Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden
Inhoud van deze pagina
T129
Laatste update : 01.09.2026
Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden
Voldoet de onderneming waarvoor u werkt aan de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de schorsing bedienden ingevolge werkgebrek (artikelen 77/1 tot 77/7 van de wet van 3 juli 1978 betreffende arbeidsovereenkomsten)? Dan kan uw werkgever beslissen om uw prestaties tijdelijk te verminderen wanneer uw werkgever om economische redenen met een gebrek aan werk wordt geconfronteerd.
U krijgt gedurende die periode een uitkering van de RVA en een supplement van uw werkgever zodat uw inkomensverlies beperkt blijft.
In dit infoblad vindt u uitleg over de procedure die u moet volgen voor deze schorsing wegens werkgebrek.
Van de schorsing tot de uitbetaling van de uitkering: de verschillende stappen
- Uw werkgever verwittigt u en de RVA vooraf van de voorziene schorsing.
- U vult de elektronische controlekaart eC3.2 in ten laatste op de eerste effectieve werkloosheidsdag van de maand, vóór het normale beginuur van het werk.
Opmerking: Valt u onder het paritair comité voor maatwerkbedrijven en sociale werkplaatsen (PC 327)? Dan kan u de papieren controlekaarten C3.2A blijven gebruiken. Uw werkgever bezorgt u die.
- Op het moment van de eerste schorsing bedienden, doet uw werkgever een elektronische aangifte "ASR scenario 2" (Aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden). Die is nodig voor uw uitkeringsaanvraag. Uw werkgever bezorgt u een kopie van die aangifte.
- U neemt contact op met een uitbetalingsinstelling (HVW, ABVV, ACV, SYNOVA) om een formulier C3.2-werknemer en een formulier C1 in te dienen (met daarop uw nevenactiviteit, uw rekeningnummer ...).
- Aan het einde van elke maand dient uw werkgever elektronisch een aangifte "ASR scenario 5" (Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden) in. Daarin staan de uren werkloosheid in de loop van de maand. Uw werkgever bezorgt u een kopie van die aangifte.
- Aan het einde van elke maand bevestigt u via de elektronische toepassing de kalender van uw elektronische controlekaart eC3.2 en stuurt u uw kaart naar uw uitbetalingsinstelling.
Valt u onder het paritair comité voor maatwerkbedrijven en sociale werkplaatsen (PC 327) en gebruikt u de elektronische controlekaart eC3.2 niet? Dan dient u de papieren controlekaart C3.2A in bij uw uitbetalingsinstelling.
- De uitbetalingsinstelling berekent het uitkeringsbedrag en schrijft het bedrag over op uw rekening. Er wordt een voorheffing van 26,75% ingehouden.
- De werkgever betaalt een supplement bovenop de werkloosheidsuitkering, in overeenstemming met de cao of het ondernemingsplan.
- De RVA verifieert of het bedrag dat de uitbetalingsinstelling heeft betaald correct is.
Uitleg over de schorsingsregeling
Welke schorsingsregeling kan worden ingevoerd?
- Een regeling van volledige schorsing.
- Een regeling van gedeeltelijke arbeid met ten minste 2 arbeidsdagen per week.
De regeling van volledige schorsing of van gedeeltelijke arbeid gaat in principe in op maandag.
Het vereiste aantal arbeidsdagen (0 voor een week van volledige schorsing of 2 voor een week van gedeeltelijke arbeid) moet per kalenderweek worden bereikt en mag uiteraard overschreden worden. Uw werkgever kan dus een kennisgeving sturen:
- van "volledige schorsing" en u in die week terugroepen en een aantal dagen laten werken;
- van "gedeeltelijke arbeid" en u in die week terugroepen en meer dan 2 dagen laten werken.
Wat verstaan we onder minstens 2 arbeidsdagen per week?
U mag in die week niet meer dan 3 dagen werkloos worden gesteld als u werkt in het vijfdaagse stelsel, of niet meer dan 4 dagen werkloos worden gesteld als u werkt in het zesdaagse stelsel.
Wat verstaan we onder een arbeidsdag?
Alle arbeidsuren die voor die dag voorzien zijn in uw normaal werkrooster moeten worden geschorst. U kunt dus niet werkloos worden gesteld voor een halve arbeidsdag als u normaal die dag een volledige dag werkt.
Voorafgaande kennisgeving
Uw werkgever moet u minstens 7 dagen vooraf op de hoogte brengen van de volledige schorsing of regeling van gedeeltelijke arbeid die die gaat invoeren. Dat doet uw werkgever schriftelijk of door aanplakking op een goed zichtbare plaats in de onderneming.
De kennisgeving vermeldt welke regeling op u van toepassing is (volledige schorsing of regeling van gedeeltelijke arbeid), de periode en de datums waarop u tijdelijk werkloos zal zijn.
Voor hoelang kan de schorsing worden ingevoerd?
Een volledige schorsing kan worden ingevoerd voor maximum 16 kalenderweken per kalenderjaar (verminderd met één halve eenheid voor elke week van gedeeltelijke arbeid).
De regeling van gedeeltelijke arbeid kan worden ingevoerd voor maximum 26 weken per kalenderjaar (verminderd met 2 eenheden voor elke week van volledige schorsing).
Het kan zijn dat u valt onder een cao die of een ondernemingsplan dat een lager aantal maximum weken voorziet.
Vooraleer de schorsing kan ingaan, moet u eerst uw volledige dagen inhaalrust waarop u nog recht heeft ingevolge overuren, zondagsarbeid of tewerkstelling op een feestdag, opgebruiken.
Wat als u arbeidsongeschikt bent of er een feestdag valt tijdens de schorsing bedienden wegens werkgebrek?
U hebt geen recht op uitkeringen voor de dagen waarop u arbeidsongeschikt bent. Om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen moet u arbeidsgeschikt zijn (in de zin van de ziekte- en invaliditeitsverzekering).
U hebt voor die dagen ofwel recht op gewaarborgd loon, ofwel recht op een ziekte-uitkering (als u in orde bent met de ziekteverzekering).
U hebt geen recht op een uitkering voor feestdagen (of vervangingsdagen) die vallen binnen de periode van 14 dagen na het begin van de schorsing.
Voor die dagen hebt u recht op loon. De periode van 14 dagen begint telkens vanaf de effectieve schorsing en houdt op wanneer u het werk hervat of wanneer er een schorsing om een andere reden volgt.
Wat als uw werkgever de schorsingsregeling wijzigt of wil stopzetten?
Als uw werkgever overgaat van een regeling van gedeeltelijke arbeid naar een volledige schorsing, of als uw werkgever het oorspronkelijk voorziene aantal schorsingsdagen verhoogt, dan moet die u daarvan minstens 7 dagen vooraf verwittigen.
Andere wijzigingen (bv. als u terug meer moet werken), moet de werkgever u vooraf meedelen.
U werkt deeltijds?
Als u deeltijds werkt en u, samen met voltijdse werknemers die een vergelijkbare functie uitoefenen, tijdelijk werkloos bent gesteld, geldt voor u dezelfde regeling als voor voltijdse werknemers.
Voor de toepassing van het begrip "minstens 2 arbeidsdagen per week" in de regeling van gedeeltelijke arbeid houden we voor deeltijdse werknemers rekening met de arbeidsregeling van de referentiewerknemer (dat is de werknemer die in een gelijkaardige functie voltijds werkt), en niet met de deeltijdse arbeidsregeling.
De schorsing bedienden wegens werkgebrek kan ook toegepast worden als u het statuut hebt van deeltijdse werknemer met behoud van rechten en inkomensgarantie-uitkeringen ontvangt.
Kunt u uw arbeidsovereenkomst opzeggen tijdens de schorsing?
U hebt het recht uw arbeidsovereenkomst zonder opzeg te beëindigen tijdens een periode van schorsing bedienden wegens werkgebrek (zowel volledige schorsing als regeling van gedeeltelijke arbeid).
Als u uw opzeg gegeven hebt vóór het begin van de schorsing, dan loopt de opzeggingstermijn verder tijdens de schorsing.
Als uw werkgever uw opzeg geeft vóór of tijdens de schorsing, dan loopt de opzeggingstermijn niet tijdens de schorsing.
Wat moet u doen?
U moet een elektronische controlekaart eC3.2 invullen.
Vanaf de eerste effectieve werkloosheidsdag van elke maand waarin u tijdelijk werkloos bent gesteld, moet u de controlekaart invullen volgens de richtlijnen die daarop staan vermeld.
De controlekaart moet elektronisch worden ingevuld, tenzij u onder het paritair comité voor maatwerkbedrijven en sociale werkplaatsen (PC 327) valt. Dan kan u de papieren controlekaart C3.2A blijven gebruiken.
Hoe u de elektronische controlekaart eC3.2 invult, leest u in infoblad T71.
Meer informatie over de papieren controlekaart (PC 327) leest u in infoblad E20.
Een uitkeringsaanvraag indienen
Als u voor de eerste keer tijdelijk werkloos wegens werkgebrek bent, neem dan zo snel mogelijk contact op met uw uitbetalingsinstelling (HVW, ABVV, ACV, SYNOVA) om een uitkeringsaanvraag in te dienen.
Daarvoor moet u het formulier C3.2-Werknemer invullen en daarbij een formulier C1 (aangifte van de persoonlijke en familiale toestand) bijvoegen.
U kunt de aanvraag ook elektronisch indienen.
Op formulier C1 moet u onder meer uw nevenactiviteiten vermelden, en alle inkomsten die van invloed kunnen zijn op uw recht op uitkeringen.
Uw werkgever moet ook een ASR scenario 2 indienen en u daarvan een kopie bezorgen.
De uitkeringsaanvraag moet binnen 2 maanden na de maand waarin de schorsing begint, bij de RVA worden ingediend.
U moet een nieuwe uitkeringsaanvraag indienen:
- als het meer dan 3 jaar geleden is dat u uitkeringen tijdelijke werkloosheid hebt ontvangen.
- als u de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt.
In zulke situaties moet uw werkgever ook een nieuwe ASR – scenario 2 indienen.
Uw werkgever moet ook een nieuwe ASR indienen als de wekelijkse arbeidsduur verandert (bijvoorbeeld als gevolg van het begin of het einde van het tijdskrediet).
Het bedrag van de werkloosheidsuitkering kan ook worden herzien op de eerste werkloosheidsdag na 1 oktober. In dat geval moet uw werkgever ook een nieuwe ASR – scenario 2 indienen.
Wat moet uw werkgever doen?
De elektronische aangifte – ASR scenario 5 "Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden".
Aan het einde van elke maand waarin u tijdelijk werkloos bent geweest, dient uw werkgever een ASR – scenario 5 (maandelijkse aangifte van uren tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden) in via het portaal van de sociale zekerheid of via een batchverwerking.
Uw werkgever bezorgt u een kopie van de elektronische aangifte.
Hebt u recht op werkloosheidsuitkeringen?
U hebt onmiddellijk recht op uitkeringen en hoeft niet aan de toelatingsvoorwaarden te voldoen. Dat betekent dat u niet een bepaald aantal arbeidsdagen in loondienst hoeft te bewijzen (wachttijd) tijdens een bepaalde periode (referteperiode) vlak voor de uitkeringsaanvraag.
Voor meer info, zie het infoblad werknemers T32 “Heeft u recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid?”
Wel moet u voldoen aan de vergoedbaarheidsvoorwaarden. Dit betekent onder meer in dat u arbeidsgeschikt moet zijn, geen bijberoep mag uitoefenen (tenzij bij uitzonderingen), in België moet verblijven (tenzij bij uitzonderingen), geen niet-cumuleerbaar pensioen mag ontvangen en niet in de gevangenis mag verblijven.
Hoe veel bedraagt de uitkering tijdelijke werkloosheid en het eventuele supplement?
Meer informatie over het bedrag van de uitkering vindt u in het infoblad T66 "Hoeveel bedraagt uw uitkering bij tijdelijke werkloosheid?".
