon,
- en uw beroepsverleden.
Wat is uw gezinstoestand?
Er zijn drie categorieën van werklozen, volgens hun gezinssituatie:
- samenwonenden met gezinslast;
- alleenwonenden;
- samenwonenden zonder gezinslast.
Voor meer uitleg over uw gezinstoestand, zie het infoblad "Wat is uw gezinstoestand?", nr. T147.
Wat is uw laatst verdiende loon?
Bij uw eerste uitkeringsaanvraag?
De RVA neemt het loon in aanmerking van uw laatste tewerkstelling van ten minste 4 aaneensluitende weken bij eenzelfde werkgever.
Dat loon moet minstens gelijk zijn aan het toepasselijke minimumloon.
De werkgever moet er bijdragen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid, hebben op ingehouden.
Het loon wordt echter begrensd (zie verder).
Let wel:
- hebt u geen vier aaneensluitende weken gewerkt bij dezelfde werkgever?
Of - hebt u een brutomaandloon verdiend dat lager is dan 2.154,11 EUR (= het referteloon)?
=> de RVA zal het bedrag berekenen op basis van dat referteloon.
U woonde in België, maar werkte in het buitenland?
=> De RVA neemt het loon in aanmerking van uw laatste tewerkstelling in het buitenland wanneer u het laatst tewerkgesteld en sociaal verzekerd was in een lidstaat van de Europese Unie, in IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland, terwijl uw woonplaats in België gesitueerd was. De duur van die tewerkstelling is zonder belang.
Bij een latere aanvraag, na een onderbreking van uw werkloosheid?
Opgelet! Wanneer u vanaf 01.03.2026 na een onderbreking van uw werkloosheid een nieuwe aanvraag indient, zal de RVA automatisch nakijken of u 312 arbeids- of gelijkgestelde dagen bewijst in een periode van 36 maanden (die kan worden verlengd). Wanneer dat het geval is, valt u niet meer onder de overgangsmaatregelen, maar onder de nieuwe reglementering die op 01.03.2026 in werking treedt.
Zolang u onder de overgangsmaatregelen valt, zal de RVA het bedrag van uw uitkering blijven berekenen op basis van het loon dat in aanmerking werd genomen bij uw eerste aanvraag.
Uitzondering
- u hebt geen uitkeringen ontvangen gedurende ten minste 2 jaar,
- en u hebt in die periode:
- ofwel ten minste 4 aaneensluitende weken bij eenzelfde werkgever gewerkt?
- ofwel in het buitenland gewerkt, zoals hierboven beschreven?
=> de RVA zal het bedrag van uw uitkering vaststellen op basis van het loon van de laatste van die tewerkstellingen.
Dat betekent dat het bedrag van uw uitkering naar boven óf naar beneden kan worden herzien.
Bevindt u zich in deze uitzonderingssituatie, maar bent u meer dan 45 jaar op het ogenblik van de werkhervatting?
=> de RVA zal zich baseren op het hoogste loon, dus:
- ofwel dat loon waarmee rekening werd gehouden bij uw eerste aanvraag,
- ofwel het laatste loon van uw tewerkstelling van ten minste 4 aaneensluitende weken bij eenzelfde werkgever of van uw buitenlandse tewerkstelling.
In dat geval kan het bedrag van uw uitkering dus enkel naar boven worden herzien.
Wordt uw loon begrensd?
De RVA neemt uw loon niet onbeperkt in rekening.
Indien uw loon hoger is dan een bepaalde loongrens, zal de RVA uw uitkering berekenen op deze loongrens en niet op uw werkelijke loon.
De loongrenzen zijn als volgt bepaald:
|
Welke loongrens? |
Wanneer toepasselijk? |
Bedrag per maand? |
|---|---|---|
|
Hoogste loongrens |
Vanaf de eerste tot de zesde maand van volledige werkloosheid |
3.500,99 euro |
|
Middelste loongrens |
Vanaf de zevende tot de twaalfde maand van volledige werkloosheid |
3.262,99 euro |
|
Laagste loongrens |
Vanaf de dertiende maand van volledige werkloosheid voor samenwonenden met of zonder gezinslast |
3.049,18 euro |
|
Specifieke loongrens |
Vanaf de dertiende maand van volledige werkloosheid voor alleenwonenden |
2.982,83 euro |
Wat is uw beroepsverleden?
Uw beroepsverleden bestaat uit arbeidsdagen (of –uren) en gelijkgestelde dagen (of uren). Het aantal dagen (of uren) zetten we om in een aantal jaren.
Arbeidsdagen?
Arbeidsdagen zijn dagen waarop u werkte in een beroep dat onder de sociale zekerheid, sector werkloosheid, valt. Het betreft dus werk als loontrekkende en bv. niet als zelfstandige. U moet voor dit werk een minimumloon ontvangen hebben waarop uw werkgever inhoudingen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid, heeft verricht.
Gelijkgestelde dagen?
Voor de toepassing van de overgangsmaatregelen worden onder meer als gelijkgestelde dagen beschouwd:
- dagen waarvoor u een ziekte- of invaliditeitsuitkering hebt ontvangen;
- dagen waarvoor u een uitkering hebt ontvangen als gevolg van een arbeidsongeval of beroepsziekte;
- dagen gedekt door een gewaarborgd loon (bij ziekte);
- vakantiedagen;
- inhaalrustdagen;
- dagen van afwezigheid met behoud van loon waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid, zijn gebeurd;
- dagen van tijdelijke werkloosheid (bv. omwille van economische redenen of slecht weer);
- dagen van volledige werkloosheid waarop u een beroepsopleiding volgt of tewerkgesteld bent in een beschermde werkplaats.
Geen gelijkgestelde dagen?
Zijn onder meer geen gelijkgestelde dagen:
- dagen van loopbaanonderbreking of tijdskrediet;
- dagen van volledige werkloosheid waarop u geen beroepsopleiding volgt en niet tewerkgesteld bent in een beschermde werkplaats.
Hoe zetten we dagen/uren om in jaren?
U werkt gedurende een kwartaal ononderbroken voltijds? U bewijst maximaal 78 dagen in dat kwartaal (in een zesdagensteldsel).
U werkt gedurende een kwartaal niet ononderbroken voltijds of werkt u deeltijds? We zetten het aantal dagen/uren via een formule om in een aantal arbeidsdagen. Dat aantal dagen beperken we tot gemiddeld 78 dagen per kwartaal (in een zesdagenstelsel).
Per kalenderjaar kunt u maximum 312 dagen laten meetellen.
Uw jaren beroepsverleden verkrijgen we door het aantal arbeids- en gelijkgestelde dagen te delen door 312. Is de rest na deze deling minstens gelijk aan 156 (= 0,5 jaar), dan zullen we het aantal jaren beroepsverleden met één verhogen.
Voorbeeld:
U bewijst een beroepsverleden van 4 868 arbeids- en gelijkgestelde dagen. Dit is gelijk aan 4.868 / 312 = 15,60 = 16 jaar beroepsverleden.
Hoe evolueren uw uitkeringen?
Opgelet! De beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen heeft tot gevolg dat u niet noodzakelijk alle fases zal doorlopen die hieronder worden toegelicht: de degressiviteit wordt beperkt tot de periode waarin u nog recht hebt op werkloosheidsuitkeringen.
Om de periode te kennen waarin u nog recht hebt op werkloosheidsuitkeringen, zie het infoblad nr. T33 "Ik heb werkloosheidsuitkeringen genoten vóór 1 maart 2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?".
De "degressiviteit"
In principe kennen we de uitkeringen toe voor een onbeperkte duur.
De uitkeringen zijn wel degressief. Dat betekent dat het bedrag van de uitkeringen na verloop van tijd zal zakken.
U doorloopt een eerste, tweede en ten slotte een derde vergoedingsperiode.
Eerste vergoedingsperiode: 12 maanden
Alle werklozen ontvangen:
- tijdens de eerste drie maanden werkloosheid:
65% van hun laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens; - van de vierde tot zesde maand werkloosheid:
60% van hun laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens; - van de zevende tot twaalfde maand werkloosheid:
60% van hun laatst verdiende loon, begrensd tot de middelste loongrens.
Tweede vergoedingsperiode: maximaal 36 maanden
Na deze eerste periode van één jaar (= 3 maanden + 3 maanden + 6 maanden) volgt een periode van 2 maanden, verlengd met 2 maanden per jaar beroepsverleden. Deze tweede periode bedraagt maximaal 36 maanden en is opgedeeld in maximaal 5 fases:
- een eerste fase van maximaal 12 maanden (2 maanden "vast" en maximaal 10 maanden in functie van het beroepsverleden).
U ontvangt naargelang van uw gezinstoestand de volgende bedragen:- samenwonende met gezinslast:
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de laagste loongrens; - alleenwonende:
55% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de specifieke loongrens; - samenwonende zonder gezinslast:
40% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de laagste loongrens;
- samenwonende met gezinslast:
- vier volgende fases van samen maximaal 24 maanden (= maximaal 4 periodes van telkens maximaal 6 maanden):
de uitkeringen zakken in vier keer tot een forfaitaire uitkering.
Voorbeeld 1:
Indien u twee jaar beroepsverleden bewijst, is de tweede vergoedingsperiode voor u gelijk aan 2 + (2 x 2) = 6 maanden.
Voorbeeld 2:
Indien u twaalf jaar beroepsverleden bewijst, is de tweede vergoedingsperiode voor u gelijk aan 2 + (12 x 2) = 26 maanden.
Derde vergoedingsperiode: na maximaal 48 maanden
Tijdens de derde periode, na maximaal 48 maanden werkloosheid (= 12 maanden eerste periode + maximaal 36 maanden tweede periode), ontvangt u als werkloze een forfaitaire uitkering. Het bedrag hangt af van uw gezinssituatie, maar niet langer van uw laatst verdiende loon.
Schematische voorstelling
|
|
samenwonenden met gezinslast |
alleenwonenden |
samenwonenden |
|---|---|---|---|
|
1ste periode – fase 1 = maanden 1-3 |
65% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens |
65% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens |
65% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens |
|
1ste periode – fase 2 = maanden 4-6 |
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens |
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens |
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens |
|
1ste periode – fase 3 = maanden 7-12 |
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de middelste loongrens |
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de middelste loongrens |
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de middelste loongrens |
|
2de periode – fase 2A = maanden 13-14 |
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de laagste loongrens |
55% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de specifieke loongrens |
40% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de laagste loongrens |
|
2de periode – fase 2B = maanden 15-24 |
60% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de laagste loongrens |
55% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de specifieke loongrens |
40% van het laatst verdiende loon, begrensd tot de laagste loongrens |
|
2de periode – fase 21 = maanden 25-30 |
Het bedrag in fase 2A MIN 1/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
Het bedrag in fase 2A MIN 1/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
Het bedrag in fase 2A MIN 1/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
|
2de periode – fase 22 = maanden 31-36 |
Het bedrag in fase 2A MIN 2/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
Het bedrag in fase 2A MIN 2/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
Het bedrag in fase 2A MIN 2/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
|
2de periode – fase 23 = maanden 37-42 |
Het bedrag in fase 2A MIN 3/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
Het bedrag in fase 2A MIN 3/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
Het bedrag in fase 2A MIN 3/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
|
2de periode – fase 24 = maanden 43-48 |
Het bedrag in fase 2A MIN 4/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
Het bedrag in fase 2A MIN 4/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
Het bedrag in fase 2A MIN 4/5 van {het bedrag in fase 2A MIN de forfaitaire uitkering} |
|
3de periode = na de tweede periode = ten laatste vanaf maand 49 |
forfaitaire uitkering (behalve uitzonderingen) |
forfaitaire uitkering (behalve uitzonderingen) |
forfaitaire uitkering (behalve uitzonderingen) |
Kan het gebeuren dat mijn dagbedrag niet (verder) zakt?
U behoudt het bedrag dat u in een fase van de tweede periode ontving indien u zich in één van de volgende situaties bevindt tijdens die fase:
-
U hebt een voldoende beroepsverleden als loontrekkende.Voor de toepassing van die maatregel hebt u een beroepsverleden van 25 jaar nodig.
- u bent minstens 33% blijvend arbeidsongeschikt;
- u bent 55 jaar geworden.
Kan ik terugkeren naar de eerste vergoedingsperiode?
Opgelet! Vanaf 01.03.2026 kunt u niet meer terugkeren naar de eerste vergoedbaarheidsperiode.
|
In welk stelsel? |
Uurregeling van de tewerkstelling? |
Hoe lang? |
Deze tewerkstelling moet gesitueerd zijn tijdens een periode van |
|---|---|---|---|
|
Voltijds |
|
12 maanden |
18 maanden |
|
Deeltijds met behoud van rechten zonder inkomensgarantie-uitkering |
> 18 uur/week > 1/2 van een voltijds uurrooster |
24 maanden |
33 maanden |
|
Deeltijds met behoud van rechten zonder inkomensgarantie-uitkering |
> 12 uur/week > 1/3 van een voltijds uurrooster |
36 maanden |
45 maanden |
|
Deeltijds met behoud van rechten met inkomensgarantie-uitkering |
> 18 uur/week > 1/2 van een voltijds uurrooster |
24 maanden |
33 maanden |
Tellen niet mee om de duur van de tewerkstelling te bepalen:
- dagen waarvoor u een ziekte- of invaliditeitsuitkering hebt ontvangen;
- periodes van loopbaanonderbreking of tijdskrediet.
Wat de regeling "deeltijds met behoud van rechten" betreft, zie het infoblad "Waarop heeft een deeltijdse werknemer recht?", nr. T28.
Wat de "inkomensgarantie-uitkering" betreft, zie het infoblad "Hebt u recht op de inkomensgarantie-uitkering?", nr. T70.
Voorbeeld:
Uw eerste vergoedingsperiode begint op 14.07.2014.
Uw tweede vergoedingsperiode begint op 14.07.2015.
Uw derde vergoedingsperiode begint op 14.09.2016.
U werkt als deeltijdse werknemer met behoud van rechten vanaf 27.10.2014 tot en met 12.03.2017. Uw uurrooster is 20/38. U ontvangt tijdens de periode van deeltijdse tewerkstelling de inkomensgarantie-uitkering.
U vraagt opnieuw uitkeringen aan als volledig werkloze vanaf 13.03.2017.
Uw deeltijdse uurrooster bedroeg meer dan 18 uur per week en de tewerkstelling duurde minstens 24 maanden. U keert terug naar de eerste vergoedingsperiode.
Uw eerste vergoedingsperiode begint op 13.03.2017.
Uw tweede vergoedingsperiode begint op 13.03.2018.
Enz.
Zijn de bedragen geïndexeerd?
Alle bedragen vermeld in dit infoblad zijn geïndexeerde bedragen. Ze zijn geldig vanaf 01.03.2026.
Hoeveel uitkeringen ontvang ik maximaal per week/maand?
U ontvangt als voltijdse werknemer 6 daguitkeringen per week (maandag tot en met zaterdag).
Per maand stemt dit gemiddeld overeen met 26 daguitkeringen. Om het precieze aantal voor een bepaalde kalendermaand te weten, neemt u het aantal kalenderdagen in die maand en trekt u er het aantal zondagen van af.
Is er bedrijfsvoorheffing op de werkloosheidsuitkeringen?
Op de uitkeringen houdt de uitbetalingsinstelling een bedrijfsvoorheffing in van 10,09%.
De volgende werklozen zijn niet aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen:
- de samenwonenden met gezinslast;
- de alleenwonenden;
- de samenwonenden zonder gezinslast die uitkeringen in de "tweede periode" ontvangen, op voorwaarde dat hun echtgeno(o)t(e) enkel over vervangingsinkomens beschikt;
- de samenwonenden zonder gezinslast die uitkeringen in de "derde periode" ontvangen (= de forfaitaire uitkering);
- de werklozen die een vrijstelling genieten wegens sociale en familiale redenen.
Voorwaarde is dat ze geen enkel beroepsinkomen boven hun uitkeringen ontvangen
De werklozen kunnen wel zelf vragen dat er bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden.
