Ik heb werkloosheidsuitkeringen genoten vóór 1 maart 2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?

T33

Laatste update : 30.01.2026

Waarover gaat dit infoblad?

In toepassing van de wet van 18.07.2025 worden de werkloosheidsuitkeringen beperkt in de tijd. Deze wet treedt in werking op 01.03.2026.

Voor werknemers die vóór 01.03.2026 werkloosheidsuitkeringen genieten, gelden bepaalde overgangsmaatregelen. In dit infoblad leggen we deze overgangsmaatregelen uit.

Ontvangt u geen werkloosheidsuitkeringen (na arbeid), maar inschakelingsuitkeringen (na studies), lees dan het infoblad T27.

Val ik onder de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd?

Voor welke categorieën van werknemers geldt de beperking niet?

Uw recht op werkloosheidsuitkeringen wordt niet beperkt in de volgende gevallen:

  • u bent volledig werkloze havenarbeider, erkende zeevisser, vislosser of vissorteerder;
  • u bent SWT'er ("bruggepensioneerde").

Lees de infobladen:

  • T124, "Welke zijn de voorwaarden om recht te hebben op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)?"
  • T125, "Welke verplichtingen heeft een werknemer in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)?"
  • T4, "Hoe wordt het bedrag van uw stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag berekend?";
  • u hebt recht op een kunstwerkuitkering of een forfaitaire uitkering in geval uw recht op een kunstwerkuitkering is geëindigd.
  • T191, "Welke specifieke regels zijn van toepassing op de kunstwerkers vanaf 1 januari 2024?";
  • u geniet een werkloosheidsuitkering als mindervalide werknemer die is tewerkgesteld in een beschermde werkplaats (uitdovende regeling);
  • u bent 55 jaar én u bewijst voldoende beroepsverleden.

Wanneer moet ik de leeftijd van 55 jaar bereiken?

U moet de leeftijd van 55 jaar bereiken:

  • indien u op 30.06.2025 geen uitkeringen geniet, omdat u:
    • ofwel op een latere datum, maar vóór 01.03.2026 voor het eerst werkloosheidsuitkeringen vraagt;
    • er ofwel op 30.06.2025 een onderbreking was van minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen als gevolg van een tewerkstelling als loontrekkende of als zelfstandige in hoofdberoep.

U moet de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben op de datum van uw eerste uitkeringsaanvraag na 30.06.2025.

  • in de andere gevallen:
    • ofwel geniet u op 30.06.2025 werkloosheidsuitkeringen;
    • ofwel kent u een onderbreking van minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen, maar niet als gevolg van een tewerkstelling als loontrekkende of als zelfstandige in hoofdberoep;
    • ofwel kent u een onderbreking van minder van 28 opeenvolgende kalenderdagen

U moet de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben op 30.06.2025.

Voorbeeld 1:

U genoot werkloosheidsuitkeringen sedert 2023.

U bent van 19.05.2025 tot en met 06.07.2025 naar het buitenland vertrokken. U hebt er niet gewerkt. U hebt tijdens deze periode geen uitkeringen genoten.

U vraagt opnieuw uitkeringen vanaf 07.07.2025.

U moet 55 jaar zijn op 30.06.2025. De onderbreking in de betaling van de uitkeringen bedraagt minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen, maar is niet het gevolg van een tewerkstelling als loontrekkende of als zelfstandige in hoofdberoep.

Voorbeeld 2:

U genoot werkloosheidsuitkeringen sedert 2024.

U werkt via een uitzendkantoor van 23.06.2025 tot en met 04.07.2025.

U vraagt opnieuw uitkeringen vanaf 07.07.2025.

U moet 55 jaar zijn op 30.06.2025 De onderbreking in de betaling van de uitkeringen is het gevolg van een tewerkstelling als loontrekkende, maar bedraagt minder dan 28 opeenvolgende kalenderdagen.

Voorbeeld 3:

U genoot werkloosheidsuitkeringen sedert 2019.

U hebt van 01.01.2024 tot en met 30.09.2025 een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitgeoefend.

U vraagt opnieuw uitkeringen vanaf 01.10.2025.

U moet 55 jaar zijn op 01.10.2025. De onderbreking in de betaling van de uitkeringen bedraagt minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen, én is het gevolg van een tewerkstelling als zelfstandige in hoofdberoep.

Wat is voldoende beroepsverleden en hoe wordt dat bepaald?

Hoeveel beroepsverleden?

U moet 30 jaar beroepsverleden bewijzen indien u:

  • ofwel op 30.06.2025 uitkeringen geniet;
  • ofwel op 30.06.2025 geen uitkeringen geniet, maar er geen onderbreking in de betaling van uw werkloosheidsuitkerkingen is van minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen;
  • ofwel op 30.06.2025 geen uitkeringen geniet, maar er een onderbreking in de betaling van uw werkloosheidsuitkeringen is van minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen, gevolgd door een nieuwe uitkeringsaanvraag vóór 01.01.2026;
  •  ofwel op 30.06.2025 geen uitkeringen geniet, maar er een onderbreking in de betaling van uw werkloosheidsuitkeringen (ongeacht de duur) is als gevolg van een uitsluiting of sanctie, ongeacht de duur ervan, gevolgd door een nieuwe uitkeringsaanvraag vóór 01.01.2026;
  • ofwel voor het eerst na 30.06.2025, maar vóór 01.01.2026 een uitkeringsaanvraag doet.

Opgelet: dat beroepsverleden wordt elk jaar met een jaar verhoogd, tot 35 jaar in 2030.

U vraagt voor het eerst uitkeringen aan
na 30.06.2025

of

u vraagt uitkeringen aan na een onderbreking of een uitsluiting/sanctie
na 30.06.2025

 

Te bewijzen beroepsverleden

In 2026

31 jaar

In 2027

32 jaar

In 2028

33 jaar

In 2029

34 jaar

Na 2029

35 jaar

Voorbeeld 1:

U genoot werkloosheidsuitkeringen sedert 2019.

U hebt van 01.01.2024 tot en met 30.06.2027 een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitgeoefend.

U vraagt opnieuw uitkeringen vanaf 01.07.2027.

U moet 32 jaar beroepsverleden bewijzen.

Voorbeeld 2:

U vraagt voor het eerst werkloosheidsuitkeringen vanaf 14.01.2026.

U moet 31 jaar beroepsverleden bewijzen.

Het beroepsverleden wordt berekend door alle arbeids- en gelijkgestelde dagen op te tellen en het totaal te delen door 312. Is de rest na deling minstens 156, dan wordt het aantal jaren met één eenheid verhoogd. Is de rest na deling minder dan 156, dan wordt die weggelaten.

Welke dagen tellen mee als beroepsverleden?

Het beroepsverleden bestaat uit arbeidsdagen en gelijkgestelde dagen.

Arbeidsdagen zijn dagen waarop werd gewerkt, met een loon dat volgens de wetgeving als voldoende wordt beschouwd en waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid inbegrepen, werden verricht. Dat betekent dat enkel dagen in loondienst in rekening worden gebracht, maar bv. niet arbeidsprestaties als zelfstandige.

Sommige dagen worden gelijkgesteld met arbeidsdagen:

  • vakantiedagen gedekt door vakantiegeld;
  • feest- en vervangingsdagen tijdens periodes van tijdelijke werkloosheid;
  • dagen inhaalrust;
  • niet gepresteerde dagen waarvoor een loon werd betaald waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid inbegrepen, werden verricht;
  •  dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, een arbeidsongeval of een beroepsziekte, waarvoor de werkgever een gewaarborgd loon of een aanvulling bovenop een uitkering van de mutualiteit betaalde (normaal de eerste dertig dagen);
  • carenzdagen (de eerste dag van arbeidsongeschiktheid van een arbeider die vóór 2014 niet vergoed werd);
  • dagen gedekt door een uitkering in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, arbeidsongevallen of beroepsziektes;
  • dagen gedekt door een invaliditeitspensioen voor mijnwerkers;
  •  vergoede dagen wegens tijdelijke werkloosheid (bv. wegens economische redenen of slecht weer);
  • dagen van staking, lock-out en de dagen van tijdelijke werkloosheid wegens staking of lock-out (deze dagen werden niet noodzakelijk vergoed in het kader van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid);
  • dagen waarop niet werd gewerkt wegens vorst en die door het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Werklieden uit het Bouwbedrijf werden vergoed (deze dagen zijn meestal, maar niet altijd, vergoed in het kader van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid);
  • dagen waarop werd gewerkt als rechter in sociale zaken;
  • dagen van afwezigheid op het werk om pleegzorgen te verstrekken;
  • dagen van afwezigheid zonder loon, met een maximum van 10 dagen per jaar;
  • dagen waarop een minstens halftijdse beroepsopleiding werd gevolgd;
  • dagen waarop een instapstage werd gevolgd, met een maximum van 96 dagen;
  • dagen van tewerkstelling in een beschermde werkplaats als moeilijk te plaatsen mindervalide werkloze (uitdovende regeling sedert 01.07.2004);
  • dagen van tewerkstelling als tewerkgestelde werkloze;
  • dagen van oproeping of wederoproeping onder de wapens of als gewetensbezwaarde.

Indien een overgangsuitkering (de uitkering waarop een weduwe/weduwnaar recht heeft indien hij/zij niet voldoet aan de minimumleeftijd voor een overlevingspensioen) is betaald voor de maximale periode van 2 jaar, voorzien door de pensioenregelgeving, kan die periode voor 624 dagen als gelijkgestelde periode in rekening worden gebracht.

Voltijds of deeltijds beroepsverleden?

Of u het beroepsverleden voltijds of deeltijds moet bewijzen, hangt af van uw statuut:

  • bent u een voltijdse werknemer, dan moet u het beroepsverleden omgerekend voltijds bewijzen. Dat betekent niet dat periodes van deeltijdse tewerkstelling niet meetellen, maar wel dat ze moeten worden omgerekend.

Voorbeeld: hebt u gedurende twee kalenderjaren halftijds gewerkt, dan telt dit als één jaar (omgerekend) voltijds beroepsverleden.

Opgelet: werkt u deeltijds en hebt u het statuut van "deeltijdse werknemer met behoud van rechten" (dat is een onvrijwillig deeltijdse werknemer), dan wordt u beschouwd als een voltijdse werknemer en moet u het beroepsverleden omgerekend voltijds bewijzen.

  • bent u een vrijwillig deeltijdse werknemer, dan moet u het beroepsverleden omgerekend halftijds bewijzen.

Voor meer uitleg over de statuten "deeltijdse werknemer met behoud van rechten" en "vrijwillig deeltijdse werknemer": lees het infoblad T28, "Waarop heeft een deeltijdse werknemer recht?".

Wanneer verlies ik mijn recht op werkloosheidsuitkeringen?

Algemeen (stelsel vóór de hervorming)

De datum waarop u het recht op uitkeringen verliest, hangt af van het feit of u op 30.06.2025 * overeenkomstig de regels die vóór de hervorming van toepassing waren, wordt vergoed in de eerste, tweede of derde vergoedingsperiode.

* of een latere datum indien u dan voor het eerst uitkeringen vraagt of opnieuw werkloze wordt na een onderbreking van minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen als gevolg van een tewerkstelling als loontrekkende of een vestiging als zelfstandige in hoofdberoep

De regels die vóór de hervorming van toepassing waren, samengevat:

  • Eerste vergoedingsperiode: elke volledig werkloze krijgt gedurende 12 maanden een uitkering die gelijk is aan een percentage van zijn gemiddeld dagloon. Dat loon wordt begrensd.

De eerste vergoedingsperiode is opgedeeld in 3 fases: een fase "11" van 3 maanden, een fase "12" van 3 maanden en een fase "13" van 6 maanden. Tijdens die fases dalen de percentages en de loongrenzen.

  • Tweede vergoedingsperiode:
    • na de eerste 12 maanden heeft elke werkloze gedurende 2 maanden een uitkering die gelijk is aan een percentage van zijn gemiddeld dagloon. Dat loon wordt begrensd. De percentages verschillen volgens de gezinstoestand;
    • die periode van 2 maanden wordt verlengd met 2 maanden per jaar beroepsverleden;
    • de tweede vergoedingsperiode is maximaal 36 maanden en wordt opgedeeld in maximaal 5 fases (maximaal 1 fase van 12 maanden (fases "2A" en "2B") en maximaal vier fases van telkens maximaal 6 maanden (fases "21", "22", "23" en "24")) waarin het bedrag van de werkloosheidsuitkering verder daalt.

Onder bepaalde voorwaarden blijft een werkloze vergoed in de tweede vergoedingsperiode en zakt hij niet naar de derde vergoedingsperiode.

  • Derde vergoedingsperiode: na het einde van de tweede vergoedingsperiode ontvangt de volledig werkloze een forfaitair bedrag, in functie van zijn gezinstoestand.

Voor meer uitleg over deze vergoedingsperiodes: lees het infoblad T67, "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?".

Op welke datum eindigt mijn recht op uitkeringen?

Gedurende hoeveel maanden krijg ik nog uitkeringen?

In welke periode bevindt u zich? *

Bijkomende voorwaarde

Aantal maanden uitkeringen

derde
(forfait)

Op 31.12.2024 hebt u minstens 6.240 dagen (= minstens 20 jaar)
volle of halve uitkeringen genoten als volledig werkloze

6

derde
(forfait)

Op 31.12.2024 hebt u minstens 2.496, maar minder dan 6.240 dagen (= minstens 8, maar minder dan 20 jaar)
volle of halve uitkeringen genoten als volledig werkloze

8

derde

Op 31.12.2024 hebt u minder dan 2.496 dagen (minder dan 8 jaar)
volle of halve uitkeringen genoten als volledig werkloze

9

tweede

--

12

eerste

U bewijst op 30.06.2025 * minder dan 5 jaar beroepsverleden

12
+ 1 maand per 4 maanden beroeps-verleden

eerste

U bewijst op 30.06.2025 * minstens 5 jaar beroepsverleden

24

* op 30.06.2025 of een latere datum. Zie: "Algemeen (stelsel vóór de hervorming)" hierboven.

Speciale situatie:

U bevindt zich op 30.06.2025 of een latere datum in de tweede of derde periode, maar u voldoet tussen 01.07.2025 en 28.02.2026 aan de voorwaarde om opnieuw recht te hebben op uitkeringen volgens de eerste periode.

Daarvoor moet u voldoende lang gewerkt hebben, in functie van het stelsel en de uurregeling van de tewerkstelling:

Stelsel

Uurregeling van de tewerkstelling

Duur van de tewerkstelling

Tewerkstelling vond plaats tijdens een periode van

Voltijds

 

12 maanden

18 maanden

Deeltijds met behoud van rechten zonder inkomensgarantie-uitkering

minstens 18 uur/week
OF

minstens 1/2 van een voltijds uurrooster

24 maanden

33 maanden

Deeltijds met behoud van rechten zonder inkomensgarantie-uitkering

minstens 12 uur/week
OF

minstens 1/3 van een voltijds uurrooster

36 maanden

45 maanden

Deeltijds met behoud van rechten met inkomensgarantie-uitkering

minstens 18 uur/week
OF

minstens 1/2 van een voltijds uurrooster

24 maanden

33 maanden

In dat geval hebt u vanaf de datum van uw nieuwe uitkeringsaanvraag recht op het volgende aantal maanden:

Aantal maanden

Als u

12 + 1 maand per 4 maanden beroepsverleden

op 30.06.2025 minder dan 5 jaar beroepsverleden bewijst

24

op 30.06.2025 minstens 5 jaar beroepsverleden bewijst

Voor meer uitleg over de statuten "deeltijdse werknemer met behoud van rechten" en "inkomensgarantie-uitkering": lees de infobladen

  • T28, "Waarop heeft een deeltijdse werknemer recht?"
  • T70, "Hebt u recht op de inkomensgarantie-uitkering?".

Voor meer uitleg over de terugkeer naar de eerste vergoedingsperiode: lees het infoblad
T67, "Hoeveel bedraagt uw uitkering na een tewerkstelling?".

Ik bevind mij in de eerste vergoedingsperiode. Hoe wordt het beroepsverleden van 5 jaar berekend?

Het beroepsverleden bestaat uit arbeidsdagen en gelijkgestelde dagen.

Arbeidsdagen zijn dagen waarop werd gewerkt, met een loon dat volgens de wetgeving als voldoende wordt beschouwd en waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid inbegrepen, werden verricht. Dat betekent dat enkel dagen in loondienst in rekening worden gebracht, maar bv. niet arbeidsprestaties als zelfstandige.

Sommige dagen worden gelijkgesteld met arbeidsdagen:

  • vakantiedagen gedekt door vakantiegeld;
  • feest- en vervangingsdagen waarvoor een loon werd betaald;
  • dagen inhaalrust;
  • niet gepresteerde dagen waarvoor een minstens minimumloon werd betaald waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid inbegrepen, werden verricht;
  • dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, een arbeidsongeval of een beroepsziekte, waarvoor de werkgever een gewaarborgd loon of een aanvulling bovenop een uitkering van de mutualiteit betaalde (normaal de eerste dertig dagen);
  • dagen waarvoor een moederschapsuitkering is genoten, de periode van moederschapsrust en de periodes van geboorte- en adoptieverlof;
  • vergoede dagen wegens tijdelijke werkloosheid (bv. wegens economische redenen of slecht weer);
  • dagen van staking, lock-out en de dagen van tijdelijke werkloosheid wegens staking of lock-out (deze dagen werden niet noodzakelijk vergoed in het kader van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid);
  • dagen waarop werd gewerkt als rechter in sociale zaken;
  • dagen van afwezigheid op het werk om pleegzorgen te verstrekken.

Opgelet: het betreft hier niet dezelfde gelijkgestelde dagen als die dagen die gebruikt kunnen worden om het beroepsverleden van minstens 30 (tot 35 jaar) te bewijzen (zie hierboven). De regeling is hier strenger.

Het beroepsverleden wordt berekend door alle arbeids- en gelijkgestelde dagen op te tellen en het totaal te delen door 104. Is de rest na deling minstens 52, dan wordt het beroepsverleden met één eenheid verhoogd. Is de rest na deling minder dan 52, dan wordt die weggelaten.

Vanaf wanneer loopt het aantal maanden waarop ik recht heb?

Normaal gezien loopt het aantal maanden vanaf 01.07.2025.

Uitzonderingen:

  • u vraagt voor het eerst na 01.07.2025 uitkeringen als volledig werkloze aan;
  • u was al vóór 30.06.2025 vergoed als volledig werkloze, maar op 30.06.2025 was er een onderbreking van minstens 28 dagen als gevolg van een tewerkstelling als loontrekkende of een vestiging als zelfstandige in hoofdberoep

het aantal maanden waarop u recht hebt, loopt vanaf uw eerste nieuwe uitkeringsaanvraag die na 01.07.2025 valt.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

U genoot werkloosheidsuitkeringen sedert 02.10.2023.

U bewees een beroepsverleden van 7 jaar.

U had recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

02.10.2023

Eerste vergoedingsperiode

02.10.2024

Tweede vergoedingsperiode, fases 2A en 2B

02.10.2025

Tweede vergoedingsperiode, fase 21

02.02.2026

Derde vergoedingsperiode (forfait)

U kreeg een sanctie van 19.05.2025 tot en met 13.07.2025 omdat u werkte en stempelde.

U vraagt opnieuw uitkeringen vanaf 14.07.2025.

Het aantal maanden loopt vanaf 01.07.2025. De onderbreking in de uitkeringen bedraagt minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen, maar is niet het gevolg van een tewerkstelling als loontrekkende of als zelfstandige in hoofdberoep.

Op 01.07.2025 bevindt u zich in de tweede vergoedingsperiode: u hebt nog recht op 12 maanden, te tellen vanaf 01.07.2025. De vergoedingsperiodes lopen gewoon door.

U hebt recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

01.07.2025

Tweede vergoedingsperiode, fase 2B

02.10.2025

Tweede vergoedingsperiode, fase 21 - ongewijzigd

02.02.2026

Derde vergoedingsperiode (forfait) - ongewijzigd

01.07.2026

Einde recht

Voorbeeld 2:

U genoot werkloosheidsuitkeringen sedert 02.09.2024.

U bewees een beroepsverleden van 11 jaar. Uw beroepsverleden is volledig samengesteld uit arbeidsdagen, vakantiedagen en tijdelijke werkloosheid. U was in totaal een paar maanden ziek.

U had recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

02.09.2024

Eerste vergoedingsperiode

02.09.2025

Tweede vergoedingsperiode, fases 2A en 2B

02.09.2026

Tweede vergoedingsperiode, fase 21

02.03.2027

Tweede vergoedingsperiode, fase 22

02.09.2027

Derde vergoedingsperiode (forfait)

U werkt via een uitzendkantoor van 23.06.2025 tot en met 11.07.2025.

U vraagt opnieuw uitkeringen vanaf 14.07.2025.

Het aantal maanden loopt vanaf 01.07.2025. De onderbreking in de uitkeringen is wel het gevolg van een tewerkstelling als loontrekkende, maar bedraagt minder dan 28 opeenvolgende kalenderdagen.

Op 01.07.2025 bevindt u zich in de eerste vergoedingsperiode en hebt u nog steeds 11 jaar beroepsverleden: u hebt nog recht op 24 maanden, te tellen vanaf 01.07.2025. De vergoedingsperiodes lopen gewoon door.

U hebt recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

01.07.2025

Eerste vergoedingsperiode

02.09.2025

Tweede vergoedingsperiode, fases 2A en 2B - ongewijzigd

02.09.2026

Tweede vergoedingsperiode, fase 21 - ongewijzigd

02.03.2027

Tweede vergoedingsperiode, fase 22 - ongewijzigd

01.07.2027

Einde recht

Voorbeeld 3:

U genoot werkloosheidsuitkeringen sedert 05.11.2014.

U bewees een beroepsverleden van 17 jaar.

U was sedert 2014, met korte onderbrekingen, volledig werkloos tot 31.12.2023, dit is gedurende ongeveer 9 jaar.

U had recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

05.11.2014

Eerste vergoedingsperiode

05.11.2015

Tweede vergoedingsperiode, fases 2A, 2B, 21 tot 24

05.11.2018

Derde vergoedingsperiode (forfait)

U hebt vanaf 01.01.2024 tot en met 30.09.2025 een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitgeoefend.

U vraagt opnieuw uitkeringen vanaf 01.10.2025.

Het aantal maanden loopt vanaf 01.10.2025. De onderbreking in de uitkeringen bedraagt minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen, én is het gevolg van een tewerkstelling als zelfstandige in hoofdberoep.

Op 01.10.2025 bevindt u zich in de derde vergoedingsperiode en bent u tussen 8 en 20 jaar volledig werkloos: u hebt nog recht op 8 maanden, te tellen vanaf 01.10.2025.

U hebt recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

01.10.2025

Derde vergoedingsperiode (forfait)

01.06.2026

Einde recht

Voorbeeld 4:

U vraagt op 08.09.2025 voor het eerst werkloosheidsuitkeringen aan.

U bewijst een beroepsverleden van 3 jaar, meer bepaald van 1.064 dagen. Immers: 1.064 / 312 = 3,41 = 3 jaar beroepsverleden (afronding naar beneden). Uw beroepsverleden is volledig samengesteld uit arbeidsdagen, vakantiedagen en tijdelijke werkloosheid.

U had recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

08.09.2025

Eerste vergoedingsperiode

08.09.2026

Tweede vergoedingsperiode, fases 2A en 2B

08.05.2027

Derde vergoedingsperiode (forfait)

Op 08.09.2025 bevindt u zich in de eerste vergoedingsperiode en hebt u géén 5 jaar beroepsverleden: u hebt nog recht op 12 maanden, vermeerderd met 1 maand per 104 dagen beroepsverleden. Uw beroepsverleden = 1.064 dagen => 1.064 / 104 = 10,23 = 10 (afronding naar beneden) maanden extra. U hebt dus recht op 12 + 10 = 22 maanden.

Het aantal maanden wordt geteld vanaf 08.09.2025. De vergoedingsperiodes lopen gewoon door.

U hebt recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

08.09.2025

Eerste vergoedingsperiode - ongewijzigd

08.09.2026

Tweede vergoedingsperiode, fases 2A en 2B - ongewijzigd

08.05.2027

Derde vergoedingsperiode (forfait) - ongewijzigd

08.07.2027

Einde recht

Kan de einddatum van mijn recht worden opgeschoven?

Ik werk als deeltijdse werknemer met behoud van rechten met een inkomensgarantie-uitkering?

Voor meer info over dit statuut: lees de infobladen

  • T28, "Waarop heeft een deeltijdse werknemer recht?"
  • T70, "Hebt u recht op de inkomensgarantie-uitkering?"

Indien u op de einddatum van het recht, bepaald volgens de normale regels (zie hierboven):

  • deeltijds werkt
  • én als deeltijdse werknemer met behoud van rechten een inkomensgarantie-uitkering geniet,

kunt u deze behouden tot het einde van de lopende tewerkstelling, op voorwaarde dat uw deeltijds uurrooster gedurende de volledige periode van die tewerkstelling

  • minstens 19 uur per week
  • of de helft van de normale voltijdse uurregeling in uw bedrijf

bedraagt.

Opgelet: als u op het einde van deze lopende tewerkstelling volledig werkloze zou worden, kunt u enkel opnieuw werkloosheidsuitkeringen genieten als u op dat ogenblik minstens 312 omgerekend volle arbeids- en gelijkgestelde dagen bewijst in een periode van 36 maanden voorafgaand aan uw uitkeringsaanvraag.

Ik volg een opleiding die voorbereidt op een knelpuntberoep?

Indien u op de einddatum van het recht, bepaald volgens de normale regels (zie hierboven):

  • een opleiding volgt die voorbereidt op een tewerkstelling in een knelpuntberoep
  • die werd aangevat vóór 01.01.2026
  • en waarvoor de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling u een vrijstelling heeft toegekend

hebt u nog recht op uitkeringen gedurende de ononderbroken duur van deze opleiding, maar tot ten laatste 30.06.2030.

Vakantieperiodes vormen geen onderbreking.

Andere vormen van verlenging?

In de volgende gevallen kan de einddatum van het recht worden opgeschoven met een aantal volledige maanden:

Situatie

Minimale duur van die situatie

Voltijdse tewerkstelling

3 maanden

Deeltijdse tewerkstelling met behoud van rechten zonder inkomensgarantie-uitkering
(Voor meer info: lees het infoblad T28, "Waarop heeft een deeltijdse werknemer recht?")

3 maanden

Voltijdse beroepsopleiding

3 maanden ononderbroken

Tewerkstelling in een beroep dat niet onder de sociale zekerheid, sector werkloosheid, valt (bv. zelfstandige of vastbenoemd ambtenaar of leerkracht)

6 maanden ononderbroken

Periodes waarin mantelzorg wordt verleend, met vrijstelling (Voor meer info: lees het infoblad T154, "U wenst mantelzorg te verlenen?")

6 maanden ononderbroken

Studies met volledig leerplan zonder werkloosheidsuitkeringen

6 maanden ononderbroken

Loopbaanonderbreking of tijdskrediet

geen

Periodes gedekt door moederschapsuitkeringen

geen

! Opgelet: de einddatum kan met maximaal twaalf maanden worden opgeschoven en ook niet na 30.06.2030 vallen.

Voorbeeld:

Uw recht op uitkeringen zou eindigen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

01.07.2025

Tweede vergoedingsperiode, fase 2B

02.10.2025

Tweede vergoedingsperiode, fase 21

02.02.2026

Derde vergoedingsperiode (forfait)

01.07.2026

Einde recht

U vestigt zich als zelfstandige in hoofdberoep van 01.10.2025 tot en met 31.03.2027 (= 18 maanden). U vraagt opnieuw uitkeringen aan vanaf 01.04.2027.

De begindatum van fase 21 van de tweede vergoedingsperiode, en van de derde vergoedingsperiode (forfait) worden in principe met 18 maanden opgeschoven. Maar de uiterste datum van einde recht ligt op 01.07.2026 + 12 maanden = 01.07.2027.

Uw recht op uitkeringen eindigt als volgt:

Vanaf

Periode / fase

01.04.2027

Tweede vergoedingsperiode, fase 2B

02.04.2027

Tweede vergoedingsperiode, fase 21

01.07.2027

Einde recht

De begindatum van de met 18 maanden opgeschoven derde vergoedingsperiode = 02.02.2026 + 18 maanden = 02.08.2027. Aangezien deze datum na 01.07.2027 valt (de uiterste einddatum van uw recht), wordt uw recht beperkt tot 01.07.2027.

Wat zijn de minimale en maximale dagbedragen van mijn uitkeringen in de periode waarin ik er nog recht op heb?

Ik heb niet voldoende beroepsverleden? Mijn recht op uitkeringen wordt beperkt

Het bedrag dat u ontvangt zal afhangen van de vergoedingsperiode en de fase van die periode waarin u zich bevindt. De RVA past de regels toe zoals ze gelden tot 28.02.2026 (zie hierboven: "Algemeen (stelsel vóór de hervorming)").

De bedragen zijn de volgende:

Periode

Maand

Minimum/ maximum

Cat. A

Cat. N

Cat. B

1ste periode – fase 11

1 tot 3

MIN

68,23

55,29

53,22

1ste periode – fase 11

1 tot 3

MAX

85,81

85,81

85,81

1ste periode – fase 12

4 tot 6

MIN

68,23

55,29

49,13

1ste periode – fase 12

4 tot 6

MAX

79,21

79,21

79,21

1ste periode – fase 13

7 tot 12

MIN

68,23

55,29

49,13

1ste periode – fase 13

7 tot 12

MAX

73,82

73,82

73,82

2de periode – fase 2A en 2B

13 tot max. 24

MIN

68,23

55,29

40,72

2de periode – fase 2A en 2B

13 tot max. 24

MAX

68,99

61,86

45,99

2de periode – fase 21

25 tot 30

(eventueel)

MIN

68,23

55,29

38,31

2de periode – fase 21

25 tot 30

(eventueel)

MAX

68,23

59,36

42,00

2de periode – fase 22

31 tot 36

(eventueel)

MIN

68,23

55,29

35,91

2de periode – fase 22

31 tot 36

(eventueel)

MAX

68,23

56,85

38,02

2de periode – fase 23

37 tot 42

(eventueel)

MIN

68,23

55,29

33,50

2de periode – fase 23

37 tot 42

(eventueel)

MAX

68,23

55,29

34,03

2de periode – fase 24

43 tot 48

(eventueel)

MIN

68,23

55,29

31,10

2de periode – fase 24

43 tot 48

(eventueel)

MAX

68,23

55,29

31,10

3de periode

49 tot ...

 

68,23

55,29

28,69

Cat. A = werknemer met gezinslast; Cat. N = alleenwonende; Cat. B = samenwonende zonder gezinslast

Voor meer uitleg over de gezinstoestanden: lees het infoblad:
T147, "Wat is uw gezinstoestand?".

Voorbeeld:

U genoot werkloosheidsuitkeringen sedert 02.09.2024. U bent momenteel samenwonende zonder gezinslast (cat. B).

U bewees een beroepsverleden van 11 jaar. Uw beroepsverleden is volledig samengesteld uit arbeidsdagen, vakantiedagen en tijdelijke werkloosheid. U was in totaal een paar maanden ziek.

U had recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

02.09.2024

Eerste vergoedingsperiode, fase 11

02.12.2024

Eerste vergoedingsperiode, fase 12

02.03.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 13

02.09.2025

Tweede vergoedingsperiode, fases 2A en 2B

02.09.2026

Tweede vergoedingsperiode, fase 21

02.03.2027

Tweede vergoedingsperiode, fase 22

02.09.2027

Derde vergoedingsperiode (forfait)

Het aantal maanden loopt vanaf 01.07.2025.

Op 01.07.2025 bevindt u zich in de eerste vergoedingsperiode en hebt u nog steeds 11 jaar beroepsverleden: u hebt nog recht op 24 maanden, te tellen vanaf 01.07.2025. De vergoedingsperiodes lopen gewoon door.

U hebt recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

Dagbedrag min

Dagbedrag max

01.07.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 13

49,13

73,82

02.09.2025

Tweede vergoedingsperiode, fases 2A en 2B

40,72

45,99

02.09.2026

Tweede vergoedingsperiode, fase 21

38,31

42,00

02.03.2027

Tweede vergoedingsperiode, fase 22

35,91

38,02

01.07.2027

Einde recht

//

//

Ik heb voldoende beroepsverleden én ben minstens 55 jaar? Mijn recht op uitkeringen wordt niet beperkt in de tijd

Ter herinnering: zie hierboven de rubrieken "Wanneer moet ik de leeftijd van 55 jaar bereiken?" en "Wat is voldoende beroepsverleden en hoe wordt dat bepaald?".

  • U bevindt zich in de eerste vergoedingsperiode:
    • u hebt tot het einde van die periode recht op het bedrag dat overeenkomt met de fase (11, 12, of 13) van die eerste vergoedingsperiode waarin u zich bevindt

dus:

Periode

Maand

Minimum/ maximum

Cat. A

Cat. N

Cat. B

1ste periode – fase 11

1 tot 3

MIN

68,23

55,29

53,22

1ste periode – fase 11

1 tot 3

MAX

85,81

85,81

85,81

1ste periode – fase 12

4 tot 6

MIN

68,23

55,29

49,13

1ste periode – fase 12

4 tot 6

MAX

79,21

79,21

79,21

1ste periode – fase 13

7 tot 12

MIN

68,23

55,29

49,13

1ste periode – fase 13

7 tot 12

MAX

73,82

73,82

73,82

  • daarna hebt u recht op het bedrag dat overeenkomt met de de fase 2A van de tweede vergoedingsperiode, namelijk: 
  • voor cat. A: tussen 68,23 en 68,99 euro per dag
  • voor cat. N: tussen 55,29 en 61,86 euro per dag
  • voor cat. B: tussen 40,72 en 45,99 euro per dag

Voorbeeld:

U vraagt op 01.04.2025 voor het eerst werkloosheidsuitkeringen aan. U bent alleenwonende (cat. N).

U bent op 30.06.2025 55 jaar en u bewijst een beroepsverleden van 32 jaar.

Vóór de hervorming had u recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

01.04.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 11

01.07.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 12

01.10.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 13

01.04.2026

Tweede vergoedingsperiode, fase 2A

Als gevolg van de nieuwe wetgeving wordt dat:

Vanaf

Periode / fase

Dagbedrag min

Dagbedrag max

01.07.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 12

55,29

79,21

01.10.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 13

55,29

73,82

01.04.2026

Tweede vergoedingsperiode, fase 2A

55,29

61,86

  • U bevindt zich in de tweede vergoedingsperiode:
    • u hebt recht op het bedrag dat overeenkomt met de de fase van de tweede vergoedingsperiode waarin u zich bevindt, namelijk: (...)

Periode

Maand

Minimum/ maximum

Cat. A

Cat. N

Cat. B

2de periode – fase 2A en 2B

13 tot max. 24

MIN

68,23

55,29

40,72

2de periode – fase 2A en 2B

13 tot max. 24

MAX

68,99

61,86

45,99

2de periode – fase 21

25 tot 30

(eventueel)

MIN

68,23

55,29

38,31

2de periode – fase 21

25 tot 30

(eventueel)

MAX

68,23

59,36

42,00

2de periode – fase 22

31 tot 36

(eventueel)

MIN

68,23

55,29

35,91

2de periode – fase 22

31 tot 36

(eventueel)

MAX

68,23

56,85

38,02

2de periode – fase 23

37 tot 42

(eventueel)

MIN

68,23

55,29

33,50

2de periode – fase 23

37 tot 42

(eventueel)

MAX

68,23

55,29

34,03

2de periode – fase 24

43 tot 48

(eventueel)

MIN

68,23

55,29

31,10

2de periode – fase 24

43 tot 48

(eventueel)

MAX

68,23

55,29

31,10

Voorbeeld:

U vraagt op 11.03.2024 voor het eerst werkloosheidsuitkeringen aan. U bent werknemer met gezinslast (cat. A).

U bent 55 jaar op 30.06.2025 en u bewijst een beroepsverleden van 32 jaar.

Vóór de hervorming had u recht op uitkeringen (...) als volgt:

Vanaf

Periode / fase

11.03.2024

Eerste vergoedingsperiode, fase 11

11.06.2024

Eerste vergoedingsperiode, fase 12

11.09.2024

Eerste vergoedingsperiode, fase 13

11.03.2025

Tweede vergoedingsperiode, fase 2A

Als gevolg van de nieuwe wetgeving wordt dat:

Vanaf

Periode / fase

Dagbedrag min

Dagbedrag max

01.07.2025

Tweede vergoedingsperiode, fase 2A

68,23

68,99

  • U bevindt zich in de derde vergoedingsperiode:

u hebt recht op:

  • voor cat. A: 68,23 euro per dag
  • voor cat. N: 55,29 euro per dag
  • voor cat. B:
  • tot en met 28.02.2026 : 28,69 euro per dag
  • vanaf 01.03.2026 : 40,72 euro per dag

In de volgende gevallen kunnen de vergoedingsperiodes worden opgeschoven met een aantal volledige maanden:

Situatie

Minimale duur van die situatie

Voltijdse tewerkstelling

3 maanden

Deeltijdse tewerkstelling met behoud van rechten zonder inkomensgarantie-uitkering
(Voor meer info: lees het infoblad T28, "Waarop heeft een deeltijdse werknemer recht?")

3 maanden

Voltijdse beroepsopleiding

3 maanden ononderbroken

Tewerkstelling in een beroep dat niet onder de sociale zekerheid, sector werkloosheid, valt (bv. zelfstandige of vastbenoemd ambtenaar of leerkracht)

6 maanden ononderbroken

Periodes waarin mantelzorg wordt verleend, met vrijstelling (Voor meer info: lees het infoblad T154, "U wenst mantelzorg te verlenen?")

6 maanden ononderbroken

Studies met volledig leerplan zonder werkloosheidsuitkeringen

6 maanden ononderbroken

Loopbaanonderbreking of tijdskrediet

geen

Periodes gedekt door moederschapsuitkeringen

geen

Opgelet! De verlenging van de vergoedingsperiodes kan de einddatum van uw recht op uitkeringen slechts met maximaal 12 maanden uitstellen. En deze einddatum mag niet na 30.06.2030 vallen.

Ik heb voldoende beroepsverleden, maar ben jonger dan 55 jaar? Mijn recht op uitkeringen wordt beperkt in de tijd

De bedragen waarop u recht hebt, zijn dezelfde als voor de werknemer die 55 jaar is en voldoende beroepsverleden heeft (zie de vorige rubriek).

Het enige verschil is dat u die uitkeringen niet onbeperkt in de tijd kunt genieten.

Voorbeeld:

U vraagt op 10.02.2025 voor het eerst werkloosheidsuitkeringen aan. U bent alleenwonende.

U bewijst op 30.06.2025 een beroepsverleden van 32 jaar, maar u bent geen 55 jaar. Uw beroepsverleden is samengesteld uit arbeidsdagen, vakantiedagen en tijdelijke werkloosheid. U was daarnaast in totaal een paar maanden ziek.

U had recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

10.02.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 11

10.05.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 12

10.08.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 13

10.02.2026

Tweede vergoedingsperiode, fase 2A

Op 01.07.2025 bevindt u zich in de eerste vergoedingsperiode: u hebt nog recht op 24 maanden, te tellen vanaf 01.07.2025.

U hebt recht op uitkeringen als volgt:

Vanaf

Periode / fase

Dagbedrag min

Dagbedrag max

01.07.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 12

55,29

79,21

10.08.2025

Eerste vergoedingsperiode, fase 13

55,29

73,82

10.02.2026

Tweede vergoedingsperiode, fase 2A

55,29

61,86

01.07.2027

Einde recht

//

Zijn er uitzonderingen?

In een aantal situaties kan het dagbedrag tijdelijk "gefixeerd" worden, wat betekent dat het tijdelijk niet verder daalt:

  • U volgt een voltijdse beroepsopleiding van minstens 4 weken:

gedurende de volledige duur van de beroepsopleiding krijgt u het bedrag dat van toepassing was bij de aanvang van de beroepsopleiding.

  • U volgt een middenstandopleiding, of studies met volledig leerplan die voorbereiden op een knelpuntberoep, of u hebt als kandidaat-ondernemer een overeenkomst gesloten met een activiteitencoöperatie

(lees het infoblad T58, "U bent een uitkeringsgerechtigd werkloze en u wenst studies, een opleiding of een stage te volgen?")

  • Indien u in de eerste vergoedingsperiode zit, zal het bedrag van uw uitkeringen dalen tot aan de tweede periode. Vanaf de tweede periode blijft het bedrag van uw uitkeringen behouden;
  • Indien u zich in de tweede periode bevindt, dan blijft het bedrag van uw uitkeringen behouden.

In een aantal situaties kan het dagbedrag definitief "gefixeerd" worden, wat betekent dat het niet verder daalt:

  • u bent 55 jaar;
  • u bewijst 25 jaar beroepsverleden;
  • u hebt een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens 33%.

Indien u aan één van die drie voorwaarden voldoet vóór het einde van de fase 2A, ontvangt u verder het bedrag dat overeenstemt met fase 2A. Indien u aan één van die drie voorwaarden voldoet tijdens de fase 2B, 21, 22, 23 of 24, ontvangt u verder het bedrag dat overeenstemt met de fase waarin de voorwaarde is vervuld.

Opgelet: het feit dat het dagbedrag wordt "gefixeerd", betekent niet noodzakelijk dat het recht op uitkeringen onbeperkt in de tijd wordt toegekend.

Tot wanneer zijn de overgangsmaatregelen op mij van toepassing?

Vóór het einde van uw recht

Zodra u na een onderbreking van minstens 28 opeenvolgende kalenderdagen vanaf 01.03.2026 een uitkeringsaanvraag indient en 312 arbeids- of gelijkgestelde dagen bewijst in een periode van 36 maanden (die kan worden verlengd), valt u niet langer onder de overgangsmaatregelen, maar onder de nieuwe regelgeving die van toepassing is vanaf 01.03.2026.

Vanaf het einde van uw recht

Op het ogenblik dat u het recht op werkloosheidsuitkeringen verliest, valt u per definitie niet meer onder de overgangsmaatregelen.

Indien u na 28.02.2026 312 arbeids- of gelijkgestelde dagen bewijst in een periode van 36 maanden (die kan worden verlengd), kunt u onmiddellijk een uitkeringsaanvraag indienen en valt u onder de nieuwe regelgeving zoals die van toepassing is vanaf 01.03.2026.

Hoe weet ik vanaf wanneer ik mijn recht op werkloosheidsuitkeringen verlies?

U zult een brief krijgen waarin deze datum wordt meegedeeld.
Neem dan contact op met uw uitbetalingsinstelling (vakbond of Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen) voor verdere inlichtingen.