Hoeveel bedraagt uw werkloosheidsuitkering na een tewerkstelling – situatie vanaf 01.03.2026?
Inhoud van deze pagina
T201
Laatste update : 2.03.2026
Waarover gaat dit infoblad?
De werkloosheidsreglementering is fundamenteel gewijzigd vanaf 01.03.2026. De werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in de tijd. Zie het infoblad "Ik heb werkloosheidsuitkeringen gevraagd na 28.02.2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?", nr. T202. Die wijzigingen hebben ook invloed op het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen.
Opgelet: In dit infoblad leggen we u uit welke die bedragen zijn indien u:
- ofwel voor het eerst werkloosheidsuitkeringen vraagt na 28.02.2026;
- ofwel al werkloosheidsuitkeringen genoot vóór 01.03.2026, maar na een onderbreking van minstens 4 weken een uitkeringsaanvraag indient en voldoet aan de voorwaarden die in het infoblad “Hebt u recht op werkloosheidsuitkeringen na een tewerkstelling – situatie vanaf 01.03.2026?” nr. T200 worden uiteengezet.
Genoot u al werkloosheidsuitkeringen vóór 01.03.2026 én voldoet u niet aan de voorwaarden die in het infoblad T200 worden uiteengezet, lees dan het infoblad "Ik heb werkloosheidsuitkeringen genoten vóór 1 maart 2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?", nr. T33.
We bespreken hierna enkel de situatie van de voltijdse werknemer.
In dit infoblad bespreken we niet de situatie van de werkloze met bedrijfstoeslag niet. Zie het infoblad: "Hoe wordt het bedrag van uw stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag berekend?", nr. T4.
Hoe berekent de RVA uw werkloosheidsuitkering?
De RVA stelt het brutodagbedrag van uw werkloosheidsuitkering vast op basis van:
- uw gezinstoestand,
- uw laatst verdiende loon,
- en in bepaalde gevallen uw beroepsverleden.
Uw gezinstoestand
Er zijn drie categorieën van werklozen, volgens hun gezinssituatie:
- samenwonenden met gezinslast;
- alleenwonenden;
- samenwonenden zonder gezinslast.
Voor meer uitleg over uw gezinstoestand, zie het infoblad "Wat is uw gezinstoestand?", nr. T147.
Uw laatst verdiende loon
Bij uw eerste uitkeringsaanvraag
De RVA neemt het loon in aanmerking van uw laatste tewerkstelling van ten minste 4 aaneensluitende weken bij eenzelfde werkgever.
Dat loon moet minstens gelijk zijn aan het toepasselijke minimumloon.
De werkgever moet er bijdragen voor de sociale zekerheid, sector werkloosheid, hebben op ingehouden.
Het loon wordt echter begrensd (zie verder).
Let wel:
- hebt u geen vier aaneensluitende weken gewerkt bij dezelfde werkgever?
Of
- hebt u een brutomaandloon verdiend dat lager is dan 2.154,11 euro (= het referteloon)?
- de RVA zal het bedrag berekenen op basis van dat referteloon.
- U woonde in België, maar werkte in het buitenland?
- De RVA neemt het loon in aanmerking van uw laatste tewerkstelling in het buitenland wanneer u het laatst tewerkgesteld en sociaal verzekerd was in een lidstaat van de Europese Unie, in IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland, terwijl uw woonplaats in België gesitueerd was. De duur van die tewerkstelling is zonder belang.
Bij een latere aanvraag na een onderbreking van uw werkloosheid
Zolang u zich bevindt in de periode waarin u recht op werkloosheidsuitkeringen hebt, zal de RVA het bedrag van uw uitkering berekenen op basis van het loon dat in aanmerking werd genomen bij uw aanvraag op basis waarvan dat recht is geopend. Dat is dus ook het geval wanneer u tijdens die periode opnieuw, maar niet voldoende lang, zou gewerkt hebben.
Het bedrag zal enkel worden herzien indien u opnieuw 312 arbeids- en gelijkgestelde dagen bewijst en daardoor een nieuw recht op werkloosheidsuitkeringen opent. Zie het infoblad "Hebt u recht op uitkeringen na een tewerkstelling – situatie vanaf 01.03.2026?", nr. T200. Het bedrag kan in dat geval naar boven of naar beneden worden herzien.
Uitzondering
U opent een nieuw recht op werkloosheidsuitkeringen, maar u was meer dan 45 jaar op het ogenblik van de werkhervatting
- de RVA zal zich baseren op het hoogste loon, dus:
- ofwel dat loon waarmee rekening werd gehouden bij uw vorige aanvraag,
- ofwel het laatste loon van uw tewerkstelling van ten minste 4 aaneensluitende weken bij eenzelfde werkgever of van uw buitenlandse tewerkstelling.
In dat geval kan het bedrag van uw uitkering dus enkel naar boven worden herzien.
Wordt uw loon begrensd?
De RVA neemt uw loon niet onbeperkt in rekening.
Indien uw loon hoger is dan een bepaalde loongrens, zal de RVA uw uitkering berekenen op deze loongrens en niet op uw werkelijke loon.
De loongrenzen zijn als volgt bepaald:
|
Welke loongrens? |
Wanneer toepasselijk? |
Bedrag per maand? |
|---|---|---|
|
Hoogste loongrens |
Vanaf de eerste tot de derde maand van volledige werkloosheid |
4.265,98 euro |
|
Middelste loongrens |
Vanaf de vierde tot de zesde maand van volledige werkloosheid |
4.010,98 eur |
|
Laagste loongrens |
Vanaf de zevende tot de twaalfde maand van volledige werkloosheid |
3.262,99 euro |
Hoe evolueren uw uitkeringen?
De "degressiviteit"
Werkloosheidsuitkeringen worden toegekend voor een bepaalde duur, gedurende maximum 24 maanden.
Het bedrag van de uitkeringen zal na verloop van tijd dalen.
U doorloopt een eerste en vervolgens, indien het recht op werkloosheidsuitkeringen voor langer dan 12 maanden wordt toegekend, een tweede vergoedingsperiode. Zie het infoblad "Ik heb werkloosheidsuitkeringen gevraagd na 28.02.2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?", nr. T202.
De eerste vergoedingsperiode is opgedeeld in 3 fases.
Er zijn minimale bedragen van toepassing, waaronder uw uitkering nooit kan zakken.
Eerste vergoedingsperiode: 12 maanden
Alle werklozen ontvangen:
- tijdens de eerste drie maanden werkloosheid:
65% van hun laatst verdiende loon, begrensd tot de hoogste loongrens; - van de vierde tot zesde maand werkloosheid:
60% van hun laatst verdiende loon, begrensd tot de middelste loongrens; - van de zevende tot twaalfde maand werkloosheid:
60% van hun laatst verdiende loon, begrensd tot de laagste loongrens.
Tweede vergoedingsperiode: maximaal 12 maanden
Tijdens de tweede periode ontvangt u een forfaitaire uitkering. Het bedrag hangt af van uw gezinssituatie, maar niet langer van uw laatst verdiende loon.
Indien u samenwonende bent en bij uw toelating tot het recht op uitkeringen voldoende beroepsverleden bewijst, wordt dat forfaitaire bedrag verhoogd. Een voldoende beroepsverleden is in 2026 31 jaar. Opgelet: het vereiste beroepsverleden wordt elk kalenderjaar met één jaar verhoogd, om 35 jaar te bereiken in 2030. Zie het infoblad "Ik heb werkloosheidsuitkeringen gevraagd na 28.02.2026. Worden mijn uitkeringen beperkt in de tijd?", nr. T202.
Wat zijn de minimale en maximale dagbedragen van uw uitkeringen?
De dagbedragen van de werkloosheidsuitkeringen evolueren in de praktijk als volgt in de tijd:
(Cat. A = samenwonenden met gezinslast; Cat. N = alleenwonenden; Cat. B = samenwonenden zonder gezinslast):
|
Periode |
= welke maand? |
|
Cat. A |
Cat. N |
Cat. B |
|---|---|---|---|---|---|
|
1ste periode – fase 1 |
1 tot 3 |
MIN |
76,55 |
62,05 |
59,72 |
|
1ste periode – fase 1 |
1 tot 3 |
MAX |
106,65 |
106,65 |
106,65 |
|
1ste periode – fase 2 |
4 tot 6 |
MIN |
76,55 |
62,05 |
55,12 |
|
1ste periode – fase 2 |
4 tot 6 |
MAX |
92,56 |
92,56 |
92,56 |
|
1ste periode – fase 3 |
7 tot 12 |
MIN |
69,59 |
56,40 |
50,11 |
|
1ste periode – fase 3 |
7 tot 12 |
MAX |
75,30 |
75,30 |
75,30 |
|
2de periode |
13 tot ... |
|
69,59 |
56,40 |
29,27 (1)(2) |
(1) verhoogd tot 41,54 euro indien u voldoende beroepsverleden bewijst.
(2) voor de betrokken maand verhoogd met 5,54 euro indien u en uw samenwonende echtgeno(o)t(e) in die maand elk slechts recht hebben op een werkloosheidsuitkering van 29,27 euro.
Hoeveel uitkeringen ontvang ik maximaal per week/maand?
U ontvangt als voltijdse werknemer 6 daguitkeringen per week (maandag tot en met zaterdag).
Per maand stemt dit gemiddeld overeen met 26 daguitkeringen. Om het precieze aantal voor een bepaalde kalendermaand te weten, neemt u het aantal kalenderdagen in die maand en trekt u er het aantal zondagen van af.
Is er bedrijfsvoorheffing op de werkloosheidsuitkeringen?
Op de uitkeringen houdt de uitbetalingsinstelling een bedrijfsvoorheffing in van 10,09%.
De volgende werklozen zijn niet aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen:
- de samenwonenden met gezinslast;
- de alleenwonenden;
- de samenwonenden zonder gezinslast die uitkeringen in de "tweede periode" ontvangen (= de forfaitaire uitkering);
- de werklozen die een vrijstelling genieten wegens sociale en familiale redenen.
Voorwaarde is dat ze geen enkel beroepsinkomen boven hun uitkeringen ontvangen.
De werklozen die niet aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen zijn, kunnen wel zelf vragen dat er bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden.
